donderdag 4 juni 2026

Goth Dad – Twice★★★★☆


7

Sommige bandnamen vertellen meteen een verhaal. Goth Dad bijvoorbeeld. Alleen die naam al. Je ziet bijna iemand voor je die vroeger in een donkere club naar postpunk stond te luisteren en nu met zwarte nagellak de broodtrommel van zijn kinderen klaarmaakt. Een beetje duisternis, maar wel netjes om half acht naar de ouderavond.

Gelukkig is Twice muzikaal veel meer dan alleen een leuke naam.

Vanaf de eerste seconden hangt er een heerlijke melancholische sfeer over het nummer. Niet het soort donkerte waarbij je meteen alle gordijnen moet sluiten en een kaars moet aansteken, maar meer een zachte schemering. Een nummer dat zich ergens bevindt tussen nostalgie en verlangen.

En dat is vaak de interessantste plek.

De gitaren zorgen voor veel sfeer. Ze zweven, laten ruimte en bouwen langzaam een wereld op. Geen grote rockposes, geen solo's waarbij iemand wil bewijzen dat hij twaalf uur per dag oefent. Gewoon klanken die het gevoel versterken.

Precies zoals het hoort.

De zang past daar perfect bij. Licht afstandelijk, een beetje dromerig, alsof de woorden vanuit een herinnering komen in plaats van uit het heden. Dat geeft Twice een fijne mysterieuze laag.

Je hoort duidelijk invloeden uit verschillende alternatieve hoeken. Een beetje postpunk, een beetje dreampop, misschien zelfs wat shoegaze. Muziek die niet gemaakt is om meteen alles prijs te geven.

En dat waardeer ik.

Want tegenwoordig moet alles snel. Binnen vijftien seconden moet een nummer uitleggen wie het is, waar het heen gaat en waarom jij moet blijven luisteren. Bij voorkeur inclusief dansje.

Twice doet daar niet aan mee.

Het neemt zijn tijd.

De productie is mooi in balans. Er zit genoeg mist in het geluid om sfeer te creëren, maar niet zoveel dat het nummer verdwijnt achter een muur van effecten. Dat gebeurt namelijk nog weleens in dit genre: zoveel galm gebruiken dat zelfs de band waarschijnlijk niet meer weet waar ze gebleven zijn.

Hier blijft de melodie overeind.

En dat is belangrijk.

Want achter alle sfeer zit gewoon een sterk liedje.

Is het vernieuwend? Niet enorm. Deze donkere, dromerige indiehoek is vaker bezocht. Maar Goth Dad weet wel de juiste ingrediënten te combineren: emotie, sfeer en precies genoeg mysterie.

Het voelt als muziek voor een nachtelijke autorit zonder duidelijke bestemming.

En eerlijk gezegd zijn dat vaak de beste ritten.


Eindoordeel:
★★★★☆

Cijfer: 8,1

Hitpotentie: 7,2

🌑 Donker, sfeervol en dromerig. Twice bewijst dat melancholie niet altijd zwaar hoeft te zijn — soms mag het gewoon prachtig door de nacht zweven.

https://youtu.be/r92pnYvraHw?si=0IsdJ32bjWa0_k4r

Tramhaus – Plovdiv★★★★☆


6

Sommige bands komen niet netjes binnen via de voordeur. Die trappen hem open, zetten hun versterkers neer en vragen daarna pas of het eigenlijk wel uitkomt. Tramhaus is zo’n band.

En Plovdiv doet precies wat je hoopt.

Het schuurt.

Het rammelt.

Het leeft.

In een tijd waarin veel muziek klinkt alsof hij eerst drie weken door een computer is gladgestreken, voelt Tramhaus bijna ouderwets gevaarlijk. Niet omdat ze iets compleet nieuws doen, maar omdat ze klinken alsof er daadwerkelijk mensen in een ruimte staan die elkaar proberen op te jagen.

Wat een opluchting.

Vanaf de eerste seconden zit er spanning in het nummer. De gitaren klinken nerveus, hoekig en onrustig. Geen mooie glimmende akkoorden, maar geluiden met scherpe randen. Alsof de gitaar zelf ook niet helemaal zeker weet of hij boos of enthousiast is.

En dat werkt.

De ritmesectie jaagt alles vooruit. Bas en drums vormen geen comfortabele ondergrond, maar eerder een motor die ieder moment uit elkaar kan vliegen. Dat gevoel van controle verliezen is precies wat goede postpunk nodig heeft.

Perfectie is hier de vijand.

Lukas Jansen klinkt niet als iemand die rustig een liedje voordraagt. Hij klinkt alsof hij iets kwijt moet. Er zit urgentie in. Een soort gecontroleerde frustratie.

En eerlijk: dat hoor je tegenwoordig te weinig.

Veel moderne rock is keurig geworden. Zelfs boosheid klinkt soms alsof hij eerst door een PR-team is goedgekeurd.

Tramhaus niet.

Daar zit nog viezigheid in.

Plovdiv heeft duidelijk wortels in de wereld van postpunk: denk aan de energie van IDLES, de hoekigheid van The Fallen een vleugje Nederlandse eigenwijsheid.

Maar belangrijker: het klinkt niet als een museumstuk.

Het klinkt nú.

De kracht van het nummer zit vooral in de sfeer. Het voelt alsof het elk moment kan ontsporen, terwijl de band ondertussen precies weet wat ze doet. Dat is de truc: chaos maken vraagt controle.

Toch is dit natuurlijk geen makkelijke radiohit. Je zet Plovdiv niet op tijdens een rustig diner tenzij je wilt dat je gasten ineens existentiële discussies beginnen bij het voorgerecht.

Maar dat hoeft ook niet.

Dit is muziek met karakter.

Met tanden.

Met blauwe plekken.

En daar mogen we best blij mee zijn.


Eindoordeel:
★★★★☆

Cijfer: 8,4

Hitpotentie: 6,9

🔥 Rauw, nerveus en heerlijk ongepolijst. Tramhaus bewijst met Plovdiv dat Nederlandse gitaarmuziek nog steeds mag schuren. Geen achtergrondmuziek — een botsing.

https://youtu.be/n2ZLrukrAAM?si=dr4fNjS21i9MkXcZ

Swim Deep – You Me and Mary★★★★☆

6

Sommige nummers proberen meteen je aandacht te grijpen. Grote intro, enorm refrein, productie alsof iemand alle knoppen tegelijk heeft ingedrukt. En dan heb je nummers zoals You Me and Mary van Swim Deep.

Die komen gewoon rustig binnenwandelen.

Geen haast.

Geen grote woorden.

Gewoon sfeer.

En soms is dat veel krachtiger.

Vanaf de eerste seconden hangt er zo'n typische dromerige indiesfeer overheen. Een beetje nostalgisch, een beetje melancholisch, maar nooit zwaar. Alsof je terugdenkt aan een zomer waarvan je achteraf vindt dat hij veel mooier was dan hij waarschijnlijk echt was. Ons geheugen doet dat graag. Zelfs regenachtige vakanties krijgen na tien jaar ineens gouden zonsondergangen.

Muzikaal weet Swim Deep precies welke wereld ze willen bouwen. Zachte gitaren, warme melodieën en een ontspannen ritme dat nergens probeert te duwen. Alles zweeft een beetje. Het nummer voelt niet gemaakt om de aandacht op te eisen, maar om langzaam onderdeel te worden van je stemming.

En dat is een kwaliteit.

De zang heeft die typische Britse indie-nonchalance. Niet perfect gepolijst, niet overdreven dramatisch. Meer alsof iemand een verhaal vertelt terwijl hij zelf nog niet helemaal weet hoe het afloopt.

Juist dat maakt het geloofwaardig.

You Me and Mary is vooral sterk in gevoel. Het is geen nummer waarbij je na twintig seconden roept: "wereldhit!" Het is eerder zo’n track die je toevallig opnieuw draait. En daarna nog een keer. En ineens realiseer je je dat hij toch ergens is blijven hangen.

De productie helpt enorm. Alles heeft ruimte. De gitaren klinken warm, de melodie krijgt adem en nergens wordt geprobeerd om van een intiem nummer een stadionmoment te maken.

Gelukkig maar.

Niet ieder lied hoeft de Mount Everest te beklimmen.

Soms is een mooie wandeling genoeg.

Natuurlijk kun je zeggen dat Swim Deep hier niet opnieuw de indiemuziek uitvindt. Dat klopt. De invloeden zijn duidelijk aanwezig: Britse gitaarpop, een vleugje dreampop en die typische melancholie die bands uit Engeland bijna standaard lijken mee te krijgen bij hun geboorte.

Waarschijnlijk ligt dat ergens naast hun paspoort klaar.

Maar als de uitvoering zo charmant is, maakt dat weinig uit.

Het belangrijkste is: het nummer voelt echt.

En dat is precies waarom het werkt.

You Me and Mary is een klein sfeervol moment. Geen explosie. Geen groot statement.

Gewoon een mooi liedje.

En soms is dat meer dan genoeg.


Eindoordeel:
★★★★☆

Cijfer: 8,2

Hitpotentie: 7,4

🌅 Een warme, sfeervolle indieparel. Swim Deep hoeft niet hard te schreeuwen — ze laten de melodie gewoon rustig zijn werk doen.

https://youtu.be/p12fzVk1aLM?si=o1JiuWZYf-_YtEDY

Ásgeir – Skýjaborg★★★★★


4

Er zijn artiesten die een compleet orkest nodig hebben om emotie over te brengen. Strijkers erbij, elektronische lagen, koor op de achtergrond — alsof verdriet pas serieus genomen mag worden als er minimaal twintig muzikanten aan meedoen.

En dan heb je Ásgeir.

Die pakt gewoon een gitaar.

Heel irritant eigenlijk.

Want dan blijkt opnieuw: soms heb je bijna niets nodig om heel veel te zeggen.

Skýjaborg is daar een prachtig voorbeeld van. Geen grote productie, geen overvolle arrangementen, geen muzikale mist waar je eerst doorheen moet wandelen. Dit nummer leeft juist van de ruimte. Een gitaar, een stem en stilte op precies de juiste momenten.

En dat is veel moeilijker dan het lijkt.

Iedereen kan zacht spelen. Maar zacht spelen én interessant blijven? Dat is een compleet andere sport.

Vanaf de eerste aanslagen van de gitaar ontstaat er meteen een bepaalde rust. De akkoorden voelen warm en natuurlijk. Geen technische demonstratie van “kijk eens hoe goed ik gitaar kan spelen”. Nee, de gitaar staat volledig in dienst van het lied.

Precies zoals het hoort.

En dan die stem.

Ásgeir heeft één van die stemmen die je direct herkent. Licht, helder en bijna gewichtloos. Alsof hij niet probeert boven het nummer uit te komen, maar er onderdeel van wordt. Dat maakt het zo bijzonder. Hij forceert niets.

Waar sommige zangers emotie bijna door je speakers heen duwen, doet Ásgeir het tegenovergestelde.

Hij nodigt je uit dichterbij te komen.

En dat werkt veel beter.

De IJslandse taal geeft Skýjaborg bovendien nog een extra laag. Zelfs als je niet ieder woord begrijpt, voel je de sfeer. Sommige muziek heeft geen vertaling nodig. Een goede melodie vertelt zelf al genoeg.

Het mooie is dat het nummer nergens probeert groter te worden dan nodig. Veel artiesten zouden halverwege denken: nu moeten de drums erin, nu moet de climax komen, nu moet Spotify wakker blijven.

Ásgeir vertrouwt gewoon op de basis.

Dat vraagt lef.

Want als je alles klein houdt, kun je je nergens achter verschuilen. Een zwakke melodie valt meteen door de mand. Een slechte zanglijn ook.

Maar hier blijft alles overeind.

Sterker nog: juist doordat er zo weinig gebeurt, hoor je hoe sterk het nummer eigenlijk is.

Skýjaborg voelt als een wandeling door een stil landschap. Niet spectaculair omdat er overal iets gebeurt, maar omdat je eindelijk de kleine dingen opmerkt.

En misschien is dat wel de kracht van Ásgeir.

Hij maakt muziek die niet harder hoeft te praten om gehoord te worden.


Eindoordeel:
★★★★★

Cijfer: 9,0

Hitpotentie: 6,8

☁️ Geen lagen elektronica, geen grote trucs. Alleen gitaar, stem en pure emotie. Ásgeir bewijst opnieuw dat stilte soms het mooiste instrument is.

https://youtu.be/Ge3k8iHYUPk?si=nhgawG9CRydKglfO

woensdag 3 juni 2026

The Afghan Whigs - Jungle Roux★★★★½

6

Er zijn bands die ouder worden en langzaam veranderen in een keurige versie van zichzelf. De gitaren iets zachter, de randjes eraf, alles netjes op tijd naar bed. Muzikale pantoffels eigenlijk.

En dan heb je The Afghan Whigs.

Die klinken nog steeds alsof ze ergens om drie uur ’s nachts een slechte beslissing gaan nemen — en daar de volgende ochtend waarschijnlijk een fantastisch nummer over schrijven.

Jungle Roux past perfect in dat universum.

Vanaf de eerste seconden hangt er die typische Afghan Whigs-spanning in de lucht. Dit is geen gewone alternatieve rock. Dit is rockmuziek met soul, gevaar en een donker hoekje waar je misschien beter niet alleen naartoe kunt lopen.

De groove is meteen belangrijk. Waar veel rockbands alles dichtgooien met gitaren, begrijpen The Afghan Whigs dat ruimte minstens zo krachtig kan zijn. De ritmes bewegen, de bas sluipt rond en de gitaren komen binnen wanneer het nodig is.

Niet meer.

Niet minder.

En dan natuurlijk Greg Dulli.

Een van de meest herkenbare stemmen uit de alternatieve rock. Hij klinkt niet alsof hij een liedje zingt. Hij klinkt alsof hij iets bekent. Alsof je eigenlijk niet helemaal zeker weet of jij dit verhaal wel had mogen horen.

Dat is altijd zijn kracht geweest.

Perfect zingen kunnen genoeg mensen.

Geloofwaardig zingen veel minder.

Jungle Roux heeft bovendien die heerlijke mengeling van stijlen waar Afghan Whigs goed in zijn: alternatieve rock, soul, bluesachtige spanning en een bijna filmische donkere sfeer. Alsof Nick Cave en een oude soulplaat elkaar ergens midden in de nacht tegenkomen.

Het nummer probeert niet modern te klinken.

Gelukkig maar.

Er is niets ongemakkelijker dan veteranen die ineens achter trends aanrennen. Niemand hoeft Greg Dulli over een hypermoderne TikTok-beat te horen. Echt niemand.

In plaats daarvan doet de band precies waar ze sterk in zijn: sfeer bouwen.

En dat lukt.

Toch is Jungle Roux misschien geen onmiddellijke klassieker. Het is geen nummer dat na één keer luisteren alles weggevaagd heeft. Het kruipt langzaam dichterbij. Het groeit. Zoals veel van hun beste werk.

Eerst denk je: goed nummer.

Na vijf keer luisteren denk je: wacht eens even...

En dan zit je erin.

Dat is Afghan Whigs.

Geen instant suiker.

Meer donkere whisky.


Eindoordeel:
★★★★½

Cijfer: 8,6

Hitpotentie: 7,2

🥃 Donker, soulvol en gevaarlijk charmant. The Afghan Whigs bewijzen opnieuw dat sommige bands niet ouder worden — ze krijgen alleen meer schaduwen om mee te spelen.


https://youtu.be/UbstNV2FUNY?si=aXfQiipNIFBXz3XQ