dinsdag 22 september 2026

Labrinth – I Want to Know What Love Is★★★☆☆ – 3/5



Labrinth – I Want to Know What Love Is

Een perfect voorbeeld van een totaal niet noodzakelijke cover

Soms verschijnt er een cover en denk ik: ja, natuurlijk.

Een artiest pakt een bekend nummer, trekt het volledig uit elkaar en bouwt er iets nieuws van. Een andere sfeer, een onverwachte stem, vreemde elektronica, een compleet ander tempo.

Dan begrijp ik waarom je een klassieker opnieuw opneemt.

En soms verschijnt Labrinth met I Want to Know What Love Is.

Tja.

Het origineel van Foreigner uit 1984 is inmiddels zo bekend dat je bijna automatisch het grote refrein in je hoofd hoort zodra iemand alleen de titel noemt.

Dus Labrinth begint hier met een behoorlijke achterstand.

Niet omdat je van een klassieker moet afblijven. Integendeel. Van mij mag je alles coveren.

Maar dan moet je wel antwoord kunnen geven op één eenvoudige vraag:

Waarom?

En dat antwoord hoor ik hier onvoldoende.

Labrinth kan natuurlijk zingen. Daar ligt het probleem absoluut niet. Zijn stem heeft bereik, kracht en emotie. Hij probeert het nummer bovendien naar zijn eigen dramatische wereld te trekken.

De productie is groot en filmisch. De zang staat nadrukkelijk vooraan en er wordt langzaam naar dat onvermijdelijke refrein toegewerkt.

Maar juist daar begint het bij mij te wringen.

Of eigenlijk:

het wringt niet genoeg.

Dat is het probleem.

Het origineel had die enorme jaren-tachtig-powerballadopbouw: synthesizers, gitaren, Lou Gramms stem en uiteindelijk dat beroemde gospelkoor dat het refrein bijna de hemel in tilt.

Als je dat in 2026 opnieuw doet, wil ik iets horen waardoor ik Foreigner even vergeet.

Een kale pianoversie misschien.

Een elektronische nachtmerrie.

Een compleet vertraagde versie.

Desnoods Labrinth met één synthesizer die klinkt alsof hij uit Euphoria is ontsnapt.

Doe iets.

Maar deze uitvoering blijft voor mij te dicht bij het oorspronkelijke emotionele doel: beginnen met ingehouden drama en vervolgens steeds groter worden.

Labrinth zingt uitstekend, maar uitstekend zingen is nog geen reden om een klassieker opnieuw op te nemen.

Sterker nog: zijn eigen muziek bewijst juist hoe avontuurlijk hij kan zijn. Daarom vind ik deze keuze extra jammer.

Ik wil bij Labrinth het onverwachte.

Hier weet ik eigenlijk vanaf het begin al waar we over drie minuten naartoe gaan.

Naar dat refrein.

Natuurlijk.

De Alternatieve Muziekman zegt

Dit is voor mij bijna het perfecte voorbeeld van een totaal niet noodzakelijke cover.

Niet slecht.

Niet vals.

Niet goedkoop gemaakt.

Gewoon:

overbodig.

Het origineel bestaat nog. Het klinkt nog steeds geweldig. En Labrinth geeft mij te weinig reden om voortaan naar zijn versie te grijpen.

Dat is misschien wel de hardste conclusie die je over een cover kunt trekken.

Want na afloop wil ik eigenlijk maar één ding doen:

Foreigner opzetten.

★★★☆☆ – 3/5

Cijfer: 6,3/10

Stem: ⭐⭐⭐⭐½
Productie: ⭐⭐⭐½
Emotie: ⭐⭐⭐⭐
Eigen draai: ⭐⭐
Verrassing: ⭐⭐
Noodzaak van deze cover: ⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐½

Labrinth wilde weten wat liefde is. Ik wil na deze cover vooral weten waarom hij hem per se moest opnemen.

https://youtu.be/4t33F5R2Er0?si=-nN4tPCWdtGujQMD

The Coral – You And Me (And The Beautiful Sea)★★★★½ – 4,5/5




The Coral – You And Me (And The Beautiful Sea)

Gelukkig. Het vorige uitstapje was voor mij mislukt, maar hier staat The Coral weer precies waar ze goed in zijn

Soms wil een band na zoveel jaren iets anders proberen.

Dat mag.

Sterker nog: graag zelfs.

Maar het hoeft van mij niet automatisch goed gevonden te worden omdat het zo lekker avontuurlijk is.

Bij het vorige nummer van The Coral dacht ik vooral: jongens, leuk geprobeerd, maar zullen we weer naar huis?

En met You And Me (And The Beautiful Sea) zijn ze gelukkig weer thuis.

Dít is The Coral.

Het nummer staat op 388, het dertiende studioalbum van de band. De plaat werd opgenomen met een Tascam 388-bandrecorder en juist dat analoge karakter past uitstekend bij deze muziek. The Coral wilde de opnamen bewust minder perfect maken: slechts enkele takes, foutjes laten zitten en vooral het gevoel van een band die daadwerkelijk samen muziek maakt bewaren.

Dat hoor je hier.

Het begint met een akoestische gitaar die meteen warmte geeft. Geen ingewikkelde productie, geen elektronisch rookgordijn en geen twintig lagen die moeten bewijzen dat we inmiddels in 2026 zijn.

Daarna komen de stemmen.

En dát is voor mij het sterkste onderdeel.

James Skelly zingt de melodie, terwijl Ian Skelly en Paul Duffy met achtergrondvocalen dat typische warme groepsgevoel creëren. De samenzang heeft iets ouderwets Brits. Ik hoor een vleugje Beatles, een beetje folkpop en natuurlijk vooral die typische melodieuze Coral-sound.

Het nummer duurt maar 2 minuten en 32 seconden.

Normaal klaag ik tegenwoordig weleens dat liedjes zo kort zijn dat je halverwege nog bezig bent de volumeknop goed te zetten.

Hier werkt het.

Waarom?

Omdat er eigenlijk niets ontbreekt.

De akoestische gitaar legt de basis, de zang neemt je mee en de harmonieën zorgen voor kleur. Er wordt nergens naar een enorme climax toegewerkt. Geen drumroffel die aankondigt dat nu HET GROTE REFREIN komt.

Het nummer kabbelt, maar op de goede manier.

Dat is een belangrijk verschil.

Bij slechte muziek betekent kabbelen dat ik na twee minuten op mijn telefoon kijk. Hier betekent het dat ik bijna de zee kan zien.

En dat past natuurlijk perfect bij die titel.

You And Me (And The Beautiful Sea).

Zelfs die titel klinkt als een vergeten Britse single uit 1967 die iemand op zolder tussen drie stoffige platen heeft gevonden.

The Coral is sowieso op zijn best wanneer de band niet probeert modern te klinken. Ze hoeven helemaal niet achter 2026 aan te rennen.

Laat anderen dat maar doen.

Geef mij melodie.

Gitaar.

Samenzang.

Een beetje psychedelica.

Een vleugje melancholie.

En vooral dat typische Britse gevoel waarbij een liedje tegelijkertijd zonnig én een klein beetje weemoedig kan klinken.

De Alternatieve Muziekman zegt

Na het vorige uitstapje was ik even bang dat The Coral ergens een verkeerde afslag had genomen.

Onnodige zorgen.

You And Me (And The Beautiful Sea) brengt ze terug naar precies datgene waar ik ze goed in vind: melodie, warmte, akoestische gitaren en prachtige samenzang.

Niet vernieuwend.

Niet revolutionair.

Hoeft ook helemaal niet.

Soms wil je niet dat een band opnieuw het wiel uitvindt.

Je wilt gewoon dat ze er weer lekker mee gaan rijden.

★★★★½ – 4,5/5

Cijfer: 9,0/10

Melodie: ⭐⭐⭐⭐⭐
Samenzang: ⭐⭐⭐⭐⭐
Gitaar: ⭐⭐⭐⭐½
Britse factor: ⭐⭐⭐⭐⭐
Zeegevoel: ⭐⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐⭐⭐½

The Coral ging even op muzikaal uitstapje. Gelukkig stond de terugreis al geboekt. En aan het einde wachtte de zee.

https://youtu.be/lmF3Tns0OX8?si=xeXkVZd8MzRboQ_W

EP RECENSIE : Matt Berninger – Type It Up★★★½ –



Berninger – Type It Up

★★★½ – Een gezellig tussendoortje, maar voor het hoofdgerecht wacht ik toch weer op The National

Matt Berninger hoeft eigenlijk maar één zin te zingen en ik ben thuis.

Die donkere bariton. Dat licht vermoeide randje. Alsof hij net drie nachten wakker heeft gelegen om uiteindelijk te concluderen dat het leven ingewikkeld is, maar dat er gelukkig nog wijn en muziek bestaan.

Op zijn nieuwe EP Type It Up krijgen we vijf nummers in 21 minuten. Drie nieuwe composities — Martini Me FatsoType It Up en Ask For Water — plus covers van New Orders Blue Monday en The Velvet Undergrounds Who Loves The Sun, die hij samen met Rosanne Cash zingt.

En mijn conclusie?

Leuk. Aangenaam. Typisch Berninger. Maar geen essentieel hoofdstuk.

Martini Me Fatso is meteen de leukste titel van de EP en heeft ook muzikaal iets losjes. Berninger klinkt minder zwaar dan wanneer hij bij The National de complete menselijke eenzaamheid op zijn schouders neemt. De band erachter houdt het ritme soepel en er zit genoeg lucht tussen de instrumenten.

Het titelnummer Type It Up vind ik interessanter. Hier hoor je die typische Berninger-manier van schrijven: half serieus, half droogkomisch en altijd alsof er achter een gewone zin nog drie andere gedachten verstopt zitten.

De titel ontstond zelfs uit zo'n Berninger-achtig toeval. Tijdens optredens verstond het publiek een regel over een black letter font als iets heel anders. Berninger vond de verkeerde versie blijkbaar leuk genoeg om zijn refrein aan te passen.

Ask For Water is voor mij muzikaal het sterkste nieuwe nummer. Met ruim vijf minuten krijgt het eindelijk de ruimte waar Berningers stem van profiteert. De instrumentatie hoeft niet te haasten en de sfeer mag langzaam groeien.

En dan Blue Monday.

Gevaarlijk.

New Order moet je eigenlijk niet aanraken zonder beschermende kleding.

Berninger probeert gelukkig niet Bernard Sumner na te doen. Zijn donkere stem maakt van het nummer iets heel anders. De elektronische motor blijft herkenbaar, maar daaroverheen ligt ineens die diepe, bijna praatzingende Berninger-bariton.

Leuk experiment.

Maar geef mij uiteindelijk toch het origineel.

Afsluiter Who Loves The Sun met Rosanne Cash is vervolgens klein, warm en charmant. Geen grote finale, maar eerder het moment waarop iemand na een gezellige avond zegt: zullen we nog eentje doen voordat iedereen naar huis gaat?

En precies zo voelt de hele EP.

Type It Up ontstond uit de energie van de Get Sunk-tour, waarop Berninger deze nummers ontwikkelde en veranderde aan de hand van optredens en reacties van het publiek. Dat losse karakter hoor je terug.

De Alternatieve Muziekman zegt

Type It Up is geen EP waarbij ik na afloop denk: dit móést Matt Berninger maken.

Daarvoor voelt het geheel te veel als een verzameling aardige ideeën, covers en materiaal dat onderweg is ontstaan.

Maar saai?

Nee.

Daarvoor is die stem eenvoudigweg te mooi.

★★★½☆ – 3,5/5

Cijfer: 7,5/10

Stem: ⭐⭐⭐⭐⭐
Nieuwe nummers: ⭐⭐⭐½
Blue Monday-cover: ⭐⭐⭐½
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐
Verrassing: ⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐½
Tussendoortjesfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Type It Up is als Matt Berninger die onverwacht langskomt voor koffie. Heel gezellig. Ik zet graag nog een kop. Maar stiekem hoop ik ondertussen dat Aaron Dessner ook aanbelt.

https://youtu.be/s-GPzzG2w3k?si=FRU0nCPnWCv-jsbe

Cabaret Voltaire – Here To Go (Single Version, 2026 Remaster)★★★★½ – 4,5/5





Cabaret Voltaire – Here To Go (Single Version, 2026 Remaster)

1987 belt. Of wij onze elektronische muziek misschien terug willen geven. Nee dus.

Sommige remasters zijn vooral interessant voor mensen die thuis kunnen uitleggen waarom hun platenspeler duurder was dan hun eerste auto.

En dan heb je Here To Go van Cabaret Voltaire.

Bijna veertig jaar oud en nog steeds klinkt dit nummer alsof iemand vannacht in een donkere club in Sheffield de machines heeft aangezet.

De nieuwe 2026-remaster loopt vooruit op de heruitgave van CODE, het album uit 1987 waarop Here To Gooorspronkelijk stond. CODE verschijnt op 9 oktober opnieuw via Mute en was destijds Cabaret Voltaire op misschien wel hun toegankelijkste punt: elektronica, mechanische funk, dub en pop kwamen dichter bij elkaar zonder dat de band ineens gezellig werd.

Gelukkig maar.

Want Here To Go heeft nog altijd iets ongemakkelijks.

De ritmesectie is strak en bijna machinaal. De bas pompt voortdurend onder het nummer door, terwijl korte elektronische geluiden en synthesizers als kleine storingen door het stereobeeld schieten.

En daarboven die stem.

Niet zingen alsof er over drie minuten een jury met vier draaistoelen moet worden overtuigd.

Gewoon koel, afstandelijk en bijna gesproken.

Precies goed.

Wat mij vooral opvalt aan deze remaster is hoe modern het fundament nog steeds klinkt. Natuurlijk hoor je 1987. Maar je hoort óók hoeveel latere elektronische muziek schatplichtig is aan bands als Cabaret Voltaire.

Dit is new wave die langzaam richting de dansvloer kruipt.

Industrial dat ontdekt dat een baslijn ook gewoon lekker mag zijn.

Postpunk dat ergens onderweg een drumcomputer tegenkomt en besluit hem mee naar huis te nemen.

En juist die combinatie maakt Here To Go zo sterk.

Het nummer wil bewegen, maar wordt nooit vrolijk. Onder die dansbare buitenkant blijft iets onrustigs zitten.

Dat past perfect bij CODE. Het album hield zich bezig met technologie, programmering, surveillance en controle – onderwerpen die in 1987 behoorlijk futuristisch klonken en in 2026 bijna de gebruiksaanwijzing van een gemiddelde dinsdag zijn geworden.

De remaster probeert gelukkig ook niet van Cabaret Voltaire een moderne band te maken.

Dat zou onzin zijn.

Je wilt het karakter van 1987 behouden: die droge drums, de mechanische groove, de elektronica die soms bijna industrieel tegen je aan schuurt.

Alleen klinkt het nu alsof iemand na bijna veertig jaar het stof van de machines heeft geblazen.

En die machines blijken het nog uitstekend te doen.

De Alternatieve Muziekman zegt

Here To Go bewijst vooral hoe vooruitziend Cabaret Voltaire was.

New wave, synthpop, industrial, funk en dub staan hier niet netjes in aparte hokjes. Ze lopen door elkaar heen, botsen af en toe en vinden vervolgens samen de dansvloer.

En bijna veertig jaar later?

Nog steeds raak.


Cijfer: 9,2/10

Groove: ⭐⭐⭐⭐⭐
Elektronica: ⭐⭐⭐⭐⭐
Bas: ⭐⭐⭐⭐½
New-wavefactor: ⭐⭐⭐⭐⭐
Remaster: ⭐⭐⭐⭐½
Houdbaarheid na bijna 40 jaar: ⭐⭐⭐⭐⭐
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐⭐⭐½

1987 stuurde een bericht naar 2026: pas een beetje op met technologie en controle. We hebben het bericht blijkbaar gelezen en vervolgens precies het tegenovergestelde gedaan. Gelukkig klinkt de soundtrack nog uitstekend.

https://youtu.be/oln-4qcSklc?si=sauiikmIJDmzFxkp

maandag 21 september 2026

Rhye –Sometimes★★★☆☆ – 3/5

https://youtu.be/LYJngocpS2c?si=YGymNiLnjozp3KVU



Rhye – Sometimes

Mooi, zacht, smaakvol… en ondertussen kijk ik toch een beetje op de klok

Tja.

Soms is dat eigenlijk al een complete recensie.

Sometimes van Rhye is namelijk absoluut niet slecht. Integendeel. Alles klinkt verzorgd, warm en stijlvol. Maar na drie minuten blijft bij mij vooral de vraag hangen:

wanneer gaat er iets gebeuren?

Rhye is inmiddels het muzikale project rond Michael Milosh, die al jaren grossiert in zachte elektronica, soul, R&B en fluisterende vocalen. Sometimes past daar keurig tussen. De single verscheen op 17 september en volgt op eerder 2026-werk als Summer Song, de JOY-EP en Close Your Mouth.

En meteen bij de eerste seconden zit je weer in die typische Rhye-wereld.

Een zachte beat. Warme toetsen. Een bas die vooral niemand wil laten schrikken. Daarboven die hoge, bijna gewichtloze stem van Milosh.

Het klinkt allemaal prachtig.

Misschien wel té prachtig.

De productie is namelijk zo glad en beheerst dat ik nergens een rafelrand kan vinden. De drums houden zich keurig aan hun opdracht, de toetsen leggen een zacht tapijt neer en de zang zweeft daar probleemloos overheen.

Maar juist daardoor kabbelt het.

Ik wacht op een instrument dat ineens tegen de richting in gaat. Een onverwachte baslijn. Een synthesizer die de rust verstoort. Een akkoord dat even schuurt. Desnoods iemand die achter in de studio per ongeluk een stoel omgooit.

Iets.

Want goede rustige muziek hoeft helemaal niet saai te zijn. Kijk naar The xx, London Grammar, Cigarettes After Sex of zelfs Air op hun meest ingetogen momenten. Daar kan één basnoot, stilte of vreemd geluid ineens spanning veroorzaken.

Bij Sometimes mis ik dat.

Het nummer begint mooi, blijft mooi en eindigt mooi.

En daar zit precies mijn probleem.

De temperatuur verandert nauwelijks.

Geen moment waarop Milosh zijn stem echt anders inzet, geen instrument dat plotseling de voorgrond opeist en geen climax waardoor alles wat daarvoor gebeurde ineens betekenis krijgt.

Het is alsof je drie minuten over een kaarsrechte weg rijdt in een prachtige auto.

Comfortabele stoel.

Prima temperatuur.

Geen verkeer.

Maar ook geen enkele bocht.

Na twee minuten weet ik eigenlijk wel hoe minuut drie gaat klinken.

En voor De Alternatieve Muziekman is dat gevaarlijk terrein.

De Alternatieve Muziekman zegt

Sometimes is smaakvol, verzorgd en technisch nauwelijks iets te verwijten.

Maar muziek hoeft van mij niet altijd netjes te zijn.

Ik wil soms dat een nummer mij wakker schudt, verrast of desnoods een beetje irriteert.

Rhye doet hier geen van drieën.

Het kabbelt.

Aangenaam, dat zeker.

Maar een kabbelend beekje is prachtig wanneer je er tijdens een wandeling vijf minuten naast loopt. Ik hoef er niet noodzakelijk meteen nog een rondje langs.

★★★☆☆ – 3/5

Cijfer: 6,7/10

Stem: ⭐⭐⭐⭐
Productie: ⭐⭐⭐⭐
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐
Dynamiek: ⭐⭐½
Verrassing: ⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐½

Sometimes? Voor mij vooral Sometimes I Like It, Sometimes I’m Slightly Bored. Vandaag helaas vooral dat laatste.