maandag 14 september 2026

Beck – Girl Dreams (Acoustic in the South of France)★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren




Beck – Girl Dreams (Acoustic in the South of France)

Een gitaar, Zuid-Frankrijk en een liedje van ruim dertig jaar oud. Meer heeft Beck blijkbaar niet nodig

“You’re just the girl from my dreams.”

En daar zit je dan.

Beck.

Een akoestische gitaar.

Zuid-Frankrijk.

En Girl Dreams, een nummer uit One Foot in the Grave uit 1994.

Meer dan dertig jaar oud dus.

Maar zodra Beck deze akoestische versie inzet, verdwijnt die tijd eigenlijk onmiddellijk.

Geen grote productie.

Geen synthesizers.

Geen beats.

Geen studiotrucs.

Gewoon Beck en een gitaar.

En verdorie, wat werkt dat goed.

Terug naar de kale Beck

Ik heb natuurlijk een enorm zwak voor de Beck die kan spelen met elektronica, funk en synthesizers. In The Night en Disappearing Act bewijzen voor mij dat hij in 2026 nog steeds muziek kan maken die fris en relevant klinkt.

Maar Beck heeft altijd nog een andere kant gehad.

De folk-Beck.

De man die bijna alles kan weghalen en vervolgens ontdekt dat zijn liedje nog steeds overeind staat.

Girl Dreams komt uit die wereld. One Foot in the Grave was sowieso een veel kalere plaat dan Mellow Gold, dat eveneens in 1994 verscheen. Waar Beck internationaal doorbrak met Loser, liet hij op deze plaat een veel rauwere, akoestische kant horen.

En juist daarom is het mooi dat hij dit nummer nu weer oppakt.

Niet perfect — gelukkig

Wat ik vooral sterk vind aan deze uitvoering is de ruimte.

Becks gitaar bepaalt het ritme, maar hij speelt niet alsof hij tijdens een auditie moet bewijzen hoeveel akkoorden hij kent. Het blijft eenvoudig.

Zijn stem is inmiddels natuurlijk veranderd.

Ouder.

Doorleefder.

Misschien iets kwetsbaarder.

En daardoor krijgt Girl Dreams ineens een andere betekenis.

Een jonge Beck die zingt over het meisje uit zijn dromen klinkt als verlangen.

Een Beck van 56 die ruim dertig jaar later dezelfde woorden zingt, laat mij ook iets anders horen:

herinnering.

Misschien leg ik dat er zelf in.

Prima.

Dat is precies wat goede muziek mag doen.

En dan Zuid-Frankrijk

De locatie helpt natuurlijk ook.

Dit klinkt niet alsof Beck een oud nummer uit de kast heeft gehaald omdat iemand van de platenmaatschappij dringend content nodig had.

De setting geeft het iets intiems en tijdloos.

Alsof hij ergens tijdens een warme avond gewoon een gitaar heeft gepakt en dacht:

deze ken ik nog.

Dat past perfect bij Girl Dreams.

Het nummer heeft helemaal geen grote nieuwe productie nodig.

Sterker nog: als je hier twintig synthesizers, een elektronische beat en een strijkorkest achter zou zetten, zou je waarschijnlijk precies kapotmaken waarom het zo mooi is.

Dit liedje moet ademen.

Gitaar.

Stem.

Stilte.

Klaar.

De Alternatieve Muziekman zegt

Wat ik hier misschien nog het mooiste aan vind?

Beck laat horen dat zijn muzikale verleden niet in een museum staat.

Hij kan in 2026 geweldige nieuwe elektronische muziek maken en vervolgens teruggrijpen naar een klein akoestisch nummer uit 1994 zonder dat het voelt als een nostalgische verplichting.

Dat is knap.

Girl Dreams wordt niet gemoderniseerd.

Het wordt ook niet opgeblazen.

Beck laat het nummer gewoon opnieuw leven.

En ineens realiseer ik me weer dat achter alle muzikale gedaanteverwisselingen — alternative rock, folk, funk, elektronica, hiphop, synthpop — altijd één ding heeft gezeten:

een uitstekende liedjesschrijver.

Soms hoor je dat het duidelijkst wanneer bijna alles wordt weggehaald.

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

Cijfer: 9,2/10

Beck: ⭐⭐⭐⭐⭐
Akoestische gitaar: ⭐⭐⭐⭐⭐
Stem: ⭐⭐⭐⭐½
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Kwetsbaarheid: ⭐⭐⭐⭐⭐
Minimalisme: ⭐⭐⭐⭐⭐
Nostalgie zonder stoffig te worden: ⭐⭐⭐⭐⭐
Zuid-Frankrijk-factor: ☀️☀️☀️☀️☀️
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Hitpotentie: ⭐⭐½☆☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴⚪

You’re just the girl from my dreams. Meer dan dertig jaar later heeft Beck aan één gitaar, zijn stem en een plek in Zuid-Frankrijk genoeg om die zin opnieuw te laten binnenkomen. Soms is vooruitgang niet méér toevoegen. Soms is het weten wat je allemaal kunt weglaten.

https://youtu.be/IEjn_5pZNlQ?si=fLSMFO860My9hEXt

Spanish Horses – Hey Man (Hey Man!)★★★★☆ – 4 van de 5 sterren



Spanish Horses – Hey Man (Hey Man!)

Nooit van gehoord. Eén keer op play en ik denk: hé, lekker nummer. Soms hoeft muziek helemaal niet ingewikkelder te zijn

En alweer zo'n naam.

Spanish Horses.

Nooit van gehoord.

Dat vind ik eigenlijk een van de leukste kanten van dagelijks nieuwe muziek luisteren. Natuurlijk word ik blij als The War On Drugs, Peter Gabriel of Editors iets nieuws uitbrengen. Daar liggen de verwachtingen al klaar voordat ik één noot heb gehoord.

Maar een totaal onbekende naam?

Dat is interessanter.

Geen verwachtingen.

Geen verleden.

Gewoon:

druk op play.

En bij Hey Man (Hey Man!) duurt het niet lang voordat ik denk:

hé, dit is lekker.

De gitaar zet meteen de toon

Wat vooral werkt, is de directheid.

Geen intro van anderhalve minuut waarin de band eerst uitgebreid uitlegt dat ze artistiek verantwoord bezig zijn.

De gitaren zetten vrij snel de sfeer neer en de ritmesectie geeft het nummer een aangename voorwaartse beweging.

En dan die titel.

Hey Man (Hey Man!).

Het klinkt al alsof iemand je vanaf de andere kant van de straat roept.

Dat directe zit ook in de muziek.

De gitaar heeft voldoende bite, maar wordt nergens overdreven zwaar. De drums houden het strak en de bas zorgt ervoor dat het nummer net genoeg gewicht krijgt.

Het geheel heeft iets losjes.

Alsof de band niet maandenlang met een vergrootglas naar iedere seconde heeft gekeken.

En dat hoor ik graag.

Niet gladstrijken, graag

Na David Kushners Ritual schreef ik nog dat ik soms juist een beetje vuil en wrijving mis.

Nou, Spanish Horses begrijpt dat beter.

Hier hoeft niet ieder randje weggepoetst te worden.

De gitaren mogen schuren.

De zang hoeft niet te klinken alsof iedere ademhaling door een computer is goedgekeurd.

En daardoor krijg ik veel sterker het gevoel dat hier een band speelt.

Dat klinkt misschien vanzelfsprekend.

Is het tegenwoordig niet altijd.

Er is bovendien genoeg ruimte in de productie. De gitaarpartijen worden niet op elkaar gestapeld totdat er één enorme geluidsmuur ontstaat. Daardoor blijven ritme, melodie en zang afzonderlijk herkenbaar.

Dat geeft Hey Man energie zonder dat het vermoeiend wordt.

Bekend gevoel, onbekende band

Is dit revolutionair?

Nee.

Ik hoor allerlei bekende ingrediënten uit indierock en alternatieve gitaarmuziek.

Maar dat stoort me totaal niet.

Want originaliteit betekent voor mij niet dat iemand een instrument moet uitvinden dat nog nooit heeft bestaan.

Het gaat erom wat je met bekende ingrediënten doet.

En Spanish Horses maakt er een aanstekelijk liedje van.

De melodie blijft hangen.

Het ritme trekt je mee.

De gitaar geeft precies voldoende rafelrand.

En belangrijker:

wanneer het nummer afgelopen is, wil ik weten wat Spanish Horses nog meer heeft gemaakt.

Dat is voor een band die ik vijf minuten geleden nog niet kende een behoorlijk goed resultaat.

De Alternatieve Muziekman zegt

Soms schrijf ik honderden woorden over productie, dynamiek, synthesizers, arrangementen en de exacte hoeveelheid melancholie per vierkante meter.

En soms is mijn eerste reactie eigenlijk de beste recensie:

lekker nummer.

Hey Man (Hey Man!) is zo'n geval.

Niet overdenken.

Gitaar aan.

Drums erbij.

Goede melodie.

Een beetje schuren.

Spelen.

Klaar.

En juist na een paar behoorlijk zorgvuldig geproduceerde nummers vind ik die directheid verfrissend.

Spanish Horses kende ik niet.

Nu dus wel.

En net als bij Cascadeur eerder vandaag gebeurt precies wat ik hoop wanneer ik door nieuwe releases ga:

ik ontdek iets.

Misschien wordt dit uiteindelijk geen band die mijn complete muzikale wereld op zijn kop zet.

Dat hoeft ook niet.

Voor vandaag is één conclusie voldoende.

Hey Man?

Ja man. Lekker.

★★★★☆ – 4 van de 5 sterren

Cijfer: 8,5/10

Gitaren: ⭐⭐⭐⭐½
Ritmesectie: ⭐⭐⭐⭐☆
Melodie: ⭐⭐⭐⭐☆
Rafelrand: ⭐⭐⭐⭐½
Directheid: ⭐⭐⭐⭐⭐
Productie: ⭐⭐⭐⭐☆
Originaliteit: ⭐⭐⭐½☆
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½
Hitpotentie: ⭐⭐⭐½☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴⚪
Ontdekkingsfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Spanish Horses? Nooit van gehoord. Hey Man (Hey Man!)? Eén keer gehoord en meteen nog een keer opgezet. Soms is dat alles wat een nieuw nummer hoeft te doen. Geen revolutie, geen gebruiksaanwijzing. Gewoon: hé man, lekker nummer.


https://youtu.be/pdVHVR_XM_w?si=YndQRuqRDwFNrDK8

Cascadeur – Les temps perdus★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren




Cascadeur – Les temps perdus

Nooit van gehoord. En dan ineens die heerlijke Franse synths. Heel, héél in de verte zweeft Air voorbij

Kijk, dit is dus waarom ik iedere dag nieuwe muziek blijf luisteren.

Cascadeur?

Nooit van gehoord.

Of in ieder geval: nooit bewust op mijn muzikale radar terechtgekomen.

Dan druk ik op Les temps perdus en binnen korte tijd denk ik:

hé… dit is lekker.

Frans.

Elektronisch.

Dromerig.

Melancholisch.

En ergens, héél ver achter in mijn hoofd, gaat een klein lampje branden:

Air.

Rustig aan.

Ik zeg niet dat Cascadeur klinkt alsof Nicolas Godin en Jean-Benoît Dunckel stiekem een nieuw nummer hebben uitgebracht onder een andere naam.

Maar er zit iets in die Franse elektronische elegantie waardoor mijn gedachten vanzelf richting Air gaan.

En dat is bij mij natuurlijk geen verkeerde afslag.

Synthesizers die mogen zweven

Wat meteen opvalt aan Les temps perdus is de ruimte in de productie.

De synthesizers worden niet gebruikt om iedere vierkante centimeter van het nummer dicht te metselen. Ze zwevenrondom de zang en zorgen vooral voor kleur.

Dat vind ik sterk.

De synthklanken zijn warm en zacht, met voldoende galm om het geheel bijna filmisch te maken. Daaronder ligt een beheerste ritmische basis. Geen beat die zich naar voren dringt, maar eentje die het nummer rustig laat bewegen.

Daardoor ontstaat iets wat Fransen merkwaardig goed kunnen:

elektronica laten klinken alsof het romantiek is.

Zet dezelfde synthesizer in verkeerde handen en je staat voor je gevoel in een elektronicawinkel.

Hier zie ik ineens avondlicht boven Parijs.

Oneerlijk eigenlijk.

En die stem

Cascadeur is de artiestennaam van de Franse singer-songwriter Alexandre Longo. Zijn muziek beweegt al langer tussen chanson, pop, piano en elektronica.

En juist die combinatie maakt Les temps perdus interessant.

De zang staat niet enorm vooraan in de mix. Stem en instrumentatie lijken eerder in elkaar te schuiven. Daardoor wordt de stem bijna een extra instrument.

Ook hier zit voor mij dat verre Air-gevoel.

Niet in een concrete melodie.

Niet in een baslijn die rechtstreeks van Moon Safari komt.

Het is vooral de esthetiek.

Warm.

Verfijnd.

Een tikje retrofuturistisch.

Alsof de toekomst nog steeds klinkt zoals men zich die in 1998 voorstelde.

Daar heb ik een enorm zwak voor.

Les temps perdus

En dan die Franse taal.

Les temps perdus — de verloren tijden.

Alleen zo'n titel geeft een elektronisch nummer al onmiddellijk meer melancholie.

In het Nederlands zou De Verloren Tijden waarschijnlijk klinken als een dramaserie op zondagavond.

In het Frans wil ik meteen een synthesizer kopen en filosofisch uit het raam kijken.

Maar zonder gekheid: die melancholische sfeer zit ook daadwerkelijk in de muziek.

De akkoorden voelen warm, maar nooit echt uitbundig. De melodie beweegt beheerst en de elektronica geeft het nummer een bijna nostalgische gloed.

Het kijkt achterom zonder volledig retro te worden.

En dat vind ik misschien wel het mooiste eraan.

Air? Ja, maar heel ver weg

Ik wil die vergelijking wel precies houden.

Want Les temps perdus is geen Air-kopie.

Daarvoor heeft Cascadeur een duidelijk andere achtergrond. Bij hem hoor ik meer chanson en singer-songwriter, terwijl Air vaak nog sterker vanuit elektronica en instrumentale klankwerelden vertrekt.

Maar in de verte?

Absoluut.

Dat zachte.

Die warme analoog aandoende synths.

Het filmische.

De Franse melancholie.

Dat vermogen om elektronica bijna menselijk te laten ademen.

Daar ontmoeten ze elkaar voor mij.

En vervolgens gaat Cascadeur gewoon zijn eigen weg.

De Alternatieve Muziekman zegt

Dit zijn de leukste ontdekkingen.

Geen verwachtingen.

Geen grote naam waarvan ik vooraf al weet wat ik ongeveer ga krijgen.

Gewoon op play drukken en denken:

waar komt dit ineens vandaan?

Les temps perdus is geen nummer dat me bij mijn lurven grijpt zoals Bleach Lab met Falling deed. Het werkt subtieler.

Het kruipt langzaam naar binnen.

En bij iedere luisterbeurt hoor ik weer een klein synthesizergeluidje, een detail in de productie of een verandering in de zang die ik eerder had gemist.

Dus ja:

Cascadeur.

Die naam ga ik onthouden.

Nooit van gehoord.

Nu wil ik meer horen.

Dat is precies hoe het hoort.

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

Cijfer: 8,9/10

Synthesizers: ⭐⭐⭐⭐⭐
Franse sfeer: 🇫🇷🇫🇷🇫🇷🇫🇷🇫🇷
Melancholie: ⭐⭐⭐⭐½
Productie: ⭐⭐⭐⭐½
Ruimtelijkheid: ⭐⭐⭐⭐⭐
Stem: ⭐⭐⭐⭐☆
Air-factor: ⭐⭐⭐½☆ — heel ver in de verte
Originaliteit: ⭐⭐⭐⭐☆
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½
Hitpotentie: ⭐⭐⭐½☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴½

Cascadeur kende ik niet. Les temps perdus wel — inmiddels meerdere keren. Heerlijke Franse synthpop met melancholie, ruimte en ergens kilometers verderop een klein beetje Air. Soms hoef je de weg niet te kennen om precies goed uit te komen.

https://youtu.be/4MoeF6kv0s8?si=WbPK3PqQImbY4S4y

Django Django – Dirty Hotel Blues★★★★☆ – 4 van de 5 sterren




Django Django – Dirty Hotel Blues

Heerlijke titel, heerlijke Django Django-sound. En eigenlijk gebeurt er opvallend weinig — precies daarom werkt het

Dirty Hotel Blues.

Alleen voor die titel krijgen Django Django van mij al een halve punt cadeau.

Je ziet het bijna voor je: een hotelkamer waarvan het tapijt betere tijden heeft gekend, een tl-buis die al drie dagen twijfelt of hij ermee zal stoppen en beneden een receptionist die sinds 1987 niet meer werkelijk geïnteresseerd is in gasten.

En dan verwacht je misschien een smerige blues.

Nou, vergeet het maar.

Want Dirty Hotel Blues is eigenlijk een opvallend rustig en normaal nummer.

Voor zover het woord normaal überhaupt bij Django Django past.

Geen muzikale goocheltruc nodig

Wat mij meteen opvalt, is dat de band hier niet probeert om iedere twintig seconden een nieuw idee uit de kast te trekken.

Django Django kan behoorlijk speels zijn. Ritmes, psychedelica, elektronica, vreemde effecten en harmonieën worden bij hen soms zo enthousiast door elkaar gegooid dat je na afloop even moet controleren of je koptelefoon nog recht staat.

Hier niet.

Dirty Hotel Blues heeft een ontspannen tempo en blijft grotendeels trouw aan één sfeer.

De ritmesectie houdt het nummer rustig in beweging. Daarboven liggen die typische, licht psychedelische gitaar- en synthesizerklanken. De zang is beheerst en wordt mooi onderdeel van het arrangement in plaats van er nadrukkelijk bovenuit te willen springen.

Eigenlijk kabbelt het.

Maar ik bedoel dat positief.

Want kabbelen wordt pas een probleem wanneer er niets onder het water gebeurt.

Hier gebeurt genoeg.

Die typische Django Django-sound

Vooral de combinatie van ritme en elektronica maakt onmiddellijk duidelijk wie er speelt.

De productie heeft iets droogs en tegelijkertijd ruimtelijks. Kleine elektronische details komen en gaan, terwijl de groove bijna nonchalant blijft doorlopen.

En dan zijn er natuurlijk die harmonieën.

Dat is een belangrijk onderdeel van de Django Django-handtekening: stemmen worden niet alleen gebruikt om een melodie te zingen, maar ook om een extra textuur aan de muziek toe te voegen.

Daardoor kan een relatief eenvoudig nummer toch rijk klinken.

Geen enorme climax.

Geen gitaarsolo van zeven minuten.

Geen synthesizer die halverwege besluit dat hij voortaan een straaljager wil zijn.

Gewoon een liedje.

En weet je?

Dat is soms heerlijk.

Misschien juist sterk omdat het rustig blijft

Na een paar luisterbeurten merk ik dat ik vooral waardeer wat Django Django niet doet.

Ze hadden Dirty Hotel Blues gemakkelijk voller kunnen produceren.

Meer beats.

Meer elektronica.

Meer psychedelische gekte.

Maar het nummer krijgt ruimte.

Dat maakt het bijna hypnotiserend.

De groove hoeft nergens naartoe te rennen en de melodie mag rustig zijn werk doen. Daardoor is dit misschien geen Django Django-single waarbij ik na tien seconden roep:

STOP DE PERSEN!

Maar wel eentje die ik zonder problemen drie keer achter elkaar kan horen.

En dat is uiteindelijk minstens zo belangrijk.

De Alternatieve Muziekman zegt

Dirty Hotel Blues heeft een geweldige titel en is muzikaal eigenlijk verrassend bescheiden.

Geen grote vernieuwing.

Geen revolutie.

Zelfs geen moment waarop ik denk dat Django Django zichzelf opnieuw heeft uitgevonden.

Hoeft ook niet.

Soms wil ik gewoon horen waarom ik een band goed vind.

En hier krijg ik precies dat.

Een fijne groove.

Subtiele elektronica.

Psychedelische randjes.

Goede samenzang.

En die onmiskenbare Django Django-sfeer.

Misschien is Dirty Hotel Blues zelfs wel het muzikale equivalent van in dat vieze hotel tóch een verrassend goed bed aantreffen.

De kamer is vreemd.

Het behang twijfelachtig.

Maar ik blijf nog een nacht.

★★★★☆ – 4 van de 5 sterren

Cijfer: 8,5/10

Titel: ⭐⭐⭐⭐⭐
Django Django-factor: ⭐⭐⭐⭐⭐
Groove: ⭐⭐⭐⭐½
Synthesizers: ⭐⭐⭐⭐☆
Samenzang: ⭐⭐⭐⭐½
Psychedelische sfeer: ⭐⭐⭐⭐☆
Verrassing: ⭐⭐⭐½☆
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½
Hitpotentie: ⭐⭐⭐½☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴⚪

Dirty Hotel Blues klinkt alsof Django Django een keer heeft besloten niet de hele hotelkamer te verbouwen. Ze zetten alleen een stoel bij het raam, dimmen het licht en beginnen te spelen. Rustig, vertrouwd en heerlijk Django Django. Soms is normaal al vreemd genoeg.

https://youtu.be/dD4PVpIjSh8?si=W9bFpWqMBXESk4E7

zondag 13 september 2026

Raul Ojamaa & NOËP – We Get Lost★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren





Raul Ojamaa & NOËP – We Get Lost

Verdwalen in Estland — en ineens hoor ik iets van Wasia Project. Dromerig, elektronisch en vooral heerlijk subtiel

Soms hoor ik een nummer en begint mijn hoofd onmiddellijk artiesten uit mijn muzikale archief te trekken.

Bij We Get Lost van Raul Ojamaa & NOËP gebeurt dat ook.

Eerst denk ik:

M83?

Een beetje.

Dan hoor ik die zachte elektronica, de ruimte in de productie en de bijna zwevende zang.

En ineens valt het kwartje:

Wasia Project.

Vooral het Wasia Project-gevoel van rond 2025. Niet omdat We Get Lost een kopie is, maar omdat het dezelfde kunst beheerst: moderne elektronica gebruiken zonder dat de menselijke kwetsbaarheid uit het nummer verdwijnt.

En daar ben ik behoorlijk gevoelig voor.

De beat duwt niet

Wat We Get Lost vooral goed doet, is ruimte laten.

Er is een duidelijke elektronische puls, maar de beat probeert nergens het nummer te gijzelen. Geen enorme EDM-drop waarbij na anderhalve minuut verplicht alle handen de lucht in moeten.

Gelukkig.

De ritmesectie beweegt onder de zang en de synthesizers worden vooral gebruikt om textuur te creëren. Sommige klanken staan dichtbij, andere lijken juist kilometers verderop te zweven.

Daardoor ontstaat diepte.

En juist daar hoor ik voor mij die verwantschap met Wasia Project.

Niet noodzakelijk in de melodie, maar in de manier waarop een arrangement kan ademen.

Er hoeft niet iedere vier seconden iets te gebeuren.

Soms mag een klank gewoon blijven hangen.

M83 aan de horizon

En dan blijft ook M83 ergens in de verte aanwezig.

Vooral in het filmische karakter.

We Get Lost roept beelden op zonder dat het nummer overdreven cinematografisch probeert te doen. Het heeft iets van een autorit in het donker: straatverlichting die voorbijschuift, regen op het raam en geen enkele behoefte om snel thuis te komen.

De zang helpt daarbij.

Die wordt niet boven op de productie gezet, maar zit er bijna ín. Daardoor vormen stem en elektronica één geheel.

Dat vind ik sterk.

Want slechte elektronische pop klinkt soms alsof eerst een beat is gemaakt en iemand drie weken later heeft bedacht:

o ja, we hebben nog een zanger nodig.

Hier voelt alles onderdeel van dezelfde sfeer.

Maar is het al helemaal eigen?

Daar zit mijn enige twijfel.

Ik hoor M83.

Ik hoor iets van Wasia Project.

Ik hoor die moderne Noord-Europese elektronische melancholie.

Maar hoor ik al iets waarvan ik onmiddellijk kan zeggen:

dit kan uitsluitend Raul Ojamaa & NOËP zijn?

Nog niet helemaal.

Daarvoor mag er van mij misschien één vreemd element bij.

Een onverwachte synth.

Een ritmische breuk.

Een instrument dat ineens tegen de rest van de productie ingaat.

Iets meer wrijving.

Maar dat is kritiek op een behoorlijk hoog niveau.

Want ondertussen heb ik We Get Lost alweer opnieuw aangezet.

En uiteindelijk is dát belangrijker.

De Alternatieve Muziekman zegt

We Get Lost is precies het soort elektronische muziek waar ik van houd.

Niet bombastisch.

Niet dichtgeproduceerd.

Niet wanhopig op zoek naar een hitrefrein.

Gewoon sfeervol, subtiel en melancholisch.

M83 geeft mij het filmische gevoel.

Wasia Project geeft mij de associatie met kwetsbaarheid en ruimte.

En Raul Ojamaa & NOËP zetten daar hun eigen elektronische landschap tussen.

Misschien moet ik nog iets langer zoeken naar hun volledig eigen handtekening.

Maar de titel zegt het eigenlijk al.

We Get Lost.

Nou, vooruit.

Ik verdwaal graag even mee.

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

Cijfer: 9,0/10

Elektronica: ⭐⭐⭐⭐½
Synthesizers: ⭐⭐⭐⭐⭐
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Productie: ⭐⭐⭐⭐½
Melancholie: ⭐⭐⭐⭐½
Wasia Project-factor: ⭐⭐⭐⭐☆
M83-factor: ⭐⭐⭐⭐☆
Eigen smoel: ⭐⭐⭐½☆
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴½

We Get Lost laat horen dat elektronische muziek niet harder hoeft te worden om je mee te krijgen. Soms zijn een subtiele beat, een paar zwevende synths en voldoende lege ruimte genoeg. M83 aan de horizon, een vleugje Wasia Project in mijn hoofd — en voor ik het weet ben ik inderdaad de weg kwijt. Heerlijk.

://youtu.be/FRHw6NJqzCI?si=jWIH618B9XIfZL4v