Sommige nummers beginnen en je weet binnen twee seconden:
dit is geen gezelligheid.
Geen terras. Geen zon. Geen glimlach.
Nee. Dit is beton. Mist. Regen.
Welkom bij Killing Joke.
Love Like Blood is zo’n track die meteen de kamer temperatuur vijf graden laat zakken. Die eerste drum, die kille baslijn, die ijzige gitaar… het klinkt alsof iemand staalplaten tegen elkaar slaat in een verlaten fabriek.
En dan die stem van Jaz Coleman.
Dat is geen zang. Dat is een dreigement.
Half prediker, half onheilsprofeet. Alsof hij je persoonlijk komt vertellen dat het einde nabij is. En toch… het swingt ook nog. Dat is het bizarre. Het is donker én dansbaar tegelijk. Gothic disco, voordat iemand dat woord had bedacht.
Die baslijn alleen al.
Iconisch.
Zo’n riff die je na één keer horen nooit meer kwijt bent. Alsof je hartslag ineens postpunk wordt.
En die productie… heerlijk jaren ’80. Droge drums, galm, alles een beetje kil en grijzend. Geen warme buizen, geen gezelligheid. Dit is puur industriële romantiek. Het klinkt alsof het in zwart-wit is opgenomen.
De video is ook prachtig fout op de beste manier. Rook, schaduwen, dramatische poses, art-school-esthetiek. Je ziet dat het jaren tachtig is en toch voelt het tijdloos. Geen grap, geen ironie. Gewoon serieus somber. En dat maakt het juist sterk.
Wat Killing Joke hier doet, hoor je later terug bij half Manchester: Joy Division, Editors, Interpol, noem maar op. Dit is de blauwdruk. Zonder deze track geen halve postpunkrevival.
Is het een hit? Gek genoeg: ja.
Destijds gewoon charts gehaald. Omdat mensen blijkbaar ook willen dansen op existentiële crisis. Mooi toch.
En eerlijk: dit is zo’n nummer dat je opzet en denkt: ja, dit is waarom muziek soms gewoon legendarisch is.
Cijfer: 9,2
Hitpotentie: 8,7
Koud, donker en onweerstaanbaar. Alsof je danst in een verlaten fabriek terwijl de wereld vergaat. Killing Joke op z’n allerbest. Pure postpunkgeschiedenis.