Alleen al die titel.
White Feather Hawk Tail Deer Hunter.
Dat klinkt niet als een liedje. Dat klinkt als een vergeten hoofdstuk uit een koortsachtige Amerikaanse roman waar niemand echt blij van wordt, maar waar je toch in blijft lezen.
En muzikaal doet Lana precies dat.
Het ene moment zweeft het. Dromerig. Breekbaar. Je denkt: ah, daar is ze weer. De Lana die fluistert alsof de wereld al voorbij is. Maar dan — ineens — wordt het theatraal. Groter. Vreemder. Alsof ze zelf ook niet meer precies weet waar ze heen wil, maar weigert om om te keren.
En dat is fascinerend.
Want eerlijk: dit is geen makkelijke Lana.
De melodie cirkelt. Blijft hangen. Maar breekt nooit echt open. Je wacht op dat moment. Dat refrein dat alles oplost. Dat komt niet. Het blijft zweven in haar eigen universum.
En dan die tekstregels.
“I love my daddy / Of course we’re still together”
Dat is typisch Lana. Licht ongemakkelijk. Licht verwarrend. Alsof je in iemands dagboek leest zonder context. Je weet niet of je moet meeleven of afstand houden.
Ze balanceert hier op het randje van zelfparodie en zelfonderzoek.
En toch — en dat is haar kracht — blijf je luisteren.
De productie is filmisch, bijna spookachtig. Geen standaard popstructuur. Meer een sfeer. Meer een stemming. Alsof het nummer bestaat uit flarden herinnering in plaats van een verhaal.
Is het mooi? Ja.
Is het vreemd? Ook ja.
Is het meteen toegankelijk? Absoluut niet.
Maar Lana heeft nooit muziek gemaakt om je comfortabel te houden. Ze maakt muziek om je mee te nemen naar plekken waar je niet helemaal zeker bent van jezelf.
En misschien is dit wel haar meest compromisloze werk tot nu toe.
Hitpotentie: 6,1
Dromerig, theatraal en licht verontrustend. Lana Del Rey draait rond haar eigen schaduw — en jij draait mee. Of je wilt of niet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten