het was even stil rond Arctic Monkeys. Sinds 2022 vooral herinneringen, terugblikken en Alex Turner die steeds meer klinkt alsof hij permanent in een roodfluwelen foyer woont. En dan is daar ineens Opening Night. Niet zomaar een comeback, maar een bijdrage aan HELP(2), het nieuwe War Child-album waarop ook Depeche Mode, Olivia Rodrigo en Fontaines D.C. opduiken. Muziek maken om te helpen — dat is meteen een stevige morele jas, en daar moet je als band wel in passen.
Gelukkig klinkt Opening Night alsof Arctic Monkeys precies weten waar ze staan. Geen garage-rock, geen pubvibes, geen Whatever People Say I Am. Dit is late-avond-Monkeys. Cinematisch, langzaam bewegend, met een sfeer die meer gordijn dan moshpit is. Turner zingt alsof hij het podium al duizend keer heeft verlaten, maar nog één keer omkijkt. Zelfbewust, ironisch, licht afstandelijk.
Muzikaal bouwt het nummer rustig op. Geen uitbarsting, geen refrein dat je bij de keel grijpt. Dit is beheersing. De arrangementen zijn subtiel, de spanning zit ‘m in de timing en de ruimte. Alles ademt volwassenheid — en ja, dat betekent ook dat niet iedereen hier meteen warm voor loopt.
De kracht van Opening Night zit niet in urgentie, maar in sfeer. Het past opvallend goed bij het doel van HELP(2): geen schreeuw om aandacht, maar een statement door aanwezigheid. Arctic Monkeys leveren hier geen hit af, maar een bijdrage. En dat voelt oprecht.
Is dit het begin van een nieuwe fase? Misschien. Is dit een nummer dat hun oude fans massaal terugbrengt? Waarschijnlijk niet. Maar als muzikale voorbode én als onderdeel van een groter geheel werkt het verrassend goed.
Cijfer: 8,0
Sterren: ★★★★☆
Hitpotentie: 6,6
Geen comebackknaller, geen nostalgie — maar een stijlvolle opening. Soms is zacht praten effectiever dan hard roepen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten