zaterdag 12 september 2026

RY X – Holy Water★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren



RY X – Holy Water

De kunst van bijna alles weglaten. En dan ontdekken dat er juist méér overblijft

Sommige artiesten bouwen een nummer op door er steeds iets aan toe te voegen.

Gitaar erbij.

Synthesizer erbij.

Strijkers.

Drums.

Achtergrondkoortje.

En voordat je het weet staat er muzikaal een complete IKEA-woonkamer waar je eigenlijk alleen een stoel nodig had.

RY X doet precies het tegenovergestelde.

Bij Holy Water lijkt hij zich voortdurend af te vragen:

kan dit ook weg?

En daarna:

en dit misschien ook?

Tot er bijna niets meer overblijft.

En verdomd.

Wat is dat mooi.

De Australische singer-songwriter Ry Cuming, beter bekend als RY X, heeft natuurlijk al vaker bewezen dat stilte bij hem bijna net zo belangrijk is als geluid. Zijn muziek bevindt zich ergens tussen ambient, elektronica, indie en uiterst minimalistische singer-songwriterkunst.

Maar Holy Water trekt dat idee prachtig door.

Stilte is hier gewoon een instrument

Vanaf het begin gebeurt er nauwelijks iets.

Althans, dat denk je.

Want juist wanneer je goed luistert, merk je hoeveel kleine details er aanwezig zijn. Een subtiele elektronische klank. Een ademhaling. Een minimale verschuiving in de achtergrond. En natuurlijk die hoge, breekbare stem van RY X.

Alles heeft ruimte.

En daar zit voor mij de kracht.

Veel muziek probeert je aandacht te krijgen door harder te worden.

Holy Water doet het door zachter te worden.

Je moet er bijna naartoe bewegen.

Koptelefoon op.

Volume nét iets hoger.

De rest even weg.

Dan begint het nummer pas werkelijk te leven.

En ineens hoor ik waarom minimalisme zo moeilijk is.

Iedereen kan weinig instrumenten gebruiken.

Maar weinig instrumenten gebruiken en tóch spanning creëren?

Dat is kunst.

Bijna niets, maar wel gevoel

RY X balanceert hier gevaarlijk dicht tegen de grens aan waarop een nummer té kaal zou kunnen worden.

Nog één element eruit en misschien blijft alleen de elektriciteitsrekening van de studio over.

Maar hij stopt precies op tijd.

De stem draagt de emotie. De elektronica tekent wat schaduwen eromheen. En alles wat normaal gesproken een liedje groter zou moeten maken, wordt bewust klein gehouden.

Daardoor voelt Holy Water bijna intiemer dan een fluistering.

Ik moet bij dit soort muziek onvermijdelijk denken aan Sigur RósBon Iver en soms zelfs de verstilde kant van The National. Niet omdat RY X hetzelfde klinkt, maar omdat ook daar wordt begrepen dat emotie niet altijd harder wordt wanneer je het volume opendraait.

Soms is één kleine klank voldoende.

Geen achtergrondmuziek

Er zit wel een voorwaarde aan.

Holy Water werkt niet wanneer je ondertussen de vaatwasser staat uit te ruimen, drie WhatsApps beantwoordt en probeert te bedenken wat je vanavond gaat eten.

Dan gebeurt er inderdaad bijna niets.

Je moet luisteren.

En dat vind ik eigenlijk heerlijk.

Niet ieder nieuw nummer hoeft binnen vijftien seconden met een refrein te zwaaien omdat het bang is dat Spotify anders wordt doorgeskipt.

RY X heeft daar duidelijk maling aan.

Hij neemt de tijd.

Laat stiltes bestaan.

En vertrouwt erop dat wij zelf wel dichterbij komen.

De Alternatieve Muziekman zegt

Holy Water bewijst opnieuw dat muziek niet vol hoeft te zitten om vol te voelen.

Dat klinkt bijna tegenstrijdig.

Maar zo ervaar ik dit nummer.

RY X haalt weg.

Nog iets weg.

En nóg iets.

Tot alleen de essentie overblijft.

Stem.

Sfeer.

Ruimte.

Emotie.

Meer heeft hij blijkbaar niet nodig.

En misschien is dát wel het moeilijkste wat je als muzikant kunt doen.

Want achter een muur van geluid kun je nog iets verstoppen.

In stilte hoor je alles.

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren
Cijfer: 9,2/10

Stem: ⭐⭐⭐⭐⭐
Minimalisme: ⭐⭐⭐⭐⭐+
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Elektronica: ⭐⭐⭐⭐½
Kwetsbaarheid: ⭐⭐⭐⭐⭐
Stilte: ⭐⭐⭐⭐⭐
Melancholie: ⭐⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½
Hitpotentie: ⭐⭐½☆☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴½

Holy Water is de kunst van bijna alles weglaten. Geen muzikale leegte, maar ruimte. En RY X laat horen dat één ademhaling soms harder kan binnenkomen dan twintig gitaren.

https://youtu.be/lcsemGJ-Fm8?si=bCyRJwp3M5eYxf1a

Hooverphonic – Second Life (feat. Jasper Erkens)★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren




Hooverphonic – Second Life (feat. Jasper Erkens)

Typisch Hooverphonic en tóch verrassend. Dat klinkt tegenstrijdig. Tot je ‘Second Life’ hoort.

Hooverphonic komt samen met Jasper Erkens behoorlijk onverwacht uit de hoek.

En tegelijkertijd denk ik binnen een halve minuut:

ja hoor, dit is Hooverphonic.

Dat klinkt paradoxaal, hè?

Toch is dat precies wat Second Life zo interessant maakt.

Hooverphonic heeft inmiddels zo'n herkenbare muzikale handtekening dat je nauwelijks een naam bij een nummer nodig hebt. Die filmische productie. De melancholie. Elektronica die nooit goedkoop klinkt. En altijd dat gevoel alsof ieder instrument eerst netjes toestemming heeft gevraagd voordat het de studio binnen mocht.

Maar bij Second Life gebeurt er iets anders.

Er zit meer beweging in.

Meer speelsheid.

Misschien zelfs een klein beetje onrust.

En daar komt Jasper Erkens om de hoek kijken.

Geen gastzanger voor de sier

Dat vind ik meteen een van de sterkste kanten van het nummer.

Erkens voelt niet als iemand die is toegevoegd omdat tegenwoordig achter iedere titel feat. moet staan.

Hij voegt daadwerkelijk iets toe.

Zijn stem geeft Second Life een andere kleur en zorgt voor een spannend contrast met die bekende Hooverphonic-wereld. Het nummer blijft stijlvol en sfeervol, maar krijgt tegelijkertijd een fris randje.

Alsof je in een vertrouwde woonkamer komt en iemand ondertussen alle meubels twintig centimeter heeft verschoven.

Je kent de kamer.

Maar je loopt toch bijna tegen de tafel.

Precies genoeg verandering dus.

En muzikaal zit het opnieuw uitstekend in elkaar.

Hooverphonic begrijpt als weinig andere bands hoe belangrijk ruimte is. Niet ieder gaatje hoeft dichtgeplamuurd te worden met een synthesizer, strijker, koortje en iemand die op de achtergrond nog enthousiast een tamboerijn heeft gevonden.

Soms is wat je niet speelt minstens zo belangrijk.

Dat hoor je hier.

Filmisch zonder James Bond te spelen

Hooverphonic heeft natuurlijk altijd iets filmisch gehad.

Bij sommige nummers zie je bijna vanzelf de aftiteling van een film voorbijkomen.

Ook Second Life heeft die kwaliteit.

Donkere elektronica.

Een mooie bas.

Subtiele details.

Stemmen die door de productie bewegen in plaats van erbovenop geplakt te worden.

Maar gelukkig probeert het nummer niet overdreven dramatisch te worden.

Geen:

KIJK EENS HOE FILMISCH WIJ ZIJN!

Daar is Hooverphonic veel te ervaren voor.

Het zit juist in kleine dingen.

Een klank die ineens verschijnt.

Een ritme dat nét anders loopt dan je verwacht.

Een vocale passage van Erkens die het nummer een andere richting geeft.

En daardoor groeit Second Life.

De eerste keer vind ik hem goed.

De tweede keer hoor ik meer.

Bij de derde luisterbeurt denk ik:

verdomd, dit zit slim in elkaar.

Een tweede leven zonder zichzelf opnieuw uit te vinden

De titel Second Life is eigenlijk toepasselijk.

Want dit klinkt als een band die zichzelf niet volledig opnieuw probeert uit te vinden, maar wél onderzoekt wat er nog mogelijk is binnen zijn eigen geluid.

Dat vind ik veel interessanter.

Hooverphonic hoeft van mij helemaal geen hyperpopalbum te maken, de gitaren door distortion te halen en volgende week ineens als Belgische Fontaines D.C. terug te keren.

Laat Hooverphonic vooral Hooverphonic blijven.

Maar schuif af en toe die meubels.

Laat iemand als Jasper Erkens binnen.

Probeer iets.

En kijk wat er gebeurt.

Hier gebeurt genoeg.

De Alternatieve Muziekman zegt

Second Life is precies het soort verrassing waar ik van houd.

Niet een nummer waarbij een artiest roept dat alles totaal anders is en je vervolgens de oorspronkelijke band nergens meer kunt vinden.

Maar een liedje waarbij je denkt:

hé, wat gebeurt hier?

En vijf seconden later:

natuurlijk, Hooverphonic.

Dat is knap.

De typische sfeer blijft overeind, maar Jasper Erkens geeft het geheel nét voldoende extra spanning en frisheid.

Geen revolutie.

Wel ontwikkeling.

En uiteindelijk is dat misschien veel moeilijker.

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

Cijfer: 9,0/10

Hooverphonic-sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Jasper Erkens: ⭐⭐⭐⭐½
Productie: ⭐⭐⭐⭐⭐
Elektronica: ⭐⭐⭐⭐½
Filmische factor: ⭐⭐⭐⭐⭐
Verrassing: ⭐⭐⭐⭐½
Melancholie: ⭐⭐⭐⭐½
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴½

Second Life klinkt vertrouwd en nieuw tegelijk. Paradoxaal? Zeker. Maar Hooverphonic bewijst hier dat je voor een tweede leven niet eerst je eerste hoeft weg te gooien. Jasper Erkens zet alleen een paar meubels anders — en ineens ziet de hele kamer er weer fris uit.

https://www.youtube.com/watch?v=ZkfqGflIAqs

ALBUM VAN DE WEEK Bloc Party – Anatomy Of A Brief Romance★★★½☆ – 3,5 van de 5 sterren




Bloc Party – Anatomy Of A Brief Romance

Trevor Horn geeft Bloc Party prachtige synthesizers. Alleen heeft hij onderweg ook een deel van het rauwe randje weggepoetst

Ik heb een zwak voor Bloc Party.

Dat helpt.

Maar het maakt een recensie ook lastiger, want Anatomy Of A Brief Romance is zo'n album waarbij ik voortdurend twee gedachten tegelijk heb:

wat klinkt dit mooi.

En:

waar is dat rauwe Bloc Party gebleven?

Het zevende studioalbum is geproduceerd door Trevor Horn. En ja, dat hoor je. De man die al decennialang weet hoe je synthesizers groot, warm en glanzend laat klinken, heeft Bloc Party een behoorlijk luxe nieuwe jas aangetrokken.

En laat ik eerlijk zijn:

die jas vind ik mooi.

Voor iemand met mijn zwak voor synthpop is er genoeg te genieten. De elektronica krijgt veel meer ruimte en nummers als Coming On StrongLove BombsNow We Can't Be Friends en vooral Pigwig laten horen dat Bloc Party nog steeds uitstekende melodieën kan schrijven.

Ook Lagoon Blue werkt binnen het album beter dan ik vooraf had verwacht. Het oorspronkelijke Blue uit 2023 is opnieuw vormgegeven en past hier prachtig tussen de rest.

Horn geeft de muziek kleur en ruimte.

Maar hij geeft Bloc Party misschien ook iets te veel zeep.

Waar is het schuurpapier?

Want zet voor de grap daarna eens Silent Alarm op.

Auw.

Daar zitten gitaren die klinken alsof ze ieder moment ruzie kunnen krijgen met de drummer.

Daar zit spanning.

Onrust.

Jeugdige nervositeit.

Bloc Party kon ooit klinken alsof de complete band tegelijkertijd van de trap viel en beneden tóch precies op de maat terechtkwam.

Dat gevoel mis ik hier.

Niet overal, maar wel te vaak.

Anatomy Of A Brief Romance is prachtig geproduceerd. Misschien zelfs té prachtig.

De synthesizers glanzen. De stem van Kele Okereke staat mooi in de mix. De gitaren weten keurig waar ze moeten staan.

Maar Bloc Party hoeft van mij helemaal niet altijd keurig te staan.

Ik wil af en toe dat ze omvallen.

Dat is het vreemde aan deze plaat. Juist de dingen die ik normaal geweldig vind — synthesizers, Trevor Horn, een ruimtelijke productie — zorgen ervoor dat ik ook iets mis.

Toch vind ik hem mooi

En daar komt mijn dilemma.

Want dit is absoluut geen slecht Bloc Party-album.

Sterker nog: op verschillende momenten zit ik gewoon heerlijk te luisteren.

Het album volgt het verloop van een korte relatie: aantrekkingskracht, verliefdheid, barsten en uiteindelijk het einde. Daardoor werkt de wat meer romantische en elektronische productie inhoudelijk eigenlijk uitstekend.

Kele klinkt bovendien sterk.

En Pigwig blijft voor mij een van de hoogtepunten. Daar hoor ik meer van die Britse gitaarenergie waarvoor ik ooit voor Bloc Party viel.

Maar over het hele album mis ik gevaar.

Trevor Horn heeft de ramen prachtig gewassen.

Alleen hield ik blijkbaar ook een beetje van het vuil op het glas.

De Alternatieve Muziekman zegt

Anatomy Of A Brief Romance is voor mij een 7/10.

En dat is geen teleurstellende zeven.

Het is een ingewikkelde zeven.

Ik bewonder de productie.

Ik geniet van de synthesizers.

Ik hoor sterke nummers.

Ik vind het zelfs een mooi album.

Maar ik mis de Bloc Party die kon schuren, rammelen en onverwacht uit de bocht vliegen.

Misschien wil ik iets onmogelijks: de synthesizers van Trevor Horn én de rauwheid van het jonge Bloc Party.

Geef mij die combinatie en we praten over een 9.

Nu blijft het bij:

★★★½☆ – 3,5 van de 5 sterren

Cijfer: 7/10

Trevor Horn: ⭐⭐⭐⭐½
Synthesizers: ⭐⭐⭐⭐⭐
Kele Okereke: ⭐⭐⭐⭐½
Melodieën: ⭐⭐⭐⭐☆
Gitaren: ⭐⭐⭐½☆
Rauwheid: ⭐⭐½☆☆
Productie: ⭐⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐☆
Hoogtepunt: Pigwig
Grootste gemis: het schuurpapier

Anatomy Of A Brief Romance klinkt soms fantastisch mooi. En precies dát is mijn probleem. Bloc Party mag van mij af en toe ook gewoon lelijk zijn. Trevor Horn bracht de synthesizers mee, maar ergens onderweg is een deel van het rauwe randje achtergebleven. Jammer. Want die nieuwe jas staat ze wél verdomd goed.

https://www.youtube.com/watch?v=O-ReSjp9J6k

vrijdag 11 september 2026

INDIE TOP 20 VRIJDAG 11 SEPTEMBER 2026


 

RECORD OF THE WEEK The War On Drugs – Who’s That★★★★★ – 5 van de 5 sterren




RECORD OF THE WEEK

The War On Drugs – Who’s That

Mijn verstand zegt Douwe Bob. Mijn hart zegt The War On Drugs. En uiteindelijk bepaalt mijn hart hier de hitlijst.

Soms is Record of the Week kiezen heel eenvoudig.

Je hoort een nummer. Je denkt: klaar. Geen vergadering nodig, geen VAR, geen hertelling.

Deze week was het ingewikkelder.

Want als ik verstandig zou kiezen, had Douwe Bob – Note To Self misschien wel de beste papieren. Het nummer is toegankelijk, radiovriendelijk en heeft behoorlijk wat hitpotentie. Die Danny Vera-achtige Amerikaanse sound kan een groot publiek bereiken.

Alleen heb ik één probleem.

Ik ben De Alternatieve Muziekman. Niet de afdeling marktonderzoek van Radio 2.

En toen kwam The War On Drugs – Who’s That.

Stop de persen.

Verstand tegen gevoel

Bij Douwe Bob hoor ik waarom het zou kunnen werken.

Bij The War On Drugs voel ik waarom muziek überhaupt belangrijk voor mij is.

Dat is het verschil.

Who’s That duurt iets meer dan vijf minuten. Voor The War On Drugs is dat ongeveer een tussendoortje. Maar Adam Granduciel heeft geen seconde meer nodig.

Het nummer begint zonder grote gebaren. Geen refrein dat binnen twintig seconden op zijn knieën smeekt om een Spotify-playlist. Geen productie die onmiddellijk met alle deuren tegelijk slaat.

Het groeit.

Een ritme.

Een gitaar.

Een synthesizer.

Nog een laag.

Die typische stem van Granduciel.

En voordat ik goed en wel doorheb wat er gebeurt, zit ik alweer midden in dat prachtige landschap waarin The War On Drugs al jaren bijna alleenrecht heeft.

Amerikaanse wegen.

Een ondergaande zon.

Melancholie.

Beweging.

Alsof Bruce Springsteen, Dire Straits en een stapel oude synthesizers gezamenlijk besloten hebben om een eindeloze autorit te maken.

Alleen klinkt het uiteindelijk vooral als:

The War On Drugs.

Vijf minuten die te kort duren

Dat is misschien wel het grootste compliment.

Vijf minuten kunnen lang zijn.

Heel lang.

Zet het verkeerde nummer op en na drie minuten kijk ik naar de klok alsof ik bij de tandarts zit te wachten terwijl iemand vergeten is te vertellen dat de tandarts met vakantie is.

Bij Who’s That gebeurt het tegenovergestelde.

Is het nu al afgelopen?

Nog een keer.

En precies daar wordt mijn Record of the Week bepaald.

Niet door de vraag welk nummer de grootste hit kan worden.

Niet door streams.

Niet door radioformats.

Maar door die ene eenvoudige vraag:

welk nummer wil ik onmiddellijk opnieuw horen?

The War On Drugs wint.

Ruimschoots.

Mijn hart heeft dus gewonnen

En misschien is dat juist het hele idee achter De Alternatieve Muziekman.

Ik kan best erkennen dat een nummer commercieel slim gemaakt is zonder er zelf verliefd op te worden.

Douwe Bob maakt met Note To Self een degelijk nummer. Zijn stem past bij het genre, het klinkt professioneel en ik begrijp volledig waarom anderen ermee weglopen.

Maar mijn hart blijft er rustig onder.

Bij Who’s That niet.

Daar gebeurt iets.

Die gitaren krijgen steeds meer ruimte. De synths liggen prachtig onder het nummer. De drums duwen zonder te forceren. En Granduciel doet wat hij zo goed kan: hij laat een nummer niet ontploffen, maar langzaam openvallen.

Hemels.

Gewoon hemels.

De Alternatieve Muziekman zegt

Dus heb ik twee kandidaten.

Douwe Bob: waarschijnlijk meer directe hitpotentie.

The War On Drugs: aanzienlijk minder geschikt voor mensen die na twee minuten alweer naar het volgende nummer willen.

Mijn verstand zegt misschien:

Douwe.

Mijn hart zegt zonder enige twijfel:

THE WAR ON DRUGS.

En gelukkig heb ik ooit besloten dat bij muziek het hart de doorslag mag geven.

Anders kunnen we net zo goed een Excelbestand Record of the Week laten kiezen.

Dus:

🏆 RECORD OF THE WEEK: THE WAR ON DRUGS – WHO’S THAT

★★★★★ – 5 van de 5 sterren
Cijfer: 9,7/10

Gitaren: ⭐⭐⭐⭐⭐
Synths: ⭐⭐⭐⭐⭐
Opbouw: ⭐⭐⭐⭐⭐
Melancholie: ⭐⭐⭐⭐⭐
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐+
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐+
Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴🔴
Hart gewonnen: ❤️❤️❤️❤️❤️

Douwe Bob had misschien mijn verstand kunnen overtuigen. The War On Drugs had daar helemaal geen belangstelling voor. Die ging rechtstreeks naar mijn hart. En daar wordt deze week de Record of the Week uitgereikt.

https://www.youtube.com/watch?v=1fMvp6GCyZI