Charlie Puth heeft weer eens in zijn tijdmachine gezeten. Beat Yourself Up is namelijk zo rechtstreeks uit de jaren tachtig geplukt dat je bijna verwacht dat het nummer op cassette wordt aangeleverd. Smooth synths, een groovy baslijntje, brassy accenten — alles klopt, alles glimt en alles ruikt naar neonverlichting en te veel haarlak.
En dat is tegelijk de charme én het probleem. Puth beheerst dit kunstje inmiddels tot in de puntjes. Hij weet exact hoe hij een groove moet bouwen die soepel binnenkomt en niet meteen weer vertrekt. De productie is strak, bijna klinisch. Elk geluid zit op zijn plek, elk refrein is netjes afgemeten. Het swingt, het glijdt, het voelt comfortabel. Misschien zelfs iets té comfortabel.
Tekstueel gaat het over jezelf de schuld geven, over blijven hangen in spijt en zelfkritiek. Dat is op papier best interessant, maar muzikaal klinkt het allemaal net iets te opgewekt om echt pijn te doen. Alsof iemand je schouderklopjes geeft terwijl je eigenlijk even wilt balen. De emotie wordt verpakt in een glimlach, en dat maakt het allemaal wat braaf.
Puth zingt het natuurlijk foutloos. Dat staat buiten kijf. Zijn stem is gladder dan de lak van een nieuwe sportauto en net zo onberispelijk. Maar juist daardoor mis je soms wat rafelrandjes. Beat Yourself Up nodigt uit tot meebewegen, niet tot meeleven. En dat is prima — maar het blijft daardoor ook aan de veilige kant.
Dit is geen nummer dat je bijblijft omdat het je raakt. Het blijft hangen omdat het lekker klinkt. En eerlijk gezegd is dat waarschijnlijk ook precies de bedoeling. Charlie Puth weet waar zijn publiek zit, en hij bedient het met vakmanschap.
Cijfer: 7,6
Sterren: ★★★★☆
Hitpotentie: 8,2
Strak, glanzend en soepel. Niet diep, wel dansbaar. Soms is zelfkastijding ook gewoon een groove.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten