donderdag 13 augustus 2026

Roger Taylor – I See You Now★★★☆☆ (3 van de 5 sterren)



Roger Taylor – I See You Now

Donderdag was bijna de beste muziekdag van de week… en toen begon Roger te zingen

Wat een donderdag.

Soms luister ik naar mijn vier nieuwe nummers van de dag en moet ik behoorlijk zoeken naar iets waar ik enthousiast van word. Maar vandaag ging het verrassend goed. Mooie nummers, sterke producties en muziek die ik vrijwillig nog een keer wilde horen.

Ik begon voorzichtig te denken:

is donderdag dan de beste muziekdag van deze week?

En toen kwam nummer vier.

Roger Taylor – I See You Now.

Ja, díé Roger Taylor. De drummer van Queen.

En ja, hij zingt zelf.

Daar gaat het mis.

Laat ik eerst iets positiefs zeggen, want I See You Now is als compositie helemaal niet verkeerd. Sterker nog, ergens onder de zang zit volgens mij een behoorlijk mooi nummer verstopt. Het arrangement is warm, de melodie heeft melancholie en alles lijkt gemaakt voor een emotionele stem die je bij de eerste zin het lied intrekt.

Alleen krijg je die stem niet.

Je krijgt Roger Taylor.

Nu is Taylor natuurlijk een fantastische drummer. Dat hoeven we na al die decennia Queen werkelijk niet meer uit te leggen. Hij was bovendien veel meer dan alleen de man achter het drumstel: songwriter, muzikant en een essentieel onderdeel van het geluid van Queen.

Maar een geweldige muzikant is niet automatisch een geweldige lead-zanger.

Taylor heeft altijd een rauwe, schurende stem gehad. In bepaalde Queen-nummers werkte dat juist uitstekend. Zijn stem kon extra kracht en rock-'n-roll toevoegen en vormde bovendien een mooi contrast met de bijna buitenaardse vocale mogelijkheden van Freddie Mercury.

Maar I See You Now vraagt iets anders.

Dit nummer vraagt om schoonheid.

Om warmte.

Om een stem die de melancholie niet alleen vertelt, maar je er voorzichtig in trekt.

Taylor klinkt voor mij te schor en te beperkt om dat voor elkaar te krijgen. Waar ik geraakt wil worden door de melodie, zit ik vooral naar zijn stem te luisteren en te denken: jammer.

En dat is frustrerend.

Want stel je ditzelfde nummer eens voor met een werkelijk prachtige zanger. Iemand die de melodie ruimte geeft, de kwetsbare momenten klein houdt en pas op het juiste moment vocaal openbreekt.

Dan had hier misschien een heel andere recensie gestaan.

Nu krijg ik het gevoel dat het lied en de zanger elkaar een beetje tegenwerken.

En voordat de Queen-politie langskomt: nee, ik beweer niet dat Roger Taylor helemaal niet kan zingen. Natuurlijk kan hij zingen. Hij heeft dat vaak genoeg bewezen.

Alleen vind ik hem niet de juiste zanger voor dit nummer.

Dat is iets anders.

Misschien zullen liefhebbers juist vallen voor zijn doorleefde stem. Ik begrijp dat zelfs. Na zoveel jaren heeft die stem geschiedenis en karakter.

Maar karakter alleen is voor mij deze keer niet voldoende.

De Alternatieve Muziekman zegt: donderdag leek hard op weg om mijn beste muziekdag van de week te worden. Vier nieuwe nummers en bijna vier keer raak.

Helaas, Roger.

I See You Now is muzikaal eigenlijk best mooi. Juist daarom vind ik het zo jammer dat de zang mij niet overtuigt. Dit nummer schreeuwt – ironisch genoeg – om een mooie, warme stem.

Roger Taylor blijft voor mij een geweldige drummer, muzikant en Queen-legende.

Maar bij dit nummer had ik hem het liefst weer even achter zijn drumstel gezet.

★★★☆☆ (3 van de 5 sterren)

Cijfer: 6,6/10

Compositie: 8,1/10

Zang naar mijn smaak: 5,4/10

Hitpotentie: ⭐⭐☆☆☆

Donderdag was bijna perfect. Drie prachtige nieuwe ontdekkingen en daarna Roger Taylor. Ach, je kunt ook niet alles hebben.

https://youtu.be/KZivRNcsoJw?si=H21FaqF9CYoKy2El

Royal Blood – Ten Over Ten★★★★☆ (4 van de 5 sterren)




Royal Blood – Ten Over Ten

Alweer stevig. Alweer hard. Maar verdorie, alweer goed

Bij Royal Blood hoef je zelden bang te zijn dat je per ongeluk bij een rustig singer-songwriterliedje bent beland. Mike Kerr en Ben Thatcher zijn niet bepaald het type muzikanten dat halverwege denkt: zullen we de versterkers eens uitzetten en er een gevoelig akoestisch momentje van maken?

Nee.

Stekker erin.

Volume omhoog.

En gaan.

Met Ten Over Ten is het opnieuw raak. Vanaf de eerste seconden krijg je die typische Royal Blood-aanval: een basgitaar die weigert zich als normale basgitaar te gedragen, drums die met flinke kracht door het nummer heen beuken en een productie waarbij je bijna automatisch controleert of de buren thuis zijn.

Alweer stevig dus.

Maar ook: alweer goed.

Dat is misschien wel het merkwaardige aan Royal Blood. Op papier zou de formule na verloop van tijd behoorlijk beperkt kunnen worden. Twee mannen. Bas. Drums. Effectpedalen. Veel lawaai. Klaar.

Alleen blijkt die beperking juist hun kracht.

Mike Kerr haalt opnieuw geluiden uit zijn bas waarvan je zou zweren dat er minstens twee gitaristen ergens in de studio verstopt zitten. De riffs zijn zwaar en smerig, maar bevatten genoeg groove om te voorkomen dat Ten Over Ten verandert in een massief blok herrie.

En dan Ben Thatcher.

Wat een drummer.

Hij probeert niet ieder gaatje vol te slaan, maar geeft het nummer precies de dreun die het nodig heeft. Kerr en Thatcher spelen zo strak samen dat je soms vergeet dat Royal Blood uit slechts twee mensen bestaat.

Het refrein doet vervolgens wat een goed Royal Blood-refrein hoort te doen: de deur intrappen.

Geen subtiliteit.

Geen excuses.

Gewoon gáán.

Normaal gesproken ben ik bij dit soort stevige rock altijd een beetje bang dat een band hardheid verwart met kwaliteit. Een versterker op elf zetten maakt een middelmatig nummer tenslotte nog steeds een middelmatig nummer. Alleen iets luider.

Bij Ten Over Ten zit er gelukkig een liedje onder het geweld.

De melodie blijft hangen. De riff heeft karakter en de dynamiek zorgt ervoor dat het nummer blijft bewegen. Het is niet drie minuten lang dezelfde muur van geluid.

Vernieuwend?

Nou, laten we niet overdrijven.

Wie Royal Blood al langer volgt, zal hier niet van zijn stoel vallen omdat de band ineens een compleet nieuw muzikaal universum heeft ontdekt. Dit ligt keurig binnen hun bekende territorium.

Maar soms hoef ik helemaal geen revolutie.

Als een band zijn eigen formule zo goed beheerst, mag die formule best nog een ronde mee.

En eerlijk is eerlijk: dit lijkt me vooral live een monster. Zo'n nummer waarbij de eerste riff wordt ingezet en een festivalweide onmiddellijk begrijpt wat de bedoeling is.

De Alternatieve Muziekman zegt: Ten Over Ten is opnieuw stevig, hard en onmiskenbaar Royal Blood. Mike Kerr laat zijn bas weer klinken alsof er een complete gitaarsectie achter hem staat en Ben Thatcher ramt de boel heerlijk vooruit. Echt verrassend is het niet, maar daarvoor is het simpelweg te goed uitgevoerd om moeilijk over te doen.

Alweer stevig?

Ja.

Alweer Royal Blood?

Absoluut.

Alweer goed?

Verdorie, ook dat.

★★★★☆ (4 van de 5 sterren)

Cijfer: 8,6/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆

Live-potentie: ⭐⭐⭐⭐⭐

De titel zegt Ten Over Ten. Zo ver ga ik nog nét niet. Maar zet dit straks op een festival heel hard over de speakers en kom dan nog maar eens vragen of ik mijn cijfer wil aanpassen.

Peter Gabriel – One by One (Dark-Side Mix)★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)



Peter Gabriel – One by One (Dark-Side Mix)

Kan Peter Gabriel eigenlijk nog iets slechts maken? Inderdaad: helaas niet

Het begint bijna vervelend te worden.

Daar is Peter Gabriel weer. En daar is wéér een andere mix. Deze keer One by One (Dark-Side Mix). Je zou bijna hopen dat de man een keer iets uitbrengt waarvan je na anderhalve minuut kunt zeggen: Peter, dit was geen goed idee.

Gewoon voor de afwisseling.

Maar nee hoor.

Alweer raak.

En ik schrijf bewust "alweer", want Gabriel heeft van verschillende mixen inmiddels bijna een eigen kunstvorm gemaakt. Het zijn niet simpelweg versies waarbij iemand de bas twee streepjes harder heeft gezet en vervolgens "Dark-Side Mix" op het hoesje plakt. De verschillende benaderingen kunnen daadwerkelijk de sfeer van een compositie veranderen.

Dat gebeurt ook met One by One.

Waar een lichtere benadering meer ruimte kan geven aan melodie en stem, trekt de Dark-Side Mix het nummer naar een diepere, zwaardere wereld. De lage tonen krijgen meer gewicht. De ritmes voelen dreigender en kleine elektronische details bewegen door het arrangement alsof ze zich bewust op de achtergrond proberen te verstoppen.

Koptelefoon aanbevolen.

Sterker nog: verplicht.

Want dit is weer zo'n Gabriel-productie waarbij je na drie luisterbeurten ontdekt dat je de helft nog niet gehoord had.

Een tikje hier.

Een vreemde klank daar.

Een achtergrondstem die ineens opvalt.

Een baspartij waarvan je pas later beseft hoe belangrijk die voor het hele nummer is.

Dat is precies waarom ik Gabriel zo graag hoor. Hij behandelt een studio niet als een ruimte waarin je een liedje registreert. De studio is onderdeel van het instrumentarium.

En dan die stem.

Gabriel hoeft op zijn leeftijd helemaal niet meer te bewijzen dat hij technisch alles kan. Juist doordat zijn stem donkerder en doorleefder is geworden, krijgen deze nummers extra gewicht. Hij zingt niet over de productie heen, maar lijkt er middenin te staan.

Bij de Dark-Side Mix werkt dat bijzonder goed.

Er zit iets geheimzinnigs in. Iets ongemakkelijks ook. Het nummer wil je niet onmiddellijk verleiden met een groot refrein. Het vraagt aandacht.

Dat betekent waarschijnlijk ook dat we hier niet over een enorme hit hoeven te praten.

Prima.

Laat anderen maar liedjes maken die na vijftien seconden hun volledige inhoud hebben prijsgegeven.

Peter Gabriel maakt muziek waarvoor je soms eerst de deur dicht moet doen.

En vervolgens nog een keer moet luisteren.

En nog een keer.

Het enige probleem is inmiddels mijn beoordelingsschaal. Hoe vaak kun je bij dezelfde artiest schrijven dat de productie geweldig is, de sfeer klopt en je opnieuw allerlei details ontdekt?

Blijkbaar heel vaak.

De Alternatieve Muziekman zegt: kan Peter Gabriel eigenlijk nog iets slechts maken?

Ik begin serieus te vermoeden van niet.

En ja, dat is voor een recensent behoorlijk irritant.

De Dark-Side Mix van One by One is donkerder, zwaarder en geheimzinniger en geeft het nummer opnieuw een andere kleur. Vooral met een goede koptelefoon hoor je hoe waanzinnig zorgvuldig alles in elkaar zit.

Dus vooruit.

Alwéér een pareltje.

Het spijt me.

★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)

Cijfer: 9,3/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Koptelefoonfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Kan Peter Gabriel niets slechts maken? Inderdaad. Helaas. Want zo wordt kritisch recensent zijn wel erg moeilijk.


https://youtu.be/1NKdy1kNAkA?si=NJq8MYk4hYvYeecJ

Django Django – opnieuw zo’n opmerkelijk lied★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)



Django Django – opnieuw zo’n opmerkelijk lied

Britpop met een geweldige melodie – die nieuwe plaat begint verdacht veelbelovend te worden

Er zijn van die discussies waar uiteindelijk niemand iets mee opschiet, maar waar muziekliefhebbers toch met opvallend veel enthousiasme een complete avond aan kunnen besteden.

Wat is het beste debuutalbum van de afgelopen vier decennia?

Surfer Rosa van Pixies?

Ten van Pearl Jam?

Blue Lines van Massive Attack?

Is This It van The Strokes?

Of misschien Moon Safari van Air?

Allemaal fantastische platen. En eigenlijk is de discussie volkomen zinloos, want hoe vergelijk je Massive Attack in hemelsnaam met Pearl Jam?

Maar vooruit, dat is precies waarom muziekliefhebbers dit soort discussies zo leuk vinden.

En dan wil ik er nog eentje tussen schuiven: Django Django van Django Django, uit 2012.

Want wat was dát een debuut.

Een plaat waarop psychedelische pop, elektronica, rock en vreemde ritmes zonder enige moeite naast elkaar leken te bestaan. Het klonk alsof vier mannen besloten hadden dat een genre vooral iets was waar andere bands zich druk over mochten maken.

Nu zijn we jaren verder en verschijnt er opnieuw nieuw werk.

En verdorie.

Dit is weer goed.

We hebben het nummer inmiddels een flink aantal keren opgezet en eigenlijk wordt het met iedere draaibeurt duidelijker: onder alle typische Django Django-versieringen zit gewoon een verdomd goede Britpopmelodie.

Dat klinkt misschien bijna te eenvoudig.

Maar eenvoud is geen belediging.

Sterker nog: het schrijven van een melodie die na een paar luisterbeurten vanzelf in je hoofd blijft zitten, is waarschijnlijk moeilijker dan een nummer volproppen met vijftien onverwachte akkoordwisselingen.

Django Django begrijpt dat.

De band heeft nog altijd die typische eigenzinnigheid. De productie bevat genoeg kleine details om met een koptelefoon opnieuw op ontdekkingstocht te gaan. Ritmes bewegen net iets anders dan verwacht en op de achtergrond verschijnen geluiden waarvan je bij de derde luisterbeurt pas beseft dat ze er al die tijd al waren.

Maar het lied zelf blijft overeind.

En dát vind ik belangrijk.

Experimentele muziek kan ontzettend interessant zijn, maar uiteindelijk wil ik ook gewoon een nummer horen. Iets met een melodie. Iets waarvoor je na afloop vrijwillig nog een keer op play drukt.

Dat gebeurt hier.

Sterker nog: hoe vaker ik luister, hoe enthousiaster ik word.

En daarmee begint er iets anders te gebeuren.

Mijn verwachtingen voor die toekomstige plaat worden behoorlijk hoog.

Dat is natuurlijk gevaarlijk. Voor je het weet verwacht je een tweede debuutalbum en kan een band het eigenlijk alleen nog maar verkeerd doen.

Dus laat ik mezelf een beetje afremmen.

Een beetje.

Want als Django Django op het nieuwe album deze combinatie weet vast te houden – sterke melodieën, Britpop, elektronica, psychedelische details en hun bekende eigenzinnigheid – dan zou er zomaar iets heel moois kunnen aankomen.

De Alternatieve Muziekman zegt: Django Django bewijst opnieuw dat eigenzinnig helemaal niet ingewikkeld hoeft te betekenen. Strip alle productiegrapjes weg en je houdt gewoon een uitstekende Britpopsong met een ijzersterke melodie over. Voeg vervolgens die typische Django Django-gekte weer toe en je krijgt opnieuw een opmerkelijk nummer.

En ja, dat debuut uit 2012?

Dat mag wat mij betreft gewoon genoemd worden tussen de grote debuutalbums van deze eeuw.

Of het werkelijk beter is dan Blue LinesMoon Safari of Is This It?

Begin die discussie maar zonder mij.

Ik zet dit nummer ondertussen nog een keer op.

★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)

Cijfer: 9,1/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆

Verwachting nieuwe album: ⭐⭐⭐⭐⭐

De verwachtingen beginnen gevaarlijk hoog te worden. Maar als Django Django dit niveau vasthoudt, hebben ze dat vooral aan zichzelf te danken. 

https://youtu.be/c4uRJtrMvt0?si=LrfjlVNNvgSOgQTM

woensdag 12 augustus 2026

Wings of Desire – A Little Low★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)




Wings of Desire – A Little Low

Terug naar de jaren tachtig en negentig, zonder in nostalgie te blijven hangen

Soms hoor je een nieuw nummer en ben je binnen een halve minuut een paar decennia terug in de tijd. A Little Low van Wings of Desire doet precies dat. De gitaren, de sfeer, de productie: ergens tussen de jaren tachtig en negentig lijkt een deur open te gaan.

En ik stap graag even naar binnen.

Wings of Desire is het project van Chloe Little en James Taylor, beiden afkomstig uit het Britse INHEAVEN, de indierockband die in 2018 ophield te bestaan. Met Wings of Desire kozen ze vervolgens voor een breder en atmosferischer geluid.

Dat hoor je uitstekend terug op A Little Low.

Vanaf de opening valt vooral de ruimte op. De gitaren worden breed uitgesmeerd, synthesizers zweven door het geluidsbeeld en de drums geven het nummer een prettige voorwaartse beweging. Het klinkt groot zonder dat iemand voortdurend met muzikale hoofdletters loopt te smijten.

Daar hou ik van.

Ik hoor de jaren tachtig in de productie. Niet de vrolijke kant met neon beenwarmers en synthesizers waar permanent de knop "feest" is ingedrukt, maar juist die melancholische alternatieve kant. New wave, postpunk en atmosferische pop liggen ergens onder het oppervlak.

Vervolgens komen de jaren negentig om de hoek kijken.

De gitaren krijgen meer gewicht en af en toe verschijnt er zelfs een klein shoegaze-achtig waasje. Niet genoeg om A Little Low volledig in dat genre te stoppen, maar precies genoeg om de muziek die heerlijke dromerige diepte te geven.

En belangrijk: Wings of Desire klinkt niet als een verkleedpartij.

Dat is bij retro-invloeden altijd het gevaar. Een oude synthesizer zoeken, een flinke galm op de zang en klaar: "Kijk ons eens jaren tachtig zijn."

Little en Taylor gebruiken hun invloeden veel slimmer.

Ze nemen de sfeer van toen en combineren die met een moderne productie. Daardoor voelt A Little Low vertrouwd zonder gedateerd te klinken.

Ook vocaal werkt het uitstekend. De stemmen worden niet overdreven naar voren gemixt, maar bewegen door de muziek heen. Dat past bij de dromerige sfeer. Soms voelt de zang bijna als een extra instrument.

Het nummer heeft bovendien iets filmisch.

Ik zie er autoritten bij. Een lege snelweg in de avond. Straatlantaarns die voorbijschieten terwijl de gitaren steeds breder worden.

Misschien is dat nostalgie.

Maar dan wel de goede soort.

Want A Little Low probeert niet wanhopig een verloren tijd terug te halen. Het laat vooral horen hoeveel prachtige ideeën uit die periode nog steeds bruikbaar zijn wanneer je er iets eigens mee doet.

En dat lukt Wings of Desire.

De Alternatieve Muziekman zegt: A Little Low is een prachtig nummer van een duo dat heel goed begrijpt hoe je inspiratie uit het verleden naar het heden brengt. Chloe Little en James Taylor nemen iets mee van hun INHEAVEN-verleden, voegen daar atmosferische synths, newwave-melancholie en een klein jaren-negentig-gitaarwaasje aan toe en komen uit bij iets dat verrassend fris klinkt.

Terug naar de jaren tachtig en negentig?

Graag.

Zeker als de reis zo mooi klinkt als deze.

★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)

Cijfer: 9,1/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆

Nostalgiefactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Een nummer dat vertrouwd klinkt zonder voorspelbaar te worden. Wings of Desire kijkt achterom, maar rijdt gelukkig gewoon vooruit.