maandag 1 juni 2026

retro Editors - Papillon★★★★★



4

Soms valt alles precies op zijn plek. De juiste band, de juiste sound, de juiste videoclip. En dan krijg je geen gewone single, maar een moment. Papillon van Editors is zo’n moment.

En misschien — heel misschien — is dit gewoon het beste nummer dat ze ooit gemaakt hebben.

Ja, dat is gevaarlijk om te zeggen. Fans van MunichSmokers Outside the Hospital Doors en An End Has a Start staan waarschijnlijk al klaar met argumenten. Maar kom op: Papillon heeft iets wat zelfs binnen hun sterke catalogus uniek blijft.

Dat ritme.

Mijn god, dat ritme.

Vanaf de eerste seconde begint die elektronische hartslag. Een baslijn die niet loopt maar rent. Drums die constant vooruit duwen. Synths die klinken alsof iemand Depeche Mode en postpunk samen in een donkere fabriekshal heeft opgesloten. En precies daar ontstaat de magie.

Want dit is niet zomaar rock met een synthesizer erbij.

Dit is pure spanning.

Tom Smith klinkt hier fenomenaal. Zijn donkere stem zweeft boven die machine van geluid alsof hij probeert controle te houden over iets dat eigenlijk veel te hard gaat. En dat contrast maakt het nummer zo goed: de muziek rent vooruit, de stem blijft ijskoud beheerst.

Het refrein is gigantisch zonder goedkoop te worden. Geen standaard stadionmoment, maar een ontlading. Alsof iemand eindelijk de deur open gooit nadat de spanning minutenlang is opgebouwd.

En dan die clip.

Die rennende man.

Simpeler kan bijna niet. Iemand rent. Dat is het verhaal. Geen dure effecten, geen ingewikkelde symboliek waar je eerst een universitaire studie voor nodig hebt.

Gewoon rennen.

Maar juist daarom werkt het.

Die man lijkt niet alleen fysiek te rennen. Hij vlucht ergens voor. Of ergens naartoe. Dat weet je niet. En dat maakt het fascinerend. Het past perfect bij het nummer: constante beweging, geen rust, blijven doorgaan.

Een klassieker maak je niet door alles ingewikkeld te maken. Soms moet je gewoon het juiste beeld vinden.

En hier vonden ze het.

Alles klopt.

De sound.

De energie.

De spanning.

De video.

Alles.

Het bijzondere is dat Papillon jaren later nog steeds fris klinkt. Veel muziek uit die periode verraadt meteen zijn leeftijd. Deze niet. Misschien omdat Editors hier niet probeerden een trend te volgen. Ze vonden gewoon hun perfecte kruising tussen donkere rock en elektronica.

Is het hun beste nummer?

Daar kun je over discussiëren.

Maar het staat absoluut bovenaan mee te vechten.


Eindoordeel:
★★★★★

Cijfer: 9,7

Hitpotentie: 9,0

🦋 Een moderne klassieker. Een ritme dat blijft jagen, een clip die blijft hangen en een band die precies op het juiste moment alles goed deed. Misschien wel hét meesterwerk van Editors

https://youtu.be/Wq4tyDRhU_4?si=2EQ3u9SQvtBnhids

biatlón - morning star★★★★☆

4

Sommige nummers komen niet binnen met vuurwerk. Ze kloppen zachtjes aan, wachten rustig tot je open doet en gaan vervolgens gewoon naast je zitten. Morning Star van Biatlón is precies zo’n nummer.

En ja — de vergelijking met Cigarettes After Sex ligt behoorlijk voor de hand.

Maar dat is hier zeker geen belediging.

Vanaf de eerste seconden hangt er diezelfde nachtelijke mist overheen. Gitaren die niet zozeer gespeeld worden maar lijken te zweven, een tempo dat nergens haast heeft en een sfeer waarin stilte bijna net zo belangrijk wordt als geluid. Dit is muziek die niet probeert de kamer binnen te stormen. Dit schuift langzaam de deur open.

De titel Morning Star past eigenlijk perfect. Het voelt als dat vreemde moment tussen nacht en ochtend. Niet helemaal donker meer, maar ook nog lang niet licht. Zo’n moment waarop je hersenen ineens besluiten om alle oude herinneringen nog even opnieuw af te spelen. Bedankt daarvoor, hersenen.

De zang blijft mooi ingetogen. Geen grote emoties, geen dramatische uithalen. Meer fluisteren dan vertellen. En precies daardoor werkt het. Je krijgt het gevoel dat je iets persoonlijks hoort, iets wat misschien eigenlijk niet voor iedereen bedoeld was.

Muzikaal zit het duidelijk in de hoek van dream pop en slowcore. Naast Cigarettes After Sex hoor je ook een beetje de melancholische ruimte van bands als Beach House terug. Alles draait om sfeer, herhaling en kleine verschuivingen.

En dat is meteen de kracht én het risico.

Want eerlijk: er gebeurt niet enorm veel.

Maar dat hoeft ook niet.

Bij dit soort muziek is vragen om een enorme climax hetzelfde als klagen dat een kaars geen stadionlamp is. Het doel is anders. Dit moet gloeien, niet ontploffen.

De productie begrijpt dat goed. Alles blijft zacht, wazig en warm. Geen instrument vraagt overdreven aandacht. Het geheel voelt bijna alsof je naar een oude herinnering luistert in plaats van naar een nieuwe opname.

Toch zou iets meer eigen karakter geen kwaad kunnen. De invloed van Cigarettes After Sex is soms zo duidelijk aanwezig dat je bijna verwacht dat Greg Gonzalez ineens binnenkomt met koffie en liefdesverdriet.

Maar goed: als je inspiratie haalt uit een prachtige wereld en er zelf iets moois mee doet, is dat geen ramp.

En Morning Star is gewoon mooi.

Heel mooi zelfs.


Eindoordeel:
★★★★☆

Cijfer: 8,2

Hitpotentie: 7,1

⭐ Dromerig, langzaam en heerlijk melancholisch. Een nummer dat ergens tussen nacht en ochtend zweeft — met duidelijk een beetje Cigarettes After Sex-DNA, maar genoeg schoonheid om zelf te blijven stralen.

https://youtu.be/oXIv15ANDIQ?si=cmeERqn_Osik8trI

BOARDS OF CANADA – INFERNO Albumrecensie (2026)★★★★★


7

Er zijn bands die een nieuw album aankondigen. En er zijn bands waarbij het internet verandert in een digitale archeologische opgraving. Bij Boards of Canada gebeurt dat laatste.

Na dertien jaar stilte, theorieën, obscure fora, verborgen boodschappen, mysterieuze geluiden en fans die waarschijnlijk zelfs hun broodrooster achterstevoren hebben afgespeeld op zoek naar nieuwe muziek, is daar eindelijk: Inferno.

En dan komt natuurlijk de gevaarlijkste vraag.

Kan een album ooit voldoen aan dertien jaar verwachting?

Het antwoord is verrassend simpel.

Ja.

Sterker nog: Inferno is niet alleen een terugkeer. Het voelt alsof Boards of Canada al die tijd ergens ondergronds heeft doorgewerkt en nu pas besluit om de deur weer open te zetten.


Vanaf de eerste minuten is duidelijk: dit wordt geen nostalgische rondleiding door hun eigen museum. Wie hoopte op simpelweg Music Has the Right to Children deel 2 of nog een keer de vervreemdende schoonheid van Geogaddi, krijgt iets anders.

Gelukkig maar.

Want laten we eerlijk zijn: niets is treuriger dan revolutionaire artiesten die twintig jaar later hun eigen trucje opnieuw uitvoeren. Dat is alsof Picasso op zijn zeventigste zei: "Weet je wat, ik schilder gewoon nog een keer hetzelfde."

Boards of Canada kiest de moeilijkere weg.

Inferno klinkt herkenbaar én vreemd.

Die typische analoge warmte is er nog. Die versleten tapesfeer. Die synthesizers die klinken alsof ze ergens op een vergeten VHS-band uit 1978 zijn gevonden. Maar er zit iets donkerders onder. Iets dreigenders.

Waar hun oude werk vaak voelde als jeugdherinneringen die langzaam vervagen, voelt Inferno alsof je ontdekt dat die herinneringen misschien nooit helemaal klopten.


Het briljante van dit album zit in de details.

Kleine melodieën verschijnen en verdwijnen. Geluiden komen voorbij waarvan je niet weet of ze bewust geplaatst zijn of dat je hersenen inmiddels zelf dingen beginnen te verzinnen. Typisch Boards of Canada dus.

Je luistert niet alleen naar deze muziek.

Je onderzoekt het.

En ja, dat klinkt ontzettend pretentieus. Alsof iemand in een zwarte coltrui in een museum zegt: "Je moet de stilte tussen de tonen begrijpen."

Maar vervelend genoeg klopt het hier wel.


Wat vooral indrukwekkend is: Inferno voelt actueel zonder modern te willen klinken.

In een tijd waarin elektronische muziek vaak perfect gepolijst is, klinkt Boards of Canada nog steeds beschadigd. Menselijk. Alsof de machines ook herinneringen hebben, maar inmiddels een beetje beginnen te vergeten.

Dat is altijd hun grootste kracht geweest.

Ze maken elektronische muziek die vreemd genoeg menselijker klinkt dan veel muziek gemaakt met gitaren en zang.


Halverwege het album merk je pas hoe diep je erin zit.

Er is geen duidelijke single.

Geen "hier moet de Spotify-playlist toeslaan"-moment.

Geen poging om een nieuwe generatie snel binnen te halen.

Boards of Canada doet iets bijna ouderwets: ze maken een album.

Een reis.

Een geheel.

Ja, kinderen, vroeger luisterden mensen zo naar muziek. Heel primitief allemaal. Je zette een plaat op en ging niet na 22 seconden naar een dansende hond op TikTok kijken.


Natuurlijk is Inferno niet voor iedereen.

Sommige mensen zullen zeggen: "Er gebeurt niks."

En ergens hebben ze gelijk.

Er gebeurt geen traditionele popactie.

Geen refrein.

Geen grote explosie.

Maar ondertussen gebeurt er alles.

Het zit alleen onder de oppervlakte.

Zoals een goede film waarin niemand praat maar je toch gespannen blijft kijken.


En dan komen we bij de grote conclusie.

Waar hoort Inferno thuis in de geschiedenis van Boards of Canada?

Te vroeg om definitief te zeggen misschien.

Maar één ding durf ik wel op te schrijven:

Inferno zal eind 2026 onvermijdelijk opduiken in talloze Album of the Year-lijsten.

Binnen én buiten elektronische muziek.

Niet omdat het een comeback is.

Niet omdat mensen nostalgisch zijn.

Maar omdat het uitzonderlijk goed is.

Boards of Canada heeft zichzelf niet herhaald.

Ze hebben hun eigen mythe groter gemaakt.

En dat is veel moeilijker.


Eindoordeel:

★★★★★

Cijfer:

9,7

Hitpotentie:

6,5

Album van het Jaar-potentie:

9,8

🔥 Geen makkelijke terugkeer. Geen nostalgisch cadeautje. Inferno is een donkere, hypnotiserende reis van een duo dat na dertien jaar stilte nog steeds klinkt alsof ze twintig jaar vooruit lopen. Een meesterwerk dat langzaam brandt

Manchester Orchestra – The Silence (Live at Union Chapel, London)★★★★★


7

Er zijn momenten waarop je als recensent heel stoer denkt: kom maar op, ik ga hier eens even iets verstandigs over zeggen. Beetje analyse, beetje vergelijking, mooie zin aan het einde. Klaar.

En dan hoor je Manchester Orchestra met The Silence live in de Union Chapel.

En dan doe je precies wat de titel zegt.

Je zwijgt.

Want sommige uitvoeringen hoef je eigenlijk niet kapot te analyseren. Die moet je gewoon laten bestaan.

Vanaf de eerste seconden voel je dat dit geen gewoon optreden is. De ruimte doet natuurlijk veel. Union Chapel is zo’n plek waar zelfs iemand die zijn jas ophangt waarschijnlijk klinkt alsof hij een emotioneel meesterwerk uitvoert. Die galm, die stilte, die bijna heilige sfeer — het past perfect bij dit nummer.

Maar uiteindelijk draait alles om Andy Hull.

Zijn stem klinkt hier alsof hij ieder woord eerst moet overleven voordat hij het mag zingen. Geen perfecte studioversie. Geen gladgestreken productie. Je hoort adem, spanning en kwetsbaarheid. Precies de dingen die moderne muziek vaak probeert weg te poetsen.

En juist dat maakt het zo indrukwekkend.

The Silence is sowieso al een monster van een nummer. Een langzaam groeiende emotionele storm. Maar live gebeurt er iets bijzonders. De eerste minuten zijn bijna fluisterend klein. Je zit te wachten. Je voelt dat er iets komt, maar Manchester Orchestra neemt alle tijd van de wereld.

Geen haast.

Geen trucjes.

Gewoon spanning bouwen.

En dan begint het langzaam open te breken.

De instrumenten groeien, de intensiteit neemt toe en ineens zit je midden in een ontlading die niet voelt als een gemaakt rockmoment, maar als iets wat eruit móét. Alsof het nummer zelf niet langer stil kan blijven.

Dat laatste stuk is bijna oneerlijk goed.

Zo'n moment waarop je eigenlijk kritisch zou moeten blijven, maar je gewoon denkt: ja, vooruit, jullie winnen.

Wat deze uitvoering zo bijzonder maakt, is dat het groot wordt zonder zijn kwetsbaarheid kwijt te raken. Veel bands gaan harder spelen en verliezen emotie. Manchester Orchestra doet het tegenovergestelde. Hoe groter het wordt, hoe menselijker het voelt.

En daarom werkt deze Union Chapel-versie misschien zelfs beter dan de studioversie.

Omdat je erbij lijkt te zitten.

Omdat je de ruimte voelt.

Omdat stilte hier net zo belangrijk is als geluid.


Eindoordeel:
★★★★★

Cijfer: 10

Hitpotentie: 7,7

✨ De recensent zwijgt. Niet omdat er niets te zeggen valt, maar omdat sommige muziek mooier is dan woorden kunnen uitleggen. Een liveversie die niet gespeeld wordt — maar gebeurt.

https://youtu.be/XzUfMvxfJOw?si=xeD4AYj0PN0JZPSA

zondag 31 mei 2026

Mylène Farmer – C'est à qui le tour ?★★★★½☆

4

Er zijn artiesten die hits scoren. En er zijn artiesten die een complete eigen wereld bouwen. Mylène Farmer behoort al ruim veertig jaar tot die tweede categorie. Voor veel mensen zal ze altijd verbonden blijven aan het monumentale Désenchantée, een nummer dat inmiddels bijna dezelfde status heeft als de Eiffeltoren: onmiskenbaar Frans en onmogelijk weg te denken.

En dan komt ze ineens met C'est à qui le tour ?

Een titel die vrij vertaald neerkomt op: "Wie is de volgende?" Jij? Ik? Niemand? Iedereen? Het klinkt bijna als een filosofische vraag die om drie uur 's nachts ontstaat na een glas wijn teveel.

En precies dat soort mysterieuze sfeer is al decennialang Farmers handelsmerk.

Vanaf de eerste seconden klinkt het nummer alsof het zichzelf voorzichtig wakker moet schudden. Geen directe pophook, geen groot refrein dat meteen binnenstormt. Nee, de song begint met horten en stoten. Synthklanken verschijnen uit het niets, verdwijnen weer en stapelen zich langzaam op. Het voelt alsof de muziek zelf twijfelt over welke richting ze uit wil.

Ondertussen klinkt Farmer zoals alleen Farmer kan klinken.

Die half gefluisterde, half gezongen stem.

Dat licht zuchtende.

Dat voortdurende gevoel alsof ze een geheim vertelt dat eigenlijk niet voor jouw oren bedoeld is.

En eerlijk gezegd: daar zijn we na al die jaren nog steeds gevoelig voor.

Muzikaal blijft het nummer voortdurend bewegen. Synthlagen worden over elkaar gelegd, kleine elektronische details duiken op uit de achtergrond en verdwijnen weer. Het is geen nummer dat zich direct blootgeeft. Je moet luisteren. Echt luisteren.

Wat vooral opvalt, is hoe fris Farmer nog steeds klinkt. Veel artiesten uit haar generatie teren op nostalgie. Farmer doet iets anders. Natuurlijk hoor je de klassieke Franse synthpopinvloeden terug, maar tegelijkertijd klinkt C'est à qui le tour ?opvallend modern.

En dan komt halverwege die heerlijke keyboardsolo.

Een moment dat bijna rechtstreeks uit de rustigere, meer melancholische kant van Daft Punk lijkt te komen. Niet spectaculair luid, maar elegant. Precies genoeg om het nummer een extra laag te geven.

Wat misschien nog wel het meest bewonderenswaardig is, is dat Farmer na al die jaren nog steeds exact weet hoe een goede popsong werkt. Niet door trends te volgen, maar door haar eigen universum consequent verder uit te bouwen.

Dat universum blijft onweerstaanbaar voor iedereen die ooit een zwak had voor Franse popzangeressen als France GallVanessa ParadisSylvie Vartan en natuurlijk Farmer zelf.

Want laten we eerlijk zijn.

Wij zijn nog steeds een klein beetje verliefd op haar.

En nummers als deze maken dat niet makkelijker.


Eindoordeel:
★★★★½☆

Cijfer: 8,8

Hitpotentie: 7,5

🇫🇷 Elegante synthpop van een artieste die na veertig jaar nog steeds precies weet hoe je mysterie, melancholie en schoonheid in één nummer stopt. Ravissante, zoals de Fransen zouden zeggen https://youtu.be/C3tEPJ8y-Fk?si=5Itd6sWcbZv3a0pc