Sommige samenwerkingen klinken op papier fantastisch.
Anna Calvi. Iggy Pop.
Dan denk je: dit wordt vuurwerk, zweet, gitaren, chaos.
Maar wat je krijgt is… een kunstproject.
Zo’n nummer waarvan je na drie minuten denkt: moet ik dit begrijpen of mag ik het gewoon niet leuk vinden?
Het begint al loodzwaar. Geen groove, geen melodie waar je je aan vastklampt. Gewoon dreigende gitaren, galm, spanning. Alsof iemand een slechte dag muzikaal heeft vertaald naar beton.
Anna Calvi zingt zoals altijd dramatisch en filmisch. Dat kan geweldig werken — denk aan haar sterkere nummers — maar hier voelt het alsof alles nét te veel gewicht krijgt. Elke noot is belangrijk. Elke stilte symbolisch. Je wordt er bijna moe van.
En dan Iggy Pop.
Normaal is Iggy chaos, energie, gevaar.
Hier klinkt hij alsof hij een sombere podcast inspreekt.
Half praten, half brommen. Geen melodie. Geen hook. Gewoon teksten mompelen. Artistiek? Vast. Spannend? Mwah. Het voelt meer als een hoorspel dan als een lied.
Het grootste probleem: er gebeurt gewoon te weinig.
Je wacht op een moment. Een uitbarsting. Een refrein. Iets.
Maar het blijft maar sudderen. En sudderen. En nog meer sudderen. Op een gegeven moment wil je gewoon dat iemand op een drum slaat.
Het is zo’n track die recensenten “intens” noemen, maar die je zelf nooit vrijwillig nog een keer opzet.
Respect? Ja.
Plezier? Nauwelijks.
En soms mag je gewoon zeggen: dit is knap gemaakt, maar niks voor mij.
Niet elk kunstwerk hoeft aan je muur.
★★☆☆☆
Cijfer: 6,2
Hitpotentie: 3,4
Donker, zwaar en vooral vermoeiend. Meer installatiekunst dan liedje. Knap hoor, maar ik zet liever iets anders op.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten