donderdag 6 augustus 2026

Wadaness – Storm Chaser★★★★★ (5 van de 5 sterren)




Wadaness – Storm Chaser

Een prachtig nummer dat langzaam onder je huid kruipt

Sommige liedjes maken meteen indruk met een gigantisch refrein of een spectaculaire productie. Andere kiezen voor een heel andere aanpak. Storm Chaser van Wadaness behoort duidelijk tot die tweede categorie. Dit is geen nummer dat om aandacht schreeuwt. Het fluistert, bouwt geduldig op en verovert je langzaam. En juist dat maakt het zo mooi.

Vanaf de eerste seconden hangt er een warme, bijna filmische sfeer. Een subtiele gitaarpartij zet de toon, waarna zachte toetsen en een rustige ritmesectie het nummer voorzichtig laten openbloeien. Alles klinkt ruimtelijk en zorgvuldig geproduceerd. Er is geen overdaad, geen haast en geen behoefte om de luisteraar te overdonderen.

Dat is een verademing.

In een tijd waarin veel muziek binnen twintig seconden alles uit de kast haalt, durft Wadaness de tijd te nemen. Storm Chaser ontwikkelt zich stap voor stap. Iedere nieuwe instrumentale laag voelt logisch en draagt bij aan de emotionele lading van het nummer.

Ook de zang verdient een groot compliment. De stem klinkt oprecht en warm, zonder overdreven dramatisch te worden. Er wordt gezongen met gevoel, niet met effectbejag. Daardoor blijft de aandacht voortdurend bij het verhaal en de sfeer.

De productie is bijzonder smaakvol. De gitaren glanzen subtiel, de bas zorgt voor een stevig fundament en de toetsen geven het nummer een dromerig karakter. Alles is mooi in balans. Geen instrument probeert de hoofdrol op te eisen; juist de samenwerking tussen alle muzikale elementen maakt Storm Chaser zo sterk.

Wat vooral opvalt, is de rust die het nummer uitstraalt. Zelfs wanneer de muziek langzaam voller wordt, blijft het geheel ingetogen. Dat vraagt lef. Veel bands zouden op zo'n moment kiezen voor een enorme climax, maar Wadaness vertrouwt op de kracht van de melodie. En terecht, want die melodie is prachtig.

Tijdens het luisteren krijg je het gevoel alsof je onderweg bent. Alsof je uit het autoraam kijkt terwijl donkere wolken zich langzaam samenpakken aan de horizon. De titel Storm Chaser past daarom perfect. Er zit beweging in het nummer, maar ook een gevoel van verwachting. Alsof er ieder moment iets kan gebeuren.

Misschien is dit niet de meest opvallende release van het jaar. Het nummer zal waarschijnlijk niet direct de hitlijsten bestormen. Daarvoor is het te subtiel en te sfeervol. Maar juist dat maakt het bijzonder. Dit is muziek die je niet na één keer luisteren volledig begrijpt. Ze groeit, verrast en blijft steeds nieuwe details prijsgeven.

Dat zijn vaak de nummers die uiteindelijk het langst meegaan.

De Alternatieve Muziekman zegt: Storm Chaser is een prachtig voorbeeld van hoe krachtig eenvoud kan zijn. Wadaness kiest voor sfeer, emotie en een sterke melodie in plaats van goedkope trucs. Het resultaat is een warm, filmisch en bijzonder mooi nummer dat steeds verder onder je huid kruipt. Geen schreeuwerige hit, maar een lied dat je met iedere luisterbeurt meer gaat waarderen.

★★★★★ (5 van de 5 sterren)

Cijfer: 9,3/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆

Een schitterende alternatieve popsong die bewijst dat geduld en subtiliteit nog altijd beloond kunnen worden. Voor liefhebbers van sfeervolle indie is Storm Chaser een absolute aanrader.

Chain Gang Of 1974 – Tired To Shine★★★★★ (5 van de 5 sterren)



Chain Gang Of 1974 – Tired To Shine

Amerikaanse indietronica met het hart van Oasis en The Verve

Toen ik Tired To Shine voor het eerst hoorde, moest ik heel even opzoeken waar Chain Gang Of 1974 eigenlijk vandaan komt. Mijn eerste gedachte was namelijk: dit moet wel een Britse band zijn. De gitaren, de melancholie en de melodieën ademen de sfeer van de grote Britpopjaren. Maar niets blijkt minder waar.

Chain Gang Of 1974 is het muzikale project van de Amerikaanse muzikant Kamtin Mohager. Oorspronkelijk staat hij bekend om zijn mix van indietronica, alternatieve rock en elektronische pop. Op Tired To Shine schuift hij de elektronica echter iets meer naar de achtergrond en kiest hij verrassend nadrukkelijk voor warme gitaren en een meeslepende, bijna Britse sfeer.

En wat pakt dat geweldig uit.

Vanaf de eerste seconden word je meegezogen in een rijk geproduceerd geluidslandschap. De gitaren glanzen zonder glad te worden, de drums geven precies genoeg vaart en de bas houdt alles stevig bij elkaar. Het klinkt ruimtelijk en filmisch, alsof je over een verlaten Engelse kustweg rijdt terwijl de zon langzaam ondergaat.

Tijdens het luisteren moest ik voortdurend denken aan Oasis en vooral The Verve. Niet omdat Mohager hen letterlijk probeert te kopiëren, maar omdat hij dezelfde melancholische grandeur weet op te roepen. De gitaren zweven, de melodieën ademen en de hele productie straalt een heerlijk gevoel van weemoed uit.

Dat betekent overigens niet dat Tired To Shine ouderwets klinkt.

Integendeel.

Onder die vertrouwde gitaarlaag hoor je nog altijd subtiele elektronische accenten die herinneren aan de indietronicawortels van Chain Gang Of 1974. Ze zijn nooit overheersend, maar geven het nummer wel een modern karakter. Daardoor ontstaat een mooie balans tussen nostalgie en eigentijdse productie.

Ook de zang verdient een compliment. Kamtin Mohager kiest niet voor overdreven uithalen, maar voor een ontspannen, bijna dromerige voordracht die perfect aansluit bij de sfeer van het nummer. Zijn stem is geen showinstrument, maar een onderdeel van het totaalplaatje. Juist daardoor komt alles zo geloofwaardig over.

Het refrein is misschien wel het sterkste onderdeel van de song. Niet schreeuwerig, niet overdreven bombastisch, maar precies groot genoeg om je meteen mee te nemen. Na afloop blijft de melodie nog uren in je hoofd rondzingen.

Wat mij vooral aanspreekt, is dat Mohager geen concessies lijkt te doen aan trends. Hij maakt muziek die hij zelf mooi vindt. Geen geforceerde TikTok-hooks of overgeproduceerde pop. Gewoon een ijzersterk lied met karakter.

Misschien is Tired To Shine niet het meest vernieuwende nummer van het jaar. Maar eerlijk gezegd hoeft dat ook helemaal niet. Soms is een prachtige melodie, een sterke sfeer en een uitstekende productie meer dan genoeg.

En dat is hier absoluut het geval.

De Alternatieve Muziekman zegt: Tired To Shine is een heerlijke verrassing. Een Amerikaanse artiest die je moeiteloos laat geloven dat hij uit Manchester komt. Met echo's van Oasis en The Verve, maar genoeg eigen karakter om niet als een kopie te klinken. Kamtin Mohager levert met Chain Gang Of 1974 een sfeervolle, meeslepende en bijzonder fraaie indierocksingle af die je meteen opnieuw wilt horen.

★★★★★ (5 van de 5 sterren)

Cijfer: 9,4/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆

Een prachtig nummer waarin indierock, indietronica en Britpop elkaar moeiteloos vinden. Voor liefhebbers van melodieuze gitaarmuziek is Tired To Shine een absolute aanrader en een van de mooiste ontdekkingen van het jaar.



https://youtu.be/Nn_7fV3lmKo?si=a8wK12yJD3xfBlu1

Nothing But Thieves – “Baby Kool (Evelyn)★★★★☆½ (4,5 van de 5 sterren)




Niet vernieuwend, wél weer typisch Nothing But Thieves

Sommige bands herken je na één akkoord. Nothing But Thieves is zo'n band. Sinds hun debuut hebben de Britten een herkenbare mix ontwikkeld van alternatieve rock, moderne pop en subtiele elektronica. Voeg daar de fenomenale stem van Conor Mason aan toe en je hebt een geluid dat inmiddels volledig van henzelf is. Met Baby Kool (Evelyn) doen ze eigenlijk precies wat je van Nothing But Thieves verwacht.

En weet je?

Dat is helemaal geen probleem.

Vanaf de eerste seconden klinkt het vertrouwd. Strakke gitaren, een pulserende bas, een gecontroleerde opbouw en een refrein dat precies op het juiste moment binnenvalt. Het voelt alsof de band een recept heeft gevonden dat al jaren uitstekend werkt.

Is de songstructuur voorspelbaar?

Eigenlijk wel.

Couplet, opbouw, refrein, een brug en een slot waarin alles nog één keer samenkomt. Muzikaal is het allemaal vrij clichématig opgebouwd. Maar het knappe is dat Nothing But Thieves er iedere keer weer nét genoeg eigen karakter aan weet toe te voegen om interessant te blijven.

Dat zit hem vooral in de details.

Conor Mason blijft een van de beste rockzangers van zijn generatie. Zijn stem beweegt moeiteloos van kwetsbare fluisterzang naar indrukwekkende uithalen zonder ooit geforceerd te klinken. Hij tilt ook Baby Kool (Evelyn) moeiteloos boven de middelmaat uit.

Ook de productie is zoals we die van de band kennen: krachtig, helder en rijk aan kleine details. De gitaren klinken stevig zonder log te worden, de drums geven het nummer precies genoeg energie en de subtiele synthesizers zorgen voor extra diepte. Alles staat perfect in balans.

Toch bekroop me tijdens het luisteren af en toe het gevoel dat ik dit eerder had gehoord. Niet letterlijk, maar qua opbouw en sfeer. Nothing But Thieves verrast deze keer minder dan op nummers als AmsterdamImpossible of Welcome to the DCCBaby Kool (Evelyn) voelt eerder als een logische volgende stap dan als een muzikale revolutie.

Maar misschien is dat juist de bedoeling.

Niet iedere release hoeft een compleet nieuwe richting in te slaan. Soms wil een band simpelweg voortbouwen op zijn eigen identiteit. En eerlijk is eerlijk: als je identiteit zo sterk is als die van Nothing But Thieves, waarom zou je die dan ineens overboord gooien?

Na een paar luisterbeurten groeit het nummer bovendien behoorlijk. De melodie blijft hangen, het refrein nestelt zich ongemerkt in je hoofd en de productie blijft interessant genoeg om steeds nieuwe details te ontdekken.

Dat is precies de kracht van deze band.

Ze maken muziek die misschien niet altijd vernieuwend is, maar wel een constant hoog kwaliteitsniveau haalt.

De Alternatieve Muziekman zegt: Baby Kool (Evelyn) zal de geschiedenis van Nothing But Thieves waarschijnlijk niet veranderen. Daarvoor is de songstructuur iets te vertrouwd en de verrassing iets te klein. Maar wat de band doet, doet ze opnieuw ontzettend goed. Sterke melodieën, een geweldige zanger en een productie die als een huis staat. Geen spectaculaire koerswijziging, maar wel een logische en zeer geslaagde aanvulling op een indrukwekkende discografie.

★★★★☆½ (4,5 van de 5 sterren)

Cijfer: 8,9/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆

Misschien niet de meest verrassende single van Nothing But Thieves, maar wel weer een overtuigend bewijs waarom de Britten al jaren tot de top van de alternatieve rock behoren. Soms is herkenbaarheid juist een kwaliteit.https://youtu.be/ZUfAUd3StjM?si=TWUjYxy5z0jAW8ny

Weezer – C.E.O.★★★★☆½ (4,5 van de 5 sterren)





Weezer – C.E.O.

Gewoon lekker ouderwets Weezer… en dat is eigenlijk precies de bedoeling

Soms verwacht je van een band dat ze zichzelf opnieuw uitvinden. Nieuwe invloeden, een andere sound of een verrassende muzikale afslag. En soms wil je juist helemaal niets nieuws. Je wilt gewoon horen waarom je ooit fan werd. Weezer begrijpt dat als geen ander. Met C.E.O. leveren Rivers Cuomo en zijn mannen opnieuw precies af wat je van ze verwacht.

En eerlijk gezegd?

Daar is helemaal niets mis mee.

Vanaf de eerste gitaarriff weet je direct waar je aan toe bent. Dikke powerchords, een stevige ritmesectie, een melodie die zich moeiteloos vastzet in je hoofd en natuurlijk de herkenbare stem van Rivers Cuomo. Het klinkt alsof Weezer een oude vriend is die na jaren weer eens langskomt. Misschien niet verrassend, maar wel ontzettend vertrouwd.

Muzikaal is C.E.O. misschien wel een typisch voorbeeld van dertien in een dozijn Weezer. Maar juist dat is de charme. Niet iedere plaat hoeft een artistieke revolutie te zijn. Soms is een goed geschreven gitaarpopsong gewoon voldoende.

De productie klinkt fris en energiek. De gitaren hebben precies genoeg rauw randje zonder log te worden en de drums houden het tempo lekker hoog. Alles zit strak in elkaar. Je hoort een band die inmiddels precies weet waar zijn kracht ligt en daar niet moeilijk over doet.

Het refrein is typisch Weezer: eenvoudig, melodieus en gemaakt om na één luisterbeurt al mee te zingen. Misschien niet het sterkste refrein uit hun indrukwekkende carrière, maar wel eentje dat dagen in je hoofd blijft rondspoken.

Wat ook opvalt, is dat de band zichzelf nergens al te serieus neemt. Dat geldt niet alleen voor de muziek, maar zeker ook voor de videoclip. Die zit vol humor en knipogen. Regelmatig verschijnt er een bekend gezicht in beeld waarvan je denkt: "Die ken ik ergens van..." om vervolgens te beseffen dat je de naam even kwijt bent. En dan is daar ineens Tony Hawk, die met een glimlach zijn opwachting maakt. Het past perfect bij de losse, speelse sfeer van het nummer.

Juist die zelfspot heeft Weezer altijd onderscheiden van veel andere rockbands. Ze proberen niet cool te zijn. Ze zijn gewoon zichzelf. Dat levert misschien niet altijd meesterwerken op, maar wel muziek waar je vrolijk van wordt.

Is C.E.O. vernieuwend?

Nee.

Wordt hiermee de geschiedenis van de rockmuziek herschreven?

Ook niet.

Maar moet dat dan altijd?

Absoluut niet.

Soms is een lekkere gitaarplaat met een sterke melodie, een dosis humor en een band die zichtbaar plezier heeft meer dan voldoende. Weezer bewijst opnieuw dat je geen ingewikkelde conceptalbums hoeft te maken om een glimlach op het gezicht van de luisteraar te toveren.

De Alternatieve Muziekman zegt: C.E.O. is misschien geen nieuwe klassieker als Buddy Holly of Island in the Sun, maar het is wel precies wat je van Weezer mag verwachten. Aanstekelijke gitaren, een refrein dat blijft hangen en een heerlijke knipoog naar zichzelf. Muzikaal misschien dertien in een dozijn Weezer... maar eerlijk? Dat vinden wij helemaal prima. En die geestige videoclip met onder anderen Tony Hawk maakt het feest compleet.

★★★★☆½ (4,5 van de 5 sterren)

Cijfer: 8,7/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐☆

Geen revolutionaire stap voorwaarts  maar wel een heerlijke gitaarplaat die bewijst dat Weezer nog altijd weet hoe je een onweerstaanbare powersong schrijft. Soms is vertrouwd gewoon precies goed.

https://youtu.be/F0N5Kg3FmtI?si=d3baE5ZD-JIDUivB


woensdag 5 augustus 2026

NEW RADICALS – One Night Only (Break Loose Break Free!)★★★★☆





NEW RADICALS – One Night Only (Break Loose Break Free!)

Dezelfde ingrediënten als 28 jaar geleden, maar de magie blijft helaas uit

Er zijn bands die met één album een blijvende indruk achterlaten. New Radicals is daar misschien wel het beste voorbeeld van. In 1998 verscheen Maybe You've Been Brainwashed Too, een plaat die nog altijd tot de beste popalbums van de jaren negentig behoort. You Get What You Give groeide uit tot een klassieker en liet horen hoe briljant Gregg Alexander popmuziek kon schrijven. Sindsdien is iedere nieuwe release automatisch omgeven door hoge verwachtingen.

Misschien zelfs té hoge verwachtingen.

Met One Night Only (Break Loose Break Free!) klinkt New Radicals opnieuw verrassend vertrouwd. Eigenlijk hoor je vrijwel direct alle ingrediënten terug die de band bijna dertig jaar geleden zo bijzonder maakten. De warme piano, de soulvolle achtergrondzang, de sprankelende gitaren, de optimistische groove en natuurlijk de karakteristieke stem van Gregg Alexander. Alles is aanwezig.

En toch...

De magie van toen blijft deze keer uit.

Dat is misschien wel het lastigste aan deze recensie. Want slecht is dit nummer absoluut niet. Integendeel. De productie is uitstekend. De muzikanten spelen met zichtbaar plezier en Gregg Alexander klinkt nog altijd herkenbaar. Zijn stem heeft misschien wat meer levenservaring gekregen, maar bezit nog steeds dezelfde warme, licht rauwe klank die zijn muziek zo eigen maakt.

Ook melodisch zit het degelijk in elkaar. Het refrein is prettig, de brug werkt goed en de opbouw voelt natuurlijk aan. Er is vakmanschap genoeg aanwezig. Je hoort onmiddellijk dat dit geschreven is door iemand die het ambacht van popsongs volledig beheerst.

Maar waar You Get What You Give je vanaf de eerste luisterbeurt bij de keel greep, blijft One Night Only (Break Loose Break Free!) iets te veilig. Het nummer voelt alsof het bewust teruggrijpt naar het oude succes, zonder daar een nieuwe draai aan te geven.

Misschien is nostalgie soms ook een valkuil.

Tijdens het luisteren bleef ik steeds denken: "Ja, dit klinkt als New Radicals." Maar ik dacht nergens: "Wauw, dit had alleen New Radicals kunnen maken." Dat is een belangrijk verschil. De verrassing ontbreekt.

Dat neemt niet weg dat het een bijzonder plezierig nummer is. De combinatie van pop, soul, rock en gospelinvloeden blijft onweerstaanbaar. Gregg Alexander weet nog altijd hoe hij een melodie moet schrijven die prettig in het gehoor ligt. Alleen mist deze single net dat ene ongrijpbare ingrediënt waardoor een goed nummer verandert in een klassieker.

En misschien is dat ook niet eerlijk. Hoe overtreft of evenaar je een album dat na 28 jaar nog steeds als een meesterwerk wordt gezien?

Dat is bijna onmogelijk.

De Alternatieve Muziekman zegt: One Night Only (Break Loose Break Free!) voelt als een warm weerzien met een oude vriend. Je herkent onmiddellijk de vertrouwde sound van New Radicals en Gregg Alexander laat horen dat hij het schrijven van popsongs nog altijd niet is verleerd. Maar waar het hart vroeger een sprongetje maakte, blijft het nu vooral bij een vriendelijke glimlach. Alle ingrediënten zijn aanwezig, alleen die ongrijpbare magie van 1998 ontbreekt helaas.

★★★★☆ (4 van de 5 sterren)

Cijfer: 8,1/10

Hitpotentie: ⭐⭐⭐☆☆

Een degelijke comeback die vooral bestaande fans zal aanspreken. Muzikaal staat het als een huis, maar de vonk die New Radicals ooit zo uitzonderlijk maakte, slaat deze keer net niet over.

https://youtu.be/1RiaDj8QXdU?si=CBYaJDGgoZE0dhbD