Dreiklangsdimension van Rheingold is precies het soort cultklassieker waardoor je begrijpt waarom de Neue Deutsche Welle zoveel leuker was dan de meeste mensen zich herinneren. Terwijl de halve wereld in het begin van de jaren tachtig nog dacht dat synthesizers vooral handig waren om rare piepjes te maken, liep Rheingold al rond alsof ze net uit de toekomst waren gevallen.
“Dreiklangsdimension” klinkt nog steeds alsof iemand in 1980 besloot dat popmuziek vooral vreemd, koel en een beetje ongemakkelijk moest zijn. Die monotone zang, die stugge beat, die synths die klinken alsof ze rechtstreeks uit een Oost-Duits laboratorium zijn gerold. Het nummer heeft iets afstandelijks, maar tegelijk ook iets onweerstaanbaar fascinerends. Alsof je naar een kunstproject luistert dat per ongeluk een hit had kunnen worden.
Dat is ook meteen waarom dit zo’n cultklassieker is geworden. “Dreiklangsdimension” doet niets om aardig gevonden te worden. Geen warm refrein, geen grote emotie, geen moment waarop iemand denkt: laten we dit wat toegankelijker maken voor de radio. Nee, Rheingold houdt het strak, koel en bijna klinisch. En juist daardoor blijft het hangen.
Muzikaal zit het ergens tussen Kraftwerk, DAF en de meer kunstzinnige kant van Ultravox. Het heeft die typische NDW-sfeer waarin alles klinkt alsof het gemaakt is in een grijze ruimte vol rook, tl-licht en mensen die elkaar nooit aankijken.
Sterren: ★★★★★
Cijfer: 9,0
Hitpotentie: 5,4
“Dreiklangsdimension” bewijst vooral dat sommige nummers niet bedoeld zijn om gezellig te zijn. Ze zijn bedoeld om cool te zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten