Veertig jaar oud.
Normaal gesproken zit zo’n nummer dan ergens in de koelkast tussen “nostalgie” en “oh ja, die ook nog”. Maar Howard Jones stapt in 2025 doodleuk het podium van Jimmy Kimmel op en denkt: weet je wat, we doen ’m gewoon alsof het gisteren een hit was.
En het irritante is: het werkt nog steeds.
Vanaf die eerste synthakkoorden zit je weer in 1985. Schoudervullingen, kapsels met volume, optimisme alsof de wereld nog te repareren viel. Maar live klinkt het verrassend fris. Niet als een stoffige jukebox, meer als een opgepoetste klassieker. De band speelt strak, de synths zijn helder en Jones zelf? Die zingt het nog steeds alsof hij het meent.
Geen ironie. Geen knipoog. Gewoon volle bak positiviteit.
En dat is misschien nog wel het meest opvallende: dit nummer schaamt zich niet voor hoop. In 2025 is cynisme de standaard, maar Howard Jones komt vrolijk binnen met: things can only get better. Alsof hij persoonlijk de groepsapp komt redden. Je zou er bijna allergisch voor worden — ware het niet dat het gewoon een ijzersterk lied is.
Zijn stem houdt zich knap. Iets rijper, iets minder elastisch, maar nog steeds overtuigend. Geen karaoke-gevoel. Dit is geen “weet je nog”-optreden, dit is gewoon een vakman die z’n eigen klassieker speelt.
Is het vernieuwend? Nee.
Is het nodig? Misschien ook niet.
Is het heerlijk om te zien dat sommige nummers gewoon blijven werken? Absoluut.
Sommige liedjes verouderen. Deze niet. Deze blijft gewoon staan als een goed gebouw.
Cijfer: 8,3
Sterren: ★★★★☆
Hitpotentie: 7,9
Veertig jaar later nog steeds optimistisch. Eigenlijk ongelooflijk. Maar soms heeft Howard Jones gewoon gelijk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten