zondag 31 mei 2026

Mylène Farmer – C'est à qui le tour ?★★★★½☆

4

Er zijn artiesten die hits scoren. En er zijn artiesten die een complete eigen wereld bouwen. Mylène Farmer behoort al ruim veertig jaar tot die tweede categorie. Voor veel mensen zal ze altijd verbonden blijven aan het monumentale Désenchantée, een nummer dat inmiddels bijna dezelfde status heeft als de Eiffeltoren: onmiskenbaar Frans en onmogelijk weg te denken.

En dan komt ze ineens met C'est à qui le tour ?

Een titel die vrij vertaald neerkomt op: "Wie is de volgende?" Jij? Ik? Niemand? Iedereen? Het klinkt bijna als een filosofische vraag die om drie uur 's nachts ontstaat na een glas wijn teveel.

En precies dat soort mysterieuze sfeer is al decennialang Farmers handelsmerk.

Vanaf de eerste seconden klinkt het nummer alsof het zichzelf voorzichtig wakker moet schudden. Geen directe pophook, geen groot refrein dat meteen binnenstormt. Nee, de song begint met horten en stoten. Synthklanken verschijnen uit het niets, verdwijnen weer en stapelen zich langzaam op. Het voelt alsof de muziek zelf twijfelt over welke richting ze uit wil.

Ondertussen klinkt Farmer zoals alleen Farmer kan klinken.

Die half gefluisterde, half gezongen stem.

Dat licht zuchtende.

Dat voortdurende gevoel alsof ze een geheim vertelt dat eigenlijk niet voor jouw oren bedoeld is.

En eerlijk gezegd: daar zijn we na al die jaren nog steeds gevoelig voor.

Muzikaal blijft het nummer voortdurend bewegen. Synthlagen worden over elkaar gelegd, kleine elektronische details duiken op uit de achtergrond en verdwijnen weer. Het is geen nummer dat zich direct blootgeeft. Je moet luisteren. Echt luisteren.

Wat vooral opvalt, is hoe fris Farmer nog steeds klinkt. Veel artiesten uit haar generatie teren op nostalgie. Farmer doet iets anders. Natuurlijk hoor je de klassieke Franse synthpopinvloeden terug, maar tegelijkertijd klinkt C'est à qui le tour ?opvallend modern.

En dan komt halverwege die heerlijke keyboardsolo.

Een moment dat bijna rechtstreeks uit de rustigere, meer melancholische kant van Daft Punk lijkt te komen. Niet spectaculair luid, maar elegant. Precies genoeg om het nummer een extra laag te geven.

Wat misschien nog wel het meest bewonderenswaardig is, is dat Farmer na al die jaren nog steeds exact weet hoe een goede popsong werkt. Niet door trends te volgen, maar door haar eigen universum consequent verder uit te bouwen.

Dat universum blijft onweerstaanbaar voor iedereen die ooit een zwak had voor Franse popzangeressen als France GallVanessa ParadisSylvie Vartan en natuurlijk Farmer zelf.

Want laten we eerlijk zijn.

Wij zijn nog steeds een klein beetje verliefd op haar.

En nummers als deze maken dat niet makkelijker.


Eindoordeel:
★★★★½☆

Cijfer: 8,8

Hitpotentie: 7,5

🇫🇷 Elegante synthpop van een artieste die na veertig jaar nog steeds precies weet hoe je mysterie, melancholie en schoonheid in één nummer stopt. Ravissante, zoals de Fransen zouden zeggen https://youtu.be/C3tEPJ8y-Fk?si=5Itd6sWcbZv3a0pc

retro Frank Boeijen – Als Ik Geen Geheugen Had★★★★★

7

Soms luister je naar een nummer en denk je na afloop: waarom maken niet meer mensen dit soort liedjes? Geen effectbejag, geen slimme marketingcampagne, geen refrein dat speciaal ontworpen is voor vijftien seconden aandacht op sociale media. Gewoon een prachtig lied.

Als Ik Geen Geheugen Had van Frank Boeijen is zo'n lied.

En wat een lied.

Vanaf de eerste seconden hoor je iets wat tegenwoordig bijna zeldzaam begint te worden: rust. Niet leegte, maar rust. Instrumenten die de ruimte krijgen, een arrangement dat nergens haast heeft en een stem die niet hoeft te schreeuwen om gehoord te worden.

En die stem...

Frank Boeijen heeft altijd iets bijzonders gehad. Waar veel artiesten op latere leeftijd aan verstaanbaarheid inleveren, lijkt Boeijen juist steeds duidelijker te worden. Elk woord komt binnen. Niet alleen omdat hij goed articuleert, maar vooral omdat hij begrijpt wat hij zingt.

Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet.

Je gelooft hem.

In iedere zin.

In ieder beeld.

In iedere herinnering.

Want uiteindelijk draait dit nummer om herinneringen. Om wat er overblijft van een leven als je geheugen langzaam zou verdwijnen. Een thema dat gemakkelijk zwaar of sentimenteel had kunnen worden. Maar Boeijen kiest voor iets veel moeilijkers: menselijke eenvoud.

De tekst is werkelijk schitterend.

Geen ingewikkelde poëzie om indruk te maken. Geen metaforen die eerst door een commissie moeten worden uitgelegd. Gewoon woorden die recht naar binnen lopen. Regels die langzaam betekenis krijgen terwijl het nummer zich ontvouwt.

En juist daarom raakt het zo hard.

Muzikaal is het arrangement al net zo indrukwekkend. Subtiele piano, warme strijkers, kleine accenten die precies op de juiste plek verschijnen. Alles staat in dienst van het lied. Niemand probeert de hoofdrol te pakken.

Dat hoor je zelden nog.

De kracht van Als Ik Geen Geheugen Had zit niet in een grote climax of een spectaculair refrein. De kracht zit in de opbouw. In de manier waarop het nummer langzaam groeit zonder dat je het merkt. Tegen het einde zit je volledig in het verhaal.

En dan realiseer je je ineens hoe kostbaar dit soort muziek eigenlijk geworden is.

Muziek die durft te vertragen.

Muziek die vertrouwt op woorden.

Muziek die niet bang is om stiltes te laten bestaan.

Het mooiste is misschien nog wel dat Boeijen nergens nostalgisch klinkt. Hij kijkt terug, maar niet met spijt. Eerder met verwondering. Alsof hij beseft dat herinneringen uiteindelijk zijn wie we zijn.

En precies daardoor komt het nummer zo hard binnen.

Dit is geen hitmachine.

Dit is kunst.

Nederlandstalige kunst van het hoogste niveau.


Eindoordeel:
★★★★★

Cijfer: 9,7

Hitpotentie: 7,8

🌟 Een kostbaar klein meesterwerk. Prachtige tekst, schitterend arrangement en een Frank Boeijen die beter verstaanbaar en overtuigender klinkt dan ooit. Muziek die recht het hart binnenwandelt en daar voorlopig blijft wonen.

https://youtu.be/JeajihtwWUo?si=8etdLPm3Bsw2McZa

peter gabriel-A Hard Lesson (Bright-Side Mix)★★★★★

7

Er zijn artiesten waarvan je bij iedere nieuwe release denkt: dit moet toch een keer minder worden? Het is een natuurwet. Niemand blijft decennialang op niveau. Zelfs topsporters eindigen uiteindelijk met een wandelstok of een podcast.

En dan heb je Peter Gabriel.

Die lijkt zich daar helemaal niets van aan te trekken.

Bij A Hard Lesson (Bright-Side Mix) betrapte ik mezelf opnieuw op dezelfde gedachte die ik de laatste jaren veel te vaak heb gehad: nu komt er vast een mindere. Een aardige albumtrack misschien. Een nummer dat vooral interessant is omdat Peter Gabriel het gemaakt heeft.

En vervolgens blijkt het weer gewoon goed te zijn.

Vervelend goed zelfs.

Vanaf de eerste seconden straalt deze Bright-Side Mix warmte uit. Waar de Dark-Side Mixes vaak baden in schaduwen en melancholie, kiest Gabriel hier nadrukkelijk voor licht en ruimte. Niet vrolijk in de betekenis van feestelijk, maar hoopvol. Alsof iemand na een lange nacht eindelijk de gordijnen open doet.

De productie klinkt rijk zonder overvol te raken. Elk instrument heeft een functie. Elk geluid krijgt ademruimte. Dat blijft één van Gabriels grootste talenten. Hij maakt muziek die tegelijkertijd complex en toegankelijk klinkt. Je kunt er diep induiken of er gewoon van genieten.

En dan die stem.

Natuurlijk hoor je dat hij ouder is geworden. Gelukkig maar. Een 76-jarige die probeert te klinken als een 26-jarige wordt meestal een pijnlijke aangelegenheid. Gabriel doet het tegenovergestelde. Hij gebruikt zijn leeftijd als instrument. Zijn stem heeft minder kracht dan vroeger, maar meer gewicht. Meer ervaring. Meer overtuiging.

Daardoor geloof je hem.

Altijd.

A Hard Lesson draait thematisch om fouten maken, leren en doorgaan. Geen wereldschokkend onderwerp natuurlijk. De halve zelfhulpindustrie draait erop. Maar Gabriel weet er iets menselijks van te maken. Geen lesje. Geen preek. Meer een observatie van iemand die zelf ook een paar keer tegen dezelfde muur is aangelopen.

Wat vooral opvalt, is hoe soepel het nummer zich ontwikkelt. Geen grote hooks, geen geforceerde climaxen. Alles beweegt organisch. De melodie groeit langzaam, de arrangementen ontvouwen zich geduldig en voor je het weet zit je volledig in de song.

En dat is misschien wel waarom Peter Gabriel zo goed blijft.

Hij vertrouwt nog steeds op liedjes.

Niet op trends.

Niet op algoritmes.

Niet op slimme marketing.

Gewoon op goede composities.

Natuurlijk is A Hard Lesson niet zo iconisch als Solsbury HillRed Rain of In Your Eyes. Dat hoeft ook niet. Niet elk nummer hoeft een monument te zijn. Maar zelfs zijn "gewone" nummers hebben tegenwoordig meer kwaliteit dan de hoogtepunten van veel andere artiesten.

En dat begint bijna irritant te worden.

Want telkens denk je: nu komt de mindere.

En telkens krijg je ongelijk.


Eindoordeel:

Cijfer: 9,0

Hitpotentie: 7,4

☀️ Peter Gabriel levert opnieuw een nummer af waarvan je denkt: hoe doet hij dit nog steeds? Geen klassieker misschien, maar wel weer een song die bewijst dat kwaliteit geen houdbaarheidsdatum heeft.

https://youtu.be/JWRP4pZHYzU?si=Z7Kx2VcFriFWt5tk

Manchester Orchestra – I Know How To Speak (Live at Union Chapel, London)★★★★★

7

Soms klopt een titel gewoon niet meer.

I Know How To Speak heet dit nummer. Maar na deze live-uitvoering in de Union Chapel is de meest logische reactie eigenlijk precies het tegenovergestelde: sprakeloos zijn.

Want wat Manchester Orchestra hier neerzet, is niet zomaar een liveversie. Dit is één van die zeldzame uitvoeringen waarbij een goed nummer verandert in iets wat bijna religieuze proporties krijgt. En dat zeg ik niet alleen omdat het in een kerk is opgenomen.

Vanaf het eerste akkoord voel je al dat dit anders wordt. De Union Chapel is niet zomaar een concertzaal. Die ruimte heeft een galm die klinkt alsof de muren zelf meezingen. Elke noot krijgt extra gewicht. Elke stilte krijgt betekenis.

En juist die stiltes zijn hier minstens zo belangrijk als de muziek.

Andy Hull zingt alsof hij volledig alleen in die enorme ruimte staat. Geen theater, geen showman-gedrag. Gewoon een man, een stem en een nummer dat langzaam steeds meer van zichzelf blootgeeft.

Wat deze versie zo indrukwekkend maakt, is de kwetsbaarheid. Op plaat was I Know How To Speak al prachtig. Maar live wordt alles uitvergroot. Niet door harder te spelen, maar juist door minder te doen.

Je hoort iedere ademhaling.

Iedere kleine trilling in de stem.

Iedere seconde twijfel.

En daardoor voelt het alsof het nummer rechtstreeks bij je binnenkomt zonder eerst langs je verstand te gaan.

Muzikaal gebeurt er eigenlijk verrassend weinig. Geen grote effecten, geen spectaculaire productie. Het is allemaal teruggebracht naar de essentie. En precies daar zit de kracht van Manchester Orchestra. Ze weten wanneer ze moeten spelen en misschien nog belangrijker: wanneer ze moeten zwijgen.

De opbouw is fenomenaal. Het nummer groeit langzaam zonder dat je het echt doorhebt. Tegen de tijd dat Hull de emotionele piek bereikt, zit je al volledig gevangen in de sfeer. En dan komt dat moment waarop zijn stem net iets verder breekt dan gepland.

Niet perfect.

Wel menselijk.

En daardoor des te mooier.

Het bijzondere is dat deze uitvoering zelfs beter werkt dan de studioversie. Dat gebeurt niet vaak. Meestal mis je live iets van de productie of de details. Hier gebeurt precies het tegenovergestelde. De liveomgeving voegt iets toe wat op plaat onmogelijk vast te leggen is.

Kippenvel.

Echt kippenvel.

Dit is geen liedje meer. Dit is een ervaring.

En eerlijk gezegd begrijp ik ineens waarom zoveel mensen deze opname beschouwen als één van de mooiste live-uitvoeringen die Manchester Orchestra ooit heeft uitgebracht.


Eindoordeel:
★★★★★

Cijfer: 9,8

Hitpotentie: 7,5

✨ Geen spektakel, geen vuurwerk, geen trucjes. Alleen pure emotie. Een live-uitvoering die zo mooi is dat je na afloop even niet meer weet wat je moet zeggen.

https://youtu.be/B6rcso-OoEQ?si=fm5FXaEPRD1tS9sf

zaterdag 30 mei 2026

Klangphonics - Dying Candle★★★★☆

8

Soms krijg je een nummer toegestuurd en denk je na dertig seconden: dit wordt lastig. Niet omdat het slecht is, maar omdat het zich totaal niets aantrekt van de gebruikelijke regels. Geen refrein, geen couplet, geen grote meezinghaak. Dying Candle van Klangphonics is zo'n nummer.

En dat is precies de bedoeling.

Want laten we meteen één ding duidelijk maken: dit is geen popsong. Niet eens een beetje. Wie hier een klassiek refrein zoekt of een melodie die zich direct in je hoofd nestelt, komt bedrogen uit. Dying Candle hoort thuis in een heel andere muzikale wereld. Een wereld waarin sfeer, textuur en opbouw belangrijker zijn dan hitpotentie of radiovriendelijkheid.

Vanaf de eerste seconden hangt er spanning in de lucht. Niet dramatisch, maar sluimerend. Alsof er ergens in de verte iets staat te gebeuren. Kleine elektronische pulsen verschijnen, verdwijnen weer en bouwen langzaam een fundament waarop het nummer zich ontvouwt.

Wat Klangphonics zo interessant maakt, is dat ze elektronische muziek benaderen als een echte band. Je hoort geen steriele laptopproductie. Je voelt instrumenten. Drums, percussie, analoge klanken. Alles klinkt organisch. Alsof mensen deze muziek daadwerkelijk spelen in plaats van alleen programmeren.

Daardoor krijgt Dying Candle iets levends.

De titel is bovendien perfect gekozen. Het nummer beweegt zich namelijk als een kaars die langzaam opbrandt. Geen explosieve momenten, maar een gestage verandering. Licht dat flikkert. Schaduwen die groter worden. Een gevoel dat langzaam verschuift zonder dat je precies kunt aanwijzen wanneer het gebeurt.

Dat maakt de track bijna filmisch.

En hier zit ook meteen de uitdaging. Dit is muziek die aandacht vraagt. Niet omdat ze ingewikkeld wil zijn, maar omdat ze tijd nodig heeft. Je kunt dit niet half luisteren terwijl je ondertussen de vaatwasser uitruimt en een boodschappenlijst maakt. Nou ja, dat kan wel, maar dan mis je de helft.

Wat vooral indrukwekkend is, is de beheersing. Veel elektronische acts bouwen eindeloos op naar een enorme drop. Klangphonics doet dat niet. Ze kiezen voor spanning boven ontlading. Voor sfeer boven effect. Dat vraagt lef.

Natuurlijk betekent dat ook dat Dying Candle nooit een massale radiohit zal worden. Daarvoor is het simpelweg te eigenzinnig. Maar dat voelt hier eerder als een compliment dan als kritiek.

Want sommige muziek is niet gemaakt om direct leuk gevonden te worden.

Sommige muziek wil vooral iets laten voelen.

En daarin slaagt Dying Candle uitstekend.

Het is geen nummer dat je meezingt op de fiets.

Het is een geluidservaring die langzaam onder je huid kruipt.


Eindoordeel:
★★★★☆

Cijfer: 8,4

Hitpotentie: 5,9

🕯️ Geen popsong maar een hypnotiserende elektronische reis. Sfeervol, organisch en langzaam verslavend. Muziek die je niet hoort, maar ondergaat


https://youtu.be/NNS5zPRiZMs?si=LSaTkT5YhD4uJwUD