RECENSIE: Nothing But Thieves – Excuse Me
Er zijn bands die binnenkomen.
En er zijn bands die binnenstormen alsof ze iets recht te zetten hebben.
Excuse Me is geen beleefde introductie. Het is een waarschuwing.
Vanaf de eerste seconden hoor je het al: dit is boos. Niet hysterisch boos. Maar gecontroleerd. Ingehouden. Het soort boosheid dat gevaarlijker is omdat het nadenkt.
En dan komt Conor Mason.
Een stem die klinkt alsof hij tegelijk wil verdwijnen en alles wil slopen. Dat fragiele falsetto dat elk moment kan breken, maar dat nooit doet. Alsof hij op de rand van instorten balanceert en daar comfortabel is geworden.
Het refrein ontploft niet.
Het scheurt open.
En je gelooft hem.
Dat is de kracht van Nothing But Thieves. Ze spelen geen emotie. Ze laten het gebeuren. De gitaren gieren zonder overdreven te worden. De productie blijft rauw genoeg om geloofwaardig te blijven.
Dit is geen stadionrock die vraagt om meezingen.
Dit is slaapkamerrock voor mensen die niet kunnen slapen.
Wat dit nummer zo goed maakt, is de noodzaak. Je hoort een band die nog iets te bewijzen heeft. Die nog niet comfortabel genoeg is om veilig te worden.
En dat maakt het levend.
Niet perfect.
Wel echt.
En dat is zeldzaam geworden.
Beoordeling: ★★★★½
Cijfer: 8,8
Hitpotentie: 8,7
Geen excuus.
Wel een reden om te blijven luisteren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten