maandag 25 mei 2026

James Blake – Trying Times | Later… with Jools Holland★★★★★



8

Er zijn artiesten die live ineens groter worden. James Blake doet vaak het tegenovergestelde: hij maakt alles kleiner. Stilller. Kwetsbaarder. En daardoor juist veel intenser. Zijn uitvoering van Trying Times bij Later... with Jools Hollandvoelt dan ook niet als een tv-optreden, maar als iemand die per ongeluk zijn binnenwereld open heeft laten staan.

En ja — dat komt behoorlijk hard binnen.

Vanaf de eerste seconden hangt er bijna ongemakkelijke stilte in de ruimte. Piano, minimale begeleiding en Blake die zingt alsof hij elk woord eerst moet slikken voordat het eruit mag. Geen theatrale show, geen grootse televisie-energie. Gewoon focus. En precies daarom werkt het.

Wat meteen opvalt, is hoe weinig er eigenlijk gebeurt. Dit nummer leeft volledig op sfeer, timing en emotie. Kleine akkoorden, subtiele elektronica op de achtergrond en die stem — nog steeds één van de meest herkenbare stemmen van de afgelopen vijftien jaar. Fragiel, maar nooit zwak.

De liveversie haalt alle bescherming van de studioversie weg. Geen dikke productie om je achter te verstoppen. Alles ligt open. Daardoor hoor je pas echt hoe sterk de song zelf is. Elk klein detail voelt belangrijk.

En Blake doet iets wat maar weinig artiesten durven: hij laat stilte bestaan. Geen haast om elk moment op te vullen. Geen geforceerde climax. Het nummer groeit langzaam, bijna onmerkbaar, totdat je ineens merkt dat je volledig stil zit te luisteren.

Dat is de kracht van Trying Times. Het probeert je niet te overtuigen. Het laat je gewoon voelen.

Toch blijft dit ook typisch James Blake: niet bepaald toegankelijk. Als je houdt van directe hooks of grote refreinen, ben je hier snel klaar mee. Dit vraagt aandacht. Geduld. Een beetje overgave zelfs.

Maar als je erin meegaat, krijg je iets bijzonders terug.

Is het spectaculair? Nee.
Is het emotioneel? Pijnlijk veel.
Is het prachtig? Zonder twijfel.

Dit is geen optreden voor de massa. Dit is muziek voor mensen die af en toe even stil willen vallen.


Eindoordeel:
★★★★★

Cijfer: 9,1

Hitpotentie: 6,9

Klein gespeeld, enorm gevoeld. James Blake bewijst weer dat stilte soms harder binnenkomt dan lawaai. 🎹https://youtu.be/G_pH8QkvSac?si=H8HTfZDYpodYhj03

Giant Rooks feat. Solann – The Waves★★★★☆

6

Soms klik je een nummer aan zonder verwachtingen. Gewoon even luisteren, beetje half opletten misschien. En dan gebeurt er ineens iets. The Waves van Giant Rooks samen met Solann is precies zo’n verrassing.

Want eerlijk: dit had ook makkelijk zo’n “best aardig indie duet” kunnen worden dat je na twee dagen weer vergeet. Maar nee hoor — dit nummer besluit gewoon ineens prachtig te zijn.

Vanaf de eerste seconden hangt er een sfeer die meteen werkt. Licht melancholisch, een beetje filmisch, maar nergens zwaar. De productie golft letterlijk mee met de titel: alles beweegt zachtjes op en neer zonder dat het inzakt. Mooie synthlagen, subtiele gitaren en genoeg ruimte om de stemmen echt te laten ademen.

En die stemmen — daar zit de magie.

De zang van Giant Rooks heeft al langer dat breekbare, licht nerveuze randje waardoor hun beste nummers binnenkomen. Maar Solann voegt hier iets totaal anders aan toe. Warmte. Mysterie ook een beetje. Zodra zij binnenkomt, krijgt het nummer ineens extra diepte. Niet als “gastzangeresje erbij”, maar echt als tweede hartslag van het lied.

Wat vooral knap is: het voelt nergens geforceerd internationaal of “kijk ons eens artistiek samenwerken”. Dit duet klinkt vanzelfsprekend. Alsof het nummer altijd al zo bedoeld was.

De opbouw is subtiel maar sterk. Geen enorme climax, geen goedkoop meezingmoment. Het groeit rustig door tot je halverwege denkt: wacht even… dit is eigenlijk veel beter dan verwacht. En dat is misschien wel het mooiste compliment dat je een nummer kunt geven.

Toch blijft het ook toegankelijk. Dit is geen moeilijke kunstpop waarvoor je eerst drie essays moet lezen. Het raakt gewoon direct. Zonder schreeuwen, zonder trucjes.

Is het vernieuwend? Niet echt.
Is het verrassend goed? Absoluut.
Is dit zo’n nummer dat ineens blijft hangen? Helaas wel ja.

En precies dat maakt het zo sterk.


Eindoordeel:
★★★★☆

Cijfer: 8,6

Hitpotentie: 8,0

Een onverwacht mooie golf van melancholie en chemie. Soms komt een verrassing precies op het juiste moment

https://youtu.be/IBFqa6nsDr0?si=5ivkODgOMc5LqZgQ

Common People – Blue Eyes★★★★☆

4

Alleen die naam al: Common People. Dan vraag je natuurlijk om opmerkingen. Je noemt je band letterlijk naar een van de bekendste Britpop-termen ooit en vervolgens kom je uit Amerika. Dat is een beetje alsof je “Stroopwafel Brothers” heet en uit Texas komt. Maar goed — ze komen ermee weg, want Blue Eyes ademt zó veel Britpop dat je spontaan denkt dat iemand hier illegaal Blur-platen heeft zitten kopiëren.

En eerlijk? Dat klinkt verrassend lekker.

Vanaf de eerste seconden zit je meteen in die typische Britse indie-sfeer. Licht melancholische gitaren, een melodie die nonchalant blijft hangen en vocalen die klinken alsof de zanger tegelijkertijd verliefd én licht teleurgesteld is in het leven. Kortom: precies wat goede Britpop hoort te doen.

Alleen dan gemaakt door Amerikanen. En dat blijft ergens grappig.

Het nummer heeft die heerlijke combinatie van dromerigheid en beweging. Niet te zwaar, niet te luchtig. Je voelt invloeden van de jaren ’90 overal doorheen sijpelen zonder dat het compleet karaoke wordt. Dat is knap, want veel bands die “Britpop willen doen” eindigen ergens tussen slechte Oasis-coverband en vintage kledingwinkel soundtrack.

Hier blijft het overeind.

De productie helpt ook mee. Alles klinkt warm en ruimtelijk, zonder te glad te worden. Geen moderne overkill, gewoon gitaren, sfeer en een refrein dat langzaam onder je huid kruipt. Niet wereldschokkend groot, maar wel zo’n melodie die je later ineens weer neuriet terwijl je koffie zet.

Toch moet je eerlijk blijven: vernieuwend is het totaal niet. Dit nummer leeft volledig op vibe en herkenbaarheid. Maar soms is dat prima. Niet elke band hoeft de muziekgeschiedenis opnieuw uit te vinden. Soms wil je gewoon een lekker indiepopnummer met een Britse ziel en een Amerikaanse paspoortcontrole.

En dat leveren ze hier gewoon af.


Eindoordeel:
★★★★☆

Cijfer: 7,9

Hitpotentie: 7,4

Amerikaanse band, Britse ziel. En die combinatie blijkt stiekem best verslavend. 


https://youtu.be/mDyoBUUPzac?si=gbg-f7NGrJHvHoEE

Lola Young – From Down Here (From The Water★★★★★

6

Er zijn nummers die verdriet gebruiken als stijlmiddel. From Down Here (From The Water) van Lola Young voelt totaal niet zo. Dit klinkt niet gemaakt — dit klinkt doorgemaakt.

En dat verschil hoor je meteen.

De afgelopen maanden sprak Lola openlijk over haar worstelingen met verslavingen en de impact daarvan op haar mentale gezondheid. En dat hangt als een schaduw over dit nummer, zonder dat het ooit sentimenteel wordt. Je hoort iemand die niet probeert zielig gevonden te worden, maar simpelweg probeert overeind te blijven. Daardoor voelt alles hier pijnlijk eerlijk en oprecht aan.

Vanaf de eerste seconden zit je in een kale, bijna beklemmende sfeer. Piano, subtiele elektronische details en een productie die vooral ruimte laat voor emotie. En ja hoor — je hoort meteen de hand van James Blake. Die minimalistische spanning, die echo’s, die manier waarop stilte bijna net zo belangrijk wordt als muziek zelf. Het zit er allemaal in.

Maar wat Blake slim doet, is dat hij zichzelf nergens belangrijker maakt dan de song. Dit blijft volledig Lola’s moment. Zijn productie ondersteunt, vergroot uit, maar neemt nooit over. Daardoor blijft het rauw.

Lola zingt hier alsof elk woord moeite kost. Niet technisch perfect, niet glad, maar echt. En juist die breekbaarheid maakt het indrukwekkend. Soms breekt haar stem bijna open — en dat zijn precies de momenten waarop het nummer het hardst binnenkomt.

De opbouw is traag en gecontroleerd. Geen goedkope climax, geen “kijk eens hoe emotioneel dit is”-moment. Het groeit langzaam richting iets zwaars, iets dat steeds dichter op je huid komt te zitten. En tegen de laatste minuut voel je dat alles bijna te veel wordt. Bijna. Maar nooit helemaal.

Dat is de kracht van dit nummer: het blijft beheerst terwijl het ondertussen emotioneel volledig openligt.

Is het comfortabel luisteren? Nee.
Is het mooi? Ongelooflijk.
Is het echt? Dat voel je in elke seconde.

Dit is geen hit die gemaakt is voor playlists of trends. Dit is een nummer dat blijft hangen omdat het nergens verstopt wat het voelt.


Eindoordeel:
★★★★★

Cijfer: 9,0

Hitpotentie: 7,8

Breekbaar, donker en huiveringwekkend eerlijk. Soms hoef je muziek alleen maar de waarheid te laten vertellen

https://youtu.be/-u9TRlZADmg?si=qSNlk4HqZNzuXjII

zondag 24 mei 2026

The Coral – Let The Music Play★★★☆☆


7

Bij The Coral weet je normaal ongeveer waar je aan toe bent: psychedelische folkrock, een beetje stoffige jaren ’60-romantiek, wat ouderwetse country-invloeden en die typische Britse melancholie die klinkt alsof het altijd licht bewolkt is boven Liverpool.

En dan komen ze ineens met reggae-invloeden aanzetten.

Let The Music Play is daardoor meteen een beetje een vreemde eend in hun eigen vijver. Niet verkeerd, maar wel even wennen. Alsof je favoriete pub ineens cocktails met ananas begint te serveren. Je denkt eerst: moeten we dit willen? En vijf minuten later bestel je er toch nog eentje.

Vanaf de eerste seconden voel je die lossere groove. Minder dromerige psychedelica, meer ontspannen ritme. Het nummer leunt opvallend op reggae-invloeden zonder volledig die kant op te gaan. Gelukkig maar, want zodra Britse indiebands “vol reggae” gaan, eindigt het meestal ergens tussen studentencafé en gênante festivalweide.

Maar The Coral houdt het slim klein. De groove blijft subtiel, de gitaren houden die herkenbare dromerigheid en de zang van James Skelly zorgt ervoor dat het toch vertrouwd blijft klinken. Daardoor voelt het niet als een stijlbreuk, meer als een zijstraatje.

En eerlijk: hoe langer het doorgaat, hoe beter het werkt. Dat relaxte ritme kruipt langzaam onder je huid. Niet meteen, maar wel genoeg om je halverwege te betrappen op een voorzichtig hoofdknikje.

Toch blijft het een nummer dat je als Coral-fan even moet accepteren. Je mist ergens die mystieke, filmische sfeer waar ze normaal zo goed in zijn. Hier klinkt alles zonniger, losser, bijna nonchalant. En dat haalt voor mij persoonlijk net iets van de magie weg.

Maar goed — bands moeten ook kunnen ademen. Niet elke plaat hoeft exact dezelfde kleuren te gebruiken.

Is het verrassend? Zeker.
Is het meteen typisch Coral? Niet echt.
Is het lekker? Uiteindelijk wel ja.

En misschien is “een beetje wennen” soms precies wat een band nodig heeft.


Eindoordeel:
★★★☆☆

Cijfer: 7,7

Hitpotentie: 7,3

Even schakelen voor de oude fans, maar die reggae-groove blijkt stiekem best moeilijk te weerstaan. 

https://youtu.be/2XzfXKbYX4s?si=dre-jLPIn1pEv8a-