RECENSIE: Mumford & Sons – The Banjo Song
Er zijn instrumenten die je serieus neemt.
En er is de banjo.
Een instrument dat klinkt alsof het altijd net iets te vrolijk is voor de situatie. Alsof iemand op een begrafenis binnenkomt met een glimlach en zegt: “Kop op jongens, het leven gaat door.”
En toch.
Niemand gebruikt dat instrument zo effectief als Mumford & Sons.
The Banjo Song is precies wat de titel belooft. Geen ironie. Geen metafoor. Gewoon een banjo. Centraal. Dominant. Onbeschaamd aanwezig. Alsof de band na jaren experimenteren met volwassenheid heeft besloten: weet je wat, we gaan gewoon weer rennen.
Het begint klein. Voorzichtig. Marcus Mumford zingt alsof hij zichzelf nog moet overtuigen dat hij hier echt weer staat. Zijn stem heeft inmiddels meer scheuren. Meer leven. Minder jeugd. En dat maakt het beter.
Want wanneer de banjo uiteindelijk binnenvalt, voelt het niet als een trucje.
Het voelt als thuiskomen.
En ja, het bouwt weer op zoals alleen Mumford & Sons dat kunnen. Steeds een laag erbij. Steeds iets meer urgentie. Totdat alles tegelijk gebeurt en je even vergeet dat dit exact dezelfde formule is als vijftien jaar geleden.
Dat is hun grootste talent.
Ze herhalen zichzelf zonder dat je boos wordt.
Omdat ze het menen.
Er zit een moment in het laatste deel waar de muziek bijna uit elkaar valt van emotie. Niet perfect. Niet strak. Maar levend.
En dat hoor je.
Dit is geen band die hip wil zijn.
Dit is een band die wil voelen.
En dat is tegenwoordig bijna revolutionair.
Beoordeling: ★★★★☆
Cijfer: 8,4
Hitpotentie: 8,3
Niet vernieuwend.
Wel onweerstaanbaar.
Zoals een banjo die je eigenlijk zat was, maar toch mist.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten