Sommige nummers beginnen klein en eindigen groot.
The Roses begint klein… en eindigt ook groot. Heel groot.
Amber Run heeft het patent op “emotionele opbouw met explosie”. Je weet bij de eerste piano-aanslag al: dit gaat straks ontploffen. En ja hoor. Daar komt het refrein. Open, breed, armen in de lucht.
En ergens, heel ergens in de verte, hoor je een stem die fluistert:
Take me to church…
Ja. Er zit een vleugje Hozier in de opbouw. Dat zware, dramatische, bijna spirituele gevoel. Die donkere romantiek. Dat “we gaan samen kapot maar wel stijlvol”.
Maar Amber Run blijft wel Amber Run.
De coupletten zijn breekbaar. Zacht. Je hoort die lichte rasp in de stem, dat randje dat geloofwaardig maakt. Het voelt alsof iemand iets probeert vast te houden dat al aan het glippen is. En dan komt die muur van geluid. Gitaren die opengaan. Drums die eindelijk los mogen.
Het is effectief. Heel effectief.
Alleen… het is ook een beetje hun vaste trucje.
Ze weten precies hoe ze spanning moeten opbouwen. Ze weten precies wanneer ze moeten knallen. En daardoor is het soms minder spannend dan het zou kunnen zijn. Je voelt het aankomen.
Maar dat betekent niet dat het niet werkt.
Het refrein blijft hangen. Niet als een oorwurm die je gek maakt, maar als een emotionele echo. Je hoort het later nog eens terug in je hoofd.
Productie is strak. Misschien iets te netjes. Het had iets ruiger gemogen. Iets minder gepolijst. Maar het past bij hun stijl: gecontroleerde emotie.
Is het vernieuwend? Nee.
Is het meeslepend? Zeker.
Is het groot? Absoluut.
Dit is zo’n nummer dat live gigantisch gaat werken. Donkere zaal. Lichten aan bij het refrein. Mensen die meebrullen. Klaar.
★★★★☆
Cijfer: 8,4
Hitpotentie: 8,1
Dramatisch, meeslepend en licht voorspelbaar. Amber Run doet weer wat ze het beste doen: zacht beginnen en hard eindigen. En ja — dat blijft indrukwekkend.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten