donderdag 13 augustus 2026

Peter Gabriel – One by One (Dark-Side Mix)★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)



Peter Gabriel – One by One (Dark-Side Mix)

Kan Peter Gabriel eigenlijk nog iets slechts maken? Inderdaad: helaas niet

Het begint bijna vervelend te worden.

Daar is Peter Gabriel weer. En daar is wéér een andere mix. Deze keer One by One (Dark-Side Mix). Je zou bijna hopen dat de man een keer iets uitbrengt waarvan je na anderhalve minuut kunt zeggen: Peter, dit was geen goed idee.

Gewoon voor de afwisseling.

Maar nee hoor.

Alweer raak.

En ik schrijf bewust "alweer", want Gabriel heeft van verschillende mixen inmiddels bijna een eigen kunstvorm gemaakt. Het zijn niet simpelweg versies waarbij iemand de bas twee streepjes harder heeft gezet en vervolgens "Dark-Side Mix" op het hoesje plakt. De verschillende benaderingen kunnen daadwerkelijk de sfeer van een compositie veranderen.

Dat gebeurt ook met One by One.

Waar een lichtere benadering meer ruimte kan geven aan melodie en stem, trekt de Dark-Side Mix het nummer naar een diepere, zwaardere wereld. De lage tonen krijgen meer gewicht. De ritmes voelen dreigender en kleine elektronische details bewegen door het arrangement alsof ze zich bewust op de achtergrond proberen te verstoppen.

Koptelefoon aanbevolen.

Sterker nog: verplicht.

Want dit is weer zo'n Gabriel-productie waarbij je na drie luisterbeurten ontdekt dat je de helft nog niet gehoord had.

Een tikje hier.

Een vreemde klank daar.

Een achtergrondstem die ineens opvalt.

Een baspartij waarvan je pas later beseft hoe belangrijk die voor het hele nummer is.

Dat is precies waarom ik Gabriel zo graag hoor. Hij behandelt een studio niet als een ruimte waarin je een liedje registreert. De studio is onderdeel van het instrumentarium.

En dan die stem.

Gabriel hoeft op zijn leeftijd helemaal niet meer te bewijzen dat hij technisch alles kan. Juist doordat zijn stem donkerder en doorleefder is geworden, krijgen deze nummers extra gewicht. Hij zingt niet over de productie heen, maar lijkt er middenin te staan.

Bij de Dark-Side Mix werkt dat bijzonder goed.

Er zit iets geheimzinnigs in. Iets ongemakkelijks ook. Het nummer wil je niet onmiddellijk verleiden met een groot refrein. Het vraagt aandacht.

Dat betekent waarschijnlijk ook dat we hier niet over een enorme hit hoeven te praten.

Prima.

Laat anderen maar liedjes maken die na vijftien seconden hun volledige inhoud hebben prijsgegeven.

Peter Gabriel maakt muziek waarvoor je soms eerst de deur dicht moet doen.

En vervolgens nog een keer moet luisteren.

En nog een keer.

Het enige probleem is inmiddels mijn beoordelingsschaal. Hoe vaak kun je bij dezelfde artiest schrijven dat de productie geweldig is, de sfeer klopt en je opnieuw allerlei details ontdekt?

Blijkbaar heel vaak.

De Alternatieve Muziekman zegt: kan Peter Gabriel eigenlijk nog iets slechts maken?

Ik begin serieus te vermoeden van niet.

En ja, dat is voor een recensent behoorlijk irritant.

De Dark-Side Mix van One by One is donkerder, zwaarder en geheimzinniger en geeft het nummer opnieuw een andere kleur. Vooral met een goede koptelefoon hoor je hoe waanzinnig zorgvuldig alles in elkaar zit.

Dus vooruit.

Alwéér een pareltje.

Het spijt me.

★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)

Cijfer: 9,3/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Koptelefoonfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Kan Peter Gabriel niets slechts maken? Inderdaad. Helaas. Want zo wordt kritisch recensent zijn wel erg moeilijk.


https://youtu.be/1NKdy1kNAkA?si=NJq8MYk4hYvYeecJ

Django Django – opnieuw zo’n opmerkelijk lied★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)



Django Django – opnieuw zo’n opmerkelijk lied

Britpop met een geweldige melodie – die nieuwe plaat begint verdacht veelbelovend te worden

Er zijn van die discussies waar uiteindelijk niemand iets mee opschiet, maar waar muziekliefhebbers toch met opvallend veel enthousiasme een complete avond aan kunnen besteden.

Wat is het beste debuutalbum van de afgelopen vier decennia?

Surfer Rosa van Pixies?

Ten van Pearl Jam?

Blue Lines van Massive Attack?

Is This It van The Strokes?

Of misschien Moon Safari van Air?

Allemaal fantastische platen. En eigenlijk is de discussie volkomen zinloos, want hoe vergelijk je Massive Attack in hemelsnaam met Pearl Jam?

Maar vooruit, dat is precies waarom muziekliefhebbers dit soort discussies zo leuk vinden.

En dan wil ik er nog eentje tussen schuiven: Django Django van Django Django, uit 2012.

Want wat was dát een debuut.

Een plaat waarop psychedelische pop, elektronica, rock en vreemde ritmes zonder enige moeite naast elkaar leken te bestaan. Het klonk alsof vier mannen besloten hadden dat een genre vooral iets was waar andere bands zich druk over mochten maken.

Nu zijn we jaren verder en verschijnt er opnieuw nieuw werk.

En verdorie.

Dit is weer goed.

We hebben het nummer inmiddels een flink aantal keren opgezet en eigenlijk wordt het met iedere draaibeurt duidelijker: onder alle typische Django Django-versieringen zit gewoon een verdomd goede Britpopmelodie.

Dat klinkt misschien bijna te eenvoudig.

Maar eenvoud is geen belediging.

Sterker nog: het schrijven van een melodie die na een paar luisterbeurten vanzelf in je hoofd blijft zitten, is waarschijnlijk moeilijker dan een nummer volproppen met vijftien onverwachte akkoordwisselingen.

Django Django begrijpt dat.

De band heeft nog altijd die typische eigenzinnigheid. De productie bevat genoeg kleine details om met een koptelefoon opnieuw op ontdekkingstocht te gaan. Ritmes bewegen net iets anders dan verwacht en op de achtergrond verschijnen geluiden waarvan je bij de derde luisterbeurt pas beseft dat ze er al die tijd al waren.

Maar het lied zelf blijft overeind.

En dát vind ik belangrijk.

Experimentele muziek kan ontzettend interessant zijn, maar uiteindelijk wil ik ook gewoon een nummer horen. Iets met een melodie. Iets waarvoor je na afloop vrijwillig nog een keer op play drukt.

Dat gebeurt hier.

Sterker nog: hoe vaker ik luister, hoe enthousiaster ik word.

En daarmee begint er iets anders te gebeuren.

Mijn verwachtingen voor die toekomstige plaat worden behoorlijk hoog.

Dat is natuurlijk gevaarlijk. Voor je het weet verwacht je een tweede debuutalbum en kan een band het eigenlijk alleen nog maar verkeerd doen.

Dus laat ik mezelf een beetje afremmen.

Een beetje.

Want als Django Django op het nieuwe album deze combinatie weet vast te houden – sterke melodieën, Britpop, elektronica, psychedelische details en hun bekende eigenzinnigheid – dan zou er zomaar iets heel moois kunnen aankomen.

De Alternatieve Muziekman zegt: Django Django bewijst opnieuw dat eigenzinnig helemaal niet ingewikkeld hoeft te betekenen. Strip alle productiegrapjes weg en je houdt gewoon een uitstekende Britpopsong met een ijzersterke melodie over. Voeg vervolgens die typische Django Django-gekte weer toe en je krijgt opnieuw een opmerkelijk nummer.

En ja, dat debuut uit 2012?

Dat mag wat mij betreft gewoon genoemd worden tussen de grote debuutalbums van deze eeuw.

Of het werkelijk beter is dan Blue LinesMoon Safari of Is This It?

Begin die discussie maar zonder mij.

Ik zet dit nummer ondertussen nog een keer op.

★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)

Cijfer: 9,1/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆

Verwachting nieuwe album: ⭐⭐⭐⭐⭐

De verwachtingen beginnen gevaarlijk hoog te worden. Maar als Django Django dit niveau vasthoudt, hebben ze dat vooral aan zichzelf te danken. 

https://youtu.be/c4uRJtrMvt0?si=LrfjlVNNvgSOgQTM

woensdag 12 augustus 2026

Wings of Desire – A Little Low★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)




Wings of Desire – A Little Low

Terug naar de jaren tachtig en negentig, zonder in nostalgie te blijven hangen

Soms hoor je een nieuw nummer en ben je binnen een halve minuut een paar decennia terug in de tijd. A Little Low van Wings of Desire doet precies dat. De gitaren, de sfeer, de productie: ergens tussen de jaren tachtig en negentig lijkt een deur open te gaan.

En ik stap graag even naar binnen.

Wings of Desire is het project van Chloe Little en James Taylor, beiden afkomstig uit het Britse INHEAVEN, de indierockband die in 2018 ophield te bestaan. Met Wings of Desire kozen ze vervolgens voor een breder en atmosferischer geluid.

Dat hoor je uitstekend terug op A Little Low.

Vanaf de opening valt vooral de ruimte op. De gitaren worden breed uitgesmeerd, synthesizers zweven door het geluidsbeeld en de drums geven het nummer een prettige voorwaartse beweging. Het klinkt groot zonder dat iemand voortdurend met muzikale hoofdletters loopt te smijten.

Daar hou ik van.

Ik hoor de jaren tachtig in de productie. Niet de vrolijke kant met neon beenwarmers en synthesizers waar permanent de knop "feest" is ingedrukt, maar juist die melancholische alternatieve kant. New wave, postpunk en atmosferische pop liggen ergens onder het oppervlak.

Vervolgens komen de jaren negentig om de hoek kijken.

De gitaren krijgen meer gewicht en af en toe verschijnt er zelfs een klein shoegaze-achtig waasje. Niet genoeg om A Little Low volledig in dat genre te stoppen, maar precies genoeg om de muziek die heerlijke dromerige diepte te geven.

En belangrijk: Wings of Desire klinkt niet als een verkleedpartij.

Dat is bij retro-invloeden altijd het gevaar. Een oude synthesizer zoeken, een flinke galm op de zang en klaar: "Kijk ons eens jaren tachtig zijn."

Little en Taylor gebruiken hun invloeden veel slimmer.

Ze nemen de sfeer van toen en combineren die met een moderne productie. Daardoor voelt A Little Low vertrouwd zonder gedateerd te klinken.

Ook vocaal werkt het uitstekend. De stemmen worden niet overdreven naar voren gemixt, maar bewegen door de muziek heen. Dat past bij de dromerige sfeer. Soms voelt de zang bijna als een extra instrument.

Het nummer heeft bovendien iets filmisch.

Ik zie er autoritten bij. Een lege snelweg in de avond. Straatlantaarns die voorbijschieten terwijl de gitaren steeds breder worden.

Misschien is dat nostalgie.

Maar dan wel de goede soort.

Want A Little Low probeert niet wanhopig een verloren tijd terug te halen. Het laat vooral horen hoeveel prachtige ideeën uit die periode nog steeds bruikbaar zijn wanneer je er iets eigens mee doet.

En dat lukt Wings of Desire.

De Alternatieve Muziekman zegt: A Little Low is een prachtig nummer van een duo dat heel goed begrijpt hoe je inspiratie uit het verleden naar het heden brengt. Chloe Little en James Taylor nemen iets mee van hun INHEAVEN-verleden, voegen daar atmosferische synths, newwave-melancholie en een klein jaren-negentig-gitaarwaasje aan toe en komen uit bij iets dat verrassend fris klinkt.

Terug naar de jaren tachtig en negentig?

Graag.

Zeker als de reis zo mooi klinkt als deze.

★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)

Cijfer: 9,1/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆

Nostalgiefactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Een nummer dat vertrouwd klinkt zonder voorspelbaar te worden. Wings of Desire kijkt achterom, maar rijdt gelukkig gewoon vooruit.

Soft Cell – The Space Inside★★★★★ (5 van de 5 sterren)






Soft Cell – The Space Inside

De geest van Suburbia, de nacht van New York en het definitieve afscheid van Dave Ball

Soms verandert de achtergrond van een nummer volledig hoe je ernaar luistert. Ik was bij de eerste draaibeurt van The Space Inside al enthousiast. Ik hoorde donkere elektronische pop, fantastische synths en onmiddellijk iets van Pet Shop Boys, vooral de stuwende, onheilspellende sfeer van Suburbia.

Maar nu ik het hele verhaal achter het nummer en Danceteria ken, komt The Space Inside nog harder binnen.

Dit is namelijk niet zomaar een nieuwe Soft Cell-single.

Dit is onderdeel van een afscheid.

Danceteria wordt het zesde en definitief laatste studioalbum van Soft Cell en verschijnt op 25 september 2026. Het is een liefdesbrief aan het New York van begin jaren tachtig, de stad waar Marc Almond en Dave Ball hun eerste drie albums opnamen en waar hun muzikale identiteit mede werd gevormd.

En The Space Inside trekt ons rechtstreeks die nacht in.

We belanden in de queer leather bars en seksclubs van het toenmalige Meatpacking District. Een New York dat vies, gevaarlijk, erotisch en spannend tegelijk kon zijn. Nachtbrakers zoeken er naar verlossing terwijl de nacht langzaam begint te rotten.

Dat klinkt behoorlijk Soft Cell.

De elektronische productie van Dave Ball is fantastisch. Donkere synthesizers pulseren onder het nummer en af en toe lijkt de muziek bijna richting rave te bewegen. Toch blijft alles stijlvol en melodieus.

En steeds denk ik:

Suburbia.

Niet omdat Soft Cell de Pet Shop Boys kopieert. Dat zou historisch gezien sowieso een nogal vreemde omkering zijn. Maar dezelfde combinatie van stedelijke dreiging, melancholie en elektronische dansbaarheid is aanwezig.

Ook Sparks spookt ergens door het nummer.

En dan Marc Almond.

Wat zingt hij hier geweldig.

Zijn stem bezit niet meer de jeugdige scherpte van begin jaren tachtig, maar heeft iets veel waardevollers gekregen: geschiedenis. Wanneer Almond over deze nachtelijke wereld zingt, voelt het alsof iemand een stad beschrijft die daadwerkelijk in zijn geheugen bestaat.

En vervolgens krijgt The Space Inside nóg een andere lading.

Dave Ball overleed op 22 oktober 2025.

Twee dagen daarvoor had hij zijn werk aan Danceteria afgerond.

Lees die zin nog maar eens.

Twee dagen.

Daardoor is dit album niet alleen een terugblik op New York en 47 jaar Soft Cell, maar onvermijdelijk ook een eerbetoon aan Ball. Een van de pioniers van de Britse elektronische muziek en simpelweg de helft van Soft Cell.

Marc Almond is daar volkomen duidelijk over geweest: zonder Dave kan er geen nieuw Soft Cell-album meer bestaan.

En daar heeft hij gelijk in.

Soft Cell was nooit alleen de stem van Almond. Het was juist de spanning tussen die dramatische, menselijke stem en de elektronische wereld die Ball eromheen bouwde.

Daarom voelt Danceteria nu als een noodzakelijk eindpunt.

Twaalf nummers – veertien op de uitgebreide cd – die ons meenemen door één etmaal in het New York van begin jaren tachtig. Van de nachtclubs naar een wazige ochtend en vervolgens weer terug richting de nacht.

Wat een prachtig concept voor een laatste plaat.

De Alternatieve Muziekman zegt: ik was al enthousiast over The Space Inside, maar met het verhaal achter Danceteriaerbij wordt het nummer alleen maar indrukwekkender. Ik hoor Pet Shop Boys, absoluut een flinke scheut Suburbia, een beetje Sparks, maar bovenal hoor ik die unieke combinatie van Marc Almond en Dave Ball.

Donker. Seksueel. Melancholisch. Elektronisch.

Soft Cell.

Als Danceteria inderdaad hun laatste muzikale reis wordt, lijkt het erop dat ze niet via de achterdeur vertrekken.

Ze gaan terug naar New York.

Terug naar 1981.

Terug naar de nacht.

En Dave Ball zet nog één keer de synthesizers aan.

★★★★★ (5 van de 5 sterren)

Cijfer: 9,7/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆

Verwachting Danceteria: ⭐⭐⭐⭐⭐

The Space Inside is ineens meer dan een geweldige synthpopsingle. Het is een stukje van het laatste muzikale testament van Dave Ball. En als de rest van Danceteria dit niveau haalt, kan Soft Cell afscheid nemen met een album dat hun geschiedenis volledig recht doet.★★★★★ (5 van de 5 sterren)

The Tallest Man On Earth – Deliver Me From Trying★★★½☆ (3,5 van de 5 sterren)





The Tallest Man On Earth – Deliver Me From Trying

Een beetje Nick Drake, veel folk… maar waarom moet er zo geschreeuwd worden?

The Tallest Man On Earth is natuurlijk de artiestennaam van de Zweedse singer-songwriter Kristian Matsson. En met zo'n naam verwacht je misschien een man van twee meter twintig die vanaf een bergtop zijn liederen over Scandinavië uitstort. In werkelijkheid draait het bij Matsson al jaren om iets veel eenvoudigers: een stem, een gitaar en folk die bewust niet wordt gladgestreken.

Met Deliver Me From Trying is dat opnieuw het geval.

En ik heb er een dubbel gevoel bij.

De eerste momenten bevallen me namelijk uitstekend. De akoestische instrumentatie is warm, klein en organisch. Geen overgeproduceerde pop, geen elektronische laag die eigenlijk nergens voor nodig is. Gewoon muziek die mag ademen.

Heel even moet ik zelfs aan Nick Drake denken.

Niet omdat Matsson precies als Drake klinkt. Daarvoor is zijn zang veel rauwer. Maar in de intimiteit van de gitaar, de melancholie en dat gevoel alsof iemand niet voor een stadion maar voor één persoon zit te spelen, zit iets wat aan de Britse folklegende doet denken.

En dan denk ik: dit kan heel mooi worden.

Tot Matsson steeds harder begint te zingen.

Of laat ik het gewoon zeggen:

schreeuwen.

Daar raak ik hem een beetje kwijt.

Zijn stem heeft van nature al behoorlijk veel karakter. Rauw, korrelig en soms bijna schurend. Dat kan prachtig werken. Een perfecte stem is bij folk helemaal niet noodzakelijk; een beetje beschadiging maakt het vaak juist geloofwaardig.

Maar bij Deliver Me From Trying wordt die intensiteit voor mij soms te veel.

Ik begrijp wat hij probeert te doen. De emotie moet toenemen en de zang groeit mee met de tekst. Alleen betekent meer volume niet automatisch meer gevoel.

Soms juist het tegenovergestelde.

De momenten waarop Matsson zich inhoudt, vind ik veel indrukwekkender. Dan hoor je ineens de kwetsbaarheid onder zijn stem. De gitaar krijgt meer ruimte en kleine veranderingen in zijn voordracht krijgen betekenis.

Daar zit voor mij de schoonheid.

Wanneer hij vervolgens weer flink uithaalt, verdwijnt die subtiliteit.

En dat is jammer, want muzikaal vind ik Deliver Me From Trying behoorlijk sterk. De folkarrangementen zijn prachtig en er hangt een aangename ouderwetse sfeer rond het nummer. Het voelt nergens alsof iemand geprobeerd heeft om de muziek geschikt te maken voor een Spotify-algoritme.

Daar verdient Matsson absoluut punten voor.

Misschien is zijn stem simpelweg een kwestie van smaak.

Er zullen luisteraars zijn die juist volledig vallen voor dat rauwe, bijna wanhopige geluid. Ik zit alleen regelmatig te denken: Kristian, ik zit vlak bij de luidspreker. Je hoeft niet zo hard.

De Alternatieve Muziekman zegt: Deliver Me From Trying bevat prachtige momenten. De akoestische folk, de warme productie en zelfs een klein vleugje Nick Drake maken mij aanvankelijk behoorlijk enthousiast. Alleen wordt de zang naarmate het nummer vordert voor mij te nadrukkelijk. Kristian Matsson heeft een karakteristieke stem, maar wanneer karakter verandert in schreeuwen, haak ik een beetje af.

Muzikaal: wauw.

Vocaal: mag het een toontje minder?

★★★½☆ (3,5 van de 5 sterren)

Cijfer: 7,4/10

Muziek: 8,6/10

Zang naar mijn smaak: 6,3/10

Hitpotentie: ⭐⭐☆☆☆

Een mooie folksong die voor mij nóg mooier was geweest als Matsson wat vaker had vertrouwd op de stilte. Nick Drake hoefde tenslotte ook niet te schreeuwen om je stil te krijgen.


https://youtu.be/43ssZ0sdz8Y?si=c9rf2mrwqxmAlhK0