zondag 9 augustus 2026

Erik Mesie – Wat Ik Ook Probeer★★★★☆ (4 van de 5 sterren)




Erik Mesie – Wat Ik Ook Probeer

Een vergeten cassette uit de jaren tachtig die ineens weer begint te draaien

Sommige nieuwe singles zijn eigenlijk helemaal niet nieuw. Wat Ik Ook Probeer van Erik Mesie is daar een prachtig voorbeeld van. Het nummer vormt de voorbode van zijn nieuwe soloalbum dat in oktober verschijnt, maar de oorsprong ervan ligt bijna veertig jaar terug.

En dat hoor je.

Gelukkig maar.

Want binnen een paar seconden ben ik terug in de jaren tachtig. LinnDrums, synthesizers, een eenvoudige baslijn en natuurlijk die herkenbare stem van Mesie. Het roept onmiddellijk herinneringen op aan Toontje Lager, al hoor ik ook een klein beetje van die typische Nederlandse jaren-tachtig-pop die later bij bijvoorbeeld Kadanz zo herkenbaar werd.

Ach ja: jeugdsentiment.

En soms mag dat gewoon.

Het verhaal achter deze single is eigenlijk minstens zo leuk als het nummer zelf. Eind jaren tachtig kreeg Mesie een cassettebandje met Engelstalige nummers van de Arnhemse songwriter Ray van Zaalen. Mesie had zelf net Missinggeschreven en samen besloten ze een Engelstalig album op een achtsporenrecorder vast te leggen.

Missing trok vervolgens de aandacht van Bolland & Bolland, werd opnieuw geproduceerd en verscheen als single. De overige opnamen verdwenen in het archief.

Daarna vroeg Mesie aan Van Zaalen of hij ook eens Nederlandse teksten wilde proberen. Binnen een dag lag het eerste lied klaar. Uiteindelijk werd zelfs een compleet Nederlandstalig album opgenomen. Twee nummers verschenen eind jaren tachtig via Telstar, maar de rest verdween eveneens op de plank.

Tot nu.

Met hulp van Wout de Kruif konden de oorspronkelijke achtsporenbanden alsnog worden afgespeeld. De opnamen werden gedigitaliseerd, gerestaureerd, opnieuw gemixt en gemasterd.

En dat is belangrijk, want Wat Ik Ook Probeer is dus geen moderne imitatie van jaren-tachtigmuziek.

Het ís jaren-tachtigmuziek.

Je hoort dat aan alles. Die LinnDrum-achtige ritmes, de synthesizers en vooral de ongecompliceerde productie. Tegenwoordig zou een producer waarschijnlijk nog vijftien extra lagen toevoegen. Hier hoeft dat allemaal niet.

En dan die stem van Erik Mesie.

Natuurlijk zijn we bijna veertig jaar verder en ligt alles tegenwoordig misschien een toontje lager, maar dat warme, ietwat melancholische karakter is er nog steeds. Het past bovendien uitstekend bij de tekst: je verstand zegt dat een relatie voorbij is, terwijl je hart koppig blijft roepen dat je door moet gaan.

Geen ingewikkelde poëzie.

Wel herkenbaar.

Is Wat Ik Ook Probeer daarmee een geweldige nieuwe Nederlandse popklassieker?

Nee, zo ver zou ik niet willen gaan. Daarvoor leunt het nummer misschien iets te sterk op zijn tijdperk. Maar juist dat maakt het ook charmant. Er wordt niet geprobeerd om Erik Mesie ineens hip te laten klinken voor 2026.

Godzijdank niet.

De Alternatieve Muziekman zegt: Wat Ik Ook Probeer is vooral een bijzonder stukje teruggevonden Nederlandse popgeschiedenis. De LinnDrums, synthesizers en melodie brengen je onmiddellijk terug naar de jaren tachtig. Natuurlijk hoor je Toontje Lager, met voor mij ook een vleugje Kadanz. En ja, misschien staat alles inmiddels een toontje lager, maar het gevoel is er nog steeds. Soms hoeft nostalgie helemaal niet vernieuwend te zijn. Soms is het gewoon heerlijk wanneer iemand na bijna veertig jaar een oude cassette terugvindt en op play drukt.

★★★★☆ (4 van de 5 sterren)

Cijfer: 8,2/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Jeugdsentiment: ⭐⭐⭐⭐⭐

Misschien geen nieuwe nummer 1-hit, maar absoluut een leuke verrassing. En dat album in oktober? Daar ben ik nu toch behoorlijk nieuwsgierig naar. Wie weet wat er nog meer bijna veertig jaar op die banden heeft liggen wachten.

https://youtu.be/6S-GAtTmG9E?si=56WyeXl9yJejWREl

DIIV – The Fountain★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)




DIIV – The Fountain

DIIV en A.G. Cook: dat belooft héél veel voor het nieuwe album

Soms zie je de naam van een producer naast die van een band staan en denk je eerst: hoe gaat dát in hemelsnaam samen? Bij DIIV en A.G. Cook had ik precies dat gevoel. DIIV kennen we van dromerige gitaren, shoegaze, mistige vocalen en muziek die soms klinkt alsof iemand My Bloody Valentine door drie lagen bewolking heeft gehaald. A.G. Cook komt uit een heel andere hoek: elektronische pop, vervormde geluiden en producties waarin de computer niet wordt verstopt, maar juist als instrument wordt gevierd.

En dan hoor je The Fountain.

Ineens begrijp je het.

Want wat een heerlijke combinatie blijkt dit te zijn.

Vanaf de opening hoor je onmiddellijk dat DIIV nog steeds DIIV is. De gitaren zweven, de zang van Zachary Cole Smith lijkt ergens vanachter een dikke laag mist te komen en de hele compositie bezit die melancholische schoonheid die de band zo herkenbaar maakt.

Maar onder die vertrouwde oppervlakte gebeurt iets nieuws.

De productie voelt scherper, moderner en soms bijna onnatuurlijk helder. Kleine elektronische details bewegen tussen de gitaren door. Klanken worden uitgerekt, vervormd en weer terug het arrangement in gestuurd. A.G. Cook probeert DIIV gelukkig niet te veranderen in een hyperpopband. Dat zou ongeveer hetzelfde zijn als een discobal ophangen in een klooster.

Hij doet iets veel slimmers.

Hij vergroot juist uit wat DIIV al interessant maakte.

De gitaren klinken nog ruimtelijker. De stiltes voelen groter. De vervorming krijgt meer detail en de zang lijkt nog verder weg te zweven. Daardoor ontstaat een fascinerende combinatie van organische shoegaze en moderne elektronische productie.

En The Fountain heeft tijd nodig.

Na één luisterbeurt dacht ik: mooi.

Na drie keer: hé, daar gebeurt veel meer.

En vervolgens ga je met een koptelefoon luisteren en ontdek je kleine details die je eerder volledig gemist hebt.

Precies dát soort muziek vind ik interessant.

DIIV behoort sowieso tot die bands waarbij sfeer belangrijker is dan een traditioneel refrein. Verwacht dus geen liedje waarbij je na veertig seconden luidkeels kunt meezingen. The Fountain trekt je eerder langzaam een klankwereld binnen.

En A.G. Cook blijkt daarvoor een verrassend goede gids.

Het interessantste is misschien wel wat deze samenwerking betekent voor het nieuwe album. Als dit nummer representatief is voor de richting waarin DIIV beweegt, dan kunnen we iets bijzonders verwachten. Niet een band die haar shoegazeverleden weggooit, maar eentje die onderzoekt hoeveel verder dat geluid nog kan worden opgerekt.

Dat maakt mij behoorlijk nieuwsgierig.

Want shoegaze beleeft de laatste jaren sowieso een opmerkelijke opleving. Veel nieuwe bands kopiëren echter vooral het geluid van begin jaren negentig. DIIV doet met The Fountain iets veel interessanters: ze kijken vooruit.

De Alternatieve Muziekman zegt: The Fountain is een prachtige nieuwe stap voor DIIV. De melancholie, zwevende gitaren en dromerige zang zijn gebleven, maar dankzij A.G. Cook krijgt het geheel een elektronische glans en extra diepte. Geen producer die zijn eigen stempel er met geweld op drukt, maar iemand die precies begrijpt wat deze band nodig heeft. Hoe vaker je luistert, hoe meer je hoort.

En vooral: als dit de voorbode is van het nieuwe album, dan belooft dat heel wat.

★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)

Cijfer: 9,2/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Albumverwachting: ⭐⭐⭐⭐⭐

Waarschijnlijk geen grote radiohit, maar dat zal DIIV een zorg zijn. The Fountain is veel belangrijker dan dat: het klinkt als het begin van een nieuw hoofdstuk. En met A.G. Cook achter de knoppen zou dat hoofdstuk weleens een heel bijzondere kunnen worden.

https://youtu.be/x28jgDMBh7k?si=H29RbOSvuhPBb4fR

Schub – haven’t found love★★★☆☆ (3 van de 5 sterren)





Schub – haven’t found love.

Niks mis mee, en juist dát is een beetje het probleem

Er zijn slechte nummers waarbij je na dertig seconden al weet dat je ze nooit meer vrijwillig wilt horen. En er zijn nummers die technisch eigenlijk alles goed doen, maar waarbij je na afloop nauwelijks meer weet wat je zojuist hebt gehoord. haven’t found love. van Schub valt voor mij helaas in die tweede categorie.

Het is niet slecht.

Maar bijzonder is het evenmin.

En dat is jammer, want Schub heeft met eerder werk de lat voor zichzelf behoorlijk hoog gelegd. Je weet dus dat er meer in deze singer-songwriter zit dan wat hij hier laat horen.

Vanaf de opening kiest haven’t found love. voor een vertrouwde indiepopaanpak. Rustige gitaren, bescheiden drums en een productie die keurig ruimte laat voor de zang. Alles klinkt netjes en verzorgd. Geen instrument staat verkeerd in de mix en nergens gebeurt iets waarvan je denkt dat de producer even een vrije middag had.

Maar precies daar begint het probleem.

Het klinkt allemaal wel héél normaal.

Schub zingt absoluut niet slecht. Zijn stem is aangenaam en hij weet voldoende emotie in zijn voordracht te leggen. Alleen ontbreekt deze keer dat specifieke karakter waardoor je hem onmiddellijk uit tientallen andere indiepopartiesten zou herkennen.

Zet haven’t found love. ergens halverwege een radioprogramma en waarschijnlijk denk je: "Best een aardig nummer."

Vervolgens komt het nieuws.

Daarna het weer.

En tegen de tijd dat de volgende plaat begint, ben je Schub alweer vergeten.

Dat klinkt misschien hard, maar de hedendaagse indiepopwereld zit simpelweg overvol met artiesten die rustige gitaren combineren met gevoelige zang en teksten over de liefde. Wil je daarbovenuit steken, dan heb je iets extra's nodig.

Een vreemde melodische wending.

Een bijzonder instrument.

Een onverwachte climax.

Een refrein dat zich onmiddellijk in je hoofd vastzet.

Iets.

Bij haven’t found love. blijf ik daarop wachten.

De instrumentatie doet precies wat ze moet doen. De gitaren kabbelen aangenaam voort, de drums tikken keurig mee en de productie houdt alles netjes bij elkaar. Maar nergens wordt het spannend. Zelfs wanneer het nummer iets groter probeert te worden, blijft alles behoorlijk binnen de lijntjes.

En misschien is dat wel het opvallendste: Schub heeft zelf bewezen dat hij die lijntjes helemaal niet nodig heeft.

Daarom voelt deze single vooral als een gemiste kans.

Was dit mijn eerste kennismaking met hem geweest, dan had ik waarschijnlijk gezegd: aardige singer-songwriter, eens kijken wat hij verder gaat doen. Maar omdat eerder werk meer persoonlijkheid en overtuiging liet horen, ligt de verwachting inmiddels hoger.

Dat is natuurlijk ook een compliment.

Alleen helpt het haven’t found love. niet.

De Alternatieve Muziekman zegt: haven’t found love. is een prima indiepopliedje. Schub zingt goed, de gitaren klinken prettig en de productie is verzorgd. Alleen ontbreekt vrijwel alles wat een prima liedje in een bijzonder liedje verandert. Het onderscheidende karakter van zijn sterkere werk hoor ik hier te weinig terug. En als je zelf de lat hoog legt, valt het nu eenmaal extra op wanneer je eronderdoor loopt.

★★★☆☆ (3 van de 5 sterren)

Cijfer: 6,8/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Een gemiddeld indiepopnummer dat prima klinkt wanneer het op de radio voorbijkomt. Maar zodra het afgelopen is, verlang ik vooral naar het eerdere werk van Schub. Hij kan beter. Veel beter.

https://youtu.be/oUTR-Ce0J68?si=wm8w7xUSG_djJ092

Ellie Goulding – Ravers★★½☆☆ (2,5 van de 5 sterren)



Ellie Goulding – Ravers

Helaas te vroeg gejuicht: van warme Ellie naar autotune en olé olé

Een paar dagen geleden was ik nog behoorlijk enthousiast over Ellie Goulding. Met 4 Seasons leek ze eindelijk weer terug te keren naar wat haar ooit zo bijzonder maakte: warmte, melodie en vooral die herkenbare stem zonder een complete elektronische gereedschapskist eroverheen.

Ik schreef bijna: welkom terug, oude Ellie.

Helaas.

Blijkbaar heb ik te vroeg gejuicht.

Want nu is daar Ravers, en ineens zitten we weer midden in een productie waarin elektronische effecten en autotunenadrukkelijk aan de knoppen zitten. Nu ben ik sowieso geen groot liefhebber van autotune wanneer een artiest uitstekend kan zingen. En Ellie Goulding kán zingen. Sterker nog: haar licht hese, breekbare stem was altijd juist een van haar grootste kwaliteiten.

Waarom zou je die dan verstoppen?

Ravers kiest duidelijk voor de dansvloer. De beat is stevig, de synthesizers zijn groot en alles lijkt gemaakt om straks ergens om half twee 's nachts uit enorme luidsprekers te knallen. Op zichzelf is daar natuurlijk helemaal niets mis mee. Goulding heeft in het verleden vaak genoeg bewezen dat haar stem uitstekend samengaat met elektronische muziek.

Maar elektronische muziek hoeft nog geen inhoudsloze muziek te zijn.

En daar begint Ravers mij kwijt te raken.

Dat "olé, olé"-achtige niemendalletje is daar bijna symbolisch voor. Het klinkt alsof iemand tijdens de studiosessie zei: "We missen nog iets wat twintigduizend mensen met hun handen omhoog kunnen roepen."

Nou, vooruit dan.

Olé.

Olé.

Probleem opgelost.

Alleen heb je daarmee nog geen geweldig lied geschreven.

De productie zit technisch prima in elkaar. Er zit energie in, de bas doet wat een bas op een danceplaat moet doen en het geheel zal ongetwijfeld behoorlijk werken op een festival. Maar thuis, zonder rookmachines, lasers en iemand die €4,50 voor een flesje water vraagt, blijft er opvallend weinig over.

En dat vind ik vooral jammer omdat 4 Seasons juist liet horen hoeveel mooier Ellie Goulding kan klinken wanneer haar echte stem centraal staat.

Daar hoorde ik persoonlijkheid.

Hier hoor ik vooral productie.

Misschien ben ik ouderwets, maar als je beschikt over zo'n karakteristieke stem, wil ik Ellie Goulding horen en niet een computer die uitlegt hoe Ellie Goulding ongeveer zou kunnen klinken.

Is Ravers verschrikkelijk?

Nee, daarvoor zit het muzikaal te professioneel in elkaar. De beat werkt en als pure festivaltrack zal het ongetwijfeld zijn publiek vinden.

Maar na het prachtige 4 Seasons voelt dit toch als een behoorlijke stap terug.

De Alternatieve Muziekman zegt: helaas heb ik te vroeg staan juichen. Na de warme, natuurlijke Ellie Goulding van 4 Seasons krijgen we met Ravers weer autotune, elektronische bombast en een nietszeggend olé-olé-moment dat eigenlijk perfect samenvat wat er misgaat: veel effect, weinig inhoud. Misschien leuk om met duizenden mensen op een festival te springen, maar thuis verlang ik vooral naar de échte stem van Ellie.

★★½☆☆ (2,5 van de 5 sterren)

Cijfer: 6,2/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Misschien wordt het juist een hit – de radio en festivals houden van dit soort producties. Maar voor De Alternatieve Muziekman geldt voorlopig vooral: zet 4 Seasons nog maar een keer op. Daar hoorde ik Ellie. Hier hoor ik vooral de machine.

https://youtu.be/EOZUxpuO7Qw?si=0oVUUywvFZkWk5RP


zaterdag 8 augustus 2026

Primal Scream – Star★★★☆☆ (3 van de 5 sterren)




Primal Scream – Star

Best aardig, maar het is muzikaal wel een matige dag zeg

Soms heb je van die dagen waarop de nieuwe releases je bijna vanzelf om de oren vliegen. Het ene geweldige nummer na het andere. En soms heb je een dag waarop je vooral denkt: waar blijft die ene plaat die me wakker schudt? Na Modern Cult komt nu ook Primal Scream met Star, en eerlijk gezegd wordt mijn humeur er niet direct uitbundiger van.

Want ook dit is weer zo'n nummer waarvan je na afloop vooral denkt: ja hoor, prima.

Maar bijzonder?

Niet echt.

Dat voelt misschien wat streng bij een band als Primal Scream, want laten we niet vergeten wat voor indrukwekkende geschiedenis hierachter zit. Bobby Gillespie en zijn mannen hebben in de afgelopen decennia genoeg briljante muziek gemaakt om voor altijd een plek in de alternatieve muziekgeschiedenis te verdienen. Van de baanbrekende mengeling van rock en dance op Screamadelica tot de rauwere rockplaten daarna: deze band heeft zichzelf vaak genoeg opnieuw uitgevonden.

Juist daarom verwacht je iets.

Met Star krijg je vooral iets dat bekend aanvoelt.

De gitaren klinken prima, de groove is degelijk en Gillespie klinkt zoals altijd herkenbaar. Er zit een aangename nonchalance in zijn zang die goed past bij de losse productie. Muzikaal staat het nummer absoluut niet verkeerd in elkaar. Integendeel, er zijn genoeg bands die jaloers zouden zijn op zo'n solide track.

Alleen ontbreekt de vonk.

Het nummer komt op gang, beweegt een paar minuten prettig voort en eindigt vervolgens zonder dat er ergens een moment is waarop je denkt: daarom luister ik naar Primal Scream.

Dat vind ik jammer.

Want de band heeft altijd iets gevaarlijks gehad. Zelfs in hun meest toegankelijke nummers zat meestal een rafelrand. Een vreemde sample, een gruizige gitaar, een onverwachte groove of gewoon een stukje chaos dat ervoor zorgde dat je bleef luisteren.

Hier is alles wel erg netjes.

Het refrein is aardig, maar niet onweerstaanbaar. De gitaren klinken goed, maar nergens echt spannend. En ook de productie doet precies wat je verwacht zonder ergens het risico te nemen om uit de bocht te vliegen.

Misschien werkt Star binnen een volledig album beter. Sommige nummers zijn simpelweg bedoeld als verbindingsstuk tussen twee sterkere momenten. Als losse single blijft het echter wat bleek.

En ja, na een paar middelmatige nieuwe releases achter elkaar begin je vanzelf een beetje cynisch naar de afspeellijst te kijken.

De Alternatieve Muziekman zegt: Star is absoluut geen slecht nummer. Daarvoor is Primal Scream simpelweg te ervaren en te goed. Maar het is ook niet de plaat die deze toch al wat matige muziekdag gaat redden. Een degelijke groove, herkenbare zang en prima gitaren – alleen nergens dat moment waarop de vonk overslaat. Misschien morgen beter.

★★★☆☆ (3 van de 5 sterren)

Cijfer: 7,1/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Prima voor de trouwe Primal Scream-fan, maar voor mij blijft Star vooral hangen in de categorie: aardig, degelijk en helaas snel vergeten.



https://youtu.be/mdAzuETn7Ro?si=RrnoHOnaMdbMV5wT

Modern Cult – Work It Out★★★☆☆ (3 van de 5 sterren)

Modern Cult – Work It Out

Best aardig, maar morgen waarschijnlijk alweer vergeten

Niet ieder nieuw nummer hoeft een openbaring te zijn. Soms verschijnt er gewoon een single waarvan je na afloop denkt: ja, prima. Geen ergernis, geen behoefte om onmiddellijk de stekker uit de versterker te trekken, maar ook geen moment waarop je naar de volumeknop grijpt omdat je iets bijzonders hebt ontdekt. Work It Out van Modern Cult valt voor mij precies in die categorie.

Best aardig.

Maar ook niet veel meer dan dat.

Vanaf het begin klinkt Work It Out verzorgd. De gitaren hebben een aangenaam alternatief randje, de bas doet keurig zijn werk en de drums houden het nummer netjes in beweging. De productie klinkt modern genoeg om niet gedateerd te zijn, maar laat gelukkig ook voldoende ruimte voor echte instrumenten. Daar valt allemaal weinig op aan te merken.

Het probleem is vooral dat er zo weinig is om je echt over op te winden.

Het couplet klinkt prima. Vervolgens voel je het refrein al aankomen en inderdaad: daar is het. Daarna volgt opnieuw een couplet, een kleine versnelling en uiteindelijk nog een keer datzelfde refrein. Alles staat waar het hoort te staan.

Misschien zelfs iets té netjes.

Modern Cult klinkt als een band die duidelijk weet hoe alternatieve gitaarpop moet worden opgebouwd. Alleen lijkt niemand tijdens de opname te hebben geroepen: "Zullen we nu eens iets raars doen?"

En juist zo'n moment had Work It Out goed kunnen gebruiken.

Een vreemde synthesizer. Een onverwachte tempowisseling. Een gitaar die volledig ontspoort. Een refrein dat ineens een andere kant opschiet. Iets waardoor je wakker schrikt.

Dat gebeurt niet.

Ook de zang is degelijk zonder echt karakteristiek te worden. De zanger klinkt prima en past goed binnen het arrangement, maar na afloop moet ik moeite doen om de melodie weer voor de geest te halen. Dat is nooit een heel goed teken wanneer je een single probeert te beoordelen.

Toch wil ik Work It Out ook zeker niet afschrijven. Het nummer luistert gemakkelijk weg en heeft voldoende energie om in een alternatieve playlist prima tussen twee sterkere tracks te functioneren. Vooral de gitaarpartijen geven het geheel een aangename indie-uitstraling.

Misschien werkt het live zelfs beter. Met meer volume, wat zweet en een kleine zaal kan zo'n nummer ineens veel meer karakter krijgen dan op plaat.

Maar op zichzelf?

Dan blijft het voor mij toch vooral hangen op aardig.

En soms is aardig natuurlijk ook gewoon voldoende. Niet iedere single kan de nieuwe How Soon Is Now?There There of Mr. Brightside zijn. Muziek heeft ook nummers nodig die gewoon drie of vier minuten prettig gezelschap zijn.

Alleen verwacht ik niet dat ik over een half jaar plotseling wakker word met Work It Out in mijn hoofd.

De Alternatieve Muziekman zegt: Modern Cult levert met Work It Out een verzorgde en prettig klinkende indiesingle af. Er is weinig mis mee, maar er gebeurt ook te weinig om echt indruk te maken. Goede gitaren, degelijke zang en een keurige productie. Het probleem is alleen dat "keurig" zelden een woord is waarmee je een onvergetelijke plaat beschrijft. Wel aardig dus. Niks bijzonders.

★★★☆☆ (3 van de 5 sterren)

Cijfer: 7,2/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Prima voor een alternatieve playlist en waarschijnlijk leuker in een kleine zaal, maar als single mist Work It Out net dat beetje eigenzinnigheid dat Modern Cult boven de grote indie-middenmoot zou kunnen uittillen.

https://youtu.be/mhvxLrFIqlk?si=NyCDx2MHWEe7j4YX

Blood Red Shoes – Useless Sentiment★★★☆☆ (3 van de 5 sterren)






Degelijk gitaarwerk, maar nét iets te weinig om echt te verrassen

Er zijn bands waarvan je precies weet wat je krijgt. Blood Red Shoes behoort inmiddels tot die categorie. Al bijna twintig jaar maakt het Britse duo een stevige mix van alternatieve rock, grunge en indierock. Verwacht geen ingewikkelde experimenten of onverwachte stijlwisselingen, maar rauwe gitaren, stevige drums en de karakteristieke wisselwerking tussen Steven Ansell en Laura-Mary Carter.

Met Useless Sentiment blijven ze opnieuw trouw aan dat vertrouwde recept.

Is dat erg?

Nee.

Maar heel bijzonder wordt het daardoor ook niet.

Vanaf de eerste seconden vliegen de gitaren je om de oren. De riffs klinken lekker stevig, de drums beuken het nummer vooruit en de productie heeft precies dat ruwe randje dat Blood Red Shoes altijd zo herkenbaar heeft gemaakt. Alles klinkt professioneel en energiek.

Toch bekruipt me tijdens het luisteren voortdurend het gevoel dat ik dit eerder heb gehoord.

Niet letterlijk, maar wel als formule.

Het nummer bouwt op zoals je verwacht, het refrein komt precies op het juiste moment en de gitaren doen precies wat ze moeten doen. Dat is allemaal prima, maar nergens gebeurt iets waardoor je rechtop in je stoel gaat zitten.

En juist dat mis ik.

De zang is degelijk en past uitstekend bij de stevige instrumentatie. Steven Ansell en Laura-Mary Carter vullen elkaar opnieuw goed aan, al krijgen ze deze keer weinig ruimte om echt vocaal te schitteren. De focus ligt duidelijk op de energie van de band en minder op een melodie die je dagenlang blijft achtervolgen.

De productie is zoals altijd uitstekend verzorgd. De gitaren hebben een lekkere bite, de bas klinkt vol en de drums zijn krachtig zonder alles dicht te drukken. Technisch valt er weinig op af te dingen. Blood Red Shoes weet nog steeds precies hoe een stevige alternatieve rocksingle moet klinken.

Alleen...

Ik mis een verrassing.

Een onverwachte brug.

Een refrein dat je niet zag aankomen.

Een gitaarsolo die alles op zijn kop zet.

Of gewoon één muzikaal moment waarop je denkt: ja, dát is waarom ik deze band zo graag hoor.

Dat moment blijft helaas uit.

Betekent dat dat Useless Sentiment een slechte single is?

Absoluut niet.

Sterker nog, het is gewoon een prima nummer dat lekker weg luistert en live ongetwijfeld uitstekend zal werken. Maar vergeleken met de sterkste momenten uit het oeuvre van Blood Red Shoes voelt deze release meer als een degelijke tussenstop dan als een nieuw hoogtepunt.

Misschien is dat ook helemaal niet erg. Niet iedere single hoeft de geschiedenis van een band te veranderen. Soms is een goede rocksong gewoon een goede rocksong.

En dat is precies wat Useless Sentiment is.

De Alternatieve Muziekman zegt: Blood Red Shoes levert opnieuw een solide alternatieve rocksingle af. De gitaren zijn stevig, de productie klinkt goed en de energie spat er regelmatig vanaf. Toch blijft Useless Sentiment voor mij hangen in de categorie "wel aardig, maar niets bijzonders." Een prima nummer voor de fans, maar niet de single die nieuwe luisteraars direct zal overtuigen.

★★★☆☆ (3 van de 5 sterren)

Cijfer: 7,3/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Een degelijke release van een band die haar eigen geluid inmiddels perfect beheerst. Alleen zou een klein beetje meer avontuur de volgende keer geen kwaad kunnen.

https://youtu.be/8oRjfeFLY6U?si=7TeX8u2sIBHwexTy

🏆 MERCURY PRIZE 2026 — DE VOORSPELLING





Op basis van de shortlist én de eerste Britse reacties maakt de De Alternatieve Muziekman een compacte voorspelling . Olivia Dean wordt veel als voor de hand liggende favoriet genoemd, terwijl Florence + The Machine, RAYE, Nia Archives en Dave serieuze concurrenten zijn. 

🏆 MERCURY PRIZE 2026 — DE VOORSPELLING

1. OLIVIA DEAN – The Art of Loving ★★★★★
Kans: 20% — FAVORIET
Mooi, warm, stijlvol en succesvol. Misschien zelfs iets té logisch voor de Mercury Prize, want deze jury heeft er soms plezier in om de favoriet gewoon met lege handen naar huis te sturen. Maar alles klopt. Voorspelling: winnaar.

2. RAYE – THIS MUSIC MAY CONTAIN HOPE. ★★★★★
Kans: 17% — GROTE KANSHEBBER
RAYE maakt geen muziek die keurig binnen de lijntjes kleurt. Soul, pop, jazz en drama worden door elkaar geroerd alsof genre-aanduidingen een administratieve fout zijn. Precies het soort ambitie waar een Mercury-jury gevoelig voor kan zijn.

3. DAVE – The Boy Who Played the Harp ★★★★½
Kans: 15% — GROTE KANSHEBBER
Dave won in 2019 al met Psychodrama. Nog een keer winnen is lastig — alleen PJ Harvey deed dat tot nu toe — maar onmogelijk is het niet. Muzikaal sterk, inhoudelijk zwaar en nooit gemaakt voor bij de barbecue. Gelukkig maar.

4. FLORENCE + THE MACHINE – Everybody Scream ★★★★½
Kans: 13% — MIJN FAVORIET ❤️
Florence Welch doet nog altijd wat Florence Welch het beste kan: zingen alsof het dak eraf moet, terwijl iemand achter haar alvast de kerkklokken luidt. Groot, donker, dramatisch en eigenzinnig. Het is haar vierde Mercury-nominatie. Voor De Alternatieve Muziekman misschien wel de mooiste winnaar.

5. NIA ARCHIVES – Emotional Junglist ★★★★
Kans: 10% — GEVAARLIJKE OUTSIDER
Hier zou de verrassing vandaan kunnen komen. Jungle, elektronica en een donkerder, industrieel geluid. Niet de veilige keuze en daarom juist een heel geloofwaardige Mercury-winnaar. Niet verbaasd kijken als haar naam uit de envelop komt.

6. SUEDE – Antidepressants ★★★★
Kans: 8% — OUTSIDER
Suede won de allereerste Mercury in 1993. Ruim dertig jaar later opnieuw winnen zou bijna te mooi zijn voor het draaiboek. Maar Antidepressants staat hier niet als museumstuk. Brett Anderson is nog lang niet klaar voor de vitrinekast.

7. DOVE ELLIS – Blizzard ★★★½
Kans: 5% — DARK HORSE
De kandidaat waarvan straks iedereen zegt: waar kwam die ineens vandaan? En dat is meestal het moment waarop je bij de Mercury Prize moet opletten. Ook onder muziekliefhebbers krijgt Ellis opvallend enthousiaste reacties. 

8. KOJEY RADICAL – Don't Look Down ★★★½
Kans: 4% — OUTSIDER
Sterk, avontuurlijk en eigenzinnig genoeg om de jury wakker te houden. Alleen staat er dit jaar wel erg veel zwaar geschut naast hem.

**9. JADE – THAT’S SHOWBIZ BABY! ** ★★★½
Kans: 3% — VERRASSING
Wie JADE nog uitsluitend als voormalig Little Mix-lid ziet, heeft niet goed opgelet. Een overwinning zou de heerlijke Mercury-boodschap zijn: pop mag óók kunst zijn.

10. KNATS – A Great Day In Newcastle ★★★½
Kans: 2% — DONKER PAARD
Jazz uit Newcastle en de prijs wordt ook nog eens in Newcastle uitgereikt. Dat schrijft zichzelf bijna. Muzikaal interessant, maar winst zou een enorme verrassing zijn.

11. PAUL McCARTNEY – The Boys of Dungeon Lane ★★★
Kans: 2% — DE LEGENDE
84 jaar, Beatles, halve popgeschiedenis op zijn cv — en nu pas zijn eerste Mercury-nominatie. Mooi verhaal, maar de Mercury is normaal gesproken geen oeuvreprijs. Paul hoeft thuis vermoedelijk ook geen extra beeldje om zich geslaagd te voelen.

12. WAR CHILD RECORDS – HELP(2) ★★★½
Kans: 1% — SYMPATHIEKE BUITENSTAANDER
Een bijzonder project en terecht op de lijst. Maar een verzamelalbum als winnaar? Dat zou zelfs voor de Mercury-jury een behoorlijk dwarse keuze zijn.

🔴 DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN VOORSPELT

Winnaar: 🥇 Olivia Dean
Grootste concurrent: 🥈 RAYE
Kan zomaar winnen: 🥉 Dave
Mijn muzikale voorkeur: ❤️ Florence + The Machine
Gevaarlijkste outsider: ⚡ Nia Archives
Grootste verrassing: 🌑 Dove Ellis

En juist daarom blijft de Mercury Prize leuk: je kunt twaalf albums analyseren, recensies lezen en percentages uitdelen, waarna een stel juryleden doodleuk nummer zeven kiest. De winnaar wordt op 22 oktober in Newcastlebekendgemaakt. 

vrijdag 7 augustus 2026

Record of the Week – Alex Warren – RESCUER★★★★☆ (4 van de 5 sterren)





Record of the Week – Alex Warren – RESCUER

Een kwetsbare kant van Alex Warren, maar niet zijn allersterkste single

Soms lijkt het alsof Alex Warren een abonnement heeft op de Nederlandse radio. Zodra hij een nieuwe single uitbrengt, duurt het meestal niet lang voordat Qmusic, 3FM, Radio 538 of Radio 10 hem oppikken. Dat heeft niet alleen met de kwaliteit van zijn muziek te maken, maar ook met zijn enorme gunfactor. Alex is een artiest die mensen graag zien slagen. Zijn persoonlijke verhaal, zijn openheid en zijn oprechte uitstraling maken hem sympathiek. Dat hoor je ook terug in RESCUER.

Na een reeks grotere en meeslependere popsingles kiest Warren deze keer voor een veel rustiger geluid. Vanaf de eerste seconden hoor je een folkachtige gitaarintro, waarna zijn herkenbare stem langzaam het nummer binnenleidt. De productie blijft lang klein. Geen grote beats of elektronische effecten, maar ruimte voor emotie en kwetsbaarheid.

Dat past uitstekend bij de inhoud van het nummer.

Tijdens zijn Finding Family on the Road Tour groeide RESCUER al uit tot een van de meest emotionele momenten van de show. Live schijnt het nummer veel los te maken bij zijn publiek. Dat begrijp ik wel. Warren zingt oprecht en laat opnieuw horen dat hij kwetsbaarheid niet uit de weg gaat.

Zijn stem blijft zijn grootste wapen. Hij zingt niet perfect in de technische zin van het woord, maar wel met overtuiging. Je gelooft wat hij zingt. Dat is tegenwoordig misschien wel belangrijker dan een foutloze vocale prestatie.

Toch blijf ik een beetje met gemengde gevoelens achter.

De opbouw is verzorgd, de productie klinkt warm en de melodie is aangenaam, maar nergens krijg ik het gevoel dat RESCUER echt boven zichzelf uitstijgt. Er ontbreekt een refrein dat je na afloop direct blijft neuriën. Ook de climax voelt iets te voorzichtig. Daardoor mist het nummer voor mij net die emotionele explosie die zijn beste werk wél heeft.

Is dat erg?

Nee.

Want niet iedere single hoeft een meesterwerk te zijn.

RESCUER laat vooral zien dat Alex Warren zich niet laat opjagen door trends. Hij kiest voor een eerlijke, akoestische benadering en blijft dicht bij zichzelf. Dat verdient waardering.

En dan de vraag die veel mensen zullen stellen: wordt dit een hit?

Eerlijk gezegd weet ik het niet.

Normaal gesproken zou ik zeggen dat dit daarvoor nét iets te ingetogen is. Maar Alex Warren heeft inmiddels zo'n enorme gunfactor opgebouwd, zeker bij de Nederlandse radiozenders, dat je niets meer kunt uitsluiten. Zijn naam alleen al zorgt ervoor dat nieuwe singles veel aandacht krijgen. Dat kan zomaar voldoende zijn om ook RESCUER weer hoog in de hitlijsten te krijgen.

De Alternatieve Muziekman zegt: RESCUER is misschien niet de meest indrukwekkende single uit het oeuvre van Alex Warren, maar wel een eerlijke en warme song waarin zijn kwetsbaarheid opnieuw centraal staat. De folkachtige opening en zijn oprechte zang maken indruk, al mis ik persoonlijk een onvergetelijk refrein. Toch krijgt deze single de titel Record of the Week, omdat Alex Warren opnieuw laat zien waarom hij momenteel zo geliefd is bij een breed publiek. Soms is gevoel belangrijker dan perfectie.

★★★★☆ (4 van de 5 sterren)

Cijfer: 7,0/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆


Geen absolute topklassieker, maar wel een sympathieke en oprechte single die dankzij Alex Warrens populariteit zomaar weer eens een grote radiohit kan worden. Zijn gunfactor is momenteel misschien wel zijn sterkste instrument.


https://youtu.be/v4Vw4Ffo06s?si=oRcDRNmj12Q9SGIA

INDIE TOP 20 VRIJDAG 7 AUGUSTUS



1.1 BECK - In The Night 

 2.3 THOMAS AZIER - Room Of Love

 3.2 EDITORS - Rush

4.6 PETER GABRIEL -I Belong To The Sky(Dark-Side Mix )

5.7  BRANDON FLOWERS - Paradise 

6.8 THE TEMPER TRAP -Runaway

7.9 JOHNNY MARR - Ophellia

.10 HOWARD JONES - Stand Up

 9.4 KINGFISHR- The Sun Will Never Settle 

10.5 INTERPOL- Iron City

11.-- THE SLOW COUNTRY - Firing Line 

12.14  WHEN  IN ROME - Human Nature

13.15 ECHO &THE BUNNYMEN - Brussels Is Haunted


14.16  LADYTRON - In Blood

15.17    EELS - All Forgotten 

16.18 SHEARWATER FT. LAURIE ANDERSON -You And Your Dog

17.11YELLO- Around The Sun

18.13TAMINO -Raven


19.--CAIN GANG OF 1974 - Tired To Shine 

20.12 TAME IMPALA-Hummer 


The Slow Country – Firing Line★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)



The Slow Country – Firing Line

Slacker-folk? Volgens mij hebben ze zelf niet goed geluisterd

Soms geeft een band zichzelf een genreomschrijving waar je na het beluisteren van het nummer vooral vraagtekens bij zet. The Slow Country noemt zijn muziek slacker-folk. Slacker laat zich niet geweldig vertalen, maar met luilak komen we een aardig eind. Verwacht je vervolgens een stel muzikanten dat onderuitgezakt op een bank wat akoestische gitaren beroert, dan kom je bij Firing Line behoorlijk bedrogen uit.

Want lui is dit nummer allerminst.

Sterker nog: Firing Line heeft een heerlijke drive.

De zang is inderdaad enigszins lijzig. Alsof de zanger net wakker is geworden en eerst nog moet besluiten of hij vandaag überhaupt uit bed komt. Maar daar houdt het slacker-gedeelte eigenlijk wel op. Achter die zang staat namelijk een band die opvallend energiek klinkt.

De ritmesectie duwt het nummer voortdurend vooruit, de gitaren hebben een lekker scherp randje en naarmate Firing Linevordert, wordt de productie steeds voller. Het is geen muziek die op de bank blijft liggen. Deze luilak heeft zijn jas al aan en staat buiten voordat jij je schoenen hebt gevonden.

En dan die term folk.

Ook daar moest ik even naar zoeken.

Een van de bandleden speelt viool. Misschien was dat tijdens de genrevergadering voldoende om het woord folk op het formulier te zetten. Natuurlijk zitten er organische elementen in de muziek, maar persoonlijk hoor ik veel meer new wave en indierock.

En dat bedoel ik als compliment.

Er zit iets hoekigs in de gitaren en iets licht nerveus in het ritme. De combinatie met die nonchalante zang werkt verrassend goed. Juist doordat de stem ontspannen blijft terwijl de band erachter steeds meer energie produceert, ontstaat spanning.

Het sterkste bewaart The Slow Country bovendien voor het einde.

Daar trekt Firing Line ineens nog een blik energie open en verschijnt een opzwepende gitaarsolo. Geen ellenlange demonstratie van technische vaardigheden, maar precies de juiste hoeveelheid gitaargeweld om het nummer een geweldige finale te geven.

Daar zit ik dan met mijn slacker-folk.

Het mooie is dat Firing Line na meerdere luisterbeurten alleen maar leuker wordt. Eerst valt de zang op. Daarna het ritme. Vervolgens hoor je steeds beter hoe slim de gitaren door het arrangement bewegen. En uiteindelijk zit je gewoon op die finale te wachten.

Het is misschien nog te vroeg om The Slow Country onmiddellijk tot de volgende grote indieband uit te roepen. Eén zwaluw maakt tenslotte nog geen zomer en één viool blijkbaar ook nog geen folkband.

Maar mijn nieuwsgierigheid is gewekt.

De Alternatieve Muziekman zegt: vergeet voor het gemak even die omschrijving slacker-folkFiring Line klinkt veel energieker, scherper en spannender dan dat etiket doet vermoeden. Ik hoor vooral een aantrekkelijke combinatie van indie en new wave, met een lijzige zang die juist mooi contrasteert met de levendige productie. En die opzwepende gitaarsolo aan het einde maakt het helemaal af. Een mooi nummer van een band die ik vanaf nu zeker in de gaten ga houden.

★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)

Cijfer: 9,1/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆

The Slow Country meldt zich met Firing Line nadrukkelijk aan de voordeur van De Alternatieve Muziekman. Binnenkomen mag. De viool ook.

https://youtu.be/8qd7S8bknF4?si=DUr5_ysJ_PF9g4-Q


Albumrecensie – Shearwater – The New World★★★★★ (5 van de 5 sterren)



Albumrecensie – Shearwater – The New World

Een album dat je niet begrijpt in één week... en misschien zelfs niet in één maand

Soms weet je na één luisterbeurt precies wat je van een album vindt. Een paar sterke singles, een paar opvullers en klaar. The New World van Shearwater is het tegenovergestelde. Dit is een album dat zich niet laat beoordelen na één avond luisteren. Sterker nog, ik heb expres een week gewacht voordat ik deze recensie schreef. Niet omdat ik twijfelde aan de kwaliteit, maar omdat ik simpelweg het gevoel had dat ik nog niet alles had gehoord.

En eerlijk gezegd denk ik dat ik over een maand nóg nieuwe dingen ontdek.

Dat is misschien wel het grootste compliment dat je een album kunt geven.

Jonathan Meiburg en zijn band hebben met The New World een plaat gemaakt die geduld vraagt. Geen album dat zich meteen volledig blootgeeft, maar een werk dat langzaam openbloeit. Iedere luisterbeurt onthult nieuwe details: een verborgen pianolijn, een subtiele gitaarpartij, een blazersarrangement dat je eerder volledig was ontgaan of een achtergrondkoor dat ineens een compleet andere emotionele lading geeft.

Dat zijn de albums die blijven.

Vanaf de eerste noten hoor je dat Shearwater geen concessies doet. De arrangementen zijn rijk, organisch en filmisch. Akoestische gitaren, sfeervolle toetsen, subtiele elektronica, strijkers en blazers vormen samen een indrukwekkend geluidslandschap. Toch klinkt nergens iets overvol. Alles heeft een functie. Alles ademt.

Tijdens het luisteren dwaalden mijn gedachten regelmatig af naar Talk Talk, en dan vooral naar de verstilde schoonheid van Spirit of Eden. Niet omdat Shearwater dat meesterwerk probeert te kopiëren, maar omdat dezelfde filosofie hoorbaar is. Stilte is hier net zo belangrijk als geluid. Muziek krijgt de ruimte om langzaam te groeien.

Daarnaast hoor ik ook echo's van Peter Gabriel. Niet de hitmachine van de jaren tachtig, maar de avontuurlijke Gabriel die sfeer boven commercie plaatste. De rijke producties, de warme percussie en de emotionele gelaagdheid doen regelmatig aan zijn beste werk denken.

En dan is er nog een naam die steeds door mijn hoofd bleef spoken: The Blue Nile.

Niet letterlijk qua sound, maar in de manier waarop emoties langzaam worden opgebouwd. Net als The Blue Nile durft Shearwater stiltes te laten vallen en melodieën alle tijd te geven. Daardoor ontstaat een sfeer die je niet alleen hoort, maar bijna voelt.

Wat dit album bovendien bijzonder maakt, is de voortdurende aanwezigheid van de natuur. Alsof wind, water, vogels en uitgestrekte landschappen onzichtbaar deel uitmaken van de muziek. De composities ademen ruimte. Je waant je eerder in een bos of aan een verlaten kustlijn dan in een opnamestudio. Dat organische karakter maakt The New World uniek.

Jonathan Meiburg zingt opnieuw fenomenaal. Zijn stem heeft iets troostends, maar ook iets mysterieus. Hij vertelt geen verhalen; hij neemt je mee een wereld in waarin je zelf betekenis mag geven aan wat je hoort.

Dit is geen verzameling losse liedjes.

Dit is één groot geheel.

Een album dat vraagt om van begin tot eind beluisterd te worden.

De Alternatieve Muziekman zegt: The New World is zonder twijfel één van de beste albums die Shearwater ooit heeft gemaakt. De invloeden van Talk TalkPeter Gabriel en een vleugje The Blue Nile zijn hoorbaar, maar Jonathan Meiburg creëert vooral een volledig eigen universum waarin natuur, stilte en emotie samenkomen. Ik heb bewust een week gewacht met deze recensie, omdat ik wist dat dit geen plaat is die je in één keer begrijpt. Nu weet ik één ding zeker: dit album hoort zonder discussie thuis in mijn Top 10 Albums van het Jaar. En ik sluit niet uit dat het uiteindelijk nog veel hoger eindigt.

★★★★★ (5 van de 5 sterren)

Cijfer: 9,9/10

Albumwaardering: ⭐⭐⭐⭐⭐

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Dit is geen album voor vluchtige luisteraars. Dit is een album om in te verdwijnen, om steeds opnieuw te ontdekken en om over tien jaar nog steeds nieuwe details in te vinden. Een modern meesterwerk van een band die misschien  haar absolute hoogtepunt heeft bereikt.


https://www.youtube.com/watch?v=iqfqt1XYuds