Op papier is dit indrukwekkend.
Echt zo’n line-up waarvan je denkt: dit wordt historisch.
Damon Albarn.
Grian Chatten.
Kae Tempest.
Dat is geen featuring, dat is een cultureel panelgesprek.
Maar ja… grote namen maken niet automatisch een groot lied.
Flags begint klein. Piano. Kale akkoorden. Beetje mist. Typisch Albarn. Dat weemoedige, licht vermoeide geluid dat hij al dertig jaar uit z’n mouw schudt. Je hoort meteen: dit is geen single, dit is een stemming.
Grian Chatten komt binnen met z’n half-brommende, half-zingende stem. Altijd alsof hij net wakker is of net slecht nieuws kreeg. Dat werkt vaak fantastisch bij Fontaines D.C., maar hier blijft het een beetje hangen in… sfeer.
En dan Kae Tempest.
Meer gesproken woord dan zang. Poëtisch, zwaar, maatschappelijk. Allemaal heel belangrijk en betekenisvol. Maar muzikaal haalt het ook de vaart eruit. Het wordt meer een monoloog dan een nummer.
En daar zit ’m het probleem.
Je bewondert het.
Maar je voelt het minder.
Het is serieus. Heel serieus. Misschien té serieus. Alsof iedereen bang was om iets luchtigs te doen. Geen refrein, geen haakje, geen moment dat je denkt: ja, dit zet ik nog een keer op.
Het is zo’n track die perfect werkt onder een documentaire of bij een benefietalbum (wat het ook is), maar niet per se als liedje op zichzelf.
Alles klopt. Piano mooi. Stemmen mooi. Tekst belangrijk.
Maar als je ’m uitzet, blijft er weinig hangen.
En soms mag je dat gewoon zeggen.
Cijfer: 7,0
Hitpotentie: 4,8
Meer kunstproject dan liedje. Respectvol knikken, maar niet nog een keer op repeat. Soms is betekenis belangrijker dan plezier — dit is zo’n geval.
https://youtu.be/EUdF5cPF8mk?si=2AYSivOrWJWxg5uM
Geen opmerkingen:
Een reactie posten