maandag 17 augustus 2026

Lone Aires – Alone★★★★☆ – 4 van de 5 sterren

5

Lone Aires – Alone

Is dit écht goed, of ben ik gewoon weerloos tegen shoegaze?

Bij country heb ik meestal eerst overtuigingskracht nodig. Een artiest moet behoorlijk zijn best doen voordat ik mijn muzikale voordeur openzet. Orville Peck lukte dat verrassend genoeg met Already Gone.

Maar zet een beetje new wave, dreampop of shoegaze op en er ontstaat een heel ander probleem.

Dan staat die voordeur namelijk al wagenwijd open.

Welkom!

Koffie?

Blijf gerust eten.

En precies daarom vind ik Alone van Lone Aires lastig om eerlijk te beoordelen.

Want ik vind dit goed.

Maar ís het ook echt goed?

Of hoor ik een paar zwevende gitaren, een flinke scheut galm en een dromerige stem en heeft mijn muzieksmaak het oordeel al geveld voordat het nummer halverwege is?

Ik vermoed een beetje van allebei.

Alone begint namelijk precies op een manier waarop je mij gemakkelijk kunt inpakken. De gitaren hangen als mist in het nummer. De zang hoeft niet nadrukkelijk vooraan te staan en de productie creëert vooral ruimte.

Daar is dat heerlijke shoegazegevoel.

En ja hoor.

Ik ben verkocht.

Er zit ook dreampop in en ergens aan de randen hoor ik iets van new wave. Niet de hoekige, nerveuze new wave, maar juist die donkere atmosferische kant waar synthesizers en gitaren samen een soort grijze wolk vormen.

Dit is gewoon mijn muzikale zwakke plek.

Het gevaar daarvan is natuurlijk dat je als recensent minder kritisch wordt.

Als ik bij een middelmatige countrysong na een minuut roep dat het kabbelt, moet ik bij shoegaze niet ineens beweren dat hetzelfde gekabbel "hypnotiserende atmosferische gelaagdheid" is.

Dat zou wel erg makkelijk zijn.

Dus nog een keer luisteren.

En nog een keer.

Dan blijkt gelukkig dat Alone ook zonder mijn voorliefde overeind blijft. De sfeer is niet het enige sterke punt. Er zit daadwerkelijk een melodie onder de geluidslagen en het nummer is zorgvuldig opgebouwd. De gitaren creëren niet alleen een muur van effecten, maar geven het lied kleur en beweging.

Toch mis ik misschien één ding.

Een moment waarop Alone werkelijk boven zichzelf uitstijgt.

Goede shoegaze kan je volledig opslokken. Denk aan muziek waarbij je na afloop even opnieuw moet ontdekken in welke kamer je eigenlijk zit. Dat niveau bereikt Lone Aires voor mij nog niet helemaal.

Maar ik wil het nummer wél opnieuw horen.

En dat zegt veel.

Misschien moet ik daarom gewoon accepteren dat objectiviteit bij muziek sowieso een merkwaardig begrip is. Iedereen neemt zijn eigen geschiedenis en smaak mee. Bij mij hoeft een shoegazegitaar simpelweg minder hard aan te kloppen dan een banjo.

De Alternatieve Muziekman zegt: Alone van Lone Aires zit gevaarlijk dicht bij mijn muzikale comfortzone: new wave, dreampop en vooral shoegaze. Zwevende gitaren, sfeer, melancholie – geef mij dat en ik ben waarschijnlijk al halverwege verkocht.

Ben ik daardoor te weinig kritisch?

Misschien.

Maar na meerdere luisterbeurten blijft mijn conclusie overeind:

ik vind dit gewoon goed.

Niet wereldschokkend. Niet meteen een nieuwe shoegazeklassieker. Maar wel een nummer waarvoor ik vrijwillig opnieuw op play druk.

En uiteindelijk blijft dat mijn belangrijkste test.

★★★★☆ – 4 van de 5 sterren

Cijfer: 8,5/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Shoegazefactor: ⭐⭐⭐⭐☆

Objectiviteit van De Alternatieve Muziekman: twijfelachtig zodra de gitaren beginnen te zweven.

Bij country moet je mij overtuigen. Bij shoegaze moet ik vooral proberen mezelf niet té snel te overtuigen. Lone Aires maakt daar met Alone dankbaar gebruik van.

https://youtu.be/LhBASr7fz2M?si=gXsvPA1cwBvO0FYI

Orville Peck – Already Gone★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren


6

Orville Peck – Already Gone

Help, ben ik besmet met het countryvirus?

Ik heb een ingewikkelde relatie met countrymuziek.

Laten we het een haat-liefdeverhouding noemen, waarbij de haat het meestal nét iets vaker wint. Een akoestische gitaar, een cowboyhoed en iemand die begint over een verlaten snelweg zijn voor mij normaal gesproken voldoende redenen om voorzichtig richting uitgang te bewegen.

Ook Orville Peck heeft mij niet altijd kunnen overtuigen. Zijn vorige nummer deed mij eigenlijk weinig. Mooie stem, bijzondere uitstraling, allemaal prima – maar muzikaal mocht iemand anders het hebben.

En dan gebeurt er iets vervelends.

Already Gone is goed.

Sterker nog: ik vind het écht goed.

Wat is hier aan de hand?

Ben ik ongemerkt besmet geraakt met het countryvirus? Moet ik binnenkort cowboylaarzen kopen? Staat er over drie maanden een pick-up voor de deur?

Of is de verklaring veel eenvoudiger?

Want Already Gone is natuurlijk country, maar het nummer heeft tegelijkertijd een opvallend sterke popsound. De melodie staat veel nadrukkelijker vooraan dan de traditionele country-elementen. Alles klinkt ruim, warm en toegankelijk.

En ineens moet ik zelfs een beetje denken aan Budapest van George Ezra.

Niet omdat Peck hier een kopie van maakt. Zeker niet. Maar er zit iets in die ontspannen, voortrollende melodie en de combinatie van folk, pop en een licht rootsachtig gevoel waardoor mijn hoofd die verbinding maakt.

En dat bedoel ik positief.

Het belangrijkste wapen blijft natuurlijk Pecks stem.

Wat een geluid.

Die diepe bariton kan normaal gesproken voor mijn smaak iets té nadrukkelijk dat Amerikaanse countrygevoel oproepen, maar bij Already Gone valt alles ineens op zijn plaats. De stem geeft het nummer warmte en karakter zonder dat het een karikatuur wordt.

Dat laatste vind ik belangrijk.

Country kan voor mij soms klinken alsof iemand een boodschappenlijst heeft gemaakt: akoestische gitaar? Check. Gebroken hart? Check. Amerikaanse weg? Check. Nog ergens een steelgitaar? Prima, klaar.

Already Gone ontsnapt daaraan.

Dit voelt vooral als een goed popliedje met countrybloed in de aderen.

Het refrein helpt enorm. Het is toegankelijk zonder goedkoop te worden en blijft na een paar luisterbeurten behoorlijk irritant – in positieve zin – in mijn hoofd zitten.

En daar zit misschien mijn antwoord.

Ik ben waarschijnlijk niet ineens countryliefhebber geworden.

Ik hou gewoon van goede liedjes.

Als een countryartiest met een sterke melodie, een mooie productie en voldoende popgevoel komt, blijkt mijn muzikale voordeur helemaal niet zo stevig op slot te zitten als ik zelf dacht.

Dat is enigszins verontrustend.

Straks ga ik Ella Langley nog vrijwillig draaien.

Nee.

Zo ver zijn we gelukkig nog niet.

De Alternatieve Muziekman zegt: wonderen zijn de wereld niet uit. Na een vorige Orville Peck-single die mij nauwelijks iets deed, is Already Gone ineens raak. De diepe stem, de warme productie en vooral die toegankelijke popsound werken verrassend goed. Heel in de verte hoor ik zelfs iets van het ontspannen folkpopgevoel van George Ezra's Budapest.

Country?

Ja.

Pop?

Ook.

Goed?

Verdorie, ja.

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

Cijfer: 8,8/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆

Countryvirus: 🤠🤠🤠☆☆

Misschien ben ik niet besmet met het countryvirus. Misschien heeft Orville Peck gewoon eindelijk het juiste medicijn gevonden: een verdomd goed popliedje.

https://youtu.be/FCtl_roHr9o?si=uyhkgEe7YPSSVwQN

Cavetown – Big Strong Man★★★★½☆ – 4,5 van de 5 sterren




Cavetown – Big Strong Man

Kwetsbaarheid als kracht – en eindelijk weer eens een nummer dat hoop geeft

Soms heb je voor een goed lied helemaal niet zoveel nodig.

Een melodie.

Een stem.

Een paar instrumenten.

En vooral iemand die daadwerkelijk iets te vertellen heeft.

Robin Daniel Skinner, beter bekend als Cavetown, begrijpt dat al jaren. De 27-jarige Brit heeft inmiddels een enorme groep luisteraars opgebouwd met muziek die zelden schreeuwt om aandacht. Zijn liedjes zijn vaak klein, kwetsbaar en persoonlijk, maar juist daardoor kunnen ze verrassend krachtig binnenkomen.

Met Big Strong Man gebeurt dat opnieuw.

En de titel is eigenlijk al interessant.

Want bij "Big Strong Man" verwacht je misschien borst vooruit, spierballen, geen emoties en iemand die bij ieder probleem roept dat je je niet zo moet aanstellen.

Cavetown draait dat idee liever om.

Wat betekent sterk zijn eigenlijk?

Moet je altijd onverwoestbaar zijn? Moet je alles zelf oplossen? Of kan juist het erkennen van onzekerheid en kwetsbaarheid een vorm van kracht zijn?

Dat laatste past veel beter bij Cavetown.

Muzikaal houdt Skinner het opnieuw betrekkelijk eenvoudig. Geen productie met veertig lagen die probeert een gewoon liedje kunstmatig belangrijk te laten klinken. De instrumentatie ondersteunt de melodie en krijgt voldoende ruimte om te ademen.

En dat werkt.

Cavetown heeft namelijk een neus voor eenvoudige maar doeltreffende melodieën. Dat klinkt misschien als een klein compliment, maar dat is het absoluut niet. Een lied eenvoudig laten klinken is vaak veel moeilijker dan een nummer ingewikkeld maken.

Bij Big Strong Man voelt niets overbodig.

De zang is daarbij essentieel. Skinner heeft geen stem die probeert indruk te maken met enorme uithalen. Zijn kracht zit juist in de intimiteit. Je krijgt het gevoel dat hij tegen één persoon zingt in plaats van tegen een festivalterrein met vijftigduizend mensen.

Daardoor komt de boodschap veel dichterbij.

En wat mij deze keer vooral bevalt, is dat het nummer hoopgevend aanvoelt.

Niet op zo'n irritante manier waarbij iemand na drie minuten ellende roept dat morgen vanzelf de zon weer schijnt.

Zo werkt het leven natuurlijk niet.

Cavetown kiest voor iets geloofwaardigers. Hoop betekent hier niet dat alle problemen verdwijnen. Het betekent dat je misschien kunt leren om anders naar jezelf te kijken. Dat je niet aan het traditionele beeld van die grote sterke man hoeft te voldoen om toch sterk te zijn.

Daar zit warmte in.

En menselijkheid.

Misschien is dat ook de verklaring voor die enorme aanhang die Cavetown heeft opgebouwd. Zijn luisteraars herkennen zichzelf in de onzekerheden zonder dat hij ze verandert in goedkoop drama.

Hij maakt kleine liedjes over grote gevoelens.

Dat is een talent.

De Alternatieve Muziekman zegt: Big Strong Man laat opnieuw horen waarom Cavetown zoveel mensen weet te bereiken. Robin Daniel Skinner bezit onmiskenbaar muzikaal talent, maar zijn grootste kwaliteit is misschien wel dat hij precies weet hoeveel een nummer nodig heeft – en vooral hoeveel het níét nodig heeft.

Een eenvoudige melodie, een warme productie en een kwetsbare stem zijn voldoende.

En deze keer blijft vooral iets anders hangen:

hoop.

Niet alles hoeft vandaag opgelost te worden.

Je hoeft ook niet altijd die "big strong man" te zijn.

Soms is overeind blijven al sterk genoeg.


Cijfer: 9,0/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆

Hoopfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Na een aantal nummers die vooral aardig of degelijk waren, is Big Strong Man weer zo'n liedje waarbij eenvoud daadwerkelijk iets betekent. Geen muzikale spierballen. Wel een hart. En uiteindelijk is dat veel sterker.


https://youtu.be/uKn0BtAAEyw?si=BOhmAA84Xq76HUkL

Kadanz – Even★★★★☆ – 4 van de 5 sterren


Kadanz – Even

Net als Erik Mesie: jeugdsentiment uit een andere tijd, maar ook een lichtpuntje in een gekke wereld

En daar hebben we er weer eentje.

Na Erik Mesie duikt ook Kadanz ineens op met nieuw – of beter gezegd opnieuw tot leven gewekt – materiaal. Voor iemand die de Nederlandse popmuziek van de jaren tachtig bewust heeft meegemaakt, begint 2026 zo langzamerhand op een merkwaardige tijdmachine te lijken.

En eerlijk?

Ik vind het wel leuk.

Even wordt gepresenteerd als de geestelijke opvolger van In het donker, de Kadanz-klassieker van ruim veertig jaar geleden. Dat is nogal een vergelijking, want In het donker behoort tot die Nederlandse nummers die onmiddellijk een tijdperk oproepen.

En zodra Even begint, gebeurt er iets herkenbaars.

Kadanz.

Meteen.

Je hoeft mij werkelijk niet te vertellen wie hier zingt. De stem van Frans Bakker en die typische combinatie van pop, Nederlandstalige teksten en een vleug kleinkunst zijn na al die jaren nog verrassend herkenbaar.

Maar Even is eigenlijk helemaal niet nieuw.

Het nummer verscheen oorspronkelijk in 1994 op het album Sta Op!. Bakker woonde toen op Curaçao en was op dat album niet de gebruikelijke zanger. De wens bleef daarom bestaan om een aantal van die liedjes alsnog zelf in te zingen.

Ruim dertig jaar later gebeurt dat dus alsnog.

Met producer Wout de Kruif en muzikale bijdragen van onder anderen Ton op 't Hof, Ferry Lever, Frans Papendrecht, Herman Schulte en Mies Sleegers krijgt Even een tweede leven.

En gek genoeg voelt dat heel natuurlijk.

Het thema is bovendien behoorlijk actueel. Net als In het donker gaat Even over een buitenwereld die steeds dreigender wordt. De natuurlijke reactie is jezelf terugtrekken in een veilige omgeving en hopen dat de gekte buiten de deur blijft.

Alleen bestaat die veilige bubbel natuurlijk vooral in ons hoofd.

En laten we eerlijk zijn: in 2026 voelt dat onderwerp bepaald niet gedateerd.

Oorlogen, polarisatie, sociale media die iedere scheet tot nationale crisis promoveren – soms zou je inderdaad gewoon even de deur willen dichtdoen.

Daar zit voor mij de kracht van Even.

Dit is geen hippe comeback waarbij Kadanz wanhopig probeert te klinken alsof de band zojuist ontdekt is op TikTok.

Godzijdank niet.

Het is bijna kleinkunst.

Een tekst, een melodie en een zanger die een verhaal probeert te vertellen. Geen autotune, geen enorme elektronische climax en geen refrein dat speciaal lijkt ontworpen voor vijftien seconden sociale media.

Gewoon Kadanz.

Natuurlijk moeten we ook realistisch blijven.

Een grote hit wordt dit niet.

De kans dat Even straks tussen de nieuwste internationale pophits bovenaan de hitlijsten staat, lijkt mij bijzonder klein. Maar misschien is dat ook helemaal niet belangrijk.

Sommige muziek hoeft geen hit te worden om bestaansrecht te hebben.

De Alternatieve Muziekman zegt: net als bij Erik Mesie krijg ik hier onvermijdelijk een flinke dosis jeugdsentiment. Maar Even leeft niet uitsluitend van nostalgie. De typische Kadanz-sound is onmiddellijk herkenbaar, Frans Bakker klinkt vertrouwd en de tekst over jezelf even willen afsluiten van een steeds gekkere buitenwereld blijkt ruim dertig jaar later misschien zelfs actueler dan bedoeld.

Geen nieuwe In het donker.

Geen toekomstige nummer 1.

Maar wel Nederlandse pop met een vleug kleinkunst, een verhaal en vooral een hart.

En na een paar muzikaal magere dagen is dat eigenlijk best prettig.

★★★★☆ – 4 van de 5 sterren

Cijfer: 8,2/10

Hitpotentie: ⭐⭐☆☆☆

Jeugdsentiment: ⭐⭐⭐⭐⭐

Kleinkunstfactor: ⭐⭐⭐⭐☆

Kadanz gaat de gekke wereld niet veranderen met Even. Maar vier minuten lang klinkt die wereld wel een klein beetje rustiger. Soms is dat al genoeg.

https://youtu.be/076QFKOEEn4?si=xgAzAujJ2jZ8_3R7

zondag 16 augustus 2026

David Duchovny – How Do I★★½☆☆ – 2,5 van de 5 sterren



David Duchovny – How Do I

Van Californication naar een magere muziekzondag – helaas past dit er perfect bij

Wat is er gebeurd na donderdag?

Donderdag was voor mij zonder twijfel de beste muziekdag van de week. Vier nieuwe nummers en eindelijk het gevoel dat er weer voldoende moois te ontdekken viel. Sinds vrijdag lijkt iemand alleen langzaam de muzikale kraan dicht te hebben gedraaid.

Vrijdag: mager.

Zaterdag: ook niet bepaald feest.

En nu zijn we bij het laatste nieuwe nummer beland: David Duchovny – How Do I.

Helaas.

Het past perfect in de trend.

David Duchovny blijft natuurlijk in de eerste plaats de man die vrijwel iedereen kent als acteur. Fox Mulder uit The X-Files, maar bij mij komt vooral Hank Moody uit Californication onmiddellijk naar boven.

En eerlijk gezegd verwacht je bij Hank Moody automatisch muziek.

Een morsige gitaar. Een nacht in Los Angeles. Een glas dat eigenlijk al één glas te veel was. Een tekst over een relatie die vanzelfsprekend volledig uit de hand is gelopen.

Dat soort werk.

Duchovny maakt inmiddels al jaren daadwerkelijk muziek, dus we kunnen hem moeilijk meer wegzetten als een acteur die tijdens een vrije middag toevallig een gitaar heeft gevonden.

Maar met How Do I blijf ik toch zitten met de vraag:

waarom raakt het me niet?

Slecht is het namelijk niet.

De instrumentatie klinkt degelijk. Er zit een prettige singer-songwriterachtige basis onder en Duchovny heeft een donkere, doorleefde stem die op papier uitstekend bij dit soort muziek zou moeten passen.

Alleen gebeurt er zo weinig.

Het nummer begint.

Het nummer gaat verder.

En vervolgens is het nummer afgelopen.

Daartussen wacht ik op een melodie die zich vastzet, een onverwachte gitaarpartij of een refrein dat de boel eindelijk optilt.

Maar How Do I blijft veilig binnen dezelfde sfeer bewegen.

Of beter gezegd: kabbelen.

Daar hebben we dat woord deze week alweer.

Misschien ben ik na een reeks middelmatige releases wat kritischer geworden, maar nieuwe muziek moet uiteindelijk iets met me doen. Het hoeft niet altijd mooi te zijn. Maak me desnoods boos. Verras me. Irriteer me.

Alles liever dan onverschilligheid.

Bij Duchovny krijg ik vooral dat laatste.

En dat is jammer, want juist met zijn stem en achtergrond zou je verwachten dat hij een lied een flinke dosis karakter kan meegeven. Ik wil méér Hank Moody horen. Meer rafelrand, meer nacht, meer gevaar.

Nu klinkt alles mij te keurig.

De Alternatieve Muziekman zegt: donderdag dacht ik nog dat het een fantastische muziekweek ging worden. Vanaf vrijdag werd het helaas behoorlijk mager en How Do I van David Duchovny sluit daar naadloos bij aan. Niet slecht gespeeld, niet slecht gezongen, maar vooral een nummer dat zonder veel weerstand voorbijgaat.

En bij David Duchovny verwacht ik toch iets meer.

Waar is de Californication-rafelrand?

Waar is Hank Moody wanneer je hem nodig hebt?

★★½☆☆ – 2,5 van de 5 sterren

Cijfer: 6,2/10

Hitpotentie: ⭐⭐☆☆☆

Californication-factor: ⭐⭐☆☆☆

Donderdag was de beste dag. Daarna ging het bergafwaarts. How Do I is helaas geen reddingsboei voor deze magere muziekdagen. Morgen nieuwe nummers, nieuwe kansen.

https://youtu.be/mNp_qs0HwXo?si=Htz-dPGADTryC4sB