zondag 4 oktober 2026

MARTIN GARRIX – THIS DREAM OF YOU★★★★☆ – 8/10



MARTIN GARRIX – THIS DREAM OF YOU

Blijkt die jongen ineens ook nog zelf te kunnen zingen

★★★★☆ – 8/10

Martin Garrix heeft jarenlang ongeveer iedereen achter een microfoon gezet behalve zichzelf.

Begrijpelijk.

Als je een van de grootste dj's ter wereld bent, kun je voor de zang gewoon iemand bellen.

Bono?

Prima.

Dua Lipa?

Ook goed.

Dean Lewis, Khalid, John Martin?

Zet maar door.

Maar inmiddels heeft Garrix blijkbaar ontdekt dat er nóg iemand beschikbaar is.

Martin Garrix.

Op This Dream of You gebruikt de dj-producer uit Amstelveen opnieuw zijn eigen stem. Na Catharina lijkt dat geen eenmalig experiment meer, maar een geheim wapen dat hij vaker wil inzetten.

En weet je?

Dat bevalt mij eigenlijk uitstekend.

Zijn stem is geen vocaal natuurgeweld. Garrix gaat morgen niet Adele vervangen en ook bij The Voice hoeft hij waarschijnlijk niet met vier draaiende stoelen rekening te houden.

Maar juist die beperking werkt.

Zijn zang klinkt warm, bescheiden en bijna kwetsbaar. Geen overdreven uithalen, geen zanger die voortdurend wil bewijzen hoeveel octaven hij tijdens zijn zanglessen heeft gevonden.

Gewoon een stem die bij het nummer past.

En vervolgens doet Garrix waar hij wél uitzonderlijk goed in is.

Progressive house bouwen.

Waar Catharina muzikaal nog behoorlijk atypisch was, horen we hier veel duidelijker het vertrouwde Garrix-DNA. De synthesizers openen zich langzaam, de melodie wordt steeds groter en uiteindelijk verschijnt dat euforische geluid waarmee hij een enorm festivalterrein binnen enkele minuten kan veranderen in één deinende massa.

Het nummer werd niet voor niets gebruikt als intro van zijn afsluitende set op Tomorrowland.

Daar kan ik me alles bij voorstellen.

Het knappe zit voor mij in de eenvoud.

De centrale melodie is helemaal niet ingewikkeld.

Sterker nog: wanneer je hem eenmaal hebt gehoord, lijkt hij bijna vanzelfsprekend.

Maar probeer zo'n melodie maar eens te schrijven.

Dat is hetzelfde als zeggen dat een goede grap eenvoudig is nadat iemand anders hem heeft bedacht.

This Dream of You sluit daardoor mooi aan bij Garrix-nummers als High On Life, Carry You en Together.

Melodieus.

Emotioneel.

Groots zonder onmiddellijk agressief te worden.

En juist doordat hij zelf zingt, voelt het persoonlijker.

Dit is misschien inderdaad een van de puurste Martin Garrix-tracks die hij heeft uitgebracht. Niet omdat het zijn beste nummer ooit is, maar omdat vrijwel alles rechtstreeks vanuit hemzelf lijkt te komen: productie, melodie én stem.

Mijn kritiek?

Natuurlijk.

Garrix kent deze progressive-houseformule inmiddels zó goed dat ik soms bijna kan voorspellen wanneer de grote ontlading komt.

Opbouw.

Spanning.

Even terug.

En daar gaan we.

Handen omhoog.

Tomorrowland ontploft.

Het werkt fantastisch, maar voor een 9 wil ik dat hij mij ergens ook muzikaal op het verkeerde been zet.

Dat gebeurt hier onvoldoende.

Maar een 8 is dik verdiend.

Want This Dream of You bewijst iets interessants.

Martin Garrix hoeft niet altijd een wereldberoemde zanger te bellen om emotie aan zijn muziek toe te voegen.

Soms kan hij gewoon zelf even naar de microfoon lopen.

Scheelt waarschijnlijk ook behoorlijk in het budget.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ – 8/10

Melodie: ★★★★½
Productie: ★★★★★
Zang: ★★★★☆
Emotie: ★★★★½
Originaliteit: ★★★½☆
Festivalpotentie: ★★★★★

Plus: warme eigen zang, prachtige eenvoudige melodie en klassieke Garrix-euforie.

Min: de progressive-houseopbouw is inmiddels behoorlijk vertrouwd.

Voor liefhebbers van: High On Life, Carry You en Together.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆

Eindoordeel: This Dream of You is misschien wel Martin Garrix in zijn puurste vorm: zijn productie, zijn melodie en tegenwoordig dus ook zijn stem. Blijkt zijn geheime wapen al die jaren gewoon achter zijn eigen draaitafel te hebben gestaan. 8/10.

https://youtu.be/nV2_ehKrjHg?si=bqMrx8HIRMikSGzQ

LUCA HÄNNI – WILDFIRE★★★½☆ – 7/10





LUCA HÄNNI – WILDFIRE

Muziek vergeten. Luca niet. Dat is ook een talent.

★★★½☆ – 7/10
Looksbonus: ★★★★★ – vooruit, +0,5 voor de gezelligheid

Ik heb de videoclip van Wildfire gezien.

Helemaal.

En daarna dacht ik:

hoe ging het nummer eigenlijk?

Dat is doorgaans geen geweldig begin van een muziekrecensie.

Maar Luca Hänni heeft hetzelfde probleem — of voordeel — als Shawn Mendes. Wanneer de muziek een keer niet geweldig is, beschikt hij nog over een alternatief marketinginstrument.

Zijn hoofd.

Want laten we daar niet ingewikkeld over doen:

the pretty looks zijn dik in orde.

Luca hoeft in een videoclip eigenlijk alleen maar ergens tegen een muur te gaan staan, een beetje ernstig naar de camera te kijken en waarschijnlijk is de helft van het publiek al vergeten dat er ook nog een liedje afgespeeld wordt.

Inclusief ondergetekende.

Dus nog een keer luisteren.

Zonder beeld.

Dat helpt.

Want Wildfire blijkt helemaal geen slecht nummer te zijn. Het is moderne, strak geproduceerde pop met een stevig ritme, elektronische accenten en een refrein dat precies weet waar het moet binnenkomen.

Hänni kan bovendien gewoon zingen.

Dat vergeten we bijna terwijl we druk bezig zijn naar zijn jukbeenderen te kijken.

Zijn stem is helder, soepel en commercieel genoeg om zonder problemen op Europese popradio te functioneren. Sinds zijn Eurovisieperiode met She Got Me weten we bovendien dat ritmische pop hem goed ligt.

Wildfire gaat verder in die richting.

Energie.

Dansbaarheid.

Een beetje spanning.

En vooral een productie die nergens een risico neemt dat niet vooraf door de afdeling marketing is goedgekeurd.

Daar zit voor mij het probleem.

Alles klopt.

Misschien iets te goed.

Het ritme klopt, de productie glanst, Luca zingt goed en het refrein doet wat een refrein moet doen.

Maar waar is het rare randje?

Waar gebeurt iets waarvan ik denk: hé, dát had ik niet verwacht?

Nergens eigenlijk.

En daardoor verdwijnt het nummer na afloop sneller uit mijn hoofd dan Luca zelf.

Dat is toch een bijzondere prestatie.

Bij DIIV wist ik na tien seconden: dit is goed.

Bij Luca Hänni weet ik na tien seconden vooral:

dit is een knappe man.

Muzikaal duurt de overtuiging iets langer.

Daarom kom ik uit op een 7/10.

Goed gemaakte pop.

Aangenaam.

Professioneel.

Maar ook veilig en behoorlijk voorspelbaar.

En nee, Luca krijgt van mij geen 8 omdat hij toevallig goed uit de douche is gekomen.

Zo werkt De Alternatieve Muziekman niet.

Nou ja…

Niet helemaal.

We voeren gewoon een nieuwe categorie in:

de looksbonus.

Daar krijgt hij vijf sterren.

Kan Shawn Mendes eindelijk nerveus worden.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★½☆ – MUZIEK: 7/10

Stem: ★★★★☆
Productie: ★★★★☆
Melodie: ★★★½☆
Originaliteit: ★★★☆☆
Hitpotentie: ★★★★☆
Looks: ★★★★★+

Plus: strak geproduceerd, dansbaar en Hänni heeft een prima popstem.

Min: muzikaal te veilig en na afloop verrassend moeilijk te herinneren.

Voor liefhebbers van: Shawn Mendes, moderne Europese pop en radiovriendelijke dancepop.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★☆☆

Looksbonus: +0,5, maar uitsluitend administratief. Het muziekcijfer blijft 7.

Eindoordeel: Wildfire is helemaal geen bagger. Het is gewoon keurige, aantrekkelijke pop die iets te weinig risico neemt. De videoclip bleef bij mij alleen duidelijk beter hangen dan het liedje. Luca Hänni: 7 voor de muziek, 10 voor de afleiding.

https://youtu.be/QW4WTKv1faY?si=y-VOFAbGXyhuKmLy

DIIV – TRILLIONS★★★★½ – 9/10



DIIV – TRILLIONS

Trillions? Nou, laten we niet overdrijven. Maar na tien seconden weet je al: dit is goed.

★★★★½ – 9/10

Sommige nummers moet je drie keer horen.

Eerst denk je: interessant.

De tweede keer: hier zit misschien iets in.

En bij luisterbeurt nummer drie besluit je voorzichtig dat het eigenlijk best goed is.

DIIV heeft op Trillions ongeveer tien seconden nodig.

Gitaar.

Sfeer.

Dat typische wazige geluid.

En klaar.

Ik ben binnen.

De titel Trillions is misschien een tikje overdreven. Miljoenen had ook gekund. Desnoods miljarden.

Maar muzikaal valt er weinig te klagen.

Dit is onmiddellijk herkenbaar als DIIV.

De Amerikaanse band heeft inmiddels een eigen wereld gebouwd waarin shoegaze, dreampop, alternatieve rock en noise voortdurend tegen elkaar aanschuren. Gitaren klinken er zelden gewoon als gitaren. Ze worden uitgerekt, vervormd, begraven onder effecten en vervolgens weer ergens achter in de mix teruggevonden.

En precies dat gebeurt hier.

Vanaf de opening hangt er een enorme gitaarnevel over Trillions.

Maar — en dat vind ik belangrijk — onder die mist zit een liedje.

Dat wordt bij shoegaze nog weleens vergeten.

Sommige bands kopen drieëntwintig effectpedalen, zetten alles tegelijk aan en hopen vervolgens dat niemand merkt dat de melodie thuis is gebleven.

DIIV weet beter.

De zang van Zachary Cole Smith zweeft bijna door de gitaren heen. Hij staat niet pontificaal vooraan in de mix, maar is onderdeel van het totale geluid.

Dat werkt uitstekend.

Je hoeft niet ieder woord onmiddellijk te verstaan. De stem heeft hier bijna dezelfde functie als een extra instrument.

En ondertussen blijft die melodie trekken.

Ik hoor natuurlijk de erfenis van My Bloody Valentine en Slowdive, maar DIIV klinkt inmiddels veel minder als een band die alleen naar zijn voorbeelden kijkt.

Sterker nog: op Trillions hoor ik vooral waarom DIIV zelf inmiddels een referentiepunt is geworden voor jongere shoegazebands.

Er zit bovendien iets donkers onder het nummer.

De muziek is dromerig, maar bepaald niet gezellig.

Geen strandstoel.

Geen cocktail.

Eerder om drie uur 's nachts door een lege stad lopen terwijl het heeft geregend en je eigenlijk niet precies weet waarom je nog buiten bent.

Kijk.

Daar hou ik van.

Wat mij vooral bevalt, is dat DIIV nergens haast heeft om indruk te maken. Geen enorme productie-explosie na twintig seconden. Het nummer trekt je gewoon langzaam verder zijn wereld in.

Toch heb ik één kritiekpunt.

De band kent dit terrein inmiddels natuurlijk bijzonder goed. De wazige gitaren, de afstandelijke zang, de melancholie: het zijn allemaal elementen die we eerder bij DIIV hebben gehoord.

Voor een 10 wil ik nog één moment waarop ze hun eigen formule compleet onderuit halen.

Een onverwachte stilte.

Een elektronische uitbarsting.

Een gitaar die ineens besluit niet meer naar de gebruiksaanwijzing te luisteren.

Dat ontbreekt.

Maar een 9?

Absoluut.

Want soms hoef je bij een nummer helemaal niet ingewikkeld te doen.

Je drukt op play.

Tien seconden later kijk je even naar het scherm.

Wie is dit?

DIIV.

Natuurlijk.

En vervolgens zet je hem gewoon nog een keer op.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 9/10

Gitaar: ★★★★★
Sfeer: ★★★★★
Melodie: ★★★★½
Zang: ★★★★½
Originaliteit: ★★★★☆
Eerste 10 seconden: ★★★★★

Plus: onmiddellijk raak, prachtige gitaarlagen en een melodie die onder alle shoegazemist gewoon overeind blijft.

Min: DIIV blijft dicht bij het geluid waarin de band inmiddels bijzonder goed is geworden.

Voor liefhebbers van: Slowdive, My Bloody Valentine, Nothing en donkere dreampop.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★

Eindoordeel: Trillions is misschien een wat overdreven titel. Maar verder hoef ik weinig af te dingen op deze DIIV-single. Soms weet je het gewoon. Tien seconden. Een paar gitaren. Die sfeer. Klaar. Dit is goed. 9/10.

https://youtu.be/6Fb97C_dv0A?si=KXT-mXbaKFAHYwN6

ALBUM RECENSIE : LUCIENNE LARDENOYE – ELASTIEK★★★★☆ – 8/10



LUCIENNE LARDENOYE – ELASTIEK

Hoe ver kun je meebuigen voordat je zelf breekt?

★★★★☆ – 8/10

Soms krijg je een album toegestuurd waarvan je de artiest nog nauwelijks kent en blijkt na tien nummers dat je ineens een compleet levensverhaal hebt gehoord.

Dat gebeurt bij Elastiek, het debuutalbum van Lucienne Lardenoye.

En dan is die titel uitstekend gekozen.

Een elastiek kan rekken.

Het kan iets bij elkaar houden.

Maar trek je te lang en te hard, dan zegt het uiteindelijk: zoek het maar uit.

Knapt-ie.

Precies daarover gaat deze plaat.

Lardenoye maakt Nederlandstalige alternatieve poëziepop. Dat klinkt op papier een beetje alsof je er eerst een culturele subsidieaanvraag voor moet invullen, maar gelukkig is de muziek veel toegankelijker dan het etiket doet vermoeden.

Indie, jazz, americana en singer-songwriterpop lopen door elkaar. Daarboven ligt haar warme, rustige stem.

En vooral: ruimte.

Deze plaat hoeft niet voortdurend indruk te maken.

Dat past bij het verhaal.

Elastiek begint bij een einde en werkt langzaam richting een nieuw begin. Rouw vormt daarbij een belangrijk vertrekpunt. Haar vriend Rik Kraak verloor binnen korte tijd zijn broer door zelfdoding en zijn vader aan kanker. Lardenoye probeerde hem zo goed mogelijk te ondersteunen, maar merkte gaandeweg dat voortdurend meebewegen met het verdriet van iemand anders ook iets met jezelf doet.

Hoe ver kun je voor iemand rekken?

Wanneer wordt liefde zelfopoffering?

En wanneer moet je zeggen: nu moet ik mezelf ook nog ergens terugvinden?

Dat komt het sterkst samen in de titeltrack Elastiek.

Voor mij zonder twijfel het beste nummer van het album.

Muzikaal wordt daar precies gedaan wat de tekst nodig heeft. Aanvankelijk klinkt alles breekbaar en bijna troostend, maar vervolgens komen er stevigere, hoekige ritmes binnen.

Mooi gevonden.

De muziek wordt zelf een elastiek.

Ze trekt.

Geeft mee.

Komt onder spanning te staan.

En je blijft wachten op het moment waarop ze breekt.

Hier hoor je ook Lardenoyes achtergrond als klassiek geschoolde pianist, zonder dat het nummer ineens verandert in een toelatingsexamen voor het conservatorium.

Gelukkig.

Ook de gesproken teksten die door het album lopen werken goed. Ze verbinden nummers als Nieuw Einde, Nacht, Gewichtloos, Schemeren, Hier, Even Niet, Windmolen en Altijd Te Weinig met elkaar.

Daardoor voelt Elastiek daadwerkelijk als één album en niet als tien losse nummers die toevallig dezelfde hoes hebben gekregen.

En dan eindigen we bij Nieuw Begin.

Dat vind ik misschien wel het mooiste idee van de plaat.

Want na verlies komt niet ineens een keurige oplossing.

Rouw verdwijnt niet omdat het laatste nummer begint.

Maar er kan wél weer iets naast ontstaan.

Liefde.

Hoop.

Een kind.

Nieuw leven.

Zelfs het zoontje van Lucienne en Rik is even op het album te horen. Geen effectbejag, maar een klein menselijk detail dat de cirkel prachtig rondmaakt.

Mijn kritiek zit vooral in de voorzichtigheid.

Soms zou ik willen dat Lardenoye muzikaal wat harder aan dat elastiek trekt. Een paar nummers blijven erg netjes binnen die warme, melancholische sfeer. Eén of twee werkelijk onverwachte arrangementen hadden het album nog meer spanning kunnen geven.

Daarom 8/10 en geen 9.

Maar als debuut?

Een bijzonder volwassen plaat.

Niet omdat alles perfect is.

Maar omdat Lucienne Lardenoye precies weet waarover ze wil vertellen.

En belangrijker:

ze weet wanneer ze moet zingen.

En wanneer even niet.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ – 8/10

Teksten: ★★★★½
Stem: ★★★★☆
Sfeer: ★★★★½
Arrangementen: ★★★★☆
Originaliteit: ★★★★☆
Emotionele zeggingskracht: ★★★★½

🏆 Beste track: ELASTIEK – 9/10

Plus: persoonlijk zonder sentimenteel te worden, mooie combinatie van poëziepop, indie, jazz en americana.

Min: sommige nummers blijven muzikaal iets te voorzichtig; af en toe had dat elastiek nog harder gespannen mogen worden.

Andere opvallende tracks: Nieuw Einde, Gewichtloos en Nieuw Begin.


Eindoordeel: Elastiek is een debuut over verlies, maar uiteindelijk vooral over wat mensen daarna doen: vasthouden, loslaten, opnieuw beginnen. Een warme, persoonlijke Nederlandse plaat met een uitstekende titeltrack. 8/10.

https://youtu.be/42ocmEV_oJE?si=77tnSLkmUwl9TwRD


zaterdag 3 oktober 2026

ALBUM VAN DE WEEK :JOHNNY MARR – THE AGE OF EVERYTHING★★★★☆ – 8/10



JOHNNY MARR – THE AGE OF EVERYTHING

De stille gitaarheld hoeft op zijn 62ste niemand meer iets te bewijzen

★★★★☆ – 8/10

Er zijn gitaristen die bij iedere solo willen laten horen hoeveel vingers ze hebben.

En er is Johnny Marr.

Een paar akkoorden zijn meestal voldoende.

Je hoort die heldere, rinkelende gitaar en denkt onmiddellijk: ja hoor, daar is hij weer.

Op The Age Of Everything brengt Marr alles samen wat hem in ruim veertig jaar zo'n invloedrijke gitarist en songwriter heeft gemaakt. En misschien is dat wel meteen de grootste kwaliteit van deze plaat.

Alles zit erin.

Gitaarpop, postpunk, elektronica, melancholie, melodie en vooral dat typische Marr-geluid dat ooit The Smiths mede definieerde, maar inmiddels allang niet meer uitsluitend bij die band hoort.

Gelukkig maar.

Want wie in 2026 nog steeds bij iedere nieuwe plaat van Johnny Marr alleen maar vraagt waar Morrissey is gebleven, heeft de afgelopen veertig jaar waarschijnlijk onder een bijzonder grote steen gelegen.

The Age Of Everything voelt juist als het werk van iemand die zijn verleden kent, maar er niet meer door wordt bestuurd.

De gitaren staan uiteraard centraal.

Maar Marr gebruikt ze nooit als spierballen.

Luister naar de manier waarop verschillende gitaarlijnen door elkaar bewegen. Een klein akkoord hier, een melodietje daar, vervolgens een laag elektronica eronder. Marr bouwt nummers eerder als een architect dan als een traditionele rockgitarist.

Hij speelt niet over een liedje heen. Hij bouwt het liedje met zijn gitaar.

Daarom blijft deze plaat ook na meerdere luisterbeurten interessant.

De eerste keer hoor je vooral de melodieën.

De tweede keer de gitaren.

En bij de derde luisterbeurt ontdek je ineens ergens achterin een klein detail waarvan je zweert dat het er daarvoor nog niet zat.

Marr is bovendien een betere zanger geworden.

Nee, hij gaat morgen Adele niet vervangen.

Dat hoeft ook niet.

Zijn enigszins afstandelijke stem past uitstekend bij deze muziek. Juist doordat hij nergens probeert de grote rockzanger uit te hangen, blijft er ruimte voor de arrangementen.

En dan komt het slot.

Daar krijgen de haunting vocals van Sheldon een belangrijke rol. Het album wordt niet afgesloten met een bombastische gitaarsolo of een laatste poging om iedereen het stadion uit te blazen.

Integendeel.

De plaat trekt zich langzaam terug.

En wanneer die laatste stemmen verdwijnen, ontstaat precies het effect dat een goed album hoort te hebben:

ik wil hem opnieuw opzetten.

Toch kom ik op een 8 en niet hoger.

Waarom?

Omdat Marr zó goed weet wat hij doet dat ik soms een beetje gevaar mis.

Alles klopt.

Misschien klopt het af en toe zelfs iets te goed.

Eén nummer waarop hij de complete Marr-handleiding uit het raam had gegooid, had The Age Of Everything nog spannender gemaakt.

Maar dat is kritiek op hoog niveau.

Want dit is een volwassen, rijke en bijzonder zorgvuldig gemaakte plaat van een muzikant die niet voortdurend hoeft te vertellen hoe invloedrijk hij is.

Luister naar de gitaren.

Dan weet je het vanzelf.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ – 8/10

Gitaar: ★★★★★
Songwriting: ★★★★½
Productie: ★★★★½
Zang: ★★★★☆
Originaliteit: ★★★★☆
Houdbaarheid: ★★★★½

Plus: schitterend gitaarwerk, veel details en een prachtig sfeervol slot.

Min: Marr beheerst zijn vak inmiddels zó goed dat ik af en toe één echt gevaarlijke uitschieter mis.

Hoogtepunt: de manier waarop het album richting het spookachtig mooie slot langzaam van kleur verandert.

Voor liefhebbers van: Johnny Marr, The Smiths, Editors, The Cure en intelligente Britse gitaarpop.

INDIE TOP 20-materiaal: absoluut — hier zitten meerdere kandidaten tussen.

Eindoordeel: The Age Of Everything zou zomaar het hoogtepunt van Johnny Marrs solowerk kunnen zijn. Alles wat hem tot zo'n bijzondere en invloedrijke gitarist heeft gemaakt, komt hier samen. En wanneer de laatste tonen verdwijnen, is het grootste compliment eigenlijk heel eenvoudig:

je wilt de plaat meteen nog een keer draaien. 8/10.