woensdag 7 oktober 2026

FLETCHR FLETCHR – FOR YOU★★★★☆ – 8/10



FLETCHR FLETCHR – FOR YOU

Live From The Barn: gelukkig klinkt de schuur niet geïsoleerd

★★★★☆ – 8/10

Zet muzikanten in een schuur en er zijn twee mogelijkheden: ze beginnen een boerenbedrijf of ze nemen een livesessie op. Fletchr Fletchr koos verstandig.

For You – Live From The Barn.

Alleen die toevoeging maakt mij al nieuwsgierig.

Want een studio-opname kun je tegenwoordig behandelen totdat werkelijk ieder menselijk spoor verdwenen is.

Zang niet helemaal zuiver?

Repareren.

Drumslag iets te laat?

Repareren.

Gitaar niet strak?

Repareren.

Ademt de zanger hoorbaar?

Waarschijnlijk bestaat daar inmiddels ook een plug-in voor.

Maar zet een band bij elkaar in een ruimte en laat ze spelen, en je hoort vrij snel wat er werkelijk aanwezig is.

Bij Fletchr Fletchr is dat gelukkig genoeg.

For You klinkt warm, organisch en vooral menselijk.

Dat laatste vind ik misschien wel het aantrekkelijkste.

De instrumenten hebben ruimte om te ademen. De zang staat niet als een glimmend voorwerp boven op de muziek, maar bevindt zich er middenin.

Je hoort een band die samen speelt.

Een revolutionair concept.

Schijnt vroeger vaker te zijn gebeurd.

De zang trekt meteen de aandacht. Niet door enorme vocale acrobatiek, maar juist door de natuurlijke manier waarop de melodie wordt gebracht.

Geen:

KIJK EENS HOE GOED IK KAN ZINGEN.

Gewoon zingen.

Dank u.

De begeleiding houdt zich eveneens behoorlijk netjes in. Gitaar, ritme en zang krijgen allemaal hun plaats zonder dat iemand voortdurend probeert de hoofdrol over te nemen.

Dat geeft For You een aangename intimiteit.

En precies daar heeft die Barn-versie meerwaarde.

Je hebt het gevoel dat je niet naar een zorgvuldig geconstrueerde productie luistert, maar een paar meter van de muzikanten vandaan staat.

Dat kleine beetje ruwheid helpt.

Een geluid hoeft niet perfect glad te zijn om mooi te klinken.

Sterker nog:

vaak gebeurt het tegenovergestelde.

Hoe meer je een opname poetst, hoe groter de kans dat uiteindelijk ook de persoonlijkheid wordt weggepoetst.

Hier blijven de randjes zitten.

Goed zo.

Muzikaal is For You vrij toegankelijk. De melodie komt gemakkelijk binnen en de opbouw is overzichtelijk. Geen progressieve omweg van twaalf minuten voordat iemand besluit dat het misschien tijd wordt voor het tweede couplet.

Maar daar zit ook mijn kritiek.

Het is allemaal erg prettig.

Misschien iets té prettig.

Ik wacht ergens op dat ene moment waarop Fletchr Fletchr mij echt verrast.

Een onverwachte versnelling.

Een gitaar die ineens smerig wordt.

Een vocale uithaal waarvan zelfs de koeien buiten even opkijken.

Iets.

Dat moment komt niet helemaal.

Daarom geen 9.

Maar die 8 staat stevig.

Want wat deze live-opname vooral bewijst, is dat For You geen enorme productietrucs nodig heeft.

Haal de glans weg.

Zet de muzikanten in een ruimte.

Microfoons aan.

Spelen.

En het liedje blijft gewoon overeind.

Dat is uiteindelijk een veel groter compliment dan een perfect rechtgetrokken studioproductie.

En de schuur?

Die mag blijven.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ – 8/10

Zang: ★★★★½
Live-sound: ★★★★½
Melodie: ★★★★☆
Sfeer: ★★★★½
Dynamiek: ★★★★☆
Originaliteit: ★★★½☆

Plus: warme, natuurlijke liveklank en een liedje dat zonder studiotrucs overeind blijft.

Min: iets te keurig; ik mis één onverwacht moment dat de opname echt uit zijn voegen laat barsten.

Beste keuze: deze Live From The Barn-versie — juist vanwege de ruimte en menselijke randjes.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆

Eindoordeel: For You laat horen dat Fletchr Fletchr weinig nodig heeft om te overtuigen. Een goede ruimte, een paar microfoons en muzikanten die daadwerkelijk kunnen spelen. Het klinkt bijna ouderwets. Laten we hopen dat het weer mode wordt. 8/10.

https://youtu.be/qogowH64lm4?si=AcYxv26y-BkP5Hrk

HIQPY – NOTHING (LIVE, KOEPELHAL★★★★½ – 8,5/10




HIQPY – NOTHING (LIVE, KOEPELHAL)

Even dacht ik aan Wolf Alice. Dat is doorgaans een goed teken.

★★★★½ – 8,5/10

Sommige bands klinken live alsof ze hun eigen nummers eindelijk uit de verpakking mogen halen. Hiqpy is er zo eentje.

Bij Nothing, live opgenomen in de Koepelhal, duurt het niet lang voordat mijn muzikale geheugen zich meldt.

Die gitaren.

Die sfeer.

Die combinatie van dromerig en stevig.

Wolf Alice.

Niet meteen de advocaat bellen.

Ik zeg niet dat Hiqpy Wolf Alice nadoet.

Het zit meer in de vibe.

Dat gevoel dat een nummer op het ene moment bijna gewichtloos kan klinken en een halve minuut later ineens tanden krijgt.

Daar hou ik van.

En Nothing profiteert enorm van de liveomgeving.

Je hoort ruimte.

Lucht.

Een band.

Dat laatste klinkt vanzelfsprekend, maar is het in 2026 allang niet meer. Veel muziek wordt tegenwoordig zo grondig gladgestreken dat je bijna verwacht dat ieder foutje na de opname persoonlijk een ontslagbrief krijgt.

Hier mag het ademen.

De gitaren hebben een lichte rafelrand. De drums klinken fysiek en de zang hoeft niet boven ieder instrument uit te torenen.

Alles beweegt samen.

Juist daardoor krijg ik dat Wolf Alice-gevoel.

Niet omdat er één specifieke riff wordt gekopieerd, maar door het contrast tussen schoonheid en lawaai.

Een gitaar mag mooi klinken.

Maar hij mag daarna ook gewoon tegen een muur rijden.

Graag zelfs.

Hiqpy begrijpt dat.

De zang trekt me bovendien het nummer in zonder voortdurend om aandacht te schreeuwen. Er zit iets afstandelijks en kwetsbaars in, maar zodra de band meer kracht zet, blijft de stem overeind.

Dat contrast maakt Nothing interessant.

Het nummer bouwt niet volgens de gebruikelijke pophandleiding waarbij na exact zoveel seconden het refrein moet verschijnen omdat anders ergens een algoritme onrustig wordt.

Het ontwikkelt zich natuurlijker.

Spanning ontstaat.

Verdwijnt.

Komt terug.

En live werkt dat uitstekend.

Je hoort dat deze muziek niet alleen bedoeld is om via oordopjes tijdens het boodschappen doen te consumeren.

Dit wil een zaal in.

Volume omhoog.

Licht erop.

Publiek ervoor.

Klaar.

Mijn kritiek?

De vergelijking met Wolf Alice komt natuurlijk niet uit de lucht vallen.

Hiqpy beweegt zich in een muzikaal gebied waar shoegaze, indierock, grunge en dreampop inmiddels behoorlijk veel bewoners hebben.

Dat is geen probleem, zolang de band uiteindelijk een eigen huis bouwt.

En precies daar zit voor mij nog de ruimte.

Voor een 9 wil ik straks een nummer horen waarvan ik na tien seconden niet denk: Wolf Alice-vibe.

Maar:

Hiqpy.

Punt.

Toch zit deze liveversie daar al behoorlijk dichtbij.

Want wat vooral blijft hangen, is niet de vergelijking.

Het is de energie.

De band klinkt alsof er iets kan gebeuren.

Alsof een nummer niet volledig is dichtgetimmerd voordat de eerste noot gespeeld wordt.

En dat vind ik veel interessanter dan perfectie.

Perfecte muziek hebben we genoeg.

Geef mij maar een gitaar die een beetje schuurt.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 8,5/10

Live-sound: ★★★★★
Gitaar: ★★★★½
Zang: ★★★★½
Sfeer: ★★★★★
Dynamiek: ★★★★½
Eigen gezicht: ★★★★☆
Wolf Alice-vibe: ★★★★★

Plus: prachtige combinatie van dromerige sfeer, rauwe gitaren en echte live-energie.

Min: de invloeden zijn nog hoorbaar; voor de volgende stap mag het eigen Hiqpy-geluid nóg nadrukkelijker naar voren.

Voor liefhebbers van: Wolf Alice, shoegaze, dreampop en alternatieve gitaarmuziek met een rafelrand.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★½

Eindoordeel: Nothing klinkt in de Koepelhal alsof Hiqpy precies daar thuishoort: niet keurig opgeborgen in een studio, maar op een podium waar de gitaren mogen ademen en af en toe lelijk mogen doen. Die Wolf Alice-vibe? Absoluut. Maar Hiqpy is interessant genoeg om vooral Hiqpy te blijven volgen. 8,5/10.

https://youtu.be/OKfwW2Yq-QU?si=L9mp6xUcgoGTBqgM

.SWEDISH HOUSE MAFIA & LYKKE LI – HAPPINESS IS SO SAD ★★★½☆ – 7,5/10


SWEDISH HOUSE MAFIA & LYKKE LI – HAPPINESS IS SO SAD

De handleiding van EDM is weer keurig gevolgd

★★★½☆ – 7,5/10

Ergens in Zweden moet een handleiding liggen met de titel: Zo maakt u een emotionele EDM-hit. Swedish House Mafia heeft hem weer gevonden.

Stap één:

Neem een melancholische zangeres.

Lykke Li.

Uitstekende keuze.

Stap twee:

Laat haar eerst klein en kwetsbaar zingen.

Stap drie:

Zet langzaam de synthesizers open.

Stap vier:

Bouw spanning op.

Stap vijf:

Wacht.

Nog even wachten.

En dan:

BOEM.

Festival.

Handen omhoog.

Telefoon in de lucht.

Iemand op de eerste rij huilt terwijl hij tegelijkertijd een Instagram Story maakt.

Welkom bij Happiness Is So Sad.

En het vervelende is:

het werkt.

Natuurlijk werkt het.

Swedish House Mafia bestaat uit drie mannen die inmiddels waarschijnlijk in hun slaap nog een festivaldrop kunnen programmeren.

Axwell, Steve Angello en Sebastian Ingrosso weten precies hoe je elektronische muziek groot laat klinken.

Maar de interessantste naam staat voor mij ditmaal achter de komma:

Lykke Li.

Haar stem voorkomt dat Happiness Is So Sad verandert in een doorsnee EDM-productie waar later willekeurig een zangeres overheen is geplakt.

Ze brengt melancholie.

Afstand.

Kwetsbaarheid.

Die typisch Scandinavische emotionele kou waarbij iemand zegt dat alles prima gaat en je onmiddellijk weet dat het helemaal niet prima gaat.

Alleen de titel al:

Happiness Is So Sad.

Prachtig.

Vier woorden waarin ongeveer de complete Scandinavische popgeschiedenis wordt samengevat.

Muzikaal begint het nummer beheerst. Lykke Li krijgt ruimte en de elektronische productie blijft aanvankelijk netjes op de achtergrond.

Maar je weet natuurlijk wat er gaat gebeuren.

De spanning wordt opgebouwd.

De synths worden breder.

De productie groter.

En ergens zit die onvermijdelijke ontlading.

Dat is mijn probleem met het nummer.

Niet dat het slecht is.

Integendeel.

Het is bijna irritant goed gemaakt.

Alles staat op de juiste plaats.

De stem.

De opbouw.

De emotie.

De elektronische details.

De grote climax.

Alleen hoor ik ondertussen ook het bouwplan.

Bij werkelijk geweldige elektronische muziek vergeet ik hoe een nummer gemaakt is.

Hier zie ik af en toe de steigers nog staan.

Vers.

Opbouw.

Spanning.

Drop.

Herhalen.

Factuur sturen.

Volgend festival.

En dat is jammer, want juist Lykke Li nodigt uit tot iets vreemders.

Laat die beat een keer níét komen.

Laat het nummer halverwege instorten.

Gooi er een compleet verkeerde synthesizer tussen.

Doe iets waarvan Tomorrowland even niet weet waar het zijn vuurwerk moet afsteken.

Dán was ik echt geïnteresseerd geweest.

Nu krijg ik vooral een bijzonder professionele EDM-single met een fantastische stem.

En daarom geen 9.

Zelfs geen 8.

7,5/10.

Dat klinkt misschien streng voor een nummer dat ik waarschijnlijk gewoon nog meerdere keren ga draaien.

Maar goed gemaakt en bijzonder zijn twee verschillende dingen.

Swedish House Mafia beheerst het eerste bijna angstaanjagend goed.

Voor het tweede hadden ze de handleiding misschien juist een keer moeten weggooien.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★½☆ – 7,5/10

Stem Lykke Li: ★★★★★
Productie: ★★★★½
Melodie: ★★★★☆
Emotie: ★★★★☆
Originaliteit: ★★★☆☆
Festivalpotentie: ★★★★★
Handleiding gevolgd: ★★★★★+

Plus: Lykke Li geeft de productie precies de melancholie en menselijke kwetsbaarheid die het nummer nodig heeft.

Min: je hoort de EDM-constructie bijna aankomen voordat hij er is.

Beste moment: wanneer Lykke Li nog ruimte krijgt en Swedish House Mafia zich inhoudt.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★½☆

Eindoordeel: Happiness Is So Sad is professioneel, melodieus en effectief. Swedish House Mafia weet precies welke knoppen moeten worden ingedrukt en Lykke Li zorgt ervoor dat er ook nog een hart onder de apparatuur klopt. Prima EDM dus. Alleen jammer dat de handleiding na afloop nog open op tafel ligt. 7,5/10.

https://youtu.be/bkeYOAbPCYg?si=wgZLHxw8qwNryz53

ROYEL OTIS – DAYS IN THE DARK★★★★☆ – 8/10



ROYEL OTIS – DAYS IN THE DARK

Alweer een band die ik niet kende. Het begint gênant te worden.

★★★★☆ – 8/10

Iedere week ontdek ik nieuwe bands. Dat klinkt avontuurlijk, maar betekent vooral dat mijn muzikale kennis blijkbaar veel grotere gaten heeft dan ik dacht.

Vandaag:

Royel Otis.

Nooit van gehoord.

Ik dacht eerlijk gezegd dat Royel Otis één persoon was. Een Australische singer-songwriter waarschijnlijk. Beetje moeilijke jeugd, gitaar gekregen van zijn vader en nu een album opgenomen in een houten huisje.

Niet dus.

Het zijn Royel Maddell en Otis Pavlovic.

Royel plus Otis.

Royel Otis.

Daar is geen reclamebureau aan te pas gekomen.

Waarschijnlijk ook beter.

Dan Days In The Dark.

Play.

En binnen een halve minuut heb ik alweer hetzelfde probleem als bij al die andere onbekende bands die ineens goed blijken te zijn:

waarom kende ik dit niet?

Het klinkt onmiddellijk lekker.

Losse gitaren, een soepele bas, ontspannen ritme en zang die precies nonchalant genoeg klinkt om te suggereren dat het allemaal vanzelf gaat.

Dat gaat het natuurlijk niet.

Muzikanten doen altijd alsof een liedje toevallig ontstond tijdens een middagje in de studio.

Drie maanden later verschijnt er een documentaire over het opnameproces.

Wat vooral opvalt aan Days In The Dark is hoe gemakkelijk het nummer beweegt.

Niets wordt overdreven aangezet.

De gitaar hoeft niet voortdurend te bewijzen dat hij een gitaar is.

De drummer heeft kennelijk ook niet de behoefte om iedere acht maten zijn opleiding af te ronden.

En het refrein komt gewoon voorbij zonder eerst een persconferentie te organiseren.

Prettig.

De titel klinkt donkerder dan de muziek.

Days In The Dark.

Je verwacht bijna existentiële ellende, gesloten gordijnen en iemand die al drie dagen niet op WhatsApp heeft gereageerd.

Maar muzikaal zit er juist veel licht in.

De gitaren zijn luchtig, de melodie is warm en onder de ontspannen buitenkant zit precies voldoende melancholie om het interessant te houden.

Dat is belangrijk.

Want zonder die melancholie was dit al snel muziek geworden die je hoort terwijl iemand in een koffiezaak uitlegt waar de havermelk staat.

Nu blijft het overeind.

De zang helpt daarbij. Niet spectaculair, wel effectief. Geen enorme uithalen. Geen moment waarop iemand bij The Voice Australia op een rode knop zou slaan.

Gelukkig maar.

Het past bij het nummer.

Wat Royel Otis vooral goed doet, is niet te veel doen.

Dat klinkt eenvoudig.

Is het niet.

Er zijn genoeg bands die een aardig liedje hebben en vervolgens besluiten er nog synthesizers, strijkers, drie gitaarlagen en waarschijnlijk een kinderkoor bij te zetten.

Omdat het kan.

Royel Otis laat ruimte.

Mijn kritiek zit juist in die aangenaamheid.

Het nummer klinkt zó gemakkelijk lekker dat het gevaar bestaat dat je pas na afloop ontdekt dat er weinig echt gevaarlijks is gebeurd.

Voor een 9 wil ik ergens een kras.

Een rare overgang.

Een gitaar die verkeerd afslaat.

Iets waardoor ik denk:

wat gebeurde daar nou?

Nu denk ik vooral:

lekker nummer.

Dat is een compliment.

Maar ook precies waarom het een 8 blijft.

Toch is mijn eerste kennismaking ruimschoots geslaagd.

Weer een onbekende band erbij.

Mijn lijst met muziek die ik nog moet volgen wordt inmiddels langer dan de lijst met muziek waar ik daadwerkelijk tijd voor heb.

Een luxeprobleem.

Maar wel een probleem.

Royel Otis kan erbij.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ – 8/10

Sound: ★★★★½
Gitaar: ★★★★☆
Melodie: ★★★★½
Zang: ★★★★☆
Sfeer: ★★★★½
Originaliteit: ★★★½☆

Plus: heerlijk losse gitaren, sterke melodie en precies genoeg melancholie onder de zonnige buitenkant.

Min: het klinkt bijna té gemakkelijk lekker. Voor een 9 mag er ergens iets ontsporen.

Voor liefhebbers van: melodieuze indiepop, jangle, dromerige gitaren en bands die niet na iedere maat om aandacht vragen.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆

Eindoordeel: Ik kende Royel Otis niet. Dat lag achteraf gezien vooral aan mij. Days In The Dark is een heerlijk ontspannen indiepopnummer dat nergens moeilijk over doet. Geen revolutie. Geen meesterwerk. Ook geen reden om hem niet onmiddellijk nog een keer op te zetten. 8/10.

https://youtu.be/plNm94ieyaM?si=hSbIP_Ci6WHAVIFf

dinsdag 6 oktober 2026

STEVEN WILSON – ON CHAPEL SLOPE★★★★½ – 9/10



STEVEN WILSON – ON CHAPEL SLOPE

Muziek voor gevorderden. Beginners mogen natuurlijk ook luisteren.

★★★★½ – 9/10

Sommige muziek vraagt om een koptelefoon. Steven Wilson vraagt eigenlijk om een koptelefoon, een comfortabele stoel en een vrije avond.

Welkom bij On Chapel Slope.

Muziek voor gevorderden.

Dat klinkt misschien elitair, alsof je eerst drie albums van King Crimson moet kunnen opnoemen voordat je op play mag drukken.

Onzin natuurlijk.

Iedereen mag naar Steven Wilson luisteren.

Alleen moet je bij hem niet altijd verwachten dat het nummer na twintig seconden zijn visitekaartje afgeeft.

Wilson wil dat je luistert.

En daar begint tegenwoordig bijna het experiment al.

On Chapel Slope ontvouwt zich langzaam. Geluiden komen niet allemaal tegelijk binnen, maar krijgen een plaats. Een instrument duikt op, verdwijnt weer naar achteren en wordt later door een ander detail overgenomen.

Het is muziek waarin ruimte net zo belangrijk is als geluid.

Typisch Wilson.

Hij denkt niet alleen in melodieën en akkoorden, maar in architectuur.

Waar staat een instrument?

Hoe dichtbij klinkt een stem?

Hoe breed mag een synthesizer worden?

Wanneer moet er juist even bijna niets gebeuren?

Met een goede koptelefoon wordt dat heerlijk.

Je hoort kleine details links en rechts verschijnen. Elektronica schuift langs organische instrumenten, terwijl de productie voortdurend diepte houdt.

Steven Wilson produceert niet zozeer een nummer.

Hij richt een complete woning in.

En waarschijnlijk mag je de bank niet zelf verplaatsen.

Toch is On Chapel Slope geen technische demonstratie voor mannen die op verjaardagen enthousiast vertellen hoeveel hun luidsprekerkabel heeft gekost.

Er zit emotie onder.

Dat is belangrijk.

Want progressieve muziek kan soms zo druk bezig zijn met laten horen hoe intelligent ze is, dat iemand vergeet een liedje te schrijven.

Wilson ontsnapt daar meestal aan.

Ook hier.

Onder alle productie, details en muzikale verschuivingen zit melancholie. Een soort afstandelijkheid die toch menselijk blijft.

Dat is precies het gebied waarin Wilson op zijn best is.

Ik hoor natuurlijk iets van zijn Porcupine Tree-verleden, maar ook ambient, artrock, elektronica en progressieve pop. Soms denk ik zelfs even aan Peter Gabriel: niet omdat de muziek hetzelfde klinkt, maar vanwege die obsessieve aandacht voor geluid.

Iedere seconde lijkt bewust geplaatst.

En juist daarom moet je On Chapel Slope vaker horen.

De eerste keer hoor je het nummer.

De tweede keer hoor je de productie.

De derde keer hoor je ineens dat kleine detail waarvan je je afvraagt:

zat dat er gisteren ook al in?

Ja.

Jij luisterde gewoon niet goed genoeg.

Mijn kritiek zit vreemd genoeg precies in die perfectie.

Wilson kan zó zorgvuldig produceren dat ik soms verlang naar iets wat volledig uit de bocht vliegt.

Een lelijke gitaar.

Een fout randje.

Iemand die per ongeluk tegen een microfoonstandaard loopt en Wilson die besluit:

laat maar zitten, we houden hem erin.

Voor een 10 wil ik dat gevaar voelen.

Maar een 9?

Zeker.

Want dit is muziek die de luisteraar niet als een goudvis behandelt.

Geen refrein dat na vijftien seconden drie keer wordt herhaald omdat we anders misschien onze aandacht verliezen.

Steven Wilson zegt eigenlijk:

hier is de muziek. Doe zelf ook even wat moeite.

Prima.

Koptelefoon op.

Telefoon weg.

We beginnen opnieuw.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 9/10

Productie: ★★★★★
Sfeer: ★★★★★
Compositie: ★★★★½
Muzikale details: ★★★★★
Emotie: ★★★★½
Toegankelijkheid: ★★★☆☆
Koptelefoonfactor: ★★★★★+

Plus: fenomenale productie, veel diepte en details en een compositie die na meerdere luisterbeurten blijft groeien.

Min: Wilsons perfectionisme kan soms bijna té gecontroleerd klinken.

Voor liefhebbers van: Porcupine Tree, Peter Gabriel, progressieve artrock, ambient en muziek waarvoor je nog daadwerkelijk moet gaan zitten.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★½

Eindoordeel: On Chapel Slope is inderdaad muziek voor gevorderden. Niet omdat je ervoor gestudeerd moet hebben, maar omdat Steven Wilson ervan uitgaat dat de luisteraar nog aandacht heeft. Iedere luisterbeurt opent weer een andere deur. En achter die deur staat waarschijnlijk nóg een synthesizer. 9/10.

https://youtu.be/EFx6kinYpdI?si=wJPTpzYNf9uBPWQS