Ghost maakt muziek alsof de paus een glamrock-album heeft opgenomen in 1987.
En dat is dus fantastisch.
Umbra begint dreigend. Lage synths, sluimerende spanning, zo’n intro waarbij je denkt: oké, hier gaat iemand een ritueel starten. Maar dan — en dat is typisch Ghost — draait het ineens richting melodie. Groot refrein. Meeneembare hook. En je staat ineens mee te zingen alsof je net lid bent geworden van een duivelskoor.
Dat is hun truc.
Ze doen alsof het duister is. Alsof het occult, zwaar en mystiek is.
Maar ondertussen schrijven ze gewoon popnummers. Slimme, glanzende popnummers met gitaren.
De coupletten zijn broeierig. Papa Emeritus (of welke incarnatie het ook is deze week) zingt met dat half-serieuze, half-knipogende stemgeluid. Je weet nooit of hij het meent of speelt. Dat maakt het spannend.
En dan het refrein.
Dat is dus weer zo’n moment waarop Ghost laat zien dat ze stadionrefreinen kunnen bouwen alsof het Lego is. Groot. Open. Dramatisch. Je ziet de lichten al aan gaan.
Is het vernieuwend? Nee.
Is het effectief? Bizar.
De productie is strak. 80’s-invloeden, synthlagen, gitaren die niet te smerig zijn maar precies genoeg glimmen. Alles klinkt alsof het al tien jaar op de radio had kunnen staan — en dat is geen toeval.
En eerlijk: soms voelt het ook een beetje als herhaling. Ghost heeft een formule. En Umbra zit daar comfortabel in. Geen radicale koerswijziging. Geen muzikale aardverschuiving.
Maar ja… als je formule zo goed is, wie klaagt er dan?
Dit is geen underground-experiment. Dit is slimme, theatrale rock die doet alsof het gevaarlijk is maar ondertussen gewoon oorwurmen verkoopt.
En dat is knap.
★★★★☆
Cijfer: 8,2
Hitpotentie: 8,8
Donker met een glimlach. Occult theater in popverpakking. Ghost blijft spelen met vuur — en verkoopt ondertussen de hele zaal uit.
En dan die clip.
Niet zomaar een video.
Nee. Theatraal spektakel met wierook en rookmachines.
Ghost doet nooit “gewoon een clip”. Ze maken mini-films. Umbra voelt als een kruising tussen een horroropera en een glamrock-mis.
Rode en paarse belichting. Dramatische schaduwen. Occulte symboliek die nét niet serieus genoeg is om eng te zijn, maar precies serieus genoeg om cool te blijven. Dat is hun magie: ze balanceren perfect tussen ironie en overtuiging.
Papa staat daar alsof hij zojuist uit een gotische kathedraal is gelopen om een stadion te zegenen. Alles is groot. Alles is overdreven. En toch klopt het.
Wat sterk is: de beelden versterken de melodie. Wanneer het refrein openbreekt, wordt het visueel ook groter. Meer licht, meer beweging, meer drama. Geen half werk. Je voelt dat er budget en visie achter zit.
En belangrijker: het is geen losse videoclip. Het past in dat hele Ghost-universum. Die lore. Die esthetiek. Je kijkt niet alleen naar een liedje, je kijkt naar een hoofdstuk.
En eerlijk — het tilt het nummer omhoog.
Waar Umbra muzikaal al sterk is, maakt de clip het episch. Je krijgt zin om mee te doen. Om een kaars aan te steken. Of minstens harder mee te zingen.
Ghost begrijpt iets wat veel bands vergeten:
rock mag groot zijn. Overdreven. Theatraal.
En hier werkt het volledig.
★★★★★ (voor de clip)
Cijfer clip: 9,0
Hitpotentie met clip-effect: 9,2
Occult theater, stadionpop en pure visuele bravoure. Ghost levert geen clip af — ze leveren een ceremonie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten