dinsdag 29 september 2026

RACOON – DICHT BIJ HET VUUR★★★★☆ 8/10



RACOON – DICHT BIJ HET VUUR

Geen nieuwe Oceaan. Gelukkig maar.

★★★★☆ 8/10

Daar is Racoon weer in het Nederlands.

En dan weet je bijna automatisch wat er gebeurt. Iedereen gaat vergelijken met Oceaan.

Niet doen.

Dicht Bij Het Vuur is geen nieuwe Oceaan. Het probeert dat volgens mij ook helemaal niet te zijn. Waar Oceaan groot kon worden in zijn emotie, houdt Racoon het deze keer bewust klein.

En juist daardoor komt het binnen.

De nieuwe single verscheen op 25 september 2026 en duurt 3:44. Racoon noemt het zelf een ode aan familie. Zanger Bart van der Weide vertelde dat het nummer gaat over familieleden die er niet meer zijn en hoe dat gemis sterker voelbaar kan worden wanneer iedereen samenkomt. Racoon

Dat hoor je.

Geen grote woorden.

Geen orkest dat na twee minuten wordt binnengereden om ons duidelijk te maken dat we nu ontroerd moeten zijn.

Gewoon een liedje.

Een klein, mooi liedje.

En Bart van der Weide kan dat.

Zijn stem heeft iets waardoor een eenvoudige Nederlandse zin ineens meer gewicht krijgt. Hij hoeft niet te schreeuwen. Sterker nog: wanneer Racoon klein blijft, vind ik de band vaak op zijn sterkst.

De titel is eigenlijk al het hele nummer.

Dicht bij het vuur.

Mensen om je heen. Warmte. Familie. Herinneringen. En onvermijdelijk ook die lege stoel van iemand die vroeger wel aanschoof.

Dat laatste maakt het lied mooier dan een doorsnee gezellig familieliedje.

Warmte bestaat namelijk ook bij de gratie van gemis.

Hoe ouder je wordt, hoe meer mensen er in je herinneringen rond het vuur zitten die er in werkelijkheid niet meer bij kunnen zijn. Van der Weide vertelde dat juist feestdagen als kerst, oud en nieuw en zelfs Sinterklaas daardoor belangrijker voor hem zijn geworden. NPO Radio 2

En daar zit voor mij de kracht.

Racoon probeert het verdriet niet groter te maken.

Ze maken het herkenbaar.

Muzikaal gebeurt er eigenlijk weinig spectaculairs. De melodie is eenvoudig, het arrangement houdt zich keurig op de achtergrond en alles staat in dienst van tekst en stem.

Dat is tegelijkertijd mijn kleine kritiek.

Racoon speelt hier behoorlijk op veilig.

Ik had muzikaal misschien één onverwacht akkoord, een vreemde wending of een iets scherper randje willen horen. Nu weet je na een minuut ongeveer welke kant het nummer opgaat.

Maar soms moet een recensent ook niet moeilijk doen omdat hij toevallig vijfhonderd woorden moet vullen.

Een klein liedje mág klein blijven.

En Dicht Bij Het Vuur zou waarschijnlijk minder mooi worden als Racoon er halverwege alsnog een stadionnummer van probeerde te maken.

Geen Oceaan dus.

Geen poging om het succes uit 2012 nog eens na te bouwen.

Gewoon Bart van der Weide die zingt over familie, samenzijn en mensen die gemist worden.

En soms is dat genoeg.

Misschien zelfs meer dan genoeg.

Want uiteindelijk gaat het niet om hoe groot het vuur is.

Het gaat om wie eromheen zitten.

DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ 8/10

Stem: ★★★★½
Tekst: ★★★★½
Muziek: ★★★★☆
Originaliteit: ★★★½☆
Plus: klein, warm en oprecht
Min: muzikaal behoorlijk veilig
Voor liefhebbers van: de Nederlandstalige kant van Racoon
INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆
Eindoordeel: Dicht Bij Het Vuur is geen tweede Oceaan en probeert dat gelukkig ook niet te zijn. Geen enorme golven ditmaal, maar een klein vuurtje. Ga er maar even bij zitten.



https://youtu.be/50jnjDLVeBY?si=Q-oJ0Z-ea6SHZOl6

THE SNUTS – PTS★★★★☆ 7,5/10




THE SNUTS – PTS

Geen idee wie die Snuts zijn? Na vier minuten wil je ze toch nog een keer horen

★★★★☆ 7,5/10

Soms krijg ik een nummer binnen van een band waarbij ik onmiddellijk denk:

Geen idee.

The Snuts?

Nooit echt gevolgd.

En met zo'n bandnaam verwacht je eerlijk gezegd eerder vier jongens die op zaterdagmiddag ergens in Glasgow uit een pub worden gezet dan een band die een behoorlijk sterk popliedje aflevert.

Maar dan begint PTS.

En binnen een halve minuut denk ik:

ja hoor, lekker.

Gitaren.

Een fijne melodie.

Een zanger met precies genoeg Brits accent.

En vooral dat gevoel waardoor je ineens weer begrijpt waarom Britpop en Britse gitaarmuziek zo verslavend kunnen zijn.

Eén klein probleem.

The Snuts zijn Schots.

Ze komen uit West Lothian. Dus voordat er boze Schotten bij De Alternatieve Muziekman aan de deur staan: met Britpop bedoel ik hier de muzikale traditie, niet dat ik Schotland stiekem naar Engeland heb verplaatst.

The Snuts bestaat uit onder anderen zanger Jack Cochrane, gitarist Joe McGillveray, bassist Callum Wilson en drummer Jordan Mackay. Op PTS hoor je precies waarom deze band zo makkelijk tussen indie en grote Britse gitaarpop kan bewegen. Qobuz

Het nummer heeft iets vertrouwds.

Een beetje The Kooks.

Een vleug Catfish and the Bottlemen.

Misschien ergens nog wat Courteeners.

En als we toch bezig zijn, staat Oasis natuurlijk vanuit de verte mee te kijken met de armen over elkaar.

Maar PTS wordt gelukkig geen verkleedpartij uit 1995.

Daarvoor klinkt de productie te modern en te helder. De gitaren hebben ruimte, de drums duwen het nummer lekker vooruit en Cochrane heeft zo'n stem die gemaakt lijkt voor een festivalweide waar een paar duizend mensen na twee bier besluiten dat ze het refrein al jaren kennen.

Dat bedoel ik positief.

PTS is onmiddellijk.

Je hoeft het nummer niet zes keer te horen voordat er ergens een verborgen kunstzinnige bedoeling uit de kast komt.

Geen IJslandse gletsjers deze keer.

Geen negen minuten wachten tot Jónsi een belletje laat rinkelen.

Gewoon:

gitaar erin.

Drums erbij.

Zingen.

En gáán.

Maar precies daar zit ook mijn kritiek.

Want heel verrassend is het allemaal niet.

The Snuts kennen hun Britse gitaarmuziek duidelijk goed en PTS bevindt zich comfortabel binnen die traditie. Misschien zelfs iets té comfortabel. Ik mis dat ene detail waardoor ik na twintig seconden zou kunnen zeggen:

dit kunnen alleen The Snuts zijn.

Dat onderscheid hoor ik nog niet voldoende.

En daarom zou ik hier zeker geen 9 van maken.

Zelfs een 8 vind ik nét te royaal.

Maar een 7,5?

Absoluut.

Want originaliteit is niet de enige reden om muziek op te zetten.

Soms wil je helemaal niet naar een revolutionaire nieuwe muziekstroming luisteren.

Soms wil je gewoon een gitaar horen.

Een goede melodie.

Een lekker refrein.

En na vier minuten denken:

nog een keer.

Dat doet PTS.

En The Snuts?

Die naam ga ik vanaf nu toch maar onthouden.

DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ 7,5/10

Melodie: ★★★★☆
Gitaarfactor: ★★★★☆
Originaliteit: ★★★☆☆
Plus: heerlijk directe Britse gitaarpop
Min: klinkt soms wel erg vertrouwd
Voor liefhebbers van: The Kooks, Courteeners, Catfish and the Bottlemen en moderne Britpop
INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆
Eindoordeel: PTS vindt de Britpop niet opnieuw uit. Hoeft ook niet. The Snuts pakken een gitaar, zetten een lekkere melodie neer en vier minuten later wil ik weten wat ze nog meer gemaakt hebben. Missie geslaagd.

https://youtu.be/Lycc8loMue8?si=wNMVpq9B3o3v4ipF

Hamish Hawk – Intriguer/Tenderness★★★★½ 8,5/10




Hamish Hawk – Intriguer/Tenderness

Bowie, Nick Cave, Jarvis Cocker… en toch vooral Hamish Hawk

★★★★½ 8,5/10

Wat hoor ik hier nou weer?

De eerste seconden van Intriguer/Tenderness zijn nog niet voorbij of mijn muzikale geheugen begint overuren te draaien.

David Bowie?

Ja.

Nick Cave?

Zeker.

En wacht eens even…

Jarvis Cocker!

Dát was die Engelse zanger waar ik niet meteen op kon komen.

Niet omdat Hamish Hawk ze klakkeloos kopieert. Gelukkig niet. Maar hij heeft iets van alle drie. Het theatrale van Bowie, iets van de donkere dramatiek van Cave en vooral die heerlijk Britse, half zingende en half vertellende voordracht die Jarvis Cocker zo herkenbaar maakte.

En dan kom je vanzelf uit bij artpop en chamberpop.

Hawk maakt namelijk geen liedjes die netjes recht vooruit lopen. Hij zet meubels in de weg, hangt een vreemd schilderij aan de muur en vraagt vervolgens waarom jij zo moeilijk kijkt.

Heerlijk.

Intriguer/Tenderness is de titeltrack van Hawks volgende album, dat op 2 april 2027 verschijnt. De plaat draait om twee kanten van zijn persoonlijkheid: de Intriguer, de charismatische en dominante podiumpersoonlijkheid, tegenover Tenderness, zijn kwetsbaardere en huiselijkere kant. republicofmusic.net

Dat idee hoor je terug in het nummer.

Er zit spanning in.

Donkerte tegenover melodie.

Theater tegenover intimiteit.

En vooral: die stem.

Hawk zingt alsof gewoon zingen eigenlijk een beetje beneden zijn stand is. Iedere zin krijgt een gebaar mee. Een wenkbrauw omhoog. Een halve grijns. Soms bijna een sneer.

Daar zit die Jarvis Cocker-associatie voor mij het sterkst.

Maar muzikaal is het nummer rijker en donkerder. De synths geven het iets van artpop, terwijl de arrangementen dat bijna klassieke chamberpopgevoel oproepen. De titeltrack wordt ook beschreven als de meer synthgedreven kant van het nieuwe materiaal. enola.be

En Bowie?

Die zit vooral in de vrijheid.

Het idee dat een popnummer niet voortdurend hoeft uit te leggen wat het precies wil zijn.

Rock?

Chamberpop?

Artpop?

Singer-songwriter?

Doe maar allemaal.

Nick Cave hoor ik vervolgens in de donkere onderstroom en de manier waarop Hawk woorden bijna fysiek maakt.

Toch heb ik één bezwaar.

Hawk is soms zó nadrukkelijk Hamish Hawk dat je bijna naar zijn vakmanschap zit te luisteren in plaats van naar het liedje. Woorden, ideeën, intonaties, arrangementen: er gebeurt veel. Af en toe zou ik willen dat hij één raam openzet en een eenvoudige melodie gewoon naar buiten laat vliegen.

Daarom nog geen 9.

Maar saai?

Geen seconde.

En na een tweede luisterbeurt hoor je alweer dingen die je de eerste keer hebt gemist.

Dat is tegenwoordig al een compliment op zichzelf.

Intriguer/Tenderness is geen wegwerpsingle.

Het is zo'n nummer waarbij ik na afloop denk:

nog één keer.

Want ik heb volgens mij iets gemist.

En daarna waarschijnlijk nóg een keer.

DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ 8,5/10

Stem: ★★★★★
Sfeer: ★★★★½
Originaliteit: ★★★★½
Plus: eigenzinnige artpop/chamberpop vol karakter
Min: soms iets té bedacht en theatraal
Ik hoor: David Bowie + Nick Cave + Jarvis Cocker + een vleug Scott Walker
INDIE TOP 20-potentie: ★★★★½
Eindoordeel: Hamish Hawk klinkt alsof Bowie, Cave en Cocker ergens in zijn platenkast ruzie staan te maken. Maar luister nog een keer en je hoort vooral één man: Hamish Hawk. En dat is uiteindelijk het grootste compliment.

https://youtu.be/xfT2TwtZuIA?si=DZ0oqP_r2NgGqNnw

PLACEBO – HELEN KELLER★★★★½ 9/10




PLACEBO – HELEN KELLER

Dertig jaar later en nog steeds die heerlijke Placebo-sound

★★★★½ 9/10

Dertig jaar.

Laat dat even bezinken.

In 1996 kwam Placebo binnenvallen in een Britse muziekscene waarin Britpop ongeveer voorschreef hoe een band eruit moest zien. Jongens, gitaren, bravoure en vooral niet te ingewikkeld doen.

En toen kwam Brian Molko.

Eyeline.

Androgyn.

Een stem die je óf onmiddellijk fantastisch vond óf na twintig seconden het raam uit wilde gooien.

En teksten over seksualiteit, drugs, vervreemding en zelfdestructie.

Placebo paste nergens helemaal bij.

Precies daarom paste de band voor zoveel mensen juist wél.

Nu, dertig jaar later, verschijnt Helen Keller.

En verdorie.

Na een paar seconden weet je alweer genoeg.

Placebo.

Die gitaar.

Die donkere ondertoon.

En natuurlijk die stem van Molko. Nog altijd onmiddellijk herkenbaar. Er zijn duizenden rockzangers die technisch misschien mooier zingen, maar geef mij vijf seconden Brian Molko en ik weet wie er achter de microfoon staat.

Dat is uiteindelijk veel belangrijker.

Het mooie is dat Helen Keller daadwerkelijk teruggrijpt naar het begin. De basis komt uit de pianomelodie van H.K. Farewell, de verborgen track op het debuutalbum uit 1996.

Dat klinkt gevaarlijk.

Want bands die na dertig jaar hun eigen debuut beginnen te citeren, bevinden zich al snel op het terrein van jubileumtournees, luxe boxsets en de mededeling dat het vroeger allemaal beter was.

Placebo doet gelukkig iets anders.

Ze hebben geen oude opname opgepoetst.

Ze hebben er een nieuw nummer van gemaakt.

De pianomelodie vormt het skelet, maar daaromheen staat Placebo anno 2026. Gitaren komen stevig binnen, de productie van de band met Adam Noble klinkt groot en tegelijkertijd rauw genoeg en Molko zingt met die bekende combinatie van afstandelijkheid en emotie.

En vooral:

Helen Keller heeft spanning.

Dat mis ik soms bij bands die al dertig jaar bestaan.

Alles technisch goed.

Iedereen weet precies waar hij moet staan.

Om half elf klaar.

Bus in.

Volgende stad.

Placebo klinkt hier gelukkig niet alsof ze hun pensioenregeling muzikaal aan het voorbereiden zijn.

Er zit nog steeds iets ongemakkelijks in.

Iets donkers.

Iets waardoor die muziek nooit helemaal gezellig wordt.

En dat hoort zo.

Natuurlijk hoor je het verleden. Soms misschien zelfs iets te nadrukkelijk. Wie Placebo goed kent, zal nergens denken dat de band zichzelf opnieuw heeft uitgevonden.

Maar moet dat?

Na dertig jaar lijkt me jezelf nog steeds zijn zonder een karikatuur van jezelf te worden eigenlijk al moeilijk genoeg.

En daar slaagt Helen Keller in.

Het nummer heeft die heerlijke Placebo-sound, maar voelt niet als een museumstuk uit 1996.

Het verleden wordt gebruikt als bouwmateriaal.

Niet als bestemming.

Dat vind ik misschien wel het mooiste aan deze single.

Dertig jaar geleden maakte Placebo muziek voor mensen die zich niet helemaal thuis voelden tussen de rest.

In 2026 klinkt de band nog steeds alsof volledig aanpassen nooit op de agenda heeft gestaan.

Gelukkig maar.

Want normale rockbands hebben we al genoeg.

DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ 9/10

Stem: ★★★★½ – Molko blijft Molko
Gitaar: ★★★★★
Placebo-factor: ★★★★★
Vernieuwing: ★★★★☆
Plus: donker, rauw en onmiddellijk herkenbaar
Minpunt: de verwijzing naar het verleden is soms wel erg nadrukkelijk
Voor liefhebbers van: Placebo uit 1996 én Placebo anno 2026
INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★

Eindoordeel: dertig jaar na het debuut kijkt Placebo achterom zonder achteruit te lopen. Helen Keller heeft die heerlijke, donkere Placebo-sound waar niemand anders helemaal mee wegkomt. En ja, na dertig jaar werkt het nog steeds.

https://youtu.be/8kQbg4Pqa4Q?si=8XIQzxTL7lIa-Mqo

maandag 28 september 2026

THE SICK MAN OF EUROPE – APATHY★★★★☆ 8/10




THE SICK MAN OF EUROPE – APATHY

Welkom in 1985. Uw zwarte regenjas hangt al klaar.

★★★★☆ 8/10

Welkom in 1985.

De koffie is slecht, de lucht is grijs en iemand heeft zojuist besloten dat vrolijkheid voorlopig niet meer nodig is.

Op de achtergrond staat The Sick Man Of Europe – Apathy aan.

En verdomd, dat klinkt lekker.

The Sick Man Of Europe heeft zo'n bandnaam waarbij je ook niet direct een zomerse hit met een ukelele verwacht. Dit moet donker klinken. Een beetje ongemakkelijk. Alsof de repetitieruimte zich onder een verlaten fabriek bevindt en niemand sinds dinsdag het licht heeft aangedaan.

Apathy stelt daarin niet teleur.

Vanaf het begin is vooral die bas belangrijk. Donker, strak en repetitief. Daaroverheen komen gitaren die niet proberen mooi te zijn en een ritme dat maar blijft doorduwen.

Postpunk dus.

En behoorlijk nadrukkelijk ook.

Je hoort onmiddellijk echo's van de jaren tachtig. Joy Division ligt voor de hand, maar ook de vroege The Cure en hier en daar iets van Killing Joke.

Niet bepaald muziek waarbij je spontaan de barbecue aansteekt.

Gelukkig maar.

De zang klinkt afstandelijk en bijna onverschillig. En met een titel als Apathy lijkt me dat niet geheel toevallig. Hier staat geen zanger vooraan die na iedere zin wil laten horen dat hij auditie heeft gedaan voor The Voice.

Hij klinkt eerder alsof The Voice hem heeft gebeld en hij niet heeft opgenomen.

Dat past perfect.

Het knappe is dat Apathy ondanks die donkere sfeer behoorlijk verslavend wordt. De bas blijft in je hoofd rondlopen en de herhaling werkt hypnotiserend.

Na één minuut denk je: ja, ik snap het.

Na twee minuten zit je erin.

En daarna wil je eigenlijk niet meer dat het stopt.

Maar er is natuurlijk ook een probleem.

Dit klinkt wel héél erg 1985.

Als iemand mij had verteld dat Apathy veertig jaar geleden was opgenomen en onlangs achter een stapel oude platen van Factory Records was gevonden, had ik waarschijnlijk gevraagd wanneer de geremasterde vinylversie verschijnt.

Dat is tegelijkertijd compliment én kritiek.

Want waar is 2026?

The Sick Man Of Europe beheerst het postpunkidioom uitstekend, maar ik zou graag één element horen dat de deur naar het heden openzet. Een onverwacht elektronisch geluid. Een productiegrap. Een vreemde overgang.

Iets waardoor je niet alleen denkt: wat klinkt dit lekker ouderwets, maar ook: dit kan alleen nú gemaakt zijn.

Toch vergeef ik ze veel.

Waarom?

Omdat Apathy gewoon werkt.

Die bas.

Dat ritme.

Die donkere zang.

Dat grauwe Britse sfeertje.

Je kunt natuurlijk vernieuwend proberen te zijn en vervolgens een slecht nummer maken. Dan heb ik toch liever een band die veertig jaar terugkijkt en precies begrijpt waarom die muziek toen zo goed was.

Dus trek die zwarte jas maar aan.

Doe de gordijnen dicht.

De jaren tachtig zijn weer begonnen.

Alleen jammer dat niemand het 1985 heeft verteld.

DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ 8/10

Plus: fantastische bas, donkere sfeer en heerlijk hypnotiserend
Min: de kalender zegt 2026, de muziek nadrukkelijk 1985
Voor liefhebbers van: Joy Division, The Cure, Killing Joke en donkere Britse postpunk
INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆
Eindoordeel: The Sick Man Of Europe vindt de postpunk niet opnieuw uit. Ze halen hem uit 1985, poetsen hem nauwelijks af en zetten hem gewoon weer aan. En ja hoor: hij doet het nog.

https://youtu.be/MFmZM7AMEUE?si=7YVIJxztqdXxjM-e