maandag 10 augustus 2026

This Is Lorelei – Oh No Now My★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)



This Is Lorelei – Oh No Now My

Gelukkig, het vierde nummer redt de maandag

Ik luister meestal naar zo'n vier nieuwe nummers per dag. Dat is een mooi aantal. Genoeg om nieuwe muziek te ontdekken, maar niet zoveel dat alles na een tijdje verandert in één grote muzikale brij.

En soms heb je geluk.

Soms ook niet.

Deze maandag behoorde lange tijd duidelijk tot die laatste categorie.

Er kwamen vandaag nummers voorbij waarvan ik dacht: best aardig. Muzikaal correct. Niks mis mee. Maar daar houdt het dan ook wel ongeveer op. Zo'n maandag waarop je na drie nieuwe releases bijna begint te twijfelen of je oren misschien zelf een vrije dag hebben genomen.

En toen kwam nummer vier.

This Is Lorelei – Oh No Now My.

Gelukkig.

De maandag is gered.

This Is Lorelei is het soloproject van Nate Amos, die we natuurlijk ook kennen als de helft van Water From Your Eyes. En juist die achtergrond hoor je terug in zijn muziek. Amos heeft weinig belangstelling voor het schrijven van keurige popliedjes die netjes binnen de lijntjes blijven.

Er moet altijd iets wringen.

Iets onverwachts gebeuren.

En precies dát miste ik vandaag.

Oh No Now My begint al met een sfeer waardoor je automatisch beter gaat luisteren. De productie heeft warmte, maar ook een eigenaardig randje. De instrumenten klinken soms bijna vertrouwd, waarna er ineens een detail verschijnt waardoor het nummer een andere richting uit beweegt.

Dit is indiepop zoals ik het graag hoor.

Niet ingewikkeld doen om ingewikkeld te doen, maar ook niet tevreden zijn met couplet-refrein-couplet en klaar.

De zang van Amos past daar uitstekend bij. Geen gladgestreken popstem, maar een voordracht met persoonlijkheid. Je hoort iemand in plaats van een zorgvuldig gepolijst product.

Wat vooral prettig is, is dat Oh No Now My na meerdere luisterbeurten groeit. De eerste keer hoor je vooral de melodie. De tweede keer vallen de kleine details in het arrangement op. Daarna merk je dat bepaalde muzikale keuzes eigenlijk veel slimmer zijn dan ze aanvankelijk leken.

Kijk.

Daarvoor luister ik dus iedere dag naar nieuwe muziek.

Niet om vier keer achter elkaar te kunnen schrijven dat iets "best aardig" is.

Ik wil verrast worden.

Ik wil halverwege een nummer denken: hé, wat gebeurt daar?

En het liefst wil ik na afloop onmiddellijk opnieuw op play drukken.

Bij Oh No Now My gebeurt dat.

Het is misschien geen revolutionaire plaat die de complete alternatieve muziekwereld op zijn kop zet. Dat hoeft ook niet. Het nummer heeft iets veel belangrijkers: een eigen gezicht.

Na drie nummers die vandaag vooral voorbij kwamen, blijft dit nummer daadwerkelijk hangen.

En daardoor wordt een muzikaal magere maandag uiteindelijk toch nog een goede maandag.

De Alternatieve Muziekman zegt: ik luister meestal naar vier nieuwe nummers per dag en deze maandag begon behoorlijk magertjes. Drie keer aardig, degelijk of simpelweg niet helemaal mijn ding. Gelukkig bestaat er dan nog zoiets als nummer vier. This Is Lorelei redt met Oh No Now My mijn maandag. Eigenzinnig, melodieus, warm en precies vreemd genoeg om interessant te blijven. Soms heb je maar één goed nummer nodig om een matige muziekdag alsnog te laten slagen.

★★★★½ (4,5 van de 5 sterren)

Cijfer: 9,1/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Maandag gered: ⭐⭐⭐⭐⭐

Drie nummers lang dacht ik: morgen nieuwe kansen. Na This Is Lorelei denk ik: vooruit, maandag, je mag blijven.

https://youtu.be/bn7wmxAOTn8?si=D9Lkb170Cx3O9HcR

Sam Burton – I’m A Stranger★★★☆☆ (3 van de 5 sterren)





Sam Burton – I’m A Stranger

Mooie muziek, maar die stem… daar moet je van houden

Soms ontdek je een artiest en weet je binnen twintig seconden: dit gaat helemaal mijn ding worden. En soms gebeurt precies het tegenovergestelde. Bij Sam Burton en I’m A Stranger blijf ik ergens vervelend tussen die twee uitersten hangen.

Ik kende Sam Burton eerlijk gezegd nog niet.

Dus zonder verwachtingen op play.

Muziek begint.

Mooi.

Zang begint.

Oei.

En daarmee is mijn dubbele gevoel over I’m A Stranger eigenlijk meteen samengevat.

Want muzikaal valt er behoorlijk wat te genieten. Het arrangement is warm, rustig en zorgvuldig opgebouwd. De instrumentatie heeft iets tijdloos. Geen moderne productie die om de paar seconden met een nieuw effect probeert te bewijzen dat de producer ook daadwerkelijk aanwezig was. Gewoon instrumenten, melodie en voldoende ruimte.

Dat waardeer ik.

Er zit bovendien iets klassieks in de compositie. Singer-songwriter, folk en zachte pop lopen ontspannen door elkaar. De begeleiding dringt zich nergens op en juist daardoor hoor je hoe zorgvuldig het nummer in elkaar zit.

Maar dan de stem van Burton.

Daar kom ik persoonlijk niet helemaal uit.

Laat ik duidelijk zijn: Sam Burton kan zingen. Dit gaat niet over vals zingen of gebrek aan techniek. Zijn stem is juist heel karakteristiek. Alleen is dat karakter voor mij precies het probleem.

Ik vind zijn zang behoorlijk schel.

Vooral wanneer hij wat hoger gaat zingen, ontstaat er een klank die bij mij niet lekker binnenkomt. Waar een ander waarschijnlijk "kwetsbaar", "bijzonder" of "expressief" hoort, merk ik dat ik mezelf steeds meer op de instrumentatie probeer te concentreren.

En dat is bij een singer-songwriter natuurlijk niet helemaal de bedoeling.

Het vreemde is dat ik I’m A Stranger daardoor ook niet slecht kan vinden. Daarvoor is de muziek simpelweg te goed verzorgd. De melodie heeft charme, de begeleiding is smaakvol en het nummer bezit een aangename melancholische sfeer.

Met een andere stem had ik hier misschien een behoorlijk hoog cijfer uitgedeeld.

Maar muziek werkt nu eenmaal niet zo.

Je kunt de stem niet even uitschakelen alsof het een instrumentale laag in een computerprogramma is. Bij dit soort muziek is de stem een belangrijk deel van het nummer. En wanneer juist die stem je tegenstaat, ontstaat automatisch afstand.

Misschien moet ik Sam Burton vaker horen.

Er bestaan genoeg zangers die ik aanvankelijk vreemd of zelfs irritant vond en later juist ben gaan waarderen. Soms moet je oren even leren begrijpen wat een artiest probeert te doen.

Daarom schrijf ik hem na één nummer zeker niet af.

Maar liefde op het eerste gehoor?

Nee.

Absoluut niet.

De Alternatieve Muziekman zegt: I’m A Stranger bezorgt me een behoorlijk dubbel gevoel. Muzikaal vind ik het een mooi, warm en smaakvol geproduceerd nummer. De compositie zit goed in elkaar en de instrumentatie bevalt me zelfs erg goed. Alleen die stem van Sam Burton… Ik vind hem te schel en daardoor kom ik niet volledig in het nummer. Misschien groeit het nog. Misschien blijft het botsen. Voorlopig houd ik het op: mooie muziek, moeilijke stem.

★★★☆☆ (3 van de 5 sterren)

Cijfer: 6,8/10

Muziek: 8,2/10
Zang naar mijn smaak: 5,5/10

Hitpotentie: ⭐⭐☆☆☆

Sam Burton is voor mij voorlopig inderdaad een stranger. Maar wel eentje aan wie ik nog een tweede kans wil geven.

https://youtu.be/S5ShxDaa5Kc?si=LNj7Mqw3FkPVLnW2

GRESLEY – Stunner★★★½☆ (3,5 van de 5 sterren)




GRESLEY – Stunner

Nooit van gehoord, best aardig… maar de wereld draait gewoon door

Soms komt er een artiest voorbij waarvan je denkt: wie?

Dat had ik bij GRESLEY.

Nooit eerder bewust iets van gehoord. En dat is eigenlijk best leuk, want juist tussen al die bekende namen is het heerlijk om zonder verwachtingen naar een nieuwe artiest te luisteren. Geen vergelijking met een vorig album, geen klassieker uit 2007 die als een blok aan het been hangt en geen fanclub die alvast boos wordt wanneer je het nieuwe werk minder goed vindt.

Gewoon op play drukken.

En dan blijkt Stunner eigenlijk een behoorlijk aardig nummer te zijn.

Niet wereldschokkend.

Maar aardig.

De opening zet meteen een prettige alternatieve sfeer neer. De productie klinkt verzorgd, het ritme loopt lekker en de instrumentatie geeft het nummer voldoende energie om je aandacht vast te houden. Het is duidelijk muziek die thuishoort in het moderne indie- en alternatieve landschap.

GRESLEY begrijpt bovendien dat een nummer niet helemaal dichtgesmeerd hoeft te worden. Er blijft voldoende ruimte tussen de verschillende elementen in de productie. Daardoor klinkt Stunner fris en nergens vermoeiend.

Ook de zang bevalt me.

Niet zo'n stem waarbij je na vijf seconden denkt dat hier een nieuwe wereldster is opgestaan, maar wel eentje met voldoende karakter om nieuwsgierig te maken. En misschien is dat bij een eerste kennismaking belangrijker. Liever iemand die langzaam groeit dan een artiest die bij de eerste single al zijn complete trukendoos leeggooit.

Toch zit daar meteen mijn voornaamste bezwaar.

Ik blijf wachten op dat ene moment.

Een fantastisch refrein.

Een onverwachte tempowisseling.

Een gitaar die ineens de bocht uit vliegt.

Een melodische vondst waarvan je onmiddellijk denkt: wacht eens even, dit moet ik nóg een keer horen.

Dat moment komt niet echt.

Stunner begint goed, beweegt vervolgens prettig vooruit en eindigt voordat het ooit werkelijk spectaculair wordt. Je hebt je prima vermaakt, maar vijf minuten later is het lastig om precies te vertellen wat het nummer nu onderscheidde van de enorme hoeveelheid goede indie die iedere week verschijnt.

En goede indie is tegenwoordig bijna een probleem op zichzelf.

Er verschijnt zóveel.

Om daarbovenuit te komen, moet je tegenwoordig meer doen dan een aardig nummer afleveren. Je hebt een eigen geluid, een briljante melodie of simpelweg een beetje muzikale gekte nodig.

GRESLEY laat met Stunner horen dat de basis absoluut aanwezig is.

Nu wil ik alleen nog horen wat er gebeurt wanneer er wat meer risico wordt genomen.

Want laat ik duidelijk zijn: ik zou na deze eerste kennismaking absoluut een tweede nummer opzetten. Dat is al winst. Genoeg nieuwe artiesten halen zelfs die drempel niet.

De Alternatieve Muziekman zegt: GRESLEY kende ik nog niet en Stunner is een aangename eerste kennismaking. Een verzorgd, prettig en modern alternatief nummer met voldoende kwaliteit om nieuwsgierig te maken. Maar een stunner in de letterlijke betekenis vind ik het nog niet. Daarvoor ontbreekt dat ene moment waarop je onmiddellijk naar de repeatknop grijpt. Goed? Zeker. Bijzonder? Nog niet.

★★★½☆ (3,5 van de 5 sterren)

Cijfer: 7,6/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

De wereld is na Stunner niet veranderd. Maar GRESLEY staat vanaf nu wel op mijn radar. En soms begint het precies zo.

https://youtu.be/Mq2ry1-Jrws?si=MVC60Olxm1KrAq8d

Sea Shapes – Count the Stars ★★★★☆ (4 van de 5 sterren)





Sea Shapes – Count the Stars

Dromerig, melancholisch en precies mooi genoeg om even alles stil te zetten

Sommige nummers komen binnen met een enorme gitaarmuur, andere proberen je binnen twintig seconden een refrein door de strot te duwen. Sea Shapes kiest met Count the Stars gelukkig voor een andere route. Dit is een nummer dat niet aanklopt, maar voorzichtig de deur opendoet en vraagt of het misschien even binnen mag komen.

En vooruit.

Kom maar binnen.

Vanaf de eerste seconden hangt er een aangename dromerigheid over Count the Stars. De gitaren krijgen veel ruimte, de zang ligt mooi tussen de instrumenten en de productie probeert nergens groter te klinken dan noodzakelijk. Het resultaat is een sfeervol alternatief popnummer dat ergens tussen dream pop, indie en een klein snufje shoegaze zweeft.

Vooral dat laatste bevalt me.

De gitaren zijn niet hard of agressief, maar vormen eerder een zachte deken rondom de zang. Soms verdwijnen ze bijna naar de achtergrond om vervolgens met een klein melodietje weer boven te komen drijven. Het geeft het nummer een prettige gelaagdheid.

De titel Count the Stars past daar eigenlijk perfect bij.

Dit is muziek voor laat op de avond. Koptelefoon op, licht uit en even nergens heen hoeven. Niet omdat het nummer loodzwaar of overdreven melancholisch is, maar omdat er een soort rust vanuit gaat.

De zang draagt daar sterk aan bij. Geen overdreven vocale acrobatiek en gelukkig ook geen zanger die iedere twintig seconden wil bewijzen hoeveel octaven hij aankan. Gewoon een stem die onderdeel wordt van de muziek.

Dat klinkt eenvoudiger dan het is.

Bij dit soort dromerige indie bestaat namelijk altijd het gevaar dat alles zó sfeervol wordt dat het nummer uiteindelijk nergens meer naartoe gaat. Count the Stars balanceert soms dicht tegen die grens aan. Ik had hier en daar misschien iets meer spanning of een onverwachte muzikale wending willen horen.

Een gitaar die ineens uit de bocht vliegt.

Een ritme dat onverwacht verandert.

Iets waardoor je even rechtop gaat zitten.

Maar misschien zou dat ook juist de charme verstoren.

Want hoe vaker ik luister, hoe meer kleine details beginnen op te vallen. Een gitaarlijn hier, een subtiel accent daar en een melodie die aanvankelijk vrij eenvoudig lijkt, maar ongemerkt in je hoofd blijft hangen.

Dat is vaak een goed teken.

Sea Shapes probeert met Count the Stars niet het alternatieve wiel opnieuw uit te vinden. Daarvoor zijn de invloeden uit dream pop en shoegaze te herkenbaar. Maar de band weet er voldoende eigen sfeer aan toe te voegen om nieuwsgierig te maken naar meer.

En na een paar nogal middelmatige nieuwe releases is dat eigenlijk al bijzonder prettig.

De Alternatieve Muziekman zegt: Count the Stars is een mooi, warm en dromerig nummer dat niet onmiddellijk alles prijsgeeft. De gitaren zweven, de zang past prachtig in het geheel en de productie geeft de muziek voldoende ruimte om te ademen. Misschien ontbreekt nog dat ene werkelijk onvergetelijke moment, maar Sea Shapes maakt me absoluut nieuwsgierig. Soms hoef je niet naar de sterren te grijpen. Er rustig naar kijken kan ook heel mooi zijn.

★★★★☆ (4 van de 5 sterren)

Cijfer: 8,3/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Waarschijnlijk geen grote radiohit, maar wel een fijne ontdekking voor liefhebbers van sfeervolle indie, dream pop en lichte shoegaze. Een nummer dat vooral mooier wordt wanneer de avond valt.https://youtu.be/065zBqLYkzk?si=Xw08I-tMTj6uEWfW

zondag 9 augustus 2026

Erik Mesie – Wat Ik Ook Probeer★★★★☆ (4 van de 5 sterren)




Erik Mesie – Wat Ik Ook Probeer

Een vergeten cassette uit de jaren tachtig die ineens weer begint te draaien

Sommige nieuwe singles zijn eigenlijk helemaal niet nieuw. Wat Ik Ook Probeer van Erik Mesie is daar een prachtig voorbeeld van. Het nummer vormt de voorbode van zijn nieuwe soloalbum dat in oktober verschijnt, maar de oorsprong ervan ligt bijna veertig jaar terug.

En dat hoor je.

Gelukkig maar.

Want binnen een paar seconden ben ik terug in de jaren tachtig. LinnDrums, synthesizers, een eenvoudige baslijn en natuurlijk die herkenbare stem van Mesie. Het roept onmiddellijk herinneringen op aan Toontje Lager, al hoor ik ook een klein beetje van die typische Nederlandse jaren-tachtig-pop die later bij bijvoorbeeld Kadanz zo herkenbaar werd.

Ach ja: jeugdsentiment.

En soms mag dat gewoon.

Het verhaal achter deze single is eigenlijk minstens zo leuk als het nummer zelf. Eind jaren tachtig kreeg Mesie een cassettebandje met Engelstalige nummers van de Arnhemse songwriter Ray van Zaalen. Mesie had zelf net Missinggeschreven en samen besloten ze een Engelstalig album op een achtsporenrecorder vast te leggen.

Missing trok vervolgens de aandacht van Bolland & Bolland, werd opnieuw geproduceerd en verscheen als single. De overige opnamen verdwenen in het archief.

Daarna vroeg Mesie aan Van Zaalen of hij ook eens Nederlandse teksten wilde proberen. Binnen een dag lag het eerste lied klaar. Uiteindelijk werd zelfs een compleet Nederlandstalig album opgenomen. Twee nummers verschenen eind jaren tachtig via Telstar, maar de rest verdween eveneens op de plank.

Tot nu.

Met hulp van Wout de Kruif konden de oorspronkelijke achtsporenbanden alsnog worden afgespeeld. De opnamen werden gedigitaliseerd, gerestaureerd, opnieuw gemixt en gemasterd.

En dat is belangrijk, want Wat Ik Ook Probeer is dus geen moderne imitatie van jaren-tachtigmuziek.

Het ís jaren-tachtigmuziek.

Je hoort dat aan alles. Die LinnDrum-achtige ritmes, de synthesizers en vooral de ongecompliceerde productie. Tegenwoordig zou een producer waarschijnlijk nog vijftien extra lagen toevoegen. Hier hoeft dat allemaal niet.

En dan die stem van Erik Mesie.

Natuurlijk zijn we bijna veertig jaar verder en ligt alles tegenwoordig misschien een toontje lager, maar dat warme, ietwat melancholische karakter is er nog steeds. Het past bovendien uitstekend bij de tekst: je verstand zegt dat een relatie voorbij is, terwijl je hart koppig blijft roepen dat je door moet gaan.

Geen ingewikkelde poëzie.

Wel herkenbaar.

Is Wat Ik Ook Probeer daarmee een geweldige nieuwe Nederlandse popklassieker?

Nee, zo ver zou ik niet willen gaan. Daarvoor leunt het nummer misschien iets te sterk op zijn tijdperk. Maar juist dat maakt het ook charmant. Er wordt niet geprobeerd om Erik Mesie ineens hip te laten klinken voor 2026.

Godzijdank niet.

De Alternatieve Muziekman zegt: Wat Ik Ook Probeer is vooral een bijzonder stukje teruggevonden Nederlandse popgeschiedenis. De LinnDrums, synthesizers en melodie brengen je onmiddellijk terug naar de jaren tachtig. Natuurlijk hoor je Toontje Lager, met voor mij ook een vleugje Kadanz. En ja, misschien staat alles inmiddels een toontje lager, maar het gevoel is er nog steeds. Soms hoeft nostalgie helemaal niet vernieuwend te zijn. Soms is het gewoon heerlijk wanneer iemand na bijna veertig jaar een oude cassette terugvindt en op play drukt.

★★★★☆ (4 van de 5 sterren)

Cijfer: 8,2/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Jeugdsentiment: ⭐⭐⭐⭐⭐

Misschien geen nieuwe nummer 1-hit, maar absoluut een leuke verrassing. En dat album in oktober? Daar ben ik nu toch behoorlijk nieuwsgierig naar. Wie weet wat er nog meer bijna veertig jaar op die banden heeft liggen wachten.

https://youtu.be/6S-GAtTmG9E?si=56WyeXl9yJejWREl