zondag 16 augustus 2026

David Duchovny – How Do I★★½☆☆ – 2,5 van de 5 sterren



David Duchovny – How Do I

Van Californication naar een magere muziekzondag – helaas past dit er perfect bij

Wat is er gebeurd na donderdag?

Donderdag was voor mij zonder twijfel de beste muziekdag van de week. Vier nieuwe nummers en eindelijk het gevoel dat er weer voldoende moois te ontdekken viel. Sinds vrijdag lijkt iemand alleen langzaam de muzikale kraan dicht te hebben gedraaid.

Vrijdag: mager.

Zaterdag: ook niet bepaald feest.

En nu zijn we bij het laatste nieuwe nummer beland: David Duchovny – How Do I.

Helaas.

Het past perfect in de trend.

David Duchovny blijft natuurlijk in de eerste plaats de man die vrijwel iedereen kent als acteur. Fox Mulder uit The X-Files, maar bij mij komt vooral Hank Moody uit Californication onmiddellijk naar boven.

En eerlijk gezegd verwacht je bij Hank Moody automatisch muziek.

Een morsige gitaar. Een nacht in Los Angeles. Een glas dat eigenlijk al één glas te veel was. Een tekst over een relatie die vanzelfsprekend volledig uit de hand is gelopen.

Dat soort werk.

Duchovny maakt inmiddels al jaren daadwerkelijk muziek, dus we kunnen hem moeilijk meer wegzetten als een acteur die tijdens een vrije middag toevallig een gitaar heeft gevonden.

Maar met How Do I blijf ik toch zitten met de vraag:

waarom raakt het me niet?

Slecht is het namelijk niet.

De instrumentatie klinkt degelijk. Er zit een prettige singer-songwriterachtige basis onder en Duchovny heeft een donkere, doorleefde stem die op papier uitstekend bij dit soort muziek zou moeten passen.

Alleen gebeurt er zo weinig.

Het nummer begint.

Het nummer gaat verder.

En vervolgens is het nummer afgelopen.

Daartussen wacht ik op een melodie die zich vastzet, een onverwachte gitaarpartij of een refrein dat de boel eindelijk optilt.

Maar How Do I blijft veilig binnen dezelfde sfeer bewegen.

Of beter gezegd: kabbelen.

Daar hebben we dat woord deze week alweer.

Misschien ben ik na een reeks middelmatige releases wat kritischer geworden, maar nieuwe muziek moet uiteindelijk iets met me doen. Het hoeft niet altijd mooi te zijn. Maak me desnoods boos. Verras me. Irriteer me.

Alles liever dan onverschilligheid.

Bij Duchovny krijg ik vooral dat laatste.

En dat is jammer, want juist met zijn stem en achtergrond zou je verwachten dat hij een lied een flinke dosis karakter kan meegeven. Ik wil méér Hank Moody horen. Meer rafelrand, meer nacht, meer gevaar.

Nu klinkt alles mij te keurig.

De Alternatieve Muziekman zegt: donderdag dacht ik nog dat het een fantastische muziekweek ging worden. Vanaf vrijdag werd het helaas behoorlijk mager en How Do I van David Duchovny sluit daar naadloos bij aan. Niet slecht gespeeld, niet slecht gezongen, maar vooral een nummer dat zonder veel weerstand voorbijgaat.

En bij David Duchovny verwacht ik toch iets meer.

Waar is de Californication-rafelrand?

Waar is Hank Moody wanneer je hem nodig hebt?

★★½☆☆ – 2,5 van de 5 sterren

Cijfer: 6,2/10

Hitpotentie: ⭐⭐☆☆☆

Californication-factor: ⭐⭐☆☆☆

Donderdag was de beste dag. Daarna ging het bergafwaarts. How Do I is helaas geen reddingsboei voor deze magere muziekdagen. Morgen nieuwe nummers, nieuwe kansen.

https://youtu.be/mNp_qs0HwXo?si=Htz-dPGADTryC4sB


Passenger – It Was Gonna Be You★★★☆☆ – 3 van de 5 sterren



Passenger – It Was Gonna Be You

Nee, geen Let Her Go – wel country, maar vooral een beetje té glad

Bij Passenger gebeurt onvermijdelijk hetzelfde als bij iedere artiest met één gigantische wereldhit. Je kunt daarna nog twintig albums opnemen, drie keer van genre veranderen en een complete opera over belastingaangifte schrijven, maar uiteindelijk vraagt iemand toch:

“Is het een beetje zoals Let Her Go?”

Nou.

Nee.

It Was Gonna Be You is gelukkig geen poging om Let Her Go nog eens dunnetjes over te doen. Mike Rosenberg kiest deze keer nadrukkelijk voor een meer countryachtig geluid. Akoestische gitaren, een warme productie en dat typische gevoel van een lange weg, een gebroken hart en waarschijnlijk ergens in de verte een veranda.

Op papier zou dat best goed bij Passenger moeten passen.

Zijn stem heeft tenslotte altijd iets breekbaars gehad. Rosenberg hoeft niet enorm uit te halen om emotie over te brengen. Zijn wat hoge, licht raspende stem is onmiddellijk herkenbaar en past eigenlijk uitstekend bij folk en country.

Toch blijf ik bij It Was Gonna Be You met één probleem zitten.

Het is mij te glad.

Alles klinkt prachtig.

En precies dát zit me dwars.

De gitaren staan keurig op hun plek. De zang is netjes opgenomen. De achtergrondinstrumenten verschijnen precies wanneer je verwacht dat ze verschijnen. Vervolgens komt het refrein en schuift de productie heel beheerst een stukje omhoog.

Niets schuurt.

Niets kraakt.

Nergens ligt muzikaal een losse stoeptegel waar je onverwacht over struikelt.

En juist bij country wil ik dat eigenlijk wel.

Country hoeft voor mij helemaal niet ouderwets te klinken, maar een beetje stof aan de schoenen mag best. Een gitaar die niet helemaal perfect klinkt. Een stem die even breekt. Een instrument dat iets te hard binnenkomt.

Iets menselijks.

Hier lijkt ieder rafelrandje zorgvuldig te zijn weggepoetst.

Daardoor kom ik opnieuw bij dat vervelende woord uit:

keurig.

En keurig is voor mij zelden spannend.

Dat betekent niet dat It Was Gonna Be You slecht is. Integendeel. Rosenberg schrijft nog altijd gemakkelijk een melodie en zijn stem geeft het nummer voldoende persoonlijkheid om boven de gemiddelde singer-songwriter uit te komen.

Ik begrijp ook uitstekend dat veel Passenger-liefhebbers hiervan zullen genieten.

Het is warm.

Toegankelijk.

Melodieus.

Maar waar Let Her Go destijds juist door zijn eenvoud iets direct herkenbaars had, voelt deze single meer alsof alles zorgvuldig is ontworpen om vooral niemand tegen de haren in te strijken.

Misschien werkt het live beter.

Geef Rosenberg een akoestische gitaar, haal een paar productielagen weg en laat dat nummer iets meer ademen. Ik vermoed dat ik het dan een stuk mooier vind.

De Alternatieve Muziekman zegt: nee, It Was Gonna Be You is gelukkig geen nieuwe Let Her Go. Passenger kiest voor een duidelijke countrysfeer en dat past eigenlijk uitstekend bij zijn stem. Alleen is de productie mij veel te glad. Country met alle modder zorgvuldig van de laarzen gepoetst.

Mooi gemaakt?

Ja.

Prettig om naar te luisteren?

Zeker.

Maar ik wil een beetje rafelrand.

Een beetje vuil.

Een beetje gevaar.

Nu krijg ik country die na afloop keurig zijn schoenen bij de voordeur zet.

★★★☆☆ – 3 van de 5 sterren

Cijfer: 6,8/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Countryfactor: ⭐⭐⭐☆☆

Rafelrand: ⭐☆☆☆☆

Passenger hoeft van mij nooit meer Let Her Go te maken. Maar bij de volgende countrysong mag hij de producer best vragen om niet ieder krasje weg te poetsen. Soms zit juist dáár het gevoel.

https://youtu.be/UjS-n3K_UG0?si=Wb2RrffJQwEPsQT6

Deep Forest – Burundi Suite★★★½☆ – 3,5 van de 5 sterren



Deep Forest – Burundi Suite

Een verre echo van Sweet Lullaby… maar ook een beetje Ibiza-lounge bij een hip restaurant

Bij Deep Forest hoef ik maar een paar seconden muziek te horen en ergens in mijn hoofd verschijnt automatisch 1992.

Sweet Lullaby.

Wat was dat destijds een bijzonder nummer. Wereldmuziek, elektronica, samples en ambient werden samengebracht tot iets wat voor de gemiddelde radioluisteraar behoorlijk exotisch klonk. Inmiddels zijn we ruim dertig jaar verder en is zo'n combinatie veel normaler geworden.

Nu is er Burundi Suite.

En ja hoor: heel in de verte hoor ik opnieuw iets van die oude Deep Forest-magie.

Maar dan wel héél in de verte.

De ingrediënten zijn vertrouwd. Elektronische ritmes worden gecombineerd met organische en wereldmuzikale klanken. Er ontstaat een warme, bijna hypnotiserende sfeer en technisch klinkt het allemaal prachtig verzorgd.

Je hoort onmiddellijk dat hier iemand achter de knoppen zit die verstand heeft van sfeer.

Alleen krijg ik tijdens het luisteren ook een totaal ander beeld.

Ibiza.

Niet Ibiza om vier uur 's nachts met drieduizend zwetende mensen die hun zonnebril nog steeds niet hebben afgezet.

Nee.

Het andere Ibiza.

Een hippe strandtent. Houten tafels die eruitzien alsof ze rechtstreeks uit een vissersboot zijn gezaagd. Een ober met een linnen overhemd. Op de kaart staat geen gewone tomaat maar een "mediterrane tomatenbeleving".

En ergens uit perfect weggewerkte luidsprekers klinkt Burundi Suite.

Whah.

Dat klinkt gemener dan ik het bedoel, want muzikaal is er eigenlijk weinig mis mee.

Het nummer heeft een prettige groove en de verschillende lagen zijn mooi in elkaar geschoven. Met een goede koptelefoon hoor je allerlei kleine percussiedetails en atmosferische geluiden. Deep Forest weet nog steeds hoe je elektronische muziek organisch kunt laten klinken.

Maar waar Sweet Lullaby ooit mysterieus en vernieuwend voelde, klinkt Burundi Suite voor mij soms iets te comfortabel.

Ik mis gevaar.

Een vreemde wending.

Een geluid waardoor ik ineens denk: wat gebeurt hier?

Nu blijf ik vooral ontspannen luisteren.

En misschien is dat precies de bedoeling.

Niet alle elektronische muziek hoeft je bij de keel te grijpen. Soms mag muziek gewoon een omgeving creëren waarin je een tijdje prettig kunt verblijven.

Daar slaagt Burundi Suite uitstekend in.

Alleen komt daarmee ook het gevaar van lounge om de hoek kijken. Muziek die zo smaakvol en sfeervol is dat niemand er last van heeft, maar uiteindelijk ook niemand zijn gesprek voor onderbreekt.

De Alternatieve Muziekman zegt: Burundi Suite laat horen dat Deep Forest nog altijd uitstekend is in het combineren van elektronica, ritme en wereldmuzikale invloeden. Heel in de verte hoor ik een echo van Sweet Lullaby uit 1992. Alleen is het mysterie van toen ingeruild voor iets veel comfortabelers.

Mooi?

Zeker.

Sfeervol?

Absoluut.

Spannend?

Mwah.

Voor mij zit het soms gevaarlijk dicht tegen luxe Ibiza-lounge aan. Perfect voor een hippe bar of restaurant waar het voorgerecht wordt geserveerd op een plank en de rekening uiteindelijk €85 blijkt te zijn.

★★★½☆ – 3,5 van de 5 sterren

Cijfer: 7,4/10

Sfeer: ⭐⭐⭐⭐☆

Hitpotentie: ⭐⭐☆☆☆

Ibiza-loungefactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Sweet Lullaby nam je ooit mee naar een andere wereld. Burundi Suite neemt je vooral mee naar een heel mooi terras. Ook prettig natuurlijk – zolang iemand anders de rekening betaalt.

https://youtu.be/_kyRw89Dxjc?si=4uvYCqKuu-kWnpTr

La Roux – Lose Myself★★★★☆ – 4 van de 5 sterren





La Roux – Lose Myself

Vergeet Bulletproof even: Elly Jackson hoeft niet eeuwig in de glitter van vroeger te blijven staan

Bij La Roux gebeurt er iets wat wel meer artiesten overkomt wanneer hun carrière begint met een gigantische hit. Je kunt twintig jaar interessante muziek blijven maken, maar uiteindelijk staat er altijd wel iemand achterin de zaal die roept:

“Doe Bulletproof!”

En vooruit, In For The Kill mag natuurlijk ook.

De Britse Elly Jackson behoorde met die nummers tot die heerlijk glimmende elektronische popwereld die we inmiddels zonder schaamte nostalgisch mogen noemen. Synthesizers, scherpe beats, een kapsel dat waarschijnlijk een eigen kleedkamer nodig had en vooral popliedjes die onmiddellijk bleven hangen.

Dat debuut legde de lat alleen belachelijk hoog.

En misschien moeten we eindelijk eens stoppen om iedere nieuwe La Roux-single langs diezelfde meetlat te leggen.

Want Lose Myself probeert helemaal niet Bulletproof 2 te zijn.

Gelukkig maar.

Vanaf de opening hoor je nog steeds dat dit La Roux is. Jacksons stem blijft onmiddellijk herkenbaar. Dat licht scherpe, eigenwijze geluid heeft nauwelijks concurrentie. Je hoeft maar een paar regels te horen en je weet wie er zingt.

Maar muzikaal is het allemaal wat rauw(er) geworden.

De elektronische basis is gebleven, alleen ontbreekt de dikke glitterlaag van vroeger. De productie voelt losser en minder gepolijst. Alsof Jackson niet langer geïnteresseerd is in de vraag of ieder geluid perfect glanst.

En juist dat bevalt me.

Er zit nog steeds groove in Lose Myself. Synthesizers bewegen door het arrangement, het ritme heeft voldoende vaart en de melodie kruipt langzaam je hoofd binnen. Maar het nummer probeert niet iedere twintig seconden een enorme pophaak uit de kast te trekken.

Daar moet je misschien even aan wennen.

Wie wacht op het onmiddellijke effect van Bulletproof zal waarschijnlijk teleurgesteld zijn. Dat refrein sloeg je destijds ongeveer met een fluorescerende hamer op het hoofd.

Lose Myself werkt anders.

Het nummer groeit.

Na de eerste luisterbeurt dacht ik: aardig.

Na de tweede: hé, dit zit eigenlijk behoorlijk lekker in elkaar.

En vervolgens merk je dat die kleine elektronische details en Jacksons zang steeds beter op hun plek vallen.

Misschien is dát wel waar La Roux tegenwoordig veel interessanter wordt.

Ze hoeft niet meer voortdurend te bewijzen dat ze perfecte synthpop kan maken. Dat weten we inmiddels. Ze kan zich permitteren om wat rafelranden te laten zitten.

Rauwheid past haar verrassend goed.

En laten we eerlijk zijn: hoe lang moet een artiest eigenlijk worden achtervolgd door twee nummers die aan het begin van haar carrière verschenen?

Nostalgie is heerlijk.

Maar het kan ook een gevangenis worden.

De Alternatieve Muziekman zegt: Lose Myself is niet de nieuwe Bulletproof en ook niet de nieuwe In For The Kill. En misschien moeten we daar eindelijk eens blij mee zijn. Elly Jackson doet gewoon haar ding en dat pakt behoorlijk goed uit. De synths zijn er nog, haar karakteristieke stem gelukkig ook, maar de productie heeft meer rafelranden gekregen.

Misschien wordt het inderdaad tijd om het glittertijdperk een mooie plek in onze herinnering te geven en te luisteren naar wat La Roux nú wil zijn.

Want onder al die oude glitter blijkt behoorlijk wat interessante rauwheid te zitten.

★★★★☆ – 4 van de 5 sterren

Cijfer: 8,3/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Groeipotentie: ⭐⭐⭐⭐☆

Bulletproof blijft Bulletproof. Dat gevecht kan Lose Myself nooit winnen. Maar Elly Jackson hoeft helemaal niet tegen haar jongere zelf te vechten. Ze klinkt tegenwoordig anders – en dat is misschien precies de bedoeling.

https://youtu.be/qTwaC9UCt0c?si=UGtkeuc8nXcxO1qr

zaterdag 15 augustus 2026

Son Mieux – Feels Pt. 2★★★½☆ – 3,5 van de 5 sterren




Son Mieux – Feels Pt. 2

Mooi hoor, maar vandaag kabbelt werkelijk alles

Soms heb je van die muziekdagen waarop drie totaal verschillende artiesten blijkbaar vooraf dezelfde afspraak hebben gemaakt:

jongens, vooral niet te veel opschudding vandaag.

Eerst James Blunt. Daarna Kingfishr. En nu Son Mieux met Feels Pt. 2.

Drie nummers die muzikaal helemaal niet hetzelfde zijn, maar mij wel met ongeveer hetzelfde gevoel achterlaten.

Mooi.

Verzorgd.

Aangenaam.

En vooral: kabbel, kabbel, kabbel.

Gelukkig was daar deze week nog het fantastische nieuwe album van Phoebe Bridgers. Anders begon ik serieus te vrezen dat mijn oren met vervroegd weekend waren gegaan.

Want laat ik duidelijk zijn: Feels Pt. 2 is absoluut geen slecht nummer. Daarvoor is Son Mieux simpelweg te muzikaal. De Haagse band heeft inmiddels vaak genoeg bewezen dat ze uitstekende popmuziek kunnen maken.

Juist daarom verwacht ik ook iets.

De productie van Feels Pt. 2 is opnieuw prachtig verzorgd. De instrumenten klinken warm, de zang van Camiel Meiresonne ligt prettig in de mix en alles heeft die herkenbare Son Mieux-glans.

Je hoort vakmanschap.

Maar ik hoor ook een band die deze keer wel erg netjes binnen de lijntjes blijft.

Het nummer begint mooi en bouwt rustig verder. Je verwacht vervolgens een moment waarop Son Mieux de deur openzet. Een verrassend arrangement, een onweerstaanbaar refrein, een instrumentale uitbarsting – iets waardoor Feels Pt. 2 plotseling van aardig naar geweldig springt.

Maar nee.

We kabbelen verder.

En nog een stukje.

Het vreemde is dat Son Mieux normaal gesproken juist heel goed is in dynamiek. Ze kunnen kleine momenten groot laten worden en hebben genoeg gevoel voor melodie om een refrein werkelijk te laten opstijgen.

Hier mis ik dat.

Misschien is Feels Pt. 2 bewust ingetogen bedoeld. Prima. Niet ieder nummer hoeft met vuurwerk te eindigen. Maar ingetogen muziek moet dan ergens anders spanning creëren.

Een tekst die binnenkomt.

Een onverwachte melodie.

Een stilte die iets betekent.

Deze keer voel ik dat onvoldoende.

Daardoor ontstaat een merkwaardige overeenkomst met mijn andere luisterervaringen van vandaag. James Blunt, Kingfishr en Son Mieux leveren alle drie nummers af waarvan ik onmogelijk kan zeggen dat ze slecht zijn.

Maar bij alle drie denk ik na afloop:

was dit het?

Misschien ligt het aan de dag.

Misschien ben ik verwend.

Of misschien hebben we gewoon drie keurige nummers achter elkaar gekregen.

Gelukkig heeft Phoebe Bridgers met haar album laten horen hoe het ook kan: muziek die niet alleen mooi klinkt, maar na afloop nog ergens blijft rondspoken.

De Alternatieve Muziekman zegt: Feels Pt. 2 is mooi gemaakt, goed gezongen en professioneel geproduceerd. Maar Son Mieux heeft eerder laten horen dat het veel meer kan. Deze keer blijft het nummer te lang op hetzelfde niveau voortkabbelen. Net als James Blunt en Kingfishr vandaag: allemaal kwaliteit, maar nergens dat ene moment waarop mijn hartslag omhooggaat.

★★★½☆ – 3,5 van de 5 sterren

Cijfer: 7,4/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Kabbelgehalte: ⭐⭐⭐⭐☆

Drie nieuwe nummers, drie keer ongeveer hetzelfde gevoel. James kabbelt. Kingfishr kabbelt. Son Mieux kabbelt. Gelukkig hebben we Phoebe Bridgers nog. Die heeft deze muziekweek persoonlijk uit het water gevist.


https://youtu.be/Ve7cfeW90hI?si=Nw9lTaMAnypT9DzU