dinsdag 21 april 2026

Royel Otis - Sweet Hallelujah ★★★☆☆


4

Sweet Hallelujah van Royel Otis klinkt alsof iemand heel graag een grote zomerse indiehit wilde maken, maar onderweg vergat er ook echt een goed liedje in te stoppen. Alles zit er technisch gezien wel in: vrolijke gitaren, een meezingbaar refrein, wat losse “oehoe”-momenten en zo’n productie die meteen roept: kijk ons eens lekker nonchalant zijn.

Alleen blijft er uiteindelijk niet zo veel hangen. “Sweet Hallelujah” is zo’n nummer dat best aardig binnenkomt, maar ook net zo snel weer uit je hoofd verdwijnt. Alsof je een zak chips openmaakt, drie handjes neemt en daarna vergeet dat hij nog op tafel ligt. Niks echt mis mee, maar ook niks wat je later nog eens opzoekt.

Dat is jammer, want Royel Otis kan echt wel beter. Ze hebben vaker laten horen dat ze die losse, zonnige indiepop heel goed beheersen. Hier klinkt het alleen allemaal net iets te veilig. Het refrein wil heel graag groot voelen, maar blijft hangen in aardig. De gitaren zijn prima, de sfeer is prima, de zang is prima. Alleen “prima” is soms ook gewoon een ander woord voor saai.

Muzikaal zit het ergens tussen PhoenixThe Kooks en de lichtere kant van Two Door Cinema Club. Alleen missen Royel Otis hier net dat scherpe haakje of dat ene moment waarop je denkt: ja hoor, dit wil ik nog een keer horen.


Sterren: 
Cijfer: 6,6
Hitpotentie: 6,8

“Sweet Hallelujah” bewijst vooral dat niet ieder zonnig gitaarliedje automatisch ook een goede single is.

https://youtu.be/niTy_ulUry0?si=Pu1muEG99Rz8mbEB

Achille Lauro - Comuni Immortali (★★★★☆

4

Comuni Immortali van Achille Lauro klinkt alsof iemand een Italiaanse arthousefilm, een fles rode wijn en een midlifecrisis tegelijk in een nummer heeft proberen te stoppen. En eerlijk: dat werkt verrassend goed.

Achille Lauro is natuurlijk al jaren iemand die liever iets te veel doet dan te weinig. Altijd drama, altijd grote gebaren, altijd gekleed alsof hij ieder moment rechtstreeks van een catwalk of begrafenis kan komen. Op “Comuni Immortali” zet hij dat allemaal iets minder opzichtig in. Het nummer blijft groots en theatraal, maar er zit ook iets oprechts en melancholisch onder.

Muzikaal is het een mooie mix van Italiaanse pop, zachte rock en een beetje filmische grandeur. Je hoort piano, strijkers, wat subtiele gitaren en een refrein dat langzaam openbloeit zonder meteen alles omver te trekken. Het klinkt alsof Måneskin ineens besloten heeft minder lawaai te maken en meer na te denken.

Achille Lauro zingt hier alsof hij tegelijkertijd iemand probeert terug te winnen en zichzelf probeert te overtuigen dat het nog niet te laat is. Dat geeft het nummer iets dramatisch, maar nooit overdreven. Het blijft allemaal net aan de goede kant van pathetisch. En dat is knap, want Italiaanse pop heeft nogal de neiging om bij iedere kleine emotie meteen een compleet orkest en drie huilende violisten in te schakelen.


Sterren: ★★★★☆
Cijfer: 8,2
Hitpotentie: 7,0

“Comuni Immortali” bewijst vooral dat Achille Lauro soms op zijn best is wanneer hij zijn theatrale kant net iets meer onder controle houdt.

https://youtu.be/8RiCN8Y2lcM?si=Ye84KHspPBFb5KgD

PULP-Open Strings ★★★★☆

4

Open Strings van Pulp klinkt alsof iemand om drie uur ’s nachts nog één glas wijn te veel drinkt en vervolgens besluit zijn hele liefdesleven nog eens door te nemen. En dan vooral de pijnlijke stukken. Gelukkig is daar nog altijd Jarvis Cocker, de enige man die zelfs van ongemakkelijke romantiek iets stijlvols weet te maken.

“Open Strings” is geen grote Britpopknaller zoals vroeger. Geen “Common People”, geen “Disco 2000”, geen refrein waarbij iedereen meteen een pint de lucht in gooit. Nee, dit is de oudere, wijzere en iets vermoeidere versie van Pulp. Minder bravoure, meer melancholie. Alsof Jarvis inmiddels weet dat het leven niet altijd eindigt met een scherpe oneliner en een dansvloer.

Muzikaal hangt het nummer ergens tussen orkestrale pop, zachte gitaren en een licht filmische sfeer. De strijkers geven het iets groots, maar nooit overdreven dramatisch. Alles blijft elegant. Alsof Pulp heel bewust niet meer probeert om de coolste band van de kamer te zijn, maar gewoon de slimste.

Jarvis klinkt zoals altijd fantastisch. Half pratend, half zingend, alsof hij eigenlijk liever gewoon aan de bar stond, maar toch nog even iets kwijt moest. Zijn stem heeft nog steeds die combinatie van ironie, vermoeidheid en charme waardoor zelfs de meest trieste zin ineens klinkt alsof hij thuishoort in een Britse arthousefilm.


: ★★★★☆
Cijfer: 8,5
Hitpotentie: 6,3

“Open Strings” bewijst vooral dat Pulp ouder is geworden zonder zijn scherpe randjes kwijt te raken.


https://youtu.be/2cohk78CeZo?si=9NSAd0IhaW0VT_r9

MGMT -Bubblegum Dog★★★★☆

4

Bubblegum Dog van MGMT klinkt alsof iemand een vrolijke popsong probeert te schrijven terwijl hij ondertussen langzaam gek wordt. En eerlijk: dat is ongeveer precies waar MGMT altijd het beste in is geweest.

“Bubblegum Dog” begint nog redelijk toegankelijk. Een lekker ritme, een catchy refrein, wat gitaren en synths die doen denken aan hun oudere werk. Maar ondertussen voel je ook meteen dat er iets niet helemaal klopt. Alsof het nummer ieder moment uit de bocht kan vliegen. Dat geeft het iets ongemakkelijks, iets dat onder die luchtige buitenkant toch een beetje wringt.

Dat is ook precies wat MGMT zo goed maakt. Ze kunnen iets laten klinken alsof het een hit is, terwijl er onder de oppervlakte vooral chaos, ironie en lichte wanhoop zit. “Bubblegum Dog” heeft diezelfde sfeer als “Time to Pretend” of “Electric Feel”, maar dan ouder, cynischer en met meer besef dat succes ook gewoon vermoeiend kan zijn.

Muzikaal zit het nummer vol met kleine details. Rare geluidjes, glijdende synths, een refrein dat blijft hangen en een productie die net rommelig genoeg blijft om interessant te zijn. Het klinkt alsof MGMT heel goed weet hoe ze een popsong moeten schrijven, maar er bewust voor kiezen om hem toch nét een beetje vreemd te maken.

Sterren: ★★★★☆

Cijfer: 8,4
Hitpotentie: 7,6

“Bubblegum Dog” bewijst vooral dat MGMT nog altijd beter is in rare pop dan de meeste bands in gewone pop.

https://youtu.be/vrlXcC3ytHw?si=9BNep28O04PjL4ZA

maandag 20 april 2026

retro Rheingold - Dreiklangsdimensionen★★★★★

5

Dreiklangsdimension van Rheingold is precies het soort cultklassieker waardoor je begrijpt waarom de Neue Deutsche Welle zoveel leuker was dan de meeste mensen zich herinneren. Terwijl de halve wereld in het begin van de jaren tachtig nog dacht dat synthesizers vooral handig waren om rare piepjes te maken, liep Rheingold al rond alsof ze net uit de toekomst waren gevallen.

“Dreiklangsdimension” klinkt nog steeds alsof iemand in 1980 besloot dat popmuziek vooral vreemd, koel en een beetje ongemakkelijk moest zijn. Die monotone zang, die stugge beat, die synths die klinken alsof ze rechtstreeks uit een Oost-Duits laboratorium zijn gerold. Het nummer heeft iets afstandelijks, maar tegelijk ook iets onweerstaanbaar fascinerends. Alsof je naar een kunstproject luistert dat per ongeluk een hit had kunnen worden.

Dat is ook meteen waarom dit zo’n cultklassieker is geworden. “Dreiklangsdimension” doet niets om aardig gevonden te worden. Geen warm refrein, geen grote emotie, geen moment waarop iemand denkt: laten we dit wat toegankelijker maken voor de radio. Nee, Rheingold houdt het strak, koel en bijna klinisch. En juist daardoor blijft het hangen.

Muzikaal zit het ergens tussen KraftwerkDAF en de meer kunstzinnige kant van Ultravox. Het heeft die typische NDW-sfeer waarin alles klinkt alsof het gemaakt is in een grijze ruimte vol rook, tl-licht en mensen die elkaar nooit aankijken.


Sterren: ★★★★★
Cijfer: 9,0
Hitpotentie: 5,4

“Dreiklangsdimension” bewijst vooral dat sommige nummers niet bedoeld zijn om gezellig te zijn. Ze zijn bedoeld om cool te zijn.


https://youtu.be/UvABkrzvqQs?si=EAQF0Egn8Nms_JzU