Alleen al de titel roept verwachtingen op. The Banjo Song. Alsof iemand zei: laten we het beestje maar meteen bij de naam noemen. En ja hoor, daar is ‘ie. De banjo. Niet om te imponeren, niet om nostalgie te cosplayen, maar gewoon omdat het nummer erom vraagt.
Met hulp van Aaron Dessner krijgt Mumford & Sons hier een duwtje richting ingetogen volwassenheid. Minder hoempa, minder vuisten in de lucht, meer ruimte. De folkrock klinkt warm, zorgvuldig opgebouwd en opvallend beheerst. Geen stadiondrift, maar een lied dat rustig naast je gaat zitten.
De productie ademt Dessners handschrift: subtiel, gelaagd, nergens schreeuwerig. Alles staat ten dienste van de emotie. De banjo klinkt niet als gimmick, maar als drager van het verhaal. Dat is knap, want bij Mumford ligt dat gevaar altijd op de loer.
Tekstueel is dit bitterzoet terrein. Herinneringen, verlies, voortgang zonder echt loslaten. Geen grote metaforen, geen verheven taal, maar zinnen die blijven hangen omdat ze herkenbaar zijn. Marcus Mumford zingt met minder bravoure dan vroeger, maar met meer overtuiging. Zijn stem klinkt rustiger, minder bewijsdrang, meer reflectie.
Is dit een radicale koerswijziging? Nee.
Is dit een verfijning? Absoluut.
“The Banjo Song” laat horen dat Mumford & Sons niet terug hoeven naar vroeger om relevant te blijven. Door te vertragen en te versimpelen winnen ze hier juist aan kracht. Dit is folkrock die niet roept om aandacht, maar die je rustig vasthoudt.
Eindoordeel
Sterren: ★★★★☆
Cijfer: 8,1
Warm, volwassen en mooi gedoseerd.
Hit score: 7,6
Geen massahit, wel een sterke albumtrack die zijn publiek vindt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten