dinsdag 13 oktober 2026

TROYE SIVAN – FF★★★★½ – 8,5/10



TROYE SIVAN – FF

Gay, glitter en geen enkele behoefte om zich te verontschuldigen.

★★★★½ – 8,5/10

Sommige artiesten maken een videoclip en hopen dat niemand er aanstoot aan neemt. Troye Sivan lijkt vooral te hopen dat de juiste mensen er aanstoot aan nemen. En daar kan ik wel van genieten.

Met FF laat de Australische zanger opnieuw zien dat hij zich niet laat beperken door de verwachtingen van de traditionele popwereld.

En vooral de videoclip valt op.

Dit is een échte gay video.

Niet omdat er ergens voorzichtig een regenboogvlag in beeld verschijnt.

Niet omdat twee mannen elkaar gedurende drie seconden betekenisvol aankijken, waarna de camera snel naar een bloemenvaas draait.

Nee.

Hier mag queer identiteit gewoon zichtbaar zijn.

Zonder verontschuldiging.

Zonder ingewikkelde uitleg.

En zonder dat iemand eerst toestemming hoeft te vragen aan de plaatselijke fatsoenscommissie.

Dat vind ik verfrissend.

Want hoewel homoseksualiteit in de popmuziek tegenwoordig veel zichtbaarder is dan vroeger, blijft er een merkwaardig verschil bestaan tussen wat heteroseksuele artiesten mogen laten zien en wat bij homoseksuele artiesten onmiddellijk discussie oproept.

Een videoclip met schaars geklede vrouwen?

Ach, dat hoort erbij.

Een man die zijn aantrekkingskracht tot andere mannen niet verbergt?

Dan verschijnen de zelfbenoemde bewakers van de beschaving ineens in groten getale.

Blijkbaar is de samenleving bijzonder kwetsbaar zodra twee mannen elkaar aantrekkelijk vinden.

Troye Sivan trekt zich daar gelukkig weinig van aan.

En muzikaal past die onbevangen houding goed bij zijn ontwikkeling.

Hij heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een popartiest die elektronische muziek, dansbare ritmes en een sensuele uitstraling op een herkenbare manier combineert.

Met Rush en Got Me Started liet hij al horen dat queer pop niet voortdurend ernstig of maatschappelijk verantwoord hoeft te zijn.

Je mag ook gewoon plezier hebben.

Dansen.

Flirten.

En een beetje overdrijven.

Bij FF spreekt vooral die vrijheid me aan.

De combinatie van muziek en beeld vormt een uitgesproken popervaring waarin identiteit geen bijzaak is.

En dat maakt de videoclip voor mij interessanter dan een doorsnee verzameling mooie mensen die in een verlaten fabriek staan te bewegen.

Overigens vraag ik me bij dat soort video's altijd af waarom popsterren zo vaak in verlaten fabrieken terechtkomen.

Er zijn toch ook gewoon cafés?

Wat Troye Sivan onderscheidt, is zijn bereidheid om zichtbaar zichzelf te zijn.

Hij hoeft niet voortdurend een groot politiek statement te maken.

Juist de vanzelfsprekendheid is krachtig.

Dat iemand openlijk gay kan zijn, verlangen kan tonen en daar muziek omheen kan maken zonder zich kleiner te maken.

Voor mij is dat een belangrijk onderdeel van moderne popcultuur.

Maar uiteindelijk blijft dit natuurlijk De Alternatieve Muziekman.

En dus moet er ook gewoon naar de muzikale kwaliteit worden gekeken.

Troye Sivan beweegt zich nadrukkelijk richting elektronische, dansbare pop. Dat is niet automatisch mijn favoriete muzikale terrein.

Ik hou doorgaans van iets meer melancholie, spanning en onverwachte wendingen.

De toegankelijkheid van zijn muziek kan soms ten koste gaan van de muzikale verrassing.

Daar zit voor mij ook de belangrijkste beperking.

Een sterke videoclip kan een goed nummer extra uitstraling geven, maar maakt van een gemiddelde compositie nog geen meesterwerk.

Bij FF tilt vooral het totaalplaatje de ervaring naar een hoger niveau.

De combinatie van pop, presentatie en uitgesproken identiteit werkt overtuigend.

En daarvoor verdient Troye Sivan waardering.

Niet omdat hij gay is. Maar omdat hij daar geen seconde ingewikkeld over doet.

Dat is uiteindelijk misschien wel de grootste vooruitgang.

Dat een artiest gewoon zichzelf kan zijn.

Zonder dat iedere videoclip onmiddellijk een maatschappelijk debat hoeft te worden.

Al vermoed ik dat sommige mensen daar toch weer bijzonder veel moeite voor gaan doen.

Die wens ik vooral een rustige avond toe.

Met een kopje thee.

En een andere videoclip.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 8,5/10

Muziek: ★★★★☆
Uitstraling: ★★★★★
Videoclip: ★★★★★
Originaliteit: ★★★★☆
Queer zichtbaarheid: ★★★★★
Herbeluisterbaarheid: ★★★★☆

Plus: een uitgesproken queer presentatie, zelfverzekerde uitstraling en een videoclip die zich niet inhoudt.

Min: muzikaal had het nummer voor mij nog wat meer spanning en verrassende wendingen mogen hebben.

Voor liefhebbers van: Troye Sivan, Years & Years, Robyn en elektronische queer pop.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆

Eindoordeel: FF laat Troye Sivan zien als een artiest die zijn identiteit niet verstopt en zijn popmuziek met overtuiging presenteert. De videoclip is een belangrijk onderdeel van de ervaring. Een échte gay video. En gelukkig eentje die nergens toestemming voor lijkt te vragen. 8,5/10.


https://youtu.be/fYaF00OZ69U?si=RAqf2V5TwbKFy-wB

JADE STREET – SPIDER★★★★☆ – 8/10



JADE STREET – SPIDER

The Smiths hebben een spin gevangen. Billy Idol mag hem uitlaten.

★★★★☆ – 8/10

Er zijn bands waarvan je na vijf seconden precies weet in welk muzikaal tijdperk ze het liefst hadden geleefd. Bij Jade Street vermoed ik dat iemand de kalender op 1984 heeft laten staan. En eerlijk gezegd heb ik daar weinig bezwaar tegen.

De single Spider brengt me namelijk rechtstreeks terug naar de jaren tachtig.

Maar niet naar de wereld van schoudervullingen, discoballen en opgewekte synthesizers.

Nee, naar de alternatieve kant van dat decennium.

Daar waar The Smiths hun melancholische gitaarpop maakten en Billy Idol met een opgetrokken lip bewees dat een slecht humeur ook uitstekend op muziek kon worden gezet.

Een merkwaardige combinatie?

Misschien.

Maar bij Jade Street hoor ik in de verte beide werelden.

En dat maakt Spider interessant.

Wat me vooral aanspreekt, is het contrast tussen melodie en houding. Het nummer heeft iets van de romantische onrust die Britse gitaarmuziek in de jaren tachtig zo aantrekkelijk maakte.

Dat gevoel van verlangen, vervreemding en een zekere muzikale brutaliteit.

Bij The Smiths ging dat vaak gepaard met de sierlijke gitaarlijnen van Johnny Marr en de karakteristieke zang van Morrissey.

Billy Idol koos een andere benadering.

Meer bravoure.

Meer rock.

En vooral een gezichtsuitdrukking alsof de hele wereld hem persoonlijk iets verschuldigd was.

Jade Street roept bij mij associaties op met beide stijlen.

Niet omdat Spider een kopie is, maar omdat het nummer dezelfde muzikale herinneringen wakker maakt.

En herinneringen zijn prettig, zolang je er niet volledig in blijft wonen.

Dat is meteen het interessante aan deze single.

Jade Street lijkt niet uitsluitend bezig met het reconstrueren van een oud geluid. Er zit een eigentijdse energie in de benadering, waardoor het nummer niet aanvoelt als een vergeten demo uit 1985.

De gitaargerichte sfeer geeft het liedje karakter.

Het melodieuze element zorgt ervoor dat het toegankelijk blijft.

En die licht rebelse uitstraling voorkomt dat alles te braaf wordt.

Dat laatste is belangrijk.

Want alternatieve gitaarmuziek mag van mij best een beetje schuren.

Ik hoef geen band die klinkt alsof de leden eerst toestemming hebben gevraagd aan hun ouders, de buren en de plaatselijke gemeenteraad.

Bij Spider proef ik gelukkig iets meer eigenzinnigheid.

De titel helpt natuurlijk ook.

Een spin.

Niet direct een dier dat je uitnodigt voor een gezellige avond.

Hoewel ik moet toegeven dat sommige muzikanten er qua kapsel behoorlijk op lijken.

Wat mij vooral nieuwsgierig maakt, is hoe Jade Street deze invloeden verder gaat ontwikkelen.

Want een goede verwijzing naar de jaren tachtig is één ding.

Een eigen muzikale identiteit opbouwen is iets anders.

En precies daar ligt mijn voornaamste kritiek.

Spider heeft sfeer, karakter en een aantrekkelijke melodieuze uitstraling, maar de muzikale verwantschap met bekende voorbeelden blijft nadrukkelijk aanwezig.

Ik zou graag horen dat Jade Street nog wat verder buiten die vertrouwde lijnen durft te kleuren.

Een onverwachte overgang.

Een opvallender refrein.

Of een moment waarop je denkt: dit kan werkelijk niemand anders zijn.

Dan wordt het pas echt spannend.

Voorlopig blijft Spider vooral een bijzonder prettige kennismaking.

Een nummer dat mij herinnert aan een tijd waarin alternatieve gitaarmuziek niet voortdurend probeerde iedereen tevreden te stellen.

En waarin Billy Idol nog gewoon boos mocht kijken zonder dat iemand hem vroeg of hij misschien aan zijn persoonlijke ontwikkeling wilde werken.

The Smiths voor de melancholie. Billy Idol voor de houding. Jade Street voor de kennismaking.

Daar kan ik uitstekend mee leven.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ – 8/10

Gitaargevoel: ★★★★½
Melodie: ★★★★☆
Jaren-tachtigsfeer: ★★★★★
Energie: ★★★★☆
Originaliteit: ★★★½☆
Herbeluisterbaarheid: ★★★★☆

Plus: aantrekkelijke alternatieve gitaarmuziek, herkenbare jaren-tachtiginvloeden en een combinatie van melancholie en bravoure.

Min: de eigen muzikale identiteit mag nog duidelijker naar voren komen.

Voor liefhebbers van: The Smiths, Billy Idol, Johnny Marr en Britse alternatieve gitaarmuziek uit de jaren tachtig.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆

Eindoordeel: Spider is een fijne ontdekking met een voet in de wereld van The Smiths en de andere in die van Billy Idol. De spin heeft acht poten, maar Jade Street heeft er voorlopig aan twee genoeg om stevig overeind te blijven. 8/10.

https://youtu.be/iMzWqc02u4c?si=hcx3If5r_gV-4C7w

IMPERIAL TEEN – A SINGLE CHAIR★★★★☆ – 8/10



IMPERIAL TEEN – A SINGLE CHAIR

Eén stoel, vier bandleden en ergens in de verte de geest van Visage.

★★★★☆ – 8/10

Sommige nummers nemen je onmiddellijk mee naar een andere tijd. Bij Imperial Teen hoef ik maar even te luisteren of ik sta alweer met één been in de jaren tachtig. En ergens in de verte hoor ik Visage. Dat had ik niet verwacht.

De Amerikaanse band Imperial Teen is bepaald geen nieuwkomer. Sinds de jaren negentig bewegen ze zich door het landschap van alternatieve pop, indie en new wave.

Toch blijven ze voor veel muziekliefhebbers een naam buiten de schijnwerpers.

Dat is jammer.

Want met A Single Chair herinneren ze me eraan dat goede popmuziek niet altijd groots hoeft te worden aangekondigd.

Wat me vooral aanspreekt, is de sfeer.

Er hangt iets eigenaardig vertrouwds rond het nummer. Een gevoel dat me terugbrengt naar de tijd waarin synthesizers nog een belofte voor de toekomst waren en artiesten met indrukwekkende kapsels op televisie verschenen.

Mijn eerste associatie is Visage.

Niet zozeer het monumentale Fade to Grey, maar vooral die koele, licht afstandelijke uitstraling van de vroege Britse new wave.

De muziek heeft voor mij iets van datzelfde gevoel: melodie met een klein beetje vervreemding.

Alsof je naar een vrolijk feestje kijkt, maar niet helemaal zeker weet waarom iedereen zo ernstig kijkt.

Dat is een combinatie waar ik gevoelig voor ben.

Imperial Teen heeft altijd een eigen plek ingenomen binnen de alternatieve pop. De band weet toegankelijkheid te combineren met een zekere eigenzinnigheid.

En dat is belangrijk.

Want retro klinken is tegenwoordig niet bijzonder moeilijk.

Je zet een synthesizer aan, kiest een geluid uit 1982 en voor je het weet sta je op een festivalposter tussen twintig andere bands die precies hetzelfde hebben bedacht.

Maar nostalgie alleen is geen kwaliteit.

Er moet ook een liedje onder zitten.

Bij A Single Chair is juist dat melodieuze karakter aantrekkelijk. De muziek roept herinneringen op zonder volledig afhankelijk te worden van het verleden.

De Visage-associatie geeft het nummer voor mij extra charme, al hoor ik ook verwantschap met de speelsere kant van The B-52's, de melodieuze new wave van The Human League en de alternatieve pop van The New Pornographers.

Het zijn vooral sfeerassociaties, geen beschuldiging van muzikale diefstal.

Daar hebben we tegenwoordig al genoeg juridische afdelingen voor.

Wat Imperial Teen onderscheidt, is de ontspannen manier waarop de band met popmuziek omgaat.

Er hoeft niet voortdurend een dramatische climax te komen. Het nummer mag gewoon bestaan op basis van melodie, karakter en een prettig eigenzinnige uitstraling.

Dat klinkt eenvoudiger dan het is.

Juist veel hedendaagse popmuziek lijkt voortdurend bang dat de luisteraar na vijftien seconden zijn aandacht verliest.

Dus moet er een effect bij.

Een extra beat.

Een refrein dat nog groter wordt.

En het liefst een fragment dat onmiddellijk geschikt is voor sociale media.

Imperial Teen lijkt zich daar minder druk over te maken.

Gelukkig.

A Single Chair hoeft niet op iedere stoel tegelijk te zitten.

Eentje is voldoende.

Toch heb ik ook een kanttekening.

Het nummer heeft een aantrekkelijke sfeer, maar mist voor mij nog net een werkelijk onvergetelijk moment.

Een melodische verrassing.

Een onverwachte muzikale draai.

Iets waardoor ik na afloop onmiddellijk opnieuw op afspelen druk.

Nu blijft vooral de prettige kennismaking hangen.

En dat is absoluut niet verkeerd.

Want een 8 betekent bij De Alternatieve Muziekman nog altijd dat er iets te genieten valt.

Niet iedere plaat hoeft de muziekgeschiedenis te herschrijven.

Soms is het voldoende om een paar minuten terug te keren naar een tijd waarin new wave nog nieuw was.

En waarin Steve Strange van Visage bewees dat je met voldoende make-up zelfs een synthesizer jaloers kon maken.

Imperial Teen zet één stoel neer.

Ik ga er graag even voor zitten.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ – 8/10

Melodie: ★★★★☆
New-wavegevoel: ★★★★½
Sfeer: ★★★★½
Originaliteit: ★★★★☆
Herbeluisterbaarheid: ★★★★☆
Jaren-tachtigfactor: ★★★★½

Plus: een aantrekkelijke retro-uitstraling, melodieuze alternatieve pop en een vleugje Visage.

Min: een echt verrassend muzikaal hoogtepunt ontbreekt voor een hogere waardering.

Voor liefhebbers van: Visage, The Human League, The B-52's en alternatieve pop met new-wave-invloeden.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆

Eindoordeel: A Single Chair is een fijne ontdekking waarin Imperial Teen een brug slaat tussen alternatieve pop en de sfeer van de vroege jaren tachtig. Eén stoel, een vleugje Visage en een prettig muzikaal uitstapje. Ik blijf nog even zitten. 8/10

https://youtu.be/5o_r2tgikC0?si=FzGrM8ios_PNubyu

FONTAINES D.C. & ROSALÍA – WHERE IS GONE?★★★★★ – 9,5/10




FONTAINES D.C. & ROSALÍA – WHERE IS GONE?

De hemel bestaat. En Fontaines D.C. heeft de sleutel gevonden.

★★★★★ – 9,5/10

Sommige bands blijven hun hele carrière hetzelfde kunstje herhalen. Fontaines D.C. doet het tegenovergestelde. Zodra je denkt dat je weet hoe ze klinken, gooien ze de deur naar een compleet andere muzikale wereld open.

En dit keer staat daar ROSALÍA.

Dat had ik een paar jaar geleden niet zien aankomen.

De Ierse postpunkband die ooit met rauwe gitaren en de karakteristieke stem van Grian Chatten de muziekwereld veroverde, werkt samen met een Spaanse zangeres die zich net zo weinig aantrekt van muzikale grenzen.

Het resultaat heet Where Is Gone?.

En wat mij betreft is het bijna hemelse muziek.

Niet omdat het nummer voortdurend indruk probeert te maken.

Integendeel.

Juist de beheersing maakt deze samenwerking bijzonder.

Waar Fontaines D.C. vroeger de spanning vooral uit gitaren, ritme en een zekere muzikale dreiging haalde, zoeken ze hier naar schoonheid in de ruimte tussen de noten.

De opening heeft iets filmisch. De strijkers geven het nummer een bijna klassieke grandeur, terwijl de akoestische gitaar voor een intiemer fundament zorgt.

Even waan ik me bij de opening van een James Bond-film.

Alleen ontbreekt de achtervolging.

Gelukkig maar.

Ik heb tegenwoordig meer behoefte aan goede muziek dan aan ontploffende auto's.

Dan komt Grian Chatten.

Zijn stem heeft nog altijd dat herkenbare donkere karakter, maar klinkt hier opvallend ingetogen.

Hij hoeft niet te bijten.

Hij hoeft niet te dreigen.

Hij mag gewoon zingen.

En vervolgens verschijnt ROSALÍA.

Haar stem vormt een prachtig contrast met die van Chatten. Waar hij de muziek aardt, geeft zij haar iets lichts en bijna ongrijpbaars.

Het is geen duet waarbij twee grote namen elkaar proberen te overtreffen.

Ze luisteren naar elkaar.

Ze laten ruimte.

En daardoor ontstaat er iets dat geen van beiden afzonderlijk op dezelfde manier had kunnen bereiken.

Dat vind ik misschien wel het mooiste aan Where Is Gone?.

Twee verschillende muzikale werelden ontmoeten elkaar zonder hun eigen karakter te verliezen.

Fontaines D.C. blijft herkenbaar.

ROSALÍA eveneens.

Maar samen ontdekken ze een gebied dat voor allebei nieuwe mogelijkheden biedt.

De productie van James Ford speelt daarin een belangrijke rol. De orkestrale arrangementen geven het nummer grandeur, maar de kwetsbaarheid van de stemmen blijft centraal staan.

Dat is een delicate balans.

Te veel strijkers en je belandt bij de soundtrack van een overdreven romantische film.

Te weinig spanning en het wordt achtergrondmuziek voor een luxe hotel.

Hier gebeurt geen van beide.

De muziek blijft emotioneel geladen zonder sentimenteel te worden.

En dat is knap.

Wie Fontaines D.C. alleen kent van Dogrel of A Hero's Death, zal zich misschien even achter de oren krabben.

Waar zijn de scherpe gitaren gebleven?

Waar is die rauwe energie?

Het antwoord is eenvoudig.

Een goede band hoeft niet voortdurend te bewijzen dat hij nog dezelfde band is.

De ontwikkeling van Skinty Fia naar Romance liet al horen dat Fontaines D.C. steeds avontuurlijker werd.

Met Where Is Gone? zetten ze opnieuw een stap.

Niet harder.

Niet sneller.

Maar dieper.

Het nummer verschijnt op het nieuwe album Dopamine Chamber, dat op 16 oktober uitkomt. Het is bovendien de eerste samenwerking met een gastzanger op een studioalbum van Fontaines D.C.

Dat maakt deze muzikale ontmoeting extra bijzonder.

Mijn kritiek?

Ik had graag gehoord dat de muziek tegen het einde nog iets verder openbrak.

Een moment waarop de orkestrale spanning volledig loskomt.

Maar misschien zou dat juist de magie verstoren.

Want de kracht van Where Is Gone? zit in wat de muziek níét doet.

Ze schreeuwt niet om aandacht.

Ze verdient die.

En ondertussen bewijst Fontaines D.C. iets wat maar weinig bands werkelijk lukt:

je kunt jezelf blijven door voortdurend te veranderen.

Ik ben inmiddels bijzonder benieuwd naar Dopamine Chamber.

Als dit de richting is waarin Fontaines D.C. zich ontwikkelt, staat ons nog heel wat moois te wachten.

En ROSALÍA?

Die mag wat mij betreft vaker langskomen.

Niet als commerciële versiering op een alternatieve plaat.

Maar als een volwaardige muzikale partner.

Want hier ontstaat iets wat verder gaat dan een interessante samenwerking.

Dit is schoonheid die je even stil krijgt.

En dat overkomt mij niet iedere dag.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★★ – 9,5/10

Zang en samenspel: ★★★★★
Melodie: ★★★★★
Orkestrale arrangementen: ★★★★★
Sfeer: ★★★★★
Emotie: ★★★★★
Originaliteit: ★★★★½
Herbeluisterbaarheid: ★★★★★

Plus: een schitterend duet, filmische strijkers, emotionele diepgang en een verrassend nieuwe muzikale richting.

Min: de orkestrale spanning had aan het einde nog iets nadrukkelijker mogen openbreken.

Voor liefhebbers van: Fontaines D.C., ROSALÍA, Radiohead, The Last Shadow Puppets en filmische alternatieve pop.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★

Eindoordeel: Where Is Gone? is een indrukwekkende samenwerking waarin Fontaines D.C. en ROSALÍA elkaar naar een hoger niveau tillen. Geen voorspelbare postpunk, maar een hemels duet vol schoonheid en melancholie. Fontaines D.C. slaat nieuwe wegen in. En ik loop voorlopig graag mee. 9,5/10.

https://youtu.be/3mb6YrCabso?si=FeREQVLZef9VHGqR

maandag 12 oktober 2026

DJANGO DJANGO & MAX POPE – FEEL ALRIGHT★★★★½ – 8,5/10





DJANGO DJANGO & MAX POPE – FEEL ALRIGHT

De wereld staat in brand. Django Django zet de ramen open.

★★★★½ – 8,5/10

Sommige dagen heb je behoefte aan muziek die je diep laat nadenken over het bestaan. En op andere dagen wil je gewoon een goed nummer horen zonder dat je na afloop een afspraak met een psycholoog moet maken.

Vandaag kies ik voor het laatste.

Django Django & Max Pope – Feel Alright.

Een titel die weinig ruimte laat voor misverstanden.

We gaan ons goed voelen.

Of we willen of niet.

En eerlijk gezegd werkt het.

Django Django behoort al jaren tot die bijzondere categorie Britse bands die zich weinig aantrekken van muzikale grenzen.

Indierock, elektronica, psychedelische pop en ritmische experimenten: bij deze groep mag alles door elkaar.

Dat levert niet altijd even toegankelijke muziek op.

Maar wanneer alle ingrediënten op hun plaats vallen, ontstaat er iets bijzonder aantrekkelijks.

Feel Alright is daar een uitstekend voorbeeld van.

Het nummer heeft een aangename lichtheid.

Geen zwaar aangezette emoties.

Geen ingewikkelde muzikale constructie waarbij je eerst de handleiding moet bestuderen.

Gewoon een aanstekelijke sfeer die vanaf het begin uitnodigt om mee te bewegen.

En dat is knapper dan het klinkt.

Want vrolijke muziek maken zonder oppervlakkig te worden, is een kunst op zichzelf.

De samenwerking met Max Pope past uitstekend bij die ontspannen uitstraling.

Zijn aanwezigheid geeft het nummer een toegankelijke, warme uitstraling die mooi aansluit bij de speelse muzikale wereld van Django Django.

Het resultaat is een combinatie van indiepop en een licht psychedelisch gevoel.

Een beetje retro.

Een beetje eigenzinnig.

En vooral bijzonder prettig.

Ik moest denken aan de vrolijkere kant van MGMT, een vleugje Metronomy en de speelse popgevoeligheid van Super Furry Animals.

Niet omdat Feel Alright een kopie van die groepen is, maar omdat het dezelfde muzikale vrijheid uitstraalt.

Het hoeft allemaal niet zo bloedserieus.

En dat is tegenwoordig bijna een revolutionaire gedachte.

Dan de videoclip.

Die is minstens zo leuk als het nummer zelf.

Wat mij aanspreekt, is vooral de speelse uitstraling. De beelden passen bij het opgewekte karakter van de muziek en maken de kennismaking nog plezieriger.

Soms krijg je bij een videoclip het gevoel dat de regisseur vooral zijn eigen artistieke belangrijkheid wil demonstreren.

Dan zit je na vier minuten naar een verlaten parkeergarage te kijken terwijl iemand in slow motion een sinaasappel vasthoudt.

Waarschijnlijk heel betekenisvol.

Maar ik wil eigenlijk gewoon muziek horen.

Bij Feel Alright versterken beeld en geluid voor mij juist het plezier.

En daardoor krijgt het nummer iets extra's.

Je hoort het niet alleen.

Je beleeft het ook.

Toch heb ik een kleine kanttekening.

Feel Alright is vooral een heerlijk ontspannen nummer. De compositie hoeft nergens echt diep te graven om zijn doel te bereiken.

Dat is tegelijkertijd de kracht en de beperking.

Wie zoekt naar de emotionele intensiteit van The National of de muzikale gelaagdheid van Radiohead, komt hier niet helemaal aan zijn trekken.

Maar waarom zou dat moeten?

Niet ieder nummer hoeft een existentiële crisis te veroorzaken.

Soms is het voldoende wanneer een liedje je humeur verbetert.

En daarin slaagt Feel Alright bijzonder goed.

Django Django bewijst opnieuw dat alternatieve muziek ook gewoon vrolijk mag zijn.

Zonder goedkoop te klinken.

Zonder overdreven commercieel te worden.

En zonder dat iemand zich daarvoor hoeft te verontschuldigen.

Feel Alright doet precies wat de titel belooft.

Ik voel me prima.

De videoclip maakt het nog leuker.

En de maandag is ineens een stuk aangenamer geworden.

Dat is toch een behoorlijke prestatie.

Zeker voor een nummer dat niet eens mijn energierekening betaalt.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 8,5/10

Melodie: ★★★★½
Feelgoodfactor: ★★★★★
Zang: ★★★★☆
Productie: ★★★★½
Originaliteit: ★★★★☆
Videoclip: ★★★★★
Herbeluisterbaarheid: ★★★★½

Plus: aanstekelijke indiepop, een ontspannen samenwerking met Max Pope en een bijzonder leuke videoclip.

Min: muzikaal blijft het vooral luchtig; een verrassender wending had het nummer nog sterker gemaakt.

Voor liefhebbers van: MGMT, Metronomy, Super Furry Animals en de speelse kant van Django Django.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★½

Eindoordeel: Feel Alright is een heerlijke feelgoodsingle waarbij Django Django en Max Pope elkaar uitstekend aanvullen. De videoclip maakt het plezier compleet. Niet iedere plaat hoeft je leven te veranderen. Soms is het al voldoende als je er een stuk vrolijker van wordt. 8,5/10.

https://youtu.be/ME38uNwNQ9Y?si=H2sSGdI9oyIcO5-A

GRETA VAN FLEET – BORN INTO THIS★★★★½ – 8,5/10



GRETA VAN FLEET – BORN INTO THIS

Als Midden-aarde een rockband had, heette die Greta Van Fleet.

★★★★½ – 8,5/10

Als Midden-aarde een rockband had, zou Greta Van Fleet waarschijnlijk het huisorkest zijn. Met Gandalf achter de mengtafel, Legolas op gitaar en Josh Kiszka als zanger die zelfs zonder microfoon de andere kant van het koninkrijk bereikt.

Alleen heb ik dit keer goed nieuws.

Josh Kiszka heeft ontdekt dat hij ook gewoon kan zingen.

En dat is een hele opluchting.

Want bij de vorige single had ik het gevoel dat hij voortdurend probeerde de hoogste noot uit de geschiedenis van de rockmuziek te bereiken.

Indrukwekkend?

Ongetwijfeld.

Aangenaam?

Niet altijd.

Het werd me simpelweg te veel.

Die voortdurende vocale acrobatiek ging ten koste van de muziek. Alsof iedere zanglijn een wedstrijd was waarbij Robert Plant persoonlijk de jury vormde.

Maar bij Born Into This gebeurt iets interessants.

Kiszka houdt zich meer in.

En plotseling hoor ik weer hoe goed Greta Van Fleet eigenlijk kan zijn.

Want laten we eerlijk zijn: deze band heeft muzikaal heel wat in huis.

De klassieke rockinvloeden zijn onmiddellijk herkenbaar. De stevige gitaren, het gevoel voor grote melodieën en de theatrale uitstraling brengen ons rechtstreeks terug naar de jaren zeventig.

Led Zeppelin blijft de belangrijkste vergelijking.

De vergelijking met Led Zeppelin is inmiddels ongeveer even verrassend als ontdekken dat een Amerikaanse rockband uit Michigan verliefd is op de Britse rockmuziek uit de jaren zeventig.

Maar dit keer stoort die vergelijking me nauwelijks.

Omdat de muziek beter in balans voelt.

Josh Kiszka hoeft niet voortdurend boven de instrumenten uit te stijgen. Zijn stem krijgt meer nuance, waardoor de melodie beter tot zijn recht komt.

En dat maakt een wereld van verschil.

Een zanger met zo'n uitzonderlijk bereik hoeft niet bij ieder nummer te demonstreren wat hij allemaal kan.

We weten het inmiddels.

De buren ook.

Waarschijnlijk zelfs de mensen drie straten verderop.

Wat mij vooral aanspreekt, is dat Greta Van Fleet hier nog steeds groots klinkt zonder voortdurend overdreven te worden.

De band behoudt zijn karakter.

Die bijna mystieke sfeer.

Die klassieke rockuitstraling.

Dat gevoel alsof je ergens door een berglandschap reist terwijl achter iedere rots een draak kan verschijnen.

Maar dit keer hoeft die draak niet iedere dertig seconden wakker geschreeuwd te worden.

Dat scheelt.

Muzikaal vind ik Born Into This daardoor een stuk prettiger dan de vorige single.

De aandacht verschuift van de vocale prestaties naar de compositie als geheel.

En precies daar hoort die aandacht te liggen.

Greta Van Fleet is tenslotte een band.

Geen begeleidingsorkest voor de stembanden van Josh Kiszka.

Mijn kritiek blijft dat de groep nog altijd erg nadrukkelijk in de schaduw van zijn grote voorbeelden opereert.

De Led Zeppelin-invloeden zijn onmiskenbaar en de theatrale aanpak kan soms wat voorspelbaar worden.

Ook zou ik graag horen dat Greta Van Fleet af en toe wat meer risico neemt met de muzikale structuur.

Maar dat zijn dit keer kleinere bezwaren.

Want de belangrijkste verbetering is duidelijk.

Minder vocaal geweld. Meer muziek.

En daardoor komt ook de emotie beter over.

Dat vind ik uiteindelijk veel belangrijker dan de vraag hoe hoog iemand kan zingen.

Een goede rockzanger moet je kunnen raken.

Niet alleen de glazen in de kast laten trillen.

Met Born Into This laat Greta Van Fleet horen dat grootsheid en beheersing prima kunnen samengaan.

En Josh Kiszka?

Die hoeft van mij echt niet voortaan uitsluitend zachtjes te zingen.

Af en toe mag hij best weer uithalen.

Maar liever als muzikaal hoogtepunt dan als permanente bedrijfstoestand.

Gandalf kan zijn oordoppen voorlopig weer opbergen.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 8,5/10

Zang: ★★★★½
Gitaarrock: ★★★★½
Melodie: ★★★★½
Energie: ★★★★★
Dynamiek: ★★★★½
Originaliteit: ★★★½☆
Midden-aarde-factor: ★★★★★

Plus: Josh Kiszka zingt beheerster, de compositie krijgt meer ruimte en de klassieke rocksound overtuigt.

Min: de Led Zeppelin-invloeden blijven nadrukkelijk aanwezig en muzikaal mag Greta Van Fleet nog avontuurlijker worden.

Voor liefhebbers van: Led Zeppelin, Rush, Queen en klassieke rock met een theatrale uitstraling.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★½

Eindoordeel: Born Into This is een welkome verbetering ten opzichte van de vorige single. Greta Van Fleet klinkt nog steeds alsof de band rechtstreeks uit Midden-aarde komt, maar Josh Kiszka heeft dit keer begrepen dat je niet iedere draak hoeft wakker te schreeuwen. Minder uithalen, meer zingen. En ineens hoor je weer hoe goed deze band is. 8,5/10.

https://youtu.be/vuMZV0O4pQY?si=7s6NFRZxMl-Df1-Y

DET ENDA HAVET – EN LITEN BIT AV KAKAN★★★★½ – 8,5/10



DET ENDA HAVET – EN LITEN BIT AV KAKAN

Een onbekende Zweedse band. En ergens in de verte hoor ik a-ha.

★★★★½ – 8,5/10

Het is maandag en mijn muzikale kennis heeft alweer een flinke deuk opgelopen. Det Enda Havet. Nog nooit van gehoord. Gelukkig is onbekendheid bij mij geen reden om een plaat over te slaan. Anders zou ik tegenwoordig weinig meer te luisteren hebben.

De titel is En liten bit av kakan.

Vrij vertaald: een klein stukje van de taart.

Dat klinkt gezellig.

Een kop koffie erbij, een Zweeds gebakje en we kunnen beginnen.

Alleen blijkt de muziek interessanter dan de titel doet vermoeden.

Wat een aangename verrassing.

Mijn eerste associatie is opvallend genoeg a-ha.

Niet de uitbundige, commerciële kant van Take On Me, maar de meer melancholische kant van de Noorse groep.

De sfeer van Hunting High and Low en de volwassen, ingetogen synthpop die Morten Harket en zijn collega's later maakten.

Die vergelijking zit vooral in het melodieuze karakter en de Scandinavische gevoeligheid die ik erin herken.

Er hangt iets weemoedigs rond het nummer.

En dat vind ik aantrekkelijk.

Scandinavische popmuziek heeft vaker die bijzondere combinatie van schoonheid en melancholie.

Alsof de zon eindelijk doorbreekt, maar iemand voor de zekerheid toch zijn winterjas aanhoudt.

Bij Det Enda Havet werkt die sfeer goed.

Wat mij aanspreekt, is dat de muziek niet voortdurend probeert indruk te maken met grote gebaren. Het nummer vertrouwt op zijn melodische karakter en een herkenbare emotionele uitstraling.

Dat is een verstandige keuze.

Want een goede melodie blijft langer hangen dan een verzameling elektronische effecten die vooral moeten bewijzen dat de producer zijn apparatuur heeft betaald.

Ook de Zweedse taal geeft het nummer een eigen karakter.

Ik hoef niet ieder woord te begrijpen om door muziek geraakt te worden.

Sterker nog, soms is het misschien beter dat ik niet alles begrijp.

Er zijn genoeg Engelstalige popsongs waarvan de tekst een stuk minder indrukwekkend blijkt zodra je daadwerkelijk gaat luisteren.

Hier concentreer ik me vooral op de klank, de melodie en de sfeer.

En die combinatie bevalt me.

Naast a-ha hoor ik in mijn verbeelding ook iets van de melodieuze kant van Alphaville en de melancholische elektronische pop van Kent.

Niet omdat Det Enda Havet rechtstreeks op die groepen lijkt, maar omdat het nummer bij mij dezelfde muzikale belangstelling aanspreekt.

Dat lichte verlangen.

Die Scandinavische weemoed.

Een melodie die zich niet onmiddellijk opdringt, maar geleidelijk blijft hangen.

Precies het soort muziek waarvoor ik iedere week weer nieuwe namen opzoek.

Toch heb ik ook een kanttekening.

En liten bit av kakan overtuigt vooral door zijn sfeer. Voor een nog hogere waardering zou ik graag een uitgesprokener muzikaal hoogtepunt horen.

Een verrassende overgang of een melodische wending die het nummer boven zijn vertrouwde synthpopomgeving uittilt.

Nu blijft het vooral een mooie kennismaking.

Maar wel eentje die nieuwsgierig maakt.

Want dat is uiteindelijk het belangrijkste aan het ontdekken van nieuwe muziek.

Niet dat iedere onbekende band onmiddellijk een meesterwerk aflevert.

Maar dat je af en toe iets tegenkomt waardoor je denkt:

waarom kende ik dit nog niet?

Det Enda Havet heeft die vraag vandaag opgeroepen.

En daarmee is de maandag muzikaal alweer geslaagd.

Overigens blijft die titel me bezighouden.

Een klein stukje van de taart.

Dat is bescheiden.

Maar als de volgende single net zo goed is, mogen ze van mij gerust een groter stuk aansnijden.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 8,5/10

Melodie: ★★★★½
Sfeer: ★★★★★
Scandinavische melancholie: ★★★★★
Zang: ★★★★☆
Originaliteit: ★★★★☆
Herbeluisterbaarheid: ★★★★½

Plus: een aantrekkelijke melodieuze sfeer, een eigen karakter door de Zweedse taal en een vleugje a-ha-achtige melancholie.

Min: een duidelijker muzikaal hoogtepunt had het nummer nog memorabeler gemaakt.

Voor liefhebbers van: a-ha, Alphaville, Kent en Scandinavische melodieuze pop.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★½

Eindoordeel: En liten bit av kakan is een verrassend prettige kennismaking met Det Enda Havet. Een onbekende naam, een mooie melodie en een sfeer die me in de verte aan a-ha doet denken. Een klein stukje taart? Prima. Maar na deze eerste kennismaking lust ik best nog een tweede. 8,5/10.

https://youtu.be/aLq9FajRCA0?si=UdvaTVckb9pSt-2u

THE GUEST LIST – SICK ANIMAL★★★★½ – 8,5/10



THE GUEST LIST – SICK ANIMAL

Geen idee wie ze zijn. Maar de maandag is alvast gered.

★★★★½ – 8,5/10

Het is maandagochtend. De week moet nog beginnen en ik heb alweer een band ontdekt waarvan ik nog nooit had gehoord. Mijn muzikale kennis blijkt opnieuw minder indrukwekkend dan ik zelf dacht.

De band heet The Guest List.

Het nummer Sick Animal.

Niet bepaald een titel die uitnodigt tot een vrolijk ontbijt.

Maar na de eerste kennismaking ben ik aangenaam verrast.

Wat een fijne ontdekking.

Er zijn van die nummers waarbij je onmiddellijk denkt: hier wil ik meer van horen.

Niet omdat alles perfect is.

Maar omdat er iets gebeurt.

Een bepaalde spanning.

Een sfeer die je niet direct kunt plaatsen.

Een geluid dat zich niet helemaal aan de gebruikelijke regels houdt.

En bij Sick Animal krijg ik dat gevoel.

Sterker nog: ergens in de verte hoor ik Radiohead.

Niet de Radiohead van de grote stadionrefreinen, maar de band die op The Bends en OK Computer liet horen dat alternatieve gitaarmuziek ook ongemakkelijk, grillig en emotioneel kon zijn.

Die vergelijking zit voor mij vooral in de sfeer.

Een zekere onrust.

Een melodische spanning.

Het gevoel dat er achter een ogenschijnlijk gewoon liedje iets minder gewoons schuilgaat.

Dat vind ik interessant.

Want veel nieuwe indiebandjes klinken tegenwoordig alsof ze allemaal dezelfde cursus hebben gevolgd.

Les één: koop een gitaar.

Les twee: luister naar Arctic Monkeys.

Les drie: schrijf een nummer over vervreemding.

Les vier: laat je fotograferen tegen een bakstenen muur.

Diploma binnen.

The Guest List weet gelukkig meer nieuwsgierigheid op te roepen.

Sick Animal heeft een aantrekkelijke combinatie van melodie en spanning. De muziek voelt toegankelijk, maar niet overdreven gepolijst.

Er zit voldoende karakter in om mijn aandacht vast te houden.

En vooral: het nummer klinkt niet alsof iedere scherpe rand vooraf door een marketingafdeling is verwijderd.

Dat helpt.

Ik hou van gitaarmuziek die een beetje mag schuren.

Niet alles hoeft netjes op zijn plaats te vallen.

Soms is juist dat licht ongemakkelijke gevoel de reden waarom een nummer blijft hangen.

De Radiohead-associatie is overigens een compliment met een kleine waarschuwing.

Want wie zich muzikaal in de buurt van Thom Yorke en zijn collega's begeeft, krijgt automatisch te maken met een behoorlijk hoge lat.

En laten we eerlijk zijn: Radiohead heeft die lat inmiddels op een plaats gelegd waar de meeste bands een ladder voor nodig hebben.

The Guest List hoeft daar niet onmiddellijk overheen.

Maar ik hoor wel mogelijkheden.

Vooral omdat Sick Animal niet uitsluitend op een pakkende melodie vertrouwt. Het nummer heeft ook een eigenzinnige uitstraling die uitnodigt tot een tweede luisterbeurt.

En daarna een derde.

Dat is voor mij altijd een goed teken.

Mijn kritiek?

Die zit in de verdere ontwikkeling van het geluid.

De invloed van de Britse alternatieve rocktraditie is herkenbaar. Om echt boven het grote aanbod nieuwe gitaarbands uit te stijgen, zal The Guest List nog nadrukkelijker een eigen muzikale handtekening moeten ontwikkelen.

Ik mis bovendien net dat ene moment waarop een goed nummer verandert in iets uitzonderlijks.

Een onverwachte wending die me volledig uit mijn stoel trekt.

Hoewel ik op maandagochtend misschien ook niet onmiddellijk uit mijn stoel getrokken wil worden.

Een beetje beschaving mag.

Maar verder heb ik weinig te klagen.

Sick Animal is precies het soort ontdekking waarvoor ik iedere week weer nieuwe muziek beluister.

Een onbekende naam.

Geen verwachtingen.

En vervolgens een nummer dat blijft hangen.

Zo mag iedere maandag beginnen.

The Guest List staat vanaf vandaag in ieder geval op mijn muzikale gastenlijst.

En dat is een stuk exclusiever dan het klinkt.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 8,5/10

Gitaarmuziek: ★★★★½
Melodie: ★★★★½
Sfeer: ★★★★★
Spanning: ★★★★½
Originaliteit: ★★★★☆
Herbeluisterbaarheid: ★★★★½

Plus: spannende alternatieve gitaarmuziek, een aantrekkelijke melodie en een vleugje Radiohead zonder dat het een rechtstreekse kopie wordt.

Min: de eigen muzikale identiteit mag nog duidelijker naar voren komen.

Voor liefhebbers van: Radiohead, The Smile, Editors en alternatieve Britse gitaarmuziek.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★½

Eindoordeel: Sick Animal is een bijzonder aangename eerste kennismaking met The Guest List. Een nummer met sfeer, spanning en voldoende karakter om nieuwsgierig te maken naar meer. De band kende ik niet. De maandag was nog jong. Inmiddels is mijn muzikale gastenlijst weer een naam langer. 8,5/10.

https://youtu.be/Cr_Kt09r-6M?si=3BgL071zdLw6BIa8

zondag 11 oktober 2026

THE SWELL – NEW DAY★★★★½ – 8,5/10




THE SWELL – NEW DAY

De eerste moest groeien. De tweede staat meteen overeind.

★★★★½ – 8,5/10

Soms schrijf je een recensie en hoor je er nooit meer iets van. En soms krijg je ineens een bericht van de artiest zelf. Dat laatste is voor een muziekrecensent toch iets aangenamer dan een rekening van de energieleverancier.

Ben van The Swell stuurde me een bericht.

Hij had mijn recensie van Heathlands gelezen en vond vooral mijn muzikale zoektocht vermakelijk.

Want bij die eerste single was ik niet onmiddellijk overtuigd.

Het kwartje moest vallen.

En zoals dat met sommige kwartjes gaat, duurde dat even.

Maar uiteindelijk viel het.

Ben vertelde dat The Swell inmiddels een tweede single had uitgebracht: New Day.

Een iets andere kant van de band.

Directer.

Energieker.

Of ik misschien wilde luisteren?

Nou, vooruit dan.

Het leven van een muziekrecensent bestaat tenslotte uit zware verplichtingen.

En verdraaid: dit is goed.

Waar Heathlands tijd nodig had om zich aan mij te presenteren, komt New Day veel sneller binnen.

Wat mij vooral aanspreekt, is die heerlijke volle sound.

Geen dunne gitaarmuziek waarbij je het gevoel krijgt dat de helft van de band nog onderweg is naar de repetitieruimte.

Nee.

Hier staat een geluid dat overtuigt.

De muziek heeft body, de melodie krijgt voldoende ruimte en het geheel straalt een aangename energie uit.

Dat is precies wat ik graag hoor bij alternatieve gitaarmuziek.

Een band hoeft niet voortdurend harder te spelen om krachtig te klinken.

Het gaat om de samenhang.

Om de manier waarop instrumenten elkaar aanvullen.

En om een productie die het geluid ondersteunt in plaats van het volledig glad te strijken.

Bij New Day is die balans bijzonder aantrekkelijk.

Ik hoor een duidelijke verwantschap met de Britse indierocktraditie.

Dat gevoel van melodieuze gitaren, een stevig fundament en een refrein dat niet eerst een uitgebreide schriftelijke toelichting nodig heeft.

De sfeer roept bij mij associaties op met de toegankelijkere kant van Editors, een vleugje The Boxer Rebellion en de melodieuze kracht van Britse gitaarbands uit de jaren nul.

Niet dat The Swell die groepen probeert te kopiëren.

Het is vooral de muzikale instelling die me aanspreekt.

Een goed liedje mag gewoon goed klinken.

Daar hoeven niet onmiddellijk zeven experimentele geluidseffecten en een ingewikkeld artistiek manifest bij.

Wat New Day bovendien sterker maakt dan mijn eerste kennismaking met The Swell, is de directheid.

De muziek lijkt minder omwegen nodig te hebben.

Je hoeft niet eerst drie luisterbeurten te investeren voordat de compositie haar kwaliteiten prijsgeeft.

Dat betekent overigens niet dat Heathlands minderwaardig is.

Sommige nummers hebben tijd nodig.

Andere schudden je meteen de hand.

New Day behoort tot die laatste categorie.

Mijn kritiek?

Die zit vooral in de originaliteit.

The Swell beweegt zich in een muzikaal landschap waar al heel wat uitstekende Britse gitaarbands rondlopen.

Daarin moet je uiteindelijk een eigen gezicht ontwikkelen.

En hoewel de volle sound en de melodische kwaliteit me overtuigen, mis ik nog net dat ene onverwachte element dat de band onmiddellijk herkenbaar maakt.

Een verrassende overgang.

Een ongebruikelijke melodische wending.

Of een moment waarop de muziek even buiten de vertrouwde lijnen kleurt.

Dat zou New Day van een heel goed nummer naar een echte uitschieter kunnen tillen.

Maar laten we niet moeilijker doen dan nodig is.

Dit is pas mijn tweede kennismaking met The Swell.

En de ontwikkeling is interessant.

Heathlands moest me langzaam overtuigen.

New Day heeft daar aanzienlijk minder tijd voor nodig.

Dat is vooruitgang.

En als de volgende single opnieuw zo'n stap zet, kan het nog bijzonder leuk worden.

Ben, bedankt voor het bericht.

Maar vooral bedankt voor de muziek.

Want een vriendelijke e-mail is prettig.

Een goede single is beter.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 8,5/10

Gitaar- en bandsound: ★★★★★
Melodie: ★★★★½
Energie: ★★★★½
Productie: ★★★★½
Originaliteit: ★★★★☆
Herbeluisterbaarheid: ★★★★½

Plus: een heerlijke volle sound, overtuigende energie en een directere muzikale aanpak dan bij Heathlands.

Min: de Britse indie-invloeden zijn herkenbaar; een verrassender muzikaal detail zou de eigen identiteit verder versterken.

Voor liefhebbers van: Editors, The Boxer Rebellion en melodieuze Britse indierock.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★½

Eindoordeel: New Day laat een energiekere kant van The Swell horen. De volle sound overtuigt en de melodie komt direct binnen. Bij Heathlands moest het kwartje nog vallen. Bij New Day kon ik het gewoon in mijn zak houden. 8,5/10.

https://youtu.be/899VaoiCp1o?si=6H2NNz9fxGWr2B6r

GIRL IN RED – BLUE★★★★½ – 8,5/10



GIRL IN RED – BLUE

Blauw staat haar uitstekend.


Sommige artiesten hebben een compleet orkest nodig om indruk te maken. Marie Ulven heeft aan een goed liedje genoeg. Dat scheelt aanzienlijk in de personeelskosten.

De Noorse singer-songwriter achter girl in red heeft inmiddels een herkenbare plaats veroverd binnen de alternatieve popmuziek. Haar nummers bewegen zich tussen indierock, slaapkamerpop en persoonlijke ontboezemingen. Soms uitbundig, soms ongemakkelijk direct.

Met Blue kiest ze voor de gevoeligere kant van haar muzikale karakter.

En dat bevalt me uitstekend.

Wat meteen opvalt, is de manier waarop Ulven haar stem gebruikt. Geen overdreven uithalen of vocale versieringen. Ze zingt met een vanzelfsprekendheid die het nummer een persoonlijke uitstraling geeft.

Het klinkt alsof ze iets vertelt dat eigenlijk niet voor iedereen bestemd is.

En juist daardoor blijf je luisteren.

De melodie is toegankelijk zonder goedkoop te worden. Er zit een natuurlijke beweging in die het nummer prettig laat voortgaan. De begeleiding ondersteunt de zang, zonder voortdurend om aandacht te vragen.

Dat lijkt eenvoudig.

Maar wie regelmatig naar nieuwe muziek luistert, weet dat eenvoud en saaiheid gevaarlijk dicht bij elkaar kunnen liggen.

Girl in red blijft aan de goede kant van die grens.

De titel Blue past bovendien uitstekend bij de sfeer.

Niet omdat we hier te maken hebben met een muzikale depressie op doktersrecept, maar vanwege de weemoed die door het nummer loopt.

Het is dat typische gevoel van terugdenken aan iets wat ooit mooi was, terwijl je inmiddels weet dat het voorbij is.

Een emotie die zich moeilijk laat uitleggen.

Gelukkig bestaat daar muziek voor.

Ik hoor verwantschap met de intimiteit van Phoebe Bridgers en de dromerige gevoeligheid van The Japanese House. Ook de ingetogen kant van Daughter komt in gedachten.

Toch heeft Ulven voldoende eigenheid om niet in die vergelijkingen te verdwijnen.

Vooral haar directe manier van zingen geeft Blue karakter.

Waar sommige singer-songwriters hun verdriet zo uitvoerig presenteren dat je bijna verwacht een factuur voor emotionele dienstverlening te ontvangen, houdt girl in red het overzichtelijk.

Dat waardeer ik.

Ook de productie past bij die benadering. De muziek krijgt ruimte en de verschillende elementen staan elkaar niet in de weg. Het nummer hoeft niet voortdurend groter te worden om interessant te blijven.

Maar helemaal kritiekloos ben ik niet.

Blue speelt muzikaal behoorlijk op veilig.

De melodie is mooi, de uitvoering overtuigend en de sfeer klopt. Toch ontbreekt die ene onverwachte wending die een goed nummer naar een hoger niveau tilt.

Een scherpere dynamische verandering of een opvallender muzikaal detail had voor meer spanning kunnen zorgen.

Nu blijft het vooral een verzorgde, aangename compositie.

En dat is voldoende voor een ruime acht.

Maar nog niet voor een negen.

Wat mij uiteindelijk overtuigt, is dat Ulven niet probeert iets anders te zijn dan ze is. Ze maakt muziek vanuit haar eigen gevoelswereld en vertrouwt erop dat de luisteraar daarin meegaat.

Geen ingewikkeld concept.

Geen overdreven effectbejag.

Een goede melodie, een herkenbare stem en een overtuigende uitvoering.

Meer heeft Blue niet nodig.

Blauw staat girl in red uitstekend. Al zal haar artiestennaam voorlopig wel blijven.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 8,5/10

Zang: ★★★★½
Melodie: ★★★★½
Productie: ★★★★☆
Sfeer: ★★★★★
Originaliteit: ★★★★☆
Emotionele zeggingskracht: ★★★★½

Plus: sterke melodie, persoonlijke zang en een verzorgde, ingetogen uitvoering.

Min: de muzikale ontwikkeling is wat voorspelbaar. Een onverwachte wending had het nummer extra karakter gegeven.

Voor liefhebbers van: Phoebe Bridgers, The Japanese House en Daughter.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★½

Eindoordeel: Blue is een overtuigende indiepopcompositie waarin girl in red haar sterke kanten laat horen. De melodie blijft hangen, de zang heeft karakter en de productie geeft het nummer voldoende ruimte. Een beetje meer muzikaal avontuur had gemogen. Maar voor een mooi nummer hoef je niet altijd het wiel opnieuw uit te vinden. 8,5/10.

https://youtu.be/p0-pdE1GmUA?si=UrzngrNSPwhq_ZUm