woensdag 16 september 2026

Friendly Fires – Magnetic★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren



Friendly Fires – Magnetic

Kakelvers. Amper een uur oud en de titel verklapt eigenlijk alles: dit nummer trekt je gewoon naar zich toe

Soms ben je er vroeg bij.

En soms heel vroeg.

Magnetic van Friendly Fires staat op het moment dat ik dit schrijf amper een uur online. De digitale verf is bij wijze van spreken nog nat.

Dus koptelefoon op.

Play.

En eigenlijk is mijn eerste gedachte meteen de recensie:

die titel klopt verdomd goed.

Magnetic.

Want dit nummer heeft daadwerkelijk aantrekkingskracht.

Vanaf de opening wordt een ritmische puls neergezet die onmiddellijk beweging veroorzaakt. Niet overdreven hard, niet met een lompe dancebeat die je fysiek de dansvloer op probeert te duwen.

Friendly Fires doet het slimmer.

Ze lokken.

Die groove

Dat is voor mij het belangrijkste element.

De bas en drums functioneren niet simpelweg als begeleiding, maar vormen de motor van Magnetic. De bas beweegt melodisch en geeft het nummer die elastische, bijna funky onderlaag die zo kenmerkend is voor Friendly Fires.

Daarboven liggen heldere elektronische lagen.

Synthesizers verschijnen en verdwijnen, kleine percussiedetails vullen de gaten en de gitaren worden meer gebruikt voor kleur en ritme dan voor ouderwetse rockakkoorden.

Het resultaat zit precies op dat heerlijke kruispunt van:

indie + synthpop + disco + dance.

En daar zijn Friendly Fires natuurlijk altijd bijzonder goed in geweest.

Dansmuziek met een band erin

Dat vind ik misschien wel het sterkste aan Magnetic.

Je kunt erop dansen, maar het voelt niet alsof iemand eerst een danceproductie heeft gemaakt en er daarna voor de vorm een band overheen heeft geplakt.

Je hoort de interactie tussen de instrumenten.

De bas reageert op de drums.

De synths vullen de zang aan.

Percussie geeft kleine duwtjes aan het ritme.

Daardoor blijft het nummer bewegen.

Niet alleen van A naar B, maar ook binnen de maat.

Dat maakt goede dansbare indie voor mij veel interessanter dan een standaard vier-op-de-vloerbeat.

Ed Macfarlane natuurlijk

En dan die stem van Ed Macfarlane.

Die past hier weer uitstekend bij.

Licht, soepel en ritmisch.

Hij zingt niet boven de groove.

Hij zit erin.

Dat is belangrijk, want Magnetic zou met een grote dramatische zanger waarschijnlijk volledig uit balans raken.

Hier hoeft niemand met zijn armen in de lucht te vertellen hoe belangrijk het allemaal is.

Dit nummer heeft een veel eenvoudiger doel:

bewegen.

En daarin slaagt het behoorlijk overtuigend.

Ik zit deze recensie te typen en merk dat mijn voet ondertussen al minutenlang hetzelfde ritme aantikt.

Wetenschappelijk onderzoek is het niet.

Maar voor Friendly Fires lijkt het me voldoende bewijs.

En die titel blijft briljant gekozen

Magnetic is zo'n titel die achteraf bijna té logisch voelt.

De kracht zit namelijk niet in één enorme climax.

Niet in één refrein waarvan ik onmiddellijk weet dat het een wereldhit wordt.

Het zit in de herhaling en groove.

Het nummer trekt je steeds opnieuw terug naar die ritmische basis.

Daar komt een synth bij.

Daar verdwijnt iets.

De zang beweegt eroverheen.

En voordat ik het weet druk ik opnieuw op play.

Magnetisch dus.

Je kunt moeilijk klagen over misleidende productinformatie.

De Alternatieve Muziekman zegt

Kakelvers.

Amper een uur oud.

Normaal gesproken vind ik dat je een nummer wat tijd moet geven voordat je met grote conclusies komt.

Maar Magnetic maakt het me behoorlijk makkelijk.

Dit is Friendly Fires zoals ik Friendly Fires graag hoor.

Dansbaar zonder plat te worden.

Elektronisch zonder menselijkheid te verliezen.

Funky zonder dat iemand met een discobal uit 1978 hoeft te zwaaien.

En vooral:

een heerlijke groove.

Is dit hun allerbeste nummer ooit?

Daar ga ik na één uur natuurlijk niet aan beginnen.

Maar mijn eerste indruk is bijzonder sterk.

En belangrijker:

ik wil hem alweer horen.

De titel zegt Magnetic.

Voor één keer geloof ik de verpakking onmiddellijk.

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

Eerste cijfer: 9,1/10

Groove: ⭐⭐⭐⭐⭐
Bas: ⭐⭐⭐⭐⭐
Synthesizers: ⭐⭐⭐⭐½
Percussie: ⭐⭐⭐⭐½
Zang: ⭐⭐⭐⭐½
Productie: ⭐⭐⭐⭐½
Dansbaarheid: ⭐⭐⭐⭐⭐
Originaliteit: ⭐⭐⭐⭐☆
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐½
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴½
Magnetische kracht: 🧲🧲🧲🧲🧲

Magnetic is amper een uur oud en trekt me nu al terug naar de afspeelknop. Bas, drums, synths en Ed Macfarlane grijpen nergens hardhandig naar je aandacht. Ze doen iets veel effectievers: ze trekken je langzaam naar zich toe. Magnetic? Betere titel hadden ze nauwelijks kunnen kiezen.

https://youtu.be/vxJUVT6tYR4?si=_OB_ojtQh0pan_7V

DIESEIN – I Don’t Want You★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren




DIESEIN – I Don’t Want You

Nog nooit van gehoord. Maar geef mij donkere synths, melancholie en een saxofoon en ik ben natuurlijk alweer verkocht. Heel in de verte hoor ik Hurts

Dit zijn ze.

De momenten waarvoor ik iedere dag door nieuwe releases blijf ploeteren.

DIESEIN?

Nooit van gehoord.

Werkelijk niet.

En dan zet ik I Don’t Want You aan en binnen korte tijd denk ik:

waarom ken ik dit niet?

Donkere synthesizers.

Een lage mannenstem.

Veel ruimte.

Melancholie.

En dan ook nog een saxofoon die niet klinkt alsof iemand per ongeluk een jaren-tachtig-bedrijfsfeest is binnengelopen.

Mijn muzikale antenne gaat onmiddellijk omhoog.

En ergens in de verte hoor ik:

Hurts.

Niet letterlijk.

Maar dat gevoel.

Synthpop met de gordijnen dicht

DIESEIN is het soloproject van Laslo Antal, die ook bekend is als de helft van het minimal-synthduo Sixth June. Op zijn album I Like It / I Hate It kiest Antal voor een nog kalere benadering.

Dat hoor je uitstekend in I Don’t Want You.

De basis bestaat uit langzaam bewegende synthpads. Geen enorme elektronische muur, maar akkoorden die bijna door de ruimte zweven.

Daaronder wordt de ritmiek opvallend eenvoudig gehouden.

En dat is belangrijk.

Want daardoor krijgt de stem ruimte.

Antal zingt zonder overdreven drama. Zijn vocalen zijn beheerst, donker en bijna afstandelijk.

Maar juist daardoor ontstaat emotie.

Hij hoeft niet met gebalde vuist te roepen dat hij verdriet heeft.

Je hoort het toch wel.

En dan die saxofoon

Hier wordt het voor mij echt interessant.

Want een saxofoon in elektronische muziek is levensgevaarlijk.

Eén verkeerde noot en je zit ineens bij een romantische televisieserie uit 1987 waarin iemand met een cabriolet langs de Côte d'Azur rijdt.

DIESEIN ontsnapt daaraan.

De saxofoon wordt niet gebruikt als vrolijke versiering, maar als donkere tegenstem.

Bijna soulvol.

Bijna gothic.

Sax-goth is eigenlijk een verrassend goede omschrijving.

De warme, menselijke klank van de sax schuurt prachtig tegen de koele synthesizers. Daardoor ontstaat precies de wrijving die ik in veel glad geproduceerde elektronische pop mis.

Elektronica tegenover adem.

Machine tegenover mens.

Koel tegenover warm.

Daar gebeurt iets.

Hurts? Ja, maar donkerder en kaler

Mijn eerste associatie blijft Hurts.

Vooral de vroege Hurts.

Die Europese melancholie. Donkere pakken. Synthesizers. Romantiek waarbij je vooraf eigenlijk al weet dat het slecht gaat aflopen.

Maar DIESEIN is minimalistischer.

Waar Hurts een nummer graag groot kan maken met een refrein dat tegen een kathedraal omhoog klimt, houdt Antal zich juist in.

Geen gigantische climax.

Geen productie die ineens vier verdiepingen hoger gaat.

Hij laat ruimte.

Dat geeft I Don’t Want You iets claustrofobisch en tegelijkertijd ruimtelijks.

Dat klinkt tegenstrijdig.

Maar luister maar.

Nooit gehoord, nu wil ik meer

En daar zit voor mij uiteindelijk het plezier.

Ik begon zonder verwachtingen.

Een onbekende artiest.

Een titel.

Play.

Vijf minuten later zit ik informatie over DIESEIN en Sixth June op te zoeken.

Missie geslaagd.

Misschien is I Don’t Want You niet het meest vernieuwende synthnummer dat ik ooit heb gehoord. De jaren tachtig hangen nadrukkelijk in de kamer.

Maar nostalgisch wordt het nergens.

Daarvoor is de productie te kaal en de sfeer te eigen.

De Alternatieve Muziekman zegt

I Don’t Want You raakt precies een paar van mijn muzikale zwakke plekken.

Donkere synthpop.

Melancholie.

Ruimte in het arrangement.

Een lage mannenstem.

En een saxofoon die daadwerkelijk iets toevoegt in plaats van alleen te bewijzen dat er een saxofoon beschikbaar was.

Hurts hoor ik.

Minimal synth hoor ik.

Een beetje darkwave.

Een beetje soul.

Maar uiteindelijk hoor ik vooral een artiest waarvan ik na één nummer denk:

hier moet ik verder induiken.

En dat is misschien het grootste compliment voor een artiest die ik vanochtend nog helemaal niet kende.

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

Cijfer: 9,0/10

Synthesizers: ⭐⭐⭐⭐⭐
Stem: ⭐⭐⭐⭐½
Saxofoon: ⭐⭐⭐⭐⭐
Melancholie: ⭐⭐⭐⭐⭐
Minimalisme: ⭐⭐⭐⭐½
Donkere sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Hurts-factor: ⭐⭐⭐⭐☆
Jaren 80-factor: ⭐⭐⭐⭐½
Eigen smoel: ⭐⭐⭐⭐☆
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴½
Ontdekkingsfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

DIESEIN kende ik niet. I Don’t Want You heeft daar in een paar minuten verandering in gebracht. Een beetje Hurts in de verte, donkere minimal synth en dan die warme saxofoon er dwars doorheen. Nieuw voor mij, bepaald niet nieuw in ervaring — en precies zo ontdek ik het liefst muziek.

https://youtu.be/wgiB6B5dozw?si=w4RPOfw6WHNyITse

Tom Waits – The Fall of Troy (Unplugged)★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

 

Tom Waits – The Fall of Troy (Unplugged)

Uit het archief, zonder opsmuk en precies daarom zo raak. Bij Tom Waits klinkt zelfs stilte alsof ze drie pakjes per dag rookt

Soms wordt er uit een archief iets opgedoken waarvan je na een minuut denkt:

waarom heeft dit daar in hemelsnaam zo lang gelegen?

The Fall of Troy (Unplugged) van Tom Waits is zo'n opname.

Deze uitvoering werd opgenomen tijdens de sessies voor Ultima Fermata (The Last Ride), maar haalde uiteindelijk niet de definitieve versie. Nu The Last Ride opnieuw op de Italiaanse televisie wordt uitgezonden, is de opname alsnog uit het archief gehaald.

En eigenlijk past dat perfect bij Tom Waits.

Geen glimmende nieuwe single.

Geen marketingcampagne waarbij eerst zes TikTok-filmpjes moeten uitleggen dat er vrijdag iets héél bijzonders aankomt.

Gewoon een oude opname uit een la.

Stof eraf. Play.

En daar is die stem.

Een stem waar schuurpapier jaloers op is

Tom Waits hoeft werkelijk maar één zin te zingen en je weet wie het is.

Die stem is geen stem meer.

Het is grind.

Whisky.

Nacht.

Een café waarvan de eigenaar al twintig jaar zegt dat hij volgende maand gaat verbouwen.

In deze unplugged-versie wordt dat nog duidelijker, omdat er nauwelijks iets is waarachter Waits zich kan verstoppen.

En gelukkig probeert hij dat ook niet.

De begeleiding is kaal. Daardoor hoor je iedere kleine verandering in zijn frasering. Waits zingt niet keurig óp de maat; hij schuift eromheen, trekt woorden langer en laat vervolgens weer een stilte vallen.

Dat maakt het nummer spannend.

De stilte speelt mee

Na RY X schreef ik onlangs over de kunst van het weglaten.

Tom Waits doet dat hier op een totaal andere manier.

Bij RY X is stilte bijna mooi vormgegeven.

Bij Waits klinkt stilte alsof er iets gebeurd is waar niemand over wil praten.

Dat verschil is prachtig.

De akoestische instrumentatie geeft The Fall of Troy geen zachte singer-songwriterwarmte. Daarvoor blijft er te veel ongemak in de opname zitten.

Akkoorden worden niet gladgestreken.

Zijn stem kraakt.

De dynamiek is niet perfect gelijk.

Godzijdank.

Want maak Tom Waits perfect en je houdt geen Tom Waits meer over.

Geen muur van productie nodig

Dat is misschien het belangrijkste wat deze uitvoering laat horen.

Een goed nummer heeft niet altijd productie nodig om groter te worden.

Soms wordt het juist groter wanneer je alles weghaalt.

Geen synthesizerlandschap.

Geen strijkorkest dat met een rode pijl aanwijst waar ik emotioneel moet worden.

Geen enorme galm om van één stem een kathedraal te maken.

Waits heeft genoeg aan zijn voordracht, een kaal arrangement en die paar seconden waarin er bijna niets gebeurt.

Daardoor moet je luisteren.

En hoe langer ik luister, hoe meer ik die opname ga waarderen.

Niet mooi in de traditionele betekenis.

Maar mooi omdat het niet probeert mooi te zijn.

De Alternatieve Muziekman zegt

The Fall of Troy (Unplugged) voelt niet als een verloren curiositeit voor fanatieke verzamelaars.

Het voelt als een opname die juist door haar eenvoud nog steeds overeind staat.

Rauw.

Intiem.

Donker.

En volledig Tom Waits.

Er zijn artiesten waarbij een oude archiefopname vooral interessant is omdat er een bekende naam op staat.

Hier niet.

Hier hoor je waarom Waits zo uniek is.

Hij hoeft geen noot perfect te zingen.

Sterker nog:

perfect zou alles verpesten.

Geef hem een kaal arrangement, een microfoon en voldoende stilte.

De rest doet die stem.

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

Cijfer: 9,1/10

Stem: ⭐⭐⭐⭐⭐+
Rauwheid: ⭐⭐⭐⭐⭐+
Arrangement: ⭐⭐⭐⭐½
Dynamiek: ⭐⭐⭐⭐½
Kwetsbaarheid: ⭐⭐⭐⭐⭐
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Stilte: ⭐⭐⭐⭐⭐
Productie: ⭐⭐⭐⭐½
Authenticiteit: ⭐⭐⭐⭐⭐+
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½
Hitpotentie: ⭐⭐☆☆☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴⚪
Schuurpapierfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐+

The Fall of Troy lag jarenlang in het archief. Misschien is dat wel de enige plek waar een opname van Tom Waits zich werkelijk thuis voelt: ergens achterin, onder een laag stof, naast een kapotte stoel en een halflege fles whisky. Haal hem eruit en hij klinkt nog steeds rauwer en menselijker dan het grootste deel van wat gisteren is opgenomen.

https://youtu.be/lXkhXwFg1WI?si=veIx-vZ5W_zA-p_g

Wasia Project – Bleeding Gold ★★★☆☆ – 3 van de 5 sterren



Wasia Project – Bleeding Gold

De titel belooft goud. Ik hoor helaas vooral koper. Waar is de magie van Wasia Project uit 2025 gebleven?

Au.

Deze doet een beetje pijn.

Niet omdat Bleeding Gold van Wasia Project verschrikkelijk slecht is. Was dat maar zo. Dan kon ik tenminste lekker mopperen.

Het probleem is juist dat ik weet hoe mooi Wasia Project kan zijn.

In 2025 hoorde ik bij deze band iets bijzonders. Die prachtige combinatie van indiepop, piano, subtiele elektronica, jazzachtige kleuren en twee stemmen die soms bijna voorzichtig om elkaar heen bewogen.

Kwetsbaar.

Ruimtelijk.

Eigenzinnig.

Muziek waarbij niet iedere seconde werd volgestopt, maar juist de stiltes tussen de noten belangrijk werden.

En nu is er:

Bleeding Gold.

Prachtige titel.

Alleen hoor ik helaas geen goud.

Koper.

Misschien netjes opgepoetst koper, maar toch.

Waar is die spanning gebleven?

Mijn grootste probleem zit in het arrangement.

Wasia Project kan juist sterk zijn wanneer piano, zang en ritme niet allemaal tegelijkertijd dezelfde kant op bewegen. Een kleine harmonische verschuiving, een onverwacht akkoord of een subtiele verandering in de dynamiek kan bij hen ineens enorm veel emotie veroorzaken.

Hier voelt de opbouw veel voorspelbaarder.

De zang begint.

De begeleiding komt erbij.

Het nummer wordt iets groter.

We bereiken het emotionele gedeelte.

En klaar.

Technisch klopt het.

Maar ik mis dat moment waarop mijn oor ineens denkt:

hé, wacht eens even.

De productie klinkt bovendien gladder. De verschillende elementen liggen mooi op hun plaats, maar daardoor ontstaat minder wrijving.

En zonder wrijving blijft er bij mij minder hangen.

Geen schim van 2025

Dat klinkt misschien hard.

Maar juist omdat ik Wasia Project hoog heb zitten, verwacht ik meer.

Hun beste muziek uit 2025 had iets ongrijpbaars. Je kon niet altijd onmiddellijk aanwijzen waarom een nummer werkte.

De piano kon bijna klassiek klinken.

Dan kwam er een ritmisch detail langs dat richting jazz ging.

Vervolgens schoof de elektronica voorzichtig naar binnen.

En boven alles die stemmen.

Dat maakte hun muziek voor mij interessant.

Bij Bleeding Gold hoor ik nog steeds de kwaliteit van Wasia Project.

De zang is goed.

De productie is verzorgd.

De melodie is absoluut niet verkeerd.

Maar de persoonlijkheid lijkt een beetje naar achteren geschoven.

Ik hoor een goed gemaakt nummer.

Ik hoor alleen te weinig van dat Wasia Project waarbij ik vorig jaar mijn koptelefoon nét wat harder zette.

Misschien verwacht ik te veel

Dat gevaar bestaat natuurlijk ook.

Wanneer een artiest je eenmaal echt heeft geraakt, ga je ieder volgend nummer vergelijken met dat bijzondere moment.

Niet eerlijk misschien.

Maar zo werkt muziek.

Wasia Project heeft zelf mijn verwachtingen omhoog geschroefd.

Dan moet je achteraf niet klagen dat ik ze daar laat staan.

En ik heb Bleeding Gold verschillende keren opgezet.

Juist omdat ik wilde dat het kwartje alsnog viel.

Tweede keer.

Derde keer.

Nee.

Het wordt iets beter, maar goud wordt het niet.

De Alternatieve Muziekman zegt

Begrijp me goed: dit is geen onvoldoende.

Daarvoor zit Wasia Project muzikaal te goed in elkaar.

Maar Bleeding Gold mist voor mij precies de eigenschappen waardoor ik eerder zo enthousiast over ze werd: ruimte, kwetsbaarheid, onverwachte harmonieën en spanning tussen de instrumenten.

Het klinkt te keurig.

Te veilig.

Te voorspelbaar.

Misschien staat dit nummer straks binnen een album ineens perfect op zijn plaats.

Als losse single doet het mij te weinig.

En dan is die titel natuurlijk levensgevaarlijk.

Noem je nummer Bleeding Gold, dan ga ik ook naar goud zoeken.

Ik heb gezocht.

Nog een keer geluisterd.

Zelfs het licht erop laten vallen.

Sorry.

Het blijft koper.

★★★☆☆ – 3 van de 5 sterren

Cijfer: 6,5/10

Zang: ⭐⭐⭐⭐☆
Melodie: ⭐⭐⭐½☆
Productie: ⭐⭐⭐⭐☆
Piano/arrangement: ⭐⭐⭐½☆
Dynamiek: ⭐⭐⭐☆☆
Kwetsbaarheid: ⭐⭐⭐☆☆
Wrijving: ⭐⭐½☆☆
Originaliteit: ⭐⭐⭐☆☆
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐☆☆
Hitpotentie: ⭐⭐⭐½☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴½⚪⚪
Wasia Project 2025-factor: ⭐⭐☆☆☆
Goudgehalte: 🥉 — helaas vooral koper

Bleeding Gold is niet slecht. Dat maakt de teleurstelling juist groter. Wasia Project liet mij in 2025 horen hoeveel schoonheid er kan zitten in ruimte, subtiliteit en muzikale verrassingen. Hier hoor ik vakmanschap, maar nauwelijks magie. De titel zegt goud. Mijn oren zeggen koper. Hopelijk ligt de goudmijn gewoon één single verderop.

https://youtu.be/Cgylo9Ta3xo?si=_MneUu_Yb60Fqk_S

dinsdag 15 september 2026

Pedro Santos – Should Have Known Better★★★☆☆ – 3 van de 5 sterren




Pedro Santos – Should Have Known Better

Soms moet je doorploeteren met nieuwe muziek. De titel triggerde me. Het nummer helaas niet. Een niemendalletje dat alweer verdwenen is voordat ik deze recensie af heb. Gelukkig hebben we zijn gezicht nog.

Nieuwe muziek luisteren is leuk.

Meestal.

Maar wie iedere dag meerdere nieuwe nummers probeert, weet ook dat het soms gewoon doorploeteren is.

Volgende.

Volgende.

Hé, misschien deze?

Pedro Santos – Should Have Known Better.

Die titel triggert mij meteen.

Should Have Known Better.

Dat klinkt als spijt. Als een fout die je eigenlijk had kunnen zien aankomen. Als een liedje waarin iemand zichzelf muzikaal tegenkomt.

Bovendien bestaat er natuurlijk al een behoorlijk beroemde Should Have Known Better van Sufjan Stevens. Dan gaat bij mij automatisch een lampje branden.

Dus:

koptelefoon op.

Play.

Kom maar.

En na afloop denk ik:

tja.

Nog een keer dan.

Misschien heb ik iets gemist.

Tweede luisterbeurt.

Nee.

Ik had beter moeten weten.

Alles klopt. En dat is het probleem

Het vervelende is dat ik muzikaal nauwelijks iets kan aanwijzen dat werkelijk slecht is.

De zang is prima.

De melodie is netjes.

De productie klinkt verzorgd.

De instrumenten staan waar ze horen te staan.

Er wordt keurig opgebouwd en nergens rijdt iemand muzikaal tegen een lantaarnpaal.

Maar waar is het moment waarop ik wakker schrik?

Waar is die akkoordwisseling die iets openbreekt?

Die baslijn die ineens een eigen leven begint?

Een gitaar met een rafelrand?

Een vocale uithaal die niet volledig gladgestreken klinkt?

Iets?

Dat komt niet.

Het nummer beweegt van begin naar einde zonder werkelijk weerstand te bieden.

Muzikaal behang

En daar zit voor mij het verschil tussen aangenaam en goed.

Een goed nummer hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. ABBA kon met een ogenschijnlijk eenvoudige melodie een wereld aan melancholie oproepen. RY X kan bijna alles weglaten en juist daardoor spanning creëren. Bleach Lab had bij Falling vier seconden nodig om mij te pakken.

Pedro Santos doet eigenlijk het tegenovergestelde.

Hij irriteert me nergens.

Maar hij verrast me ook nergens.

De dynamiek blijft behoorlijk vlak. Het arrangement ondersteunt de zang, maar gaat er nauwelijks mee in gesprek. Er is weinig wrijving tussen ritme, melodie en productie.

Alles werkt samen.

Misschien iets té vriendelijk.

Het resultaat is muziek die voorbijgaat zonder een kras achter te laten.

En dan wordt 500 woorden schrijven lastig

Dat is het probleem met niemendalletjes.

Bij een slecht nummer kun je je nog heerlijk ergeren.

Waarom werkt die productie niet?

Waarom zit daar autotune?

Wie heeft besloten dat dát refrein een goed idee was?

Dan heb je materiaal.

Maar Should Have Known Better maakt me niet boos.

Het maakt me vooral:

onverschillig.

En dat is voor muziek misschien nog gevaarlijker.

Na afloop zet ik het volgende nummer aan en merk ik vijf minuten later dat ik nauwelijks nog weet hoe Pedro Santos klonk.

Ai.

De Alternatieve Muziekman zegt

De titel won.

Daarom drukte ik op play.

Maar de muziek kon die nieuwsgierigheid niet vasthouden.

Should Have Known Better is keurig gemaakt, aangenaam gezongen en volkomen onschuldig.

Alleen zoek ik bij nieuwe muziek juist naar dat ene moment waarop ik denk:

wacht eens even… wat gebeurt daar?

Dat moment komt niet.

Geen ramp.

Geen verschrikkelijk nummer.

Zelfs geen onvoldoende.

Gewoon een niemendalletje.

En met zoveel nieuwe muziek die iedere week verschijnt, is 'best aardig' misschien wel het moeilijkste genre geworden.

Want morgen staan er alweer honderd andere liedjes klaar.

Pedro Santos zingt:

Should Have Known Better.

Inderdaad.

Na twee luisterbeurten wist ik beter.

★★★☆☆ – 3 van de 5 sterren

Cijfer: 6,2/10

Zang: ⭐⭐⭐½☆
Melodie: ⭐⭐⭐☆☆
Productie: ⭐⭐⭐½☆
Dynamiek: ⭐⭐½☆☆
Rafelrand: ⭐⭐☆☆☆
Originaliteit: ⭐⭐½☆☆
Verrassing: ⭐⭐☆☆☆
Herluisterwaarde: ⭐⭐½☆☆
Hitpotentie: ⭐⭐½☆☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴⚪⚪⚪
Titel: ⭐⭐⭐⭐½
Vergeetfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Soms moet je doorploeteren om tussen alle nieuwe muziek iets bijzonders te vinden. Should Have Known Better trok me binnen met zijn titel. Helaas stond er binnen weinig meubilair. Keurig nummer, niets kapot, alles netjes achtergelaten — en vijf minuten later ben ik alweer vergeten dat ik er geweest ben.

https://youtu.be/9J8E4P8sW6g?si=LucQiELe1BTFGRow