zondag 13 september 2026

Raul Ojamaa & NOËP – We Get Lost★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren





Raul Ojamaa & NOËP – We Get Lost

Verdwalen in Estland — en ineens hoor ik iets van Wasia Project. Dromerig, elektronisch en vooral heerlijk subtiel

Soms hoor ik een nummer en begint mijn hoofd onmiddellijk artiesten uit mijn muzikale archief te trekken.

Bij We Get Lost van Raul Ojamaa & NOËP gebeurt dat ook.

Eerst denk ik:

M83?

Een beetje.

Dan hoor ik die zachte elektronica, de ruimte in de productie en de bijna zwevende zang.

En ineens valt het kwartje:

Wasia Project.

Vooral het Wasia Project-gevoel van rond 2025. Niet omdat We Get Lost een kopie is, maar omdat het dezelfde kunst beheerst: moderne elektronica gebruiken zonder dat de menselijke kwetsbaarheid uit het nummer verdwijnt.

En daar ben ik behoorlijk gevoelig voor.

De beat duwt niet

Wat We Get Lost vooral goed doet, is ruimte laten.

Er is een duidelijke elektronische puls, maar de beat probeert nergens het nummer te gijzelen. Geen enorme EDM-drop waarbij na anderhalve minuut verplicht alle handen de lucht in moeten.

Gelukkig.

De ritmesectie beweegt onder de zang en de synthesizers worden vooral gebruikt om textuur te creëren. Sommige klanken staan dichtbij, andere lijken juist kilometers verderop te zweven.

Daardoor ontstaat diepte.

En juist daar hoor ik voor mij die verwantschap met Wasia Project.

Niet noodzakelijk in de melodie, maar in de manier waarop een arrangement kan ademen.

Er hoeft niet iedere vier seconden iets te gebeuren.

Soms mag een klank gewoon blijven hangen.

M83 aan de horizon

En dan blijft ook M83 ergens in de verte aanwezig.

Vooral in het filmische karakter.

We Get Lost roept beelden op zonder dat het nummer overdreven cinematografisch probeert te doen. Het heeft iets van een autorit in het donker: straatverlichting die voorbijschuift, regen op het raam en geen enkele behoefte om snel thuis te komen.

De zang helpt daarbij.

Die wordt niet boven op de productie gezet, maar zit er bijna ín. Daardoor vormen stem en elektronica één geheel.

Dat vind ik sterk.

Want slechte elektronische pop klinkt soms alsof eerst een beat is gemaakt en iemand drie weken later heeft bedacht:

o ja, we hebben nog een zanger nodig.

Hier voelt alles onderdeel van dezelfde sfeer.

Maar is het al helemaal eigen?

Daar zit mijn enige twijfel.

Ik hoor M83.

Ik hoor iets van Wasia Project.

Ik hoor die moderne Noord-Europese elektronische melancholie.

Maar hoor ik al iets waarvan ik onmiddellijk kan zeggen:

dit kan uitsluitend Raul Ojamaa & NOËP zijn?

Nog niet helemaal.

Daarvoor mag er van mij misschien één vreemd element bij.

Een onverwachte synth.

Een ritmische breuk.

Een instrument dat ineens tegen de rest van de productie ingaat.

Iets meer wrijving.

Maar dat is kritiek op een behoorlijk hoog niveau.

Want ondertussen heb ik We Get Lost alweer opnieuw aangezet.

En uiteindelijk is dát belangrijker.

De Alternatieve Muziekman zegt

We Get Lost is precies het soort elektronische muziek waar ik van houd.

Niet bombastisch.

Niet dichtgeproduceerd.

Niet wanhopig op zoek naar een hitrefrein.

Gewoon sfeervol, subtiel en melancholisch.

M83 geeft mij het filmische gevoel.

Wasia Project geeft mij de associatie met kwetsbaarheid en ruimte.

En Raul Ojamaa & NOËP zetten daar hun eigen elektronische landschap tussen.

Misschien moet ik nog iets langer zoeken naar hun volledig eigen handtekening.

Maar de titel zegt het eigenlijk al.

We Get Lost.

Nou, vooruit.

Ik verdwaal graag even mee.

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

Cijfer: 9,0/10

Elektronica: ⭐⭐⭐⭐½
Synthesizers: ⭐⭐⭐⭐⭐
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Productie: ⭐⭐⭐⭐½
Melancholie: ⭐⭐⭐⭐½
Wasia Project-factor: ⭐⭐⭐⭐☆
M83-factor: ⭐⭐⭐⭐☆
Eigen smoel: ⭐⭐⭐½☆
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴½

We Get Lost laat horen dat elektronische muziek niet harder hoeft te worden om je mee te krijgen. Soms zijn een subtiele beat, een paar zwevende synths en voldoende lege ruimte genoeg. M83 aan de horizon, een vleugje Wasia Project in mijn hoofd — en voor ik het weet ben ik inderdaad de weg kwijt. Heerlijk.

://youtu.be/FRHw6NJqzCI?si=jWIH618B9XIfZL4v

The Kowloons – Butterflies★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren



The Kowloons – Butterflies

Ja hoor: Britse indie. Dan sta je bij mij natuurlijk al met 1-0 voor. Maar ‘Butterflies’ bewijst gelukkig dat er méér is dan alleen mijn zwak voor UK-gitaren

Sommige woorden in een persbericht werken bij mij ongeveer hetzelfde als een rode knop waarop staat:

NIET INDRUKKEN.

UK indie band.

Dan druk ik dus.

The Kowloons – Butterflies.

En binnen korte tijd weet ik alweer waarom ik zo'n zwak heb voor Britse gitaarbands. Geen overdreven productie, geen twintig lagen elektronica om een middelmatige melodie te verstoppen, maar gitaren, ritme en vooral dat typische gevoel van een band die gewoon samen in een ruimte muziek staat te maken.

Butterflies wordt door The Kowloons zelf aangekondigd als “the first single from our new era”.

Nou heren:

laat die nieuwe era maar komen.

Want dit smaakt naar meer.

Die gitaren dus

Wat mij vooral aanspreekt, is de manier waarop de gitaren het nummer vooruit trekken.

Ze staan niet als een enorme muur in de mix. Er zit juist lucht tussen de gitaarpartijen, waardoor de melodische lijnen goed hoorbaar blijven.

De gitaar geeft Butterflies tegelijkertijd iets lichts en iets nerveus.

En dat past natuurlijk uitstekend bij die titel.

Vlinders.

Beweging.

Dat onrustige gevoel in je buik.

De ritmesectie helpt daar goed bij. De drums houden het nummer strak en voortstuwend zonder er een lompe rocker van te maken. De bas zit er mooi onder en geeft voldoende gewicht aan een nummer dat anders misschien iets té luchtig zou worden.

Dat is goede indie.

Bewegen zonder duwen.

Brits, maar niet uit het museum

Natuurlijk hoor ik allerlei Britse voorgangers.

Dat gebeurt automatisch.

Een beetje The Vaccines in de directe energie. Iets van Two Door Cinema Club in de lichtvoetigheid. Hier en daar hoor ik zelfs iets van de melodieuze kant van Bloc Party.

Maar gelukkig klinkt Butterflies niet alsof The Kowloons in 2008 een repetitieruimte zijn binnengelopen en daar zestien jaar opgesloten hebben gezeten.

De productie is helder en modern.

De zang ligt mooi in de mix, maar wordt niet volledig gladgestreken. En vooral belangrijk: het refrein blijft hangen.

Dat laatste wordt bij indie soms onderschat.

Je kunt de interessantste gitaarpartij ter wereld schrijven, maar als ik een kwartier later werkelijk niets meer van het liedje kan herinneren, hebben we toch een klein probleem.

Bij Butterflies blijft er iets achter.

Nog niet alles prijsgeven

Toch ga ik niet meteen roepen dat The Kowloons de nieuwe redders van de Britse indie zijn.

Rustig aan.

Het is één single.

Wat ik nu vooral hoor, is potentie.

Ik wil weten of ze op een volgend nummer durven te schuren. Of ze ook donkerder kunnen klinken. Of de gitaren nog wat vuiler mogen worden. Misschien een onverwachte tempowisseling. Een refrein dat ineens volledig openbreekt.

Kortom: ik wil ontdekken hoeveel kleuren deze band daadwerkelijk heeft.

En dat is precies waarom die uitspraak over een “new era” mij nieuwsgierig maakt.

Want als dit het begin is, wil ik nummer twee horen.

De Alternatieve Muziekman zegt

Butterflies doet eigenlijk precies wat een eerste single van een nieuwe periode moet doen.

Hij zet de deur open.

Niet meteen de complete woonkamer laten zien.

Gewoon genoeg om mij naar binnen te laten kijken.

Goede melodie.

Fijne gitaren.

Sterke ritmesectie.

Een refrein dat blijft hangen.

En vooral die heerlijke Britse indie-energie waar ik nu eenmaal buitengewoon slecht weerstand tegen kan bieden.

Is dit al een 10?

Nee.

Daarvoor wil ik The Kowloons eerst verder horen.

Maar één ding is wel gelukt:

ik ben nieuwsgierig.

En in een week waarin ik tientallen nieuwe nummers hoor, is dat al een behoorlijke overwinning.

Nieuwe era?

Prima.

Wanneer komt de volgende?

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

Cijfer: 8,8/10

Gitaren: ⭐⭐⭐⭐½
Melodie: ⭐⭐⭐⭐½
Ritmesectie: ⭐⭐⭐⭐☆
Refrein: ⭐⭐⭐⭐½
UK-indiefactor: 🇬🇧🇬🇧🇬🇧🇬🇧🇬🇧
Eigen smoel: ⭐⭐⭐⭐☆
Productie: ⭐⭐⭐⭐☆
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½
Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴½
Smaakt-naar-meer-factor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Butterflies is de eerste single van een nieuwe periode voor The Kowloons. Dat schept verwachtingen. Vervelend voor ze, want na deze heerlijke Britse indie-single heb ik er meteen één: meer.

https://youtu.be/xVoX_hLNQpY?si=Svlq7Trn6RVOyyAL


David Kushner – Ritual★★★★☆ – 4 van de 5 sterren



David Kushner – Ritual

Het regent op zondag. David Kushner past perfect bij het uitzicht — maar zelfs zijn verdriet is wel héél netjes geproduceerd

Het is zondag.

Het regent.

De lucht boven Nederland heeft ongeveer dezelfde kleur als een vergeten vaatdoek.

En dan verschijnt David Kushner – Ritual.

Eigenlijk perfecte timing.

Vanaf de eerste maten zet Kushner een donkere, melancholische sfeer neer. Zijn lage bariton krijgt veel ruimte en staat nadrukkelijk vooraan in de mix. Daarachter wordt het arrangement langzaam opgebouwd: eerst klein en ingetogen, vervolgens steeds meer atmosferische lagen en uiteindelijk een bredere, filmische productie.

Mooi. Absoluut.

Maar na een minuut begint bij mij iets te knagen.

Het is misschien wel té mooi.

Waar zit de wrijving?

Mijn probleem zit niet bij Kushners stem. Integendeel. Zijn donkere timbre is onmiddellijk herkenbaar en de manier waarop hij van bijna ingetogen zingen naar grotere uithalen beweegt, geeft Ritual voldoende dynamiek.

Maar luister naar wat er rondom die stem gebeurt.

Alles zit keurig op zijn plaats.

De lage tonen zorgen voor dreiging. De atmosferische klanken vullen de ruimte. De galm maakt Kushners stem groter. Wanneer de emotie moet toenemen, wordt ook het arrangement breder.

Het werkt bijna volgens een filmscript:

klein → spanning → groter → emotionele ontlading.

En precies daardoor weet ik soms al wat er gaat gebeuren voordat het gebeurt.

Ik mis een instrument dat tegen de rest ingaat.

Een gitaar die ineens schuurt.

Een drum die nét te hard binnenkomt.

Een synthesizer die een vreemde afslag neemt.

Of simpelweg een moment waarop Kushners stem niet zo perfect in het midden van de productie wordt gehouden.

Bij The National kan Matt Berninger soms bijna tegen de muziek aan zingen. Bij The Slow Show mag een arrangement ademen en ongemakkelijk stilvallen. Bij Editors kan een gitaar of synthesizer ineens een donkere scheur door een mooi liedje trekken.

Daar ontstaat spanning.

Bij Ritual worden de scherpe randjes juist zorgvuldig afgerond.

Zelfs de regen is schoon

En daardoor kom ik terug bij dat zondagse uitzicht.

Ritual klinkt als regen.

Maar wel regen gezien vanuit een prachtig hotel, achter driedubbel glas, met de verwarming op 21 graden.

Ik zie het slechte weer.

Ik voel het alleen niet helemaal.

Ook de productie is breed en sfeervol, maar sterk gecontroleerd. Er is veel galm en ruimtelijkheid, terwijl de zang opvallend helder blijft. Daardoor ontstaat een indrukwekkend contrast tussen intimiteit en grootsheid.

Technisch werkt dat uitstekend.

Emotioneel verlang ik naar iets meer modder.

Dat ene rafelige randje waardoor een opname niet alleen mooi klinkt, maar ook gevaarlijk dichtbij komt.

De Alternatieve Muziekman zegt

Begrijp me niet verkeerd:

Ritual is goed.

Kushner heeft een fantastische stem. De melodie werkt. De dynamische opbouw is effectief en op een regenachtige zondag kan deze donkere, filmische sfeer nauwelijks beter passen.

Maar mijn probleem is juist dat ik de techniek achter de emotie iets te duidelijk hoor.

Ik hoor wanneer ik geraakt moet worden.

Ik hoor wanneer het groter moet worden.

Ik hoor wanneer de spanning wordt opgebouwd.

En dan verlies ik een klein beetje van het gevoel.

Geef mij één valse plooi.

Eén smerige gitaar.

Eén onverwachte stilte.

Eén druppel regen die daadwerkelijk door het dak komt.

Dan zou Ritual van mooi naar bijzonder kunnen gaan.

Nu blijft het een prachtig geregisseerde regenbui.

★★★★☆ – 4 van de 5 sterren

Cijfer: 8,1/10

Stem/timbre: ⭐⭐⭐⭐⭐
Melodie: ⭐⭐⭐⭐☆
Dynamische opbouw: ⭐⭐⭐⭐½
Ruimtelijkheid: ⭐⭐⭐⭐½
Productie: ⭐⭐⭐⭐½
Melancholie: ⭐⭐⭐⭐½
Spanning/wrijving: ⭐⭐⭐☆☆
Rafelrand: ⭐⭐½☆☆
Originaliteit: ⭐⭐⭐½☆
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐☆
Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐½
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴½⚪

David Kushner maakt met Ritual prachtige regenmuziek. Alleen hoor ik de regen achter driedubbel glas. Alles klinkt warm, ruimtelijk en perfect gecontroleerd. Ik wil één raam openzetten. Laat die regen maar binnenkomen.

https://youtu.be/5A108UIvpU0?si=2R_-czjFi0kvELgx

FLETCHR FLETCHR – Karma★★★½☆ – 3,5 van de 5 sterren



FLETCHR FLETCHR – Karma

Ik hoor van alles. Dat is misschien precies het probleem: ik weet nog niet wát ik ervan vind

Bij Passenger van FLETCHR FLETCHR was ik behoorlijk duidelijk: veelbelovend.

Dus bij Karma ging de koptelefoon op met enige verwachting.

En vervolgens gebeurde er iets vervelends.

Ik hoor namelijk van alles.

Britse indierock. Een beetje postpunk. Elektronica. Donkere gitaren. Iets filmisch. Hier en daar zelfs een vleugje van die grote Britse bands die een refrein graag zo bouwen dat het achteraan op een festivalveld ook nog aankomt.

Alle ingrediënten staan op tafel.

En toch zit ik na afloop met maar één reactie:

tja… ik weet het niet.

Karma staat op de vijf nummers tellende EP On The Island We Call Home, die op 21 augustus verscheen. Het nummer duurt 3:07 en is daarmee compact, maar opvallend genoeg behoort het juist tot de donkerdere momenten van de EP. 

Een andere recensie noemt Karma zwaar, dreigend en langzaam opbouwend naar een van de meest filmische momenten van de plaat. 

Dat hoor ik ook.

Maar waar moet ik hem neerzetten?

Het begint interessant.

Er hangt meteen iets dreigends in de lucht en ik verwacht dat het nummer ieder moment een richting kiest.

Dan komt er een nieuwe laag.

Nog een geluid.

De zang trekt aan.

De productie wordt groter.

En mijn hoofd begint enthousiast referenties uit de kast te trekken.

Hoor ik daar iets van Editors?

Een beetje.

The 1975?

Misschien.

Nothing But Thieves?

Ook ergens.

Een vleugje moderne Britse stadionindie?

Zeker.

Maar iedere keer als ik denk: daar heb ik hem, schuift Karma alweer een andere kant op.

Dat kan natuurlijk juist een kwaliteit zijn.

Alleen mis ik hier dat ene moment waarop al die invloeden veranderen in iets waarvan ik onmiddellijk denk:

dit is FLETCHR FLETCHR.

En dat had ik bij Passenger sterker.

Tweede keer luisteren dan maar

Want na mijn ervaring met The Swell heb ik geleerd dat mijn eerste oordeel niet heilig is.

Dus nog een keer.

En eerlijk?

Hij wordt beter.

Vooral de opbouw begint me meer te bevallen. De donkere sfeer blijkt behoorlijk zorgvuldig gemaakt en naarmate het nummer verdergaat, begrijp ik beter waarom die filmische productie nodig is.

FLETCHR FLETCHR probeert niet alleen een lekker indiehitje neer te zetten.

Er zit ambitie in.

Dat waardeer ik.

De EP als geheel wordt ook beschreven als een plaat waarop de rauwe emotie van hun liveshows wordt gecombineerd met een duidelijk zelfverzekerder studiogeluid. 

Maar het kwartje valt nog niet zoals bij Heathlands.

Daar ging ik van:

tja

naar:

JA!

Hier ga ik voorlopig van:

tja…

naar:

hmmm, interessant.

Dat is vooruitgang.

Maar geen aardverschuiving.

De Alternatieve Muziekman zegt

Karma is absoluut geen slecht nummer.

Sterker nog: ik vermoed dat dit er eentje is die over een paar weken ineens veel hoger bij mij kan eindigen.

De sfeer is goed.

De productie is sterk.

De donkere kant van FLETCHR FLETCHR bevalt me.

En ik hoor genoeg ideeën om nieuwsgierig te blijven.

Maar ik hoor momenteel misschien juist te veel.

Alsof de band me vijf verschillende visitekaartjes tegelijk geeft en ik nog moet ontdekken welke nou echt van hen is.

Bij Passenger dacht ik:

deze band is veelbelovend.

Na Karma denk ik nog steeds hetzelfde.

Alleen zet ik er nu een vraagteken achter.

En soms is dat helemaal niet erg.

★★★½☆ – 3,5 van de 5 sterren

Cijfer: 7,6/10

Sfeer: ⭐⭐⭐⭐½
Donkere kant: ⭐⭐⭐⭐☆
Opbouw: ⭐⭐⭐⭐☆
Productie: ⭐⭐⭐⭐½
Originaliteit: ⭐⭐⭐½☆
Melodie: ⭐⭐⭐½☆
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐½☆
Hitpotentie: ⭐⭐⭐½☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴½⚪
Twijfelfactor: ❓❓❓❓

Karma doet veel goed. Misschien zelfs iets te veel tegelijk. Ik hoor allerlei mooie dingen, alleen nog niet dat ene ding waardoor ik roep: ja, dít is het. Voorlopig blijft het dus bij mijn meest gebruikte muzikale tussenstation: tja… ik weet het niet.

https://youtu.be/isTOZi1jL9A?si=an_j9UinWJAif4Z5

zaterdag 12 september 2026

Bleach Lab – Falling★★★★★ – 5 van de 5 sterren





Bleach Lab – Falling

Vier seconden. Meer had Bleach Lab niet nodig. M83, Cigarettes After Sex en vooral: zó hoort dreampop dus te klinken

Vier seconden.

Serieus. Vier seconden.

Meer tijd had ik bij Falling van Bleach Lab niet nodig om te weten:

ja hoor, dit is goed.

Soms moet een nummer groeien. Neem Heathlands van The Swell: daar moest ik een tweede keer naar luisteren voordat het kwartje viel.

En soms is er Falling.

Play.

Eén.

Twee.

Drie.

Vier.

Bingo.

Die eerste klanken vertellen eigenlijk al genoeg. Ruimte, galm, dromerige gitaren en een sfeer die onmiddellijk een compleet landschap in mijn hoofd neerzet.

Dit is mijn zwakke plek.

En Bleach Lab weet hem feilloos te vinden.

M83 ontmoet Cigarettes After Sex

Ik hoor in de verte iets van M83.

Niet de grote, bijna euforische kant van Midnight City, maar meer dat filmische gevoel: synthesizers en gitaren die samen iets maken dat groter lijkt dan het liedje zelf.

En dan is er Cigarettes After Sex.

Die hoor ik ook.

Vooral in de traagheid, intimiteit en manier waarop de zang bijna ín de muziek ligt in plaats van erbovenop.

Maar gelukkig wordt Falling geen kopie.

Dat is belangrijk.

Want dreampop maken lijkt soms eenvoudig.

Koop een flinke pot galm, zet de zang achter in de studio, laat iemand langzaam gitaar spelen en klaar.

Nee dus.

Goede dreampop heeft vooral een goede melodie nodig.

En die heeft Falling.

Zo hoort dreampop te werken

Het knappe is dat Bleach Lab niet te veel doet.

Na mijn recensie van RY X – Holy Water kom ik alweer bij hetzelfde principe uit:

weglaten.

Er zit ruimte tussen de klanken.

De gitaren mogen uitwaaieren.

De zang hoeft niet te schreeuwen.

En nergens verschijnt ineens een gigantische beat omdat iemand bij de platenmaatschappij bang werd dat we ons zouden vervelen.

Dank u.

Juist daardoor komt alles harder binnen.

Dit is muziek voor een koptelefoon.

Voor 's avonds.

Voor een autorit terwijl het buiten donker wordt.

Voor het moment waarop je eigenlijk naar één nieuw nummer wilde luisteren en twintig minuten later ontdekt dat je Falling voor de vierde keer hebt aangezet.

Daar zit bij mij uiteindelijk de test.

Wil ik nog een keer?

Ja.

Onmiddellijk.

Bijna Record of the Week

En toen ontstond er een probleem.

Want mijn Record of the Week is al vergeven aan The War On Drugs – Who's That.

Mijn hart koos daarvoor.

En daar blijf ik bij.

Maar Bleach Lab komt gevaarlijk dichtbij.

Heel gevaarlijk.

Was Falling een week eerder of later verschenen, dan had ik waarschijnlijk met grote letters RECORD OF THE WEEKboven deze recensie gezet.

Nu wordt het:

bijna Record of the Week.

Wat een luxeprobleem.

Eerder vond ik deze week muzikaal nog wat magertjes en nu staan The War On Drugs en Bleach Lab elkaar bijna van de troon te duwen.

Zo mag iedere week eindigen.

De Alternatieve Muziekman zegt

Falling is voor mij een schoolvoorbeeld van goede dreampop.

Niet omdat Bleach Lab het genre opnieuw uitvindt.

Dat hoeft helemaal niet.

Ze begrijpen gewoon waar het om draait.

Sfeer zonder saai te worden.

Galm zonder in een geluidsbrij te verdwijnen.

Melancholie zonder dat je onmiddellijk de gordijnen dicht wilt doen.

En vooral:

melodie.

Ik hoorde vier seconden en wist het.

Soms heb je voor een recensie 500 woorden nodig.

Soms heb je eigenlijk aan vier seconden genoeg.

★★★★★ – 5 van de 5 sterren

Cijfer: 9,6/10

Dreampop: ⭐⭐⭐⭐⭐+
Gitaren: ⭐⭐⭐⭐⭐
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Melodie: ⭐⭐⭐⭐⭐
M83-factor: ⭐⭐⭐⭐½
Cigarettes After Sex-factor: ⭐⭐⭐⭐½
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Nachtelijke-autoritfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐
Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴🔴
Record of the Week-potentie: 🏆🏆🏆🏆½

Vier seconden. Toen wist ik genoeg. Bleach Lab laat met Falling horen hoe dreampop hoort te werken: niet zoveel mogelijk mist produceren, maar ervoor zorgen dat je in die mist vrijwillig wilt verdwalen. The War On Drugs houdt mijn Record of the Week — maar verdorie, het scheelde weinig.

https://youtu.be/BgCTOTXyNN4?si=0slt0xx_i0cDYQz8