zaterdag 5 september 2026

The Sways – Blue Sky, Don't Cry★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

The Sways – Blue Sky, Don't Cry

Drie stemmen, één prachtig geheel. Soms is mooie samenzang eigenlijk al genoeg

Daar heb je weer zo'n band.

The Sways.

Een naam waarvan ik tot voor kort niet onmiddellijk dacht: daar moet ik alles voor laten vallen. Maar Blue Sky, Don't Cry begint en eigenlijk is het vrij snel gebeurd.

Want die samenzang.

Prachtig.

Niet drie stemmen die toevallig tegelijkertijd hetzelfde liedje zingen, maar stemmen die werkelijk bij elkaar lijken te horen. En dat is een verschil.

The Sways is een trio uit Flagstaff, Arizona, bestaande uit multi-instrumentalisten Kyle Miller, Andrew Tyler en Adam Bruce. Ze bewegen zich tussen indiefolk, softrock en americana, met duidelijke liefde voor de warme harmonieën van de jaren zeventig. 

Nou, dat laatste hoef je mij na Blue Sky, Don't Cry niet meer uit te leggen.

Dit klinkt alsof iemand een oude plaat heeft gevonden waarop folk, Laurel Canyon en zachte westcoastpop samen een weekendje weg waren.

Maar het klinkt niet ouderwets.

Dat is belangrijk.

Want je kunt tegenwoordig vrij eenvoudig een akoestische gitaar pakken, drie baarden laten groeien en verklaren dat Fleetwood Mac een grote inspiratiebron is.

Daarmee heb je nog geen goed liedje.

The Sways gelukkig wel.

Blue Sky, Don't Cry duurt 4:26 en verscheen op 3 september via Rounder. Adam Bruce neemt de leadzang voor zijn rekening, terwijl Kyle Miller en Andrew Tyler bijdragen aan de productie en achtergrondzang. 

En juist die stemmen maken voor mij het verschil.

Het nummer ademt.

Niemand probeert de ander weg te zingen.

Er hoeft geen vocale acrobatiek te worden uitgehaald om te bewijzen dat er talent aanwezig is.

Samen zingen is hier belangrijker dan hard zingen.

En dat vind ik mooi.

Blue sky… maar niet zonder wolken

Ook de titel is prachtig:

Blue Sky, Don't Cry.

Dat klinkt bijna kinderlijk eenvoudig, maar onder die zonnige woorden zit behoorlijk wat melancholie. De tekst gaat over er voor iemand blijven in moeilijke tijden: lange autoritten, ziekenhuizen, gebroken botten, begrafenissen en stormen passeren allemaal. Daartegenover staan kleine, warme beelden van samenzijn en de gedachte dat er nog tijd is om dingen om te draaien. 

Daarom werkt die samenzang zo goed.

Het voelt bijna alsof drie mensen tegen één persoon zeggen:

je hoeft dit niet alleen te doen.

Geen enorme strijkers.

Geen koor van 84 mensen.

Geen producer die na drie minuten nog even een dramatische donderklap toevoegt.

Gewoon stemmen.

Gitaar.

Warmte.

Ruimte.

Soms is dat genoeg.

De Alternatieve Muziekman zegt

Dit is misschien niet het soort muziek waar ik normaal gesproken onmiddellijk op afvlieg.

Geen donkere synthesizers.

Geen postpunkbas.

Geen Robert Smith die ergens achter een rookmachine staat.

Maar goede muziek trekt zich gelukkig niets aan van mijn vaste voorkeuren.

En Blue Sky, Don't Cry is gewoon een heel mooi liedje.

Vooral die samenzang doet het.

Er zit iets geruststellends in. Iets tijdloos. Alsof dit nummer in 1976 gemaakt had kunnen worden, maar net zo gemakkelijk vandaag kan bestaan.

Bovendien heeft The Sways iets wat je niet kunt programmeren:

chemie tussen stemmen.

Dat kun je met honderd plugins proberen na te bouwen, maar uiteindelijk hoor je gewoon of mensen muzikaal bij elkaar passen.

Bij The Sways hoor ik dat.

En ineens ben ik dus alweer nieuwsgierig naar een band waar ik gisteren nauwelijks iets van wist.

Dat blijft toch het leukste van nieuwe muziek ontdekken.

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

Cijfer: 9,2/10

Samenzang: ⭐⭐⭐⭐⭐
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Warmte: ⭐⭐⭐⭐⭐
Melancholie: ⭐⭐⭐⭐½
Jaren 70-gevoel: ⭐⭐⭐⭐½
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴½

Blue Sky, Don't Cry. Met zulke samenzang mag die blauwe lucht van mij best een klein traantje laten. Zolang The Sways maar met z'n drieën blijven zingen.

https://youtu.be/MFDS9bVWuDc?si=Iyb4qngjs2hCb7SS

The Leaf Library – Catch Up, Isobel★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

The Leaf Library – Catch Up, Isobel

Een totaal onbekende band voor mij. Maar ja… mijn zwakke plek hè. Gitaren, dreampop en melancholie: daar ga ik alweer

Soms is nieuwe muziek ontdekken heel ingewikkeld.

Je leest recensies, bekijkt jaarlijstjes, volgt muzieksites en probeert bij te houden wat er allemaal verschijnt.

En soms druk je gewoon op play bij een band waarvan je denkt:

The Leaf Library? Wie?

En drie minuten later weet je alweer waarom ik het zo leuk vind om onbekende muziek te blijven zoeken.

Want Catch Up, Isobel is precies zo'n nummer.

Geen grote naam.

Geen miljoenenbudget.

Geen algoritme dat mij eerst zestien keer heeft verteld dat dit dé sensatie van 2026 is.

Gewoon een liedje dat mijn muzikale zwakke plek bijna genadeloos weet te vinden.

The Leaf Library komt uit Noord-Londen en bestaat in de kern uit zangeres Kate Gibson, gitarist Matt Ashton, drummer Lewis Young en bassist Gareth Jones. De band bestaat al sinds het midden van de jaren nul en omschrijft zijn wereld als melodieuze, dromerige muziek vol rinkelende gitaren, pulserende elektronica, ruis en drones. 

Totaal onbekend dus?

Voor mij wel.

Maar bepaald geen beginners.

En dan Catch Up, Isobel.

Ja hoor.

Daar gaan we alweer.

Die gitaar.

Dat dromerige.

Die bijna achteloze zang.

Het nummer hoeft nergens met grote letters te roepen dat het bijzonder is. Het komt rustig binnenwandelen en blijft vervolgens gewoon zitten.

Dat is gevaarlijk.

Want dit is precies mijn zwakte.

Dreampop. Indiepop. Een beetje shoegaze. Melancholie.

En vooral gitaren die niet proberen een complete arena omver te blazen, maar schitteren en zweven.

The Clientele, Stereolab… ja, natuurlijk

Ik was dus niet helemaal verbaasd toen ik wat verder ging zoeken.

De band noemt voor het album onder meer The Chills, The Go-Betweens en The Clean als inspiratie, naast nieuwere lo-fi dreampop. Voor Catch Up, Isobel wilde The Leaf Library bewust opnieuw aansluiting zoeken bij zijn jangly gitaarwortels

En op het bijbehorende album After The Rain, Strange Seeds hoor je een wereld die ook wordt vergeleken met de contemplatieve kant van Yo La Tengo, de herfstige gitaarpop van The Clientele en de motorische melodieën van vroege Stereolab

Dan denk ik:

ja, hallo.

Je kunt ook gewoon meteen een bord ophangen met:

DICK, HIER LUISTEREN.

Catch Up, Isobel duurt slechts 3:44 en verscheen oorspronkelijk op 18 februari als tweede single van After The Rain, Strange Seeds. Het album volgde op 20 maart via het Londense indielabel Fika Recordings. 

En juist die 3:44 vind ik sterk.

Geen eindeloze dreampopwolk van negen minuten omdat iemand nog een effectpedaal wilde uitproberen.

Het is een echt liedje.

Melodie.

Couplet.

Gitaar.

Sfeer.

Klaar.

De Alternatieve Muziekman zegt

Dit zijn voor mij misschien wel de leukste ontdekkingen.

Ik kende The Leaf Library nauwelijks.

En ineens staat daar Catch Up, Isobel.

Een klein nummer tussen duizenden nieuwe releases dat precies datgene doet waarvoor ik na al die jaren nog steeds nieuwe muziek blijf zoeken:

verrassen.

Is dit een wereldhit?

Nee.

Waarschijnlijk gaat niemand zaterdag in de supermarkt zeggen:

"Heb jij die nieuwe Leaf Library al gehoord?"

Maar dat interesseert me totaal niet.

Dit is muziek voor mensen die graag zoeken.

Voor wie nog steeds blij kan worden wanneer tussen alle bekende namen ineens een band opduikt waarvan je na één nummer denkt:

waar waren jullie eigenlijk al die tijd?

En ja hoor.

Mijn zwakke plek is opnieuw gevonden.

Heel vervelend.

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

Cijfer: 9,2/10

Dreampop: ⭐⭐⭐⭐⭐
Jangle-gitaren: ⭐⭐⭐⭐⭐
Melancholie: ⭐⭐⭐⭐½
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Onbekende-band-die-ineens-binnenkomt-factor: ⭐⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴½

The Leaf Library. Totale onbekenden voor mij. Maar een bibliotheek vol dromerige gitaren en melancholie? Tja. Dan had ik mijn bibliotheekpas eigenlijk al bij de hand.

https://youtu.be/ybaQJdKkPVE?si=90o4G5vuHBhQzanD

Yello – Break Out★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren




Yello – Break Out

Oh Yeah… dit kan dus nog steeds. Twee heren op leeftijd die elektronisch een groot deel van de jonge garde voorbijlopen

Yello.

Alleen die naam brengt mij al terug naar een tijd waarin elektronische muziek nog werkelijk vreemd mocht klinken.

The RaceVicious GamesBostichDesire. En natuurlijk dat onsterfelijke:

Oh Yeah.

Je hoeft maar twee woorden uit de mond van Dieter Meier te horen en je weet wie het is. Die absurd diepe stem is inmiddels bijna een muziekinstrument op zichzelf.

En nu is er Break Out.

Boris Blank is 74, Dieter Meier inmiddels 81.

Voor sommige mensen is dat de leeftijd waarop de afstandsbediening een behoorlijk belangrijk onderdeel van de dag wordt.

Yello denkt blijkbaar:

zullen we nog even een elektronische plaat maken?

Groot gelijk.

Break Out verscheen eind augustus en is de tweede voorbode van het nieuwe album Time Lab, dat op 30 oktoberverschijnt. Na het veel sfeervollere en melancholische Around The Sun laat het Zwitserse duo hier een totaal andere kant van die nieuwe plaat horen. 

En binnen enkele seconden weet je:

dit is Yello.

Die beats.

Die vreemde geluidjes.

Die staccato zang.

En vooral die blazers.

Het klinkt alsof Boris Blank een compleet orkest uit elkaar heeft gehaald, alle onderdelen in zijn computer heeft gegooid en daarna heeft gedacht:

zo, nu zetten we het weer verkeerd in elkaar.

En precies daarom werkt het.

Blank vertelt zelf dat Break Out begon met één idee: een brass hook. Vanuit dat ene geluid bouwde hij verder. Zonder vooraf een traditioneel schema van couplet-refrein-couplet te bedenken; elementen ontstonden volgens hem organisch uit elkaar. 

Dat hoor je.

Dit nummer gedraagt zich niet helemaal zoals een normaal popliedje.

Gelukkig niet.

Dieter zegt: bewegen

Daaroverheen ligt natuurlijk die stem van Meier.

Donker.

Theatraal.

Een tikje absurd.

Hij klinkt nog altijd alsof hij niet zozeer een liedje zingt, maar je persoonlijk vanuit een zeer dure Zwitserse kelder toespreekt.

De boodschap van Break Out is opvallend eenvoudig: stop met twijfelen, breek los en ga vooruit

En dat past wonderlijk goed bij Yello zelf.

Want wat hadden deze twee mannen nog te bewijzen?

Helemaal niets.

Ze zouden probleemloos ieder jaar een luxe heruitgave van Stella kunnen uitbrengen en tevreden naar hun bankrekening kunnen kijken.

Maar Yello blijft nieuwsgierig.

Dat vind ik misschien wel het leukste.

En ondertussen klinkt de productie van Boris Blank weer belachelijk goed.

Zet dit vooral eens op een goede koptelefoon.

Links gebeurt iets.

Rechts verschijnt ineens een geluid waarvan je niet weet wat het is.

Ergens achterin staat Dieter waarschijnlijk iets onverstaanbaars te mompelen.

En voordat je dat allemaal hebt uitgezocht, zijn de 3 minuten en 7 seconden alweer voorbij. 

Nog een keer dan.

De Alternatieve Muziekman zegt

Break Out is vintage Yello zonder een stoffige retro-oefening te worden.

En dat is knap.

Je hoort onmiddellijk het DNA van de band, maar nergens krijg ik het gevoel dat Boris Blank in 2026 simpelweg oude tapes uit 1985 heeft gevonden.

Het beweegt.

Het stuitert.

Het bromt.

Het toetert.

En Dieter Meier doet ondertussen gewoon Dieter Meier.

Meer heb ik eigenlijk niet nodig.

Is dit een enorme hit?

Waarschijnlijk niet.

Ik zie Break Out niet direct tussen de huidige streamingkanonnen verschijnen.

Maar daar is weer dat probleem met hitpotentie versus kwaliteit.

Yello hoeft helemaal geen hit meer te maken.

Yello hoeft alleen nog maar Yello te zijn.

En Break Out is dat voor de volle honderd procent.

Na Around The Sun ben ik nu trouwens serieus nieuwsgierig naar Time Lab.

30 oktober met geel in de agenda.

Rood hadden we al nodig voor Echo & The Bunnymen.

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

Cijfer: 9,3/10

Yello-factor: ⭐⭐⭐⭐⭐
Boris Blank-productie: ⭐⭐⭐⭐⭐
Dieter Meier-stem: ⭐⭐⭐⭐⭐
Elektronica: ⭐⭐⭐⭐⭐
Vreemdheidsfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴½
Verwachting Time Lab: ⭐⭐⭐⭐⭐

Dieter Meier is 81 en Boris Blank 74. Break Out klinkt ondertussen alsof twee jongens zojuist voor het eerst een synthesizer hebben ontdekt en van hun ouders te horen hebben gekregen dat het wat zachter moet. Gelukkig luisteren ze niet.

https://youtu.be/5FVj4SWNVTs?si=5KFyDbIcrmyK1yLZ

Echo & The Bunnymen – Take Me By The Hand★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren



Echo & The Bunnymen – Take Me By The Hand

Een discostamper van Echo & The Bunnymen? Ja hoor. Pak mijn hand maar, Ian

Soms denk je dat je na ruim veertig jaar wel ongeveer weet wat een band gaat doen.

Bij Echo & The Bunnymen verwacht ik duisternis. Een beetje mist. Een gitaar die klinkt alsof de zon al drie dagen niet is opgekomen. En natuurlijk Ian McCulloch, die met die karakteristieke stem zelfs een boodschappenlijstje waarschijnlijk nog existentieel kan laten klinken.

En dan komt Take Me By The Hand.

We zijn nog maar een dikke minuut onderweg en daar verschijnt al een heerlijk schurende gitaarsolo.

Mijn eerste gedachte:

ja, daar zijn ze.

Maar wacht eens even.

Wat gebeurt hier?

Want onder die gitaren zit zowaar een ritme waarop je kunt dansen.

Echo & The Bunnymen heeft gewoon een discostamper gemaakt.

Nou ja, een Bunnymen-discostamper natuurlijk. Verwacht geen spiegelbol, witte pakken en Ian McCulloch die ineens de Bee Gees gaat nadoen. Dat beeld krijg ik trouwens voorlopig ook niet meer uit mijn hoofd.

Maar Take Me By The Hand heeft wel degelijk een opvallend lichte, elektronische en bijna synthpopachtige energie.

En ik vind het geweldig.

Juist omdat Echo & The Bunnymen zo verschrikkelijk goed donker en naargeestig kunnen klinken, werkt deze andere kant zo lekker. De melancholie is niet verdwenen. De stem van McCulloch zorgt daar vanzelf wel voor. Maar de muziek trekt hem deze keer bijna de dansvloer op.

Tegenstribbelen heeft geen zin, Ian.

Die combinatie van elektronica, ritme en Will Sergeants gitaar is misschien wel het sterkste aan het nummer. Want die gitaar voorkomt dat Take Me By The Hand verandert in keurige synthpop.

Hij schuurt.

Hij wringt.

En juist daardoor blijft het onmiskenbaar Echo & The Bunnymen.

Het is alsof iemand een donkere Engelse club uit 1984 heeft opgeknapt. De muren zijn nog zwart, de rookmachine staat er nog en Ian McCulloch staat nog steeds achterin ernstig te kijken.

Alleen heeft iemand ineens de dansvloer aangezet.

En dan komt Apples For Isaac

Mijn verwachtingen voor het nieuwe album worden ondertussen behoorlijk hoog.

Apples For Isaac verschijnt op 18 september en alleen die titel vind ik al fantastisch.

Apples For Isaac.

Natuurlijk denk je onmiddellijk aan Isaac Newton.

Een appel.

Zwaartekracht.

En eigenlijk past dat wonderlijk goed bij Echo & The Bunnymen: een band die jarenlang muzikaal de zwaartekracht behoorlijk serieus nam, maakt nu ineens een nummer dat opvallend lichtvoetig klinkt.

Na eerdere nieuwe muziek begint zich bovendien een beeld af te tekenen van een band die niet simpelweg zijn verleden probeert na te spelen.

En dát is belangrijk.

Want ik hoef helemaal geen nieuwe The Killing Moon.

Die hebben we al.

En die is uitstekend.

Ik wil horen wat Echo & The Bunnymen nu nog te vertellen heeft.

Als Take Me By The Hand daarvoor een aanwijzing is, krijgen we op Apples For Isaac een plaat waarop de klassieke Bunnymen-sfeer wordt gecombineerd met meer elektronica, melodie en beweging.

Dan staat 18 september inderdaad met rood in mijn agenda.

De Alternatieve Muziekman zegt

Wat een heerlijk nummer.

Vooral omdat ik dit niet helemaal zag aankomen.

Die eerste schurende gitaar geeft me precies wat ik van Echo & The Bunnymen wil, maar vervolgens krijg ik er een verrassend dansbare synthpopkant bij cadeau.

En toch denk je geen seconde:

wie heeft Echo & The Bunnymen vervangen?

Dat is de kunst.

Vernieuwen zonder jezelf kwijt te raken.

Ian McCulloch klinkt nog steeds als Ian McCulloch. Will Sergeant blijft die gitaren heerlijk laten schuren. Alleen blijkt er tussen al die melancholie ineens ruimte voor een dansvloer.

En weet je?

Daar mogen ze van mij best wat vaker komen.

Want als Apples For Isaac dit niveau vasthoudt, zou dat weleens een weergaloze lp kunnen worden.

Nog dertien dagen.

Ik tel af.

★★★★½ – 4,5 van de 5 sterren

Cijfer: 9,4/10

Echo & The Bunnymen-factor: ⭐⭐⭐⭐⭐
Schurende gitaar: ⭐⭐⭐⭐⭐
Synthpopfactor: ⭐⭐⭐⭐½
Dansbaarheid: ⭐⭐⭐⭐½
Ian McCulloch: ⭐⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆
Verwachting Apples For Isaac: ⭐⭐⭐⭐⭐
INDIE TOP 20-potentie: 🔴🔴🔴🔴🔴

Take Me By The Hand? Prima, Ian. Maar als je me rechtstreeks naar 18 september en Apples For Isaac wilt brengen, mag je ook best een beetje doorlopen

https://youtu.be/mJpBLG-2R1w?si=bz3nJYKrNfbuj7n4