woensdag 21 oktober 2026

BENJAMIN INGROSSO – CLICHÉ★★★½ – 7/10




BENJAMIN INGROSSO – CLICHÉ

Te veel suiker is ongezond. Maar soms smaakt het heerlijk!

★★★½ – 7/10

Cliché. Wat een perfecte titel voor dit nummer van Benjamin Ingrosso. Een beetje jaren zeventig, een flinke scheut romantiek en een productie die zo glad is dat je er bijna op uitglijdt. Ik hoor iets van Gilbert O'Sullivan. Niet zozeer in de stem, maar vooral in de sfeer. Dit is muziek die uitstekend past bij Omroep MAX of Sky Radio. Normaal gesproken niet mijn favoriete muzikale omgeving. Maar eerlijk is eerlijk: soms heb ik gewoon zin in iets zoets.

En Benjamin Ingrosso heeft de suikerpot gevonden.

De Zweedse zanger kennen we natuurlijk van het Eurovisie Songfestival van 2018, waar hij met Dance You Off de zevende plaats behaalde.

Sindsdien heeft hij zich ontwikkeld tot een veelzijdige popartiest met een duidelijke liefde voor klassieke popmuziek.

Met zijn album Pink Velvet Theatre uit 2024 liet hij al horen dat de jaren zeventig nog lang niet uit zijn muzikale systeem verdwenen zijn.

En gelukkig maar.

Want ik hou best van die periode.

Van prachtige melodieën, verzorgde arrangementen en liedjes die niet afhankelijk zijn van een elektronische beat om overeind te blijven.

Met Cliché krijgen we opnieuw een flinke dosis nostalgie.

Het nummer verscheen op 16 oktober, als onderdeel van de EP Mommy's Boy. Een voorproefje van zijn nieuwe album Baby Don't Say That, I'm Sensitive, dat in maart 2027 verschijnt.

En de titel is veelzeggend.

Want Cliché klinkt alsof iemand een doos met oude popplaten heeft geopend en daar een eigentijdse productie overheen heeft gelegd.

Ik hoor vooral de sfeer van Gilbert O'Sullivan.

Die warme, licht sentimentele popmuziek waarin melodie en romantiek belangrijker zijn dan muzikale vernieuwing.

Denk aan de periode van Clair en Alone Again (Naturally).

Niet omdat Ingrosso hetzelfde zingt.

Zijn stem is anders, moderner en wat gepolijster.

Maar de muzikale benadering roept bij mij een vergelijkbaar gevoel op.

Een beetje nostalgie.

Een beetje weemoed.

En behoorlijk veel suiker.

Het is muziek die je bijna met een gebaksvorkje zou moeten beluisteren.

Toch zit er achter de vriendelijke verpakking een minder vrolijk verhaal.

Ingrosso zingt over een relatie die voorbij is en de vraag of hij zelf iets anders had kunnen doen.

Had hij de afloop kunnen veranderen?

Had hij iets moeten zeggen?

Of juist iets niet moeten zeggen?

Dat zijn herkenbare gedachten.

Wie ooit een relatie heeft zien eindigen, weet hoe gemakkelijk je achteraf blijft zoeken naar antwoorden.

En misschien is dat wel het interessantste aan Cliché.

De muziek klinkt vriendelijk en toegankelijk, terwijl de tekst draait om spijt en twijfel.

Een tegenstelling die klassieke popmuziek vaak zo aantrekkelijk maakt.

Maar muzikaal blijft Benjamin wel erg keurig binnen de lijntjes.

De productie is verzorgd, de melodie aangenaam en de zang overtuigend.

Alleen mis ik wat eigenzinnigheid.

Een onverwachte wending.

Een moment waarop hij de luisteraar werkelijk verrast.

Het klinkt allemaal bijzonder professioneel.

Misschien zelfs iets té professioneel.

Alsof iedere muzikale oneffenheid zorgvuldig is weggepoetst.

En dat vind ik jammer.

Want juist die kleine imperfecties kunnen een liedje karakter geven.

Gilbert O'Sullivan had dat bijvoorbeeld wel.

Zijn muziek kon behoorlijk sentimenteel zijn, maar bevatte vaak ook iets eigenaardigs, iets onvoorspelbaars.

Bij Ingrosso blijft het allemaal wat veiliger.

En toch betrap ik mezelf erop dat ik het nummer best aardig vind.

Dat is het merkwaardige.

Ik kan allerlei muzikale bezwaren bedenken, maar ondertussen geniet ik gewoon van die warme melodie en de nostalgische sfeer.

Misschien hoeft niet ieder liedje ingewikkeld te zijn.

Misschien hoeft niet iedere artiest de popmuziek opnieuw uit te vinden.

Soms mag een nummer gewoon aangenaam klinken.

Zoals een kop koffie met een veel te groot stuk appeltaart.

Je weet dat je eigenlijk genoeg hebt gehad.

Maar dat laatste hapje neem je toch.

Heb ik kritiek?

Jazeker.

De productie is me te glad, de muzikale verrassingen zijn schaars en de sentimentele sfeer wordt soms wel erg nadrukkelijk aangezet.

Maar ik vind het ook een charmant nummer.

En dat mag best.

Want mijn muzikale smaak bestaat gelukkig niet uitsluitend uit donkere synthesizers, melancholische indierock en ingewikkelde arrangementen.

Af en toe mag er best een beetje commerciële pop tussendoor.

Zolang er maar een goede melodie in zit.

En die heeft Benjamin Ingrosso gelukkig wel.

Cliché is geen meesterwerk. Maar het is ook geen nummer dat ik onmiddellijk wil overslaan.

Daarvoor klinkt het te aangenaam.

Te verzorgd.

En misschien ook wel iets te vertrouwd.

Een zeven lijkt me daarom een passend cijfer.

Benjamin Ingrosso serveert een muzikale suikerbom. Niet iets voor iedere dag, maar af en toe smaakt zo'n zoetigheid verrassend lekker.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★½ – 7/10

Zang: ★★★★☆
Melodie: ★★★★☆
Productie: ★★★½
Originaliteit: ★★½
Nostalgische sfeer: ★★★★½
Herbeluisterbaarheid: ★★★½

Plus: aangename melodie, warme jarenzeventigsfeer en een sympathieke nostalgische uitstraling.

Min: te glad geproduceerd, weinig verrassingen en af en toe behoorlijk sentimenteel.

Voor liefhebbers van: Gilbert O'Sullivan, Leo Sayer, Billy Joel, Elton John en toegankelijke jarenzeventigpop.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★☆☆ – Misschien een bescheiden notering, maar geen grote kanshebber.

Eindoordeel: Cliché doet zijn titel alle eer aan. Benjamin Ingrosso levert verzorgde, nostalgische pop die soms wel erg zoet klinkt, maar dankzij de melodie toch weet te charmeren.

Omroep MAX mag de koffie inschenken. Sky Radio zet de muziek aan. En ik neem voor deze ene keer nog een extra suikerklontje.

7/10 – DRIEËNHALVE STER.

https://youtu.be/drn1mvPinUY?si=l7hy9TX42h8o4bZO

OH WONDER – MAD WORLD★★★★½ – 9/10



OH WONDER – MAD WORLD

Een beetje lief, een beetje donker. En juist daarom zo mooi.

★★★★½ – 9/10

Wat is dit toch voor een muzikale dag? Eerst verrast Warhaus me met een dreigende elektronische sound die aan Underworld en The Prodigy doet denken. En nu komt Oh Wonder met Mad World. Opnieuw een verandering van sfeer, maar ditmaal een heel andere. De wereld is donker, de muziek klinkt liefdevol en ergens tussen die twee uitersten ontstaat iets bijzonders. Wat een aangename verrassing!

Oh Wonder is terug.

Na vier jaar zonder volledig nieuwe muziek laten Josephine en Anthony Vander West weer van zich horen.

En dat werd tijd.

Het Britse duo heeft altijd een bijzonder talent gehad voor melodieuze indiepop waarin hun stemmen prachtig samenvloeien. Geen muzikale krachtpatserij, maar liedjes die je langzaam weten te veroveren.

Met Mad World klinkt die vertrouwde intimiteit nog altijd door.

Maar er is iets veranderd.

De muziek voelt serieuzer. Volwassener misschien.

Dat heeft alles te maken met de wereld waarin we tegenwoordig leven.

Oorlogen, klimaatverandering, kunstmatige intelligentie en een samenleving die soms volledig de weg kwijt lijkt.

Josephine en Anthony schreven het nummer als reactie op die onrust.

En dat hoor je terug.

Mad World is geen vrolijk liefdesliedje. Het is een liefdesliedje voor een wereld die behoorlijk in de war is.

De opening is prachtig ingetogen.

Een piano legt de basis, waarna de stemmen van Josephine en Anthony elkaar vinden.

Dat blijft voor mij de grootste kracht van Oh Wonder.

Twee stemmen die afzonderlijk mooi zijn, maar samen iets extra's krijgen.

De zang klinkt kwetsbaar en warm, alsof ze elkaar proberen gerust te stellen.

Daarna komen de drums en de bas erbij.

Niet opdringerig, maar precies genoeg om het nummer vooruit te helpen.

En dan die strijkers.

Die geven de muziek een prachtige emotionele verdieping.

De arrangementen groeien zonder dat de intimiteit verloren gaat.

Dat vind ik knap.

Want bij veel moderne popmuziek lijkt de producer voortdurend bang dat de luisteraar na twintig seconden zijn aandacht verliest.

Dus moet alles groter.

Harder.

Sneller.

Bij Oh Wonder gebeurt het tegenovergestelde.

Ze vertrouwen op hun melodie.

En op hun stemmen.

Gelukkig maar.

Ik hoor iets van de melancholische schoonheid van London Grammar, de warmte van The Paper Kites en de gevoelige kant van The Slow Show.

Maar het blijft vooral herkenbaar Oh Wonder.

Het bijzondere aan Mad World is de tegenstelling tussen de tekst en de muziek.

De woorden beschrijven een wereld vol onzekerheid.

De muziek biedt juist troost.

Alsof iemand tijdens een flinke storm een deur voor je opent en zegt dat je binnen mag komen.

Even opwarmen.

Even bijkomen.

De problemen verdwijnen natuurlijk niet.

Maar je staat er tenminste niet alleen voor.

En precies daarin zit de schoonheid van dit nummer.

Oh Wonder probeert de ellende niet weg te poetsen met een opgewekt refreintje.

Ze erkennen dat de wereld soms behoorlijk angstaanjagend kan zijn.

Maar weigeren om de hoop op te geven.

Dat vind ik een mooie gedachte.

Zeker in een tijd waarin cynisme bijna een nationale hobby lijkt te zijn geworden.

Iedereen heeft overal een mening over.

Bij voorkeur een boze.

En liefst voordat iemand anders is uitgesproken.

Oh Wonder kiest voor een andere benadering.

Niet schreeuwen.

Niet beschuldigen.

Maar proberen elkaar vast te houden.

Misschien klinkt dat eenvoudig.

Maar eenvoud is niet hetzelfde als oppervlakkigheid.

Heb ik kritiek?

Een klein beetje.

Ik had graag nog één verrassende muzikale wending gehoord. Een onverwacht instrumentaal moment dat het nummer nog wat meer spanning geeft.

De melodie blijft grotendeels binnen de vertrouwde Oh Wonder-formule.

Maar eerlijk gezegd stoort me dat nauwelijks.

Want de emotionele overtuigingskracht is groot.

En de combinatie van piano, strijkers en die twee prachtige stemmen maakt veel goed.

Bovendien vind ik het mooi dat het duo na vier jaar niet terugkomt met een geforceerde poging om modern of hip te klinken.

Ze hebben gewoon een liedje geschreven dat iets te vertellen heeft.

Dat is tegenwoordig al verrassend genoeg.

Na Warhaus is dit de tweede artiest die me vandaag laat horen dat muzikale verandering niet altijd betekent dat je jezelf volledig opnieuw moet uitvinden.

Bij Warhaus wordt de muziek donkerder en dreigender.

Bij Oh Wonder krijgt de vertrouwde zachtheid een serieuzere ondertoon.

Twee verschillende benaderingen.

Maar allebei overtuigend.

Mad World is een prachtig evenwicht tussen licht en donker, angst en hoop, verdriet en liefde.

En misschien hebben we juist zulke liedjes nodig.

Niet om de wereld te veranderen.

Maar om ons eraan te herinneren dat er nog altijd iets moois in bestaat.

Oh Wonder zingt over een gekke wereld. En maakt die wereld voor drie minuten een beetje mooier.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 9/10

Zang: ★★★★★
Melodie: ★★★★½
Arrangement: ★★★★½
Emotie: ★★★★★
Originaliteit: ★★★★☆
Herbeluisterbaarheid: ★★★★½

Plus: de prachtige samenzang, warme piano, sfeervolle strijkers en de sterke tegenstelling tussen een donkere wereld en een hoopvolle boodschap.

Min: muzikaal had één onverwachte wending het nummer nog interessanter gemaakt.

Voor liefhebbers van: London Grammar, The Paper Kites, The Slow Show, Daughter en de rustige kant van CHVRCHES.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★ – Een serieuze kandidaat voor de top 5.

Eindoordeel: Mad World is een indrukwekkende terugkeer van Oh Wonder. De muziek is liefdevol, de boodschap serieus en de uitvoering bijzonder stijlvol.

Warhaus liet vandaag de duisternis dansen. Oh Wonder doet er voorzichtig een lampje bij aan.

9/10 – VIERENHALVE STER.https://youtu.be/uWA__e3T5ig?si=5OL8-LjQ7kmNcAoa

WARHAUS – ONE DAY★★★★½ – 9/10





WARHAUS – ONE DAY

Warhaus 2.0: alsof Underworld en The Prodigy op bezoek komen bij Maarten Devoldere

★★★★½ – 9/10

Wat is er toch met Maarten Devoldere gebeurd? Heeft iemand zijn vertrouwde instrumenten verstopt en hem opgesloten in een donkere technoclub? Met One Day laat Warhaus opnieuw horen dat zijn muzikale wereld behoorlijk aan het veranderen is. De elegante melancholie heeft plaatsgemaakt voor dreigende elektronica, zware bassen en een bijna bezeten ritme. En eerlijk gezegd? Ik vind deze Warhaus 2.0 steeds interessanter worden.

Ik volg Warhaus al jaren met veel plezier.

Die prachtige, donkere stem van Devoldere. Zijn soms bijna achteloze manier van zingen. De elegante arrangementen, waarin je invloeden hoort van Leonard Cohen, Serge Gainsbourg en Nick Cave.

Een muzikale wereld waarin melancholie en verleiding elkaar voortdurend ontmoeten.

Maar kennelijk vond Devoldere het tijd voor iets anders.

Zijn vijfde studioalbum The Donkey, dat op 15 januari 2027 verschijnt, belooft een behoorlijk elektronische koerswijziging.

Dat hoorden we al op The Baby.

Een experimenteel nummer dat me aanvankelijk behoorlijk verraste.

Vervolgens kwam Simple Pleasures, waarmee Warhaus een prachtige plaats veroverde in mijn INDIE TOP 20.

En nu is er One Day.

Wat een verschil met de Warhaus van enkele jaren geleden!

Het nummer begint met een sobere piano. Daarboven hangen mysterieuze, bijna spookachtige stemmen.

Je verwacht nog even een vertrouwde melancholische ballad.

Maar dan begint de ritmesectie zich ermee te bemoeien.

Een zware bas.

Een opjagende drum.

En ineens bevinden we ons op een donkere dansvloer.

Ik hoor Underworld.

Vooral dat dreigende, hypnotiserende karakter van Born Slippy.

Maar ook The Prodigy komt bij me op. Niet omdat Warhaus ineens dezelfde agressieve muziek maakt, maar vanwege de rauwe energie en de manier waarop het ritme je steeds verder het nummer in trekt.

Dat had ik enkele jaren geleden niet verwacht van Maarten Devoldere.

En juist daarom vind ik het zo spannend.

Zijn stem klinkt bovendien anders.

Er zit een filter overheen, waardoor de vertrouwde warmte gedeeltelijk verdwijnt. Hij zingt niet zozeer een melodie, maar herhaalt zijn woorden bijna als een bezwering.

Een liefdesverklaring die langzaam verandert in een obsessie.

Dat is een interessante vondst.

Want wat aanvankelijk romantisch klinkt, krijgt door de voortdurende herhaling iets ongemakkelijks.

Alsof iemand niet meer weet of hij verliefd is of volledig de controle verliest.

En ondertussen blijft die bas maar doordenderen.

Halverwege gebeurt iets slims.

De muziek valt grotendeels stil.

De stemmen en piano keren terug, alsof Devoldere ons even laat bijkomen.

Maar lang duurt die rust niet.

Langzaam sluipen de elektronische klanken weer naar binnen.

De spanning wordt opnieuw opgebouwd.

En wanneer het ritme terugkeert, heeft het nummer nog meer overtuigingskracht.

Dat vind ik sterk.

Hier wordt niet zomaar een elektronische beat onder een bestaand Warhaus-liedje geplakt.

De elektronica bepaalt de structuur.

De sfeer.

En zelfs de manier waarop Devoldere zingt.

Dat is pas een muzikale koerswijziging.

Wat me bovendien aanspreekt, is dat Warhaus niet probeert een commerciële dancehit te maken.

Dit is geen vrolijke festivalmuziek waarbij iedereen met zijn handen in de lucht moet springen.

Nee, dit is muziek voor een donkere club, ergens diep in de nacht.

De lichten knipperen.

De bas dreunt.

En niemand weet precies hoe laat het inmiddels is.

Ik hou daarvan.

Het herinnert me aan de periode waarin alternatieve rock en elektronische muziek elkaar steeds vaker opzochten.

Denk aan Massive Attack, Depeche Mode en natuurlijk Underworld.

Artiesten die begrepen dat elektronische muziek ook dreigend, emotioneel en vervreemdend kon zijn.

Heb ik kritiek?

Een klein beetje.

De voortdurende herhaling maakt One Day hypnotiserend, maar kan voor sommige luisteraars ook wat eentonig worden.

En ik mis soms die prachtige melodische warmte van de vroegere Warhaus.

De Devoldere die met een paar woorden en een subtiel arrangement een complete wereld kon oproepen.

Maar misschien moet ik juist ophouden om die oude Warhaus voortdurend terug te verlangen.

Want een artiest die zichzelf blijft herhalen, wordt uiteindelijk ook voorspelbaar.

En voorspelbaarheid is wel het laatste wat ik van Warhaus wil.

Met One Day bewijst Devoldere dat hij nog lang niet is uitontwikkeld.

Sterker nog, ik krijg steeds meer het gevoel dat we aan het begin staan van een bijzonder interessante nieuwe periode.

Warhaus 2.0 is donkerder, elektronischer en dreigender.

Maar gelukkig nog altijd herkenbaar.

En als The Donkey deze muzikale richting vasthoudt, kan januari 2027 weleens heel interessant worden.

Maarten Devoldere heeft de dansvloer ontdekt. Alleen heeft hij voor de zekerheid het licht uitgedaan.

En wat mij betreft mag dat voorlopig zo blijven.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 9/10

Zang: ★★★★½
Elektronische productie: ★★★★★
Ritme en bas: ★★★★★
Originaliteit: ★★★★½
Dreiging en sfeer: ★★★★★
Herbeluisterbaarheid: ★★★★½

Plus: een verrassende elektronische koerswijziging, dreigende bassen, hypnotiserende ritmes en een spannende opbouw.

Min: de herhaling kan wat eentonig worden; de melodische warmte van vroeger ontbreekt gedeeltelijk.

Voor liefhebbers van: Underworld (Born Slippy), The Prodigy, Massive Attack, Depeche Mode, LCD Soundsystem en Balthazar.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★ – Een serieuze kandidaat voor de top 5.

Eindoordeel: Met One Day laat Warhaus horen dat verandering geen verlies hoeft te betekenen. Maarten Devoldere verruilt zijn vertrouwde elegante melancholie voor een donkerder elektronisch geluid. En die nieuwe muzikale jas zit hem verrassend goed.

Warhaus 2.0: Leonard Cohen heeft de nachtclub verlaten. Underworld heeft de sleutel gekregen.

9/10 – VIERENHALVE STER.https://youtu.be/iWsr-i1tPjU?si=QBKcd9oth3REvk8F

ANE BRUN FT. RÖYKSOPP – EAT THE FRUIT★★★★½ – 9/10




ANE BRUN FT. RÖYKSOPP – EAT THE FRUIT

Een verboden vrucht die naar meer smaakt


Soms komen twee muzikale werelden samen waarvan je onmiddellijk denkt: waarom is dit eigenlijk niet veel eerder gebeurd? Ane Brun en Röyksopp. De ene bekend om haar bijzondere, kwetsbare stem. De anderen meesters in elektronische muziek. Met Eat the Fruit blijkt die combinatie bijna vanzelfsprekend. En dan is er ook nog die intense videoclip, die naadloos aansluit bij de mysterieuze sfeer van het nummer.

Ik heb altijd een zwak gehad voor Scandinavische muziek.

Misschien komt het door de melancholie. Of door het vermogen om prachtige melodieën te combineren met een zekere kilte.

Denk aan A-ha, Sigur Rós, Robyn en natuurlijk Röyksopp.

Allemaal verschillend, maar met één belangrijke overeenkomst: ze weten hoe je sfeer kunt creëren zonder de melodie te vergeten.

En dat laatste vind ik essentieel.

Want een goede elektronische productie is prachtig, maar als er muzikaal niets gebeurt, blijft er weinig over.

Bij Eat the Fruit hoef ik me daar gelukkig geen zorgen over te maken.

De Noorse Ane Brun heeft een stem die je onmiddellijk herkent. Licht breekbaar, maar tegelijkertijd bijzonder krachtig.

Ze hoeft niet te schreeuwen om indruk te maken.

Sterker nog, juist haar beheersing maakt haar zo interessant.

Röyksopp, het duo Svein Berge en Torbjørn Brundtland, zorgt voor een compleet andere muzikale omgeving dan we doorgaans van haar gewend zijn.

Een stevige elektronische bas vormt het fundament.

Daaromheen ontstaat een donkere, hypnotiserende sfeer waarin de synthesizers voortdurend spanning opbouwen.

Het resultaat is elektronische muziek die niet alleen je voeten, maar vooral je gevoel in beweging brengt.

Dat vind ik knap.

Want Eat the Fruit is bepaald geen vrolijk niemendalletje.

De muziek heeft iets verleidelijks, maar tegelijkertijd hangt er voortdurend een zekere dreiging in de lucht.

Alsof je een donkere kamer binnenloopt waarvan je niet weet wat er achter de volgende deur gebeurt.

En toch wil je verder.

De titel is daarbij uitstekend gekozen.

Eat the Fruit.

Eet de vrucht.

Natuurlijk denk je onmiddellijk aan verleiding. Aan iets wat misschien verboden is, maar daardoor juist aantrekkelijk wordt.

Dat geeft het nummer een bijna bijbelse ondertoon.

Maar ik hoor er ook iets anders in.

Het verlangen om jezelf opnieuw open te stellen.

Om risico's te nemen.

Om niet voortdurend bang te zijn voor wat er mis kan gaan.

En dat sluit mooi aan bij de thematiek van Ane Bruns komende album.

I Thought We Were The Same, dat op 6 november verschijnt, draait onder meer om vertrouwen, teleurstelling en het opnieuw durven geloven in jezelf en anderen.

Daarmee krijgt deze elektronische single extra betekenis.

En dan de videoclip.

Die vind ik intens.

Niet omdat er voortdurend spectaculaire dingen moeten gebeuren, maar omdat de beelden dezelfde ongemakkelijke spanning oproepen als de muziek.

De visuele sfeer voelt donker, verleidelijk en soms bijna beklemmend.

Het is geen videoclip die je gedachteloos op de achtergrond laat draaien.

Je blijft kijken.

En ondertussen merk je hoe goed de muziek en de beelden elkaar versterken.

Dat is precies wat ik van een goede videoclip verwacht.

Niet zomaar een verzameling aantrekkelijke plaatjes.

Maar een visuele wereld die iets toevoegt aan de compositie.

Bij Eat the Fruit ontstaat daardoor een bijna filmische ervaring.

Ik moet denken aan de donkere elektronische wereld van Depeche Mode, de mysterieuze kant van Massive Attack en de emotionele intensiteit van Fever Ray.

Maar ook aan het beste werk van Röyksopp zelf.

Vooral What Else Is There? komt bij me op.

Dat nummer bewees destijds al hoe prachtig elektronische muziek en een eigenzinnige vrouwenstem kunnen samengaan.

Met Ane Brun gebeurt iets vergelijkbaars.

Alleen heeft zij een heel andere vocale persoonlijkheid.

Haar stem klinkt warmer, menselijker en misschien zelfs kwetsbaarder.

Heb ik kritiek?

Een klein beetje.

Ik had graag nog één onverwachte muzikale wending gehoord.

Een moment waarop de synthesizers volledig losbreken of de melodie plotseling een andere richting kiest.

Nu blijft de muziek vooral trouw aan haar hypnotiserende karakter.

Dat werkt uitstekend, maar houdt het nummer voor mij net onder de perfecte tien.

Toch is dit zonder twijfel een van de interessantste elektronische samenwerkingen die ik de afgelopen tijd heb gehoord.

En na een reeks nogal middelmatige nieuwe releases is dat bijzonder welkom.

Eindelijk weer een nummer dat niet na één luisterbeurt in de muzikale vergetelheid verdwijnt.

Ane Brun en Röyksopp laten horen dat elektronische muziek volwassen, spannend en emotioneel kan zijn.

En die videoclip maakt de ervaring compleet.

De verboden vrucht smaakt uitstekend. En ik neem graag nog een hap.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 9/10

Zang: ★★★★★
Melodie: ★★★★½
Elektronische productie: ★★★★★
Sfeer: ★★★★★
Videoclip: ★★★★★
Originaliteit: ★★★★½

Plus: de bijzondere stem van Ane Brun, de donkere elektronische productie, de hypnotiserende sfeer en een intense videoclip die uitstekend bij het nummer past.

Min: een onverwachte muzikale wending had het nummer nog sterker gemaakt.

Voor liefhebbers van: Röyksopp, Depeche Mode, Massive Attack, Fever Ray, Robyn en London Grammar.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★ – Een serieuze kandidaat voor de top 5.

Eindoordeel: Eat the Fruit is een prachtige ontmoeting tussen de emotionele wereld van Ane Brun en de elektronische klasse van Röyksopp. De intense videoclip maakt het geheel nog indrukwekkender.

Sommige verboden vruchten kun je beter laten hangen. Deze mag wat mij betreft onmiddellijk geplukt worden.

9/10 – VIERENHALVE STER.

https://youtu.be/uEP0VVz8HrE?si=63ymu0ykLEoLmp9k

dinsdag 20 oktober 2026

NIGHTLY FEAT. THE MIDNIGHT – 1989★★★★½ – 9/10



NIGHTLY FEAT. THE MIDNIGHT – 1989

Terug naar de jaren tachtig. Zonder de tijdmachine terug te hoeven brengen.

★★★★½ – 9/10

1989. Alleen dat jaartal roept bij mij al herinneringen op. De jaren tachtig waren bijna voorbij. De cassettebandjes lagen nog overal, de synthesizers waren niet weg te denken en ik had inmiddels een behoorlijke muzikale verzameling opgebouwd. En dan verschijnt er in 2026 een nummer van Nightly en The Midnight dat me opnieuw naar die tijd brengt. Wat mij betreft een bijzonder aangename muzikale reis.

Want ik heb altijd een zwak gehad voor de elektronische muziek uit de jaren tachtig.

Depeche Mode, Pet Shop Boys, New Order, OMD en natuurlijk de meer melancholische kant van die periode.

Muziek die tegelijk dansbaar en weemoedig kon zijn.

Dat is precies het gebied waarin The Midnight zich al jaren thuis voelt.

Het Amerikaanse synthwaveproject van Tyler Lyle en Tim McEwan heeft van nostalgie bijna een eigen muziekgenre gemaakt.

En dat bedoel ik positief.

Want hun muziek klinkt niet alsof iemand simpelweg een oude synthesizer heeft afgestoft.

Ze begrijpen vooral het gevoel achter die klanken.

Dat verlangen naar een tijd die voorbij is.

Naar zomerse avonden, autoritten en mensen die ooit een belangrijke plaats in je leven hadden.

Nightly beweegt zich in een vergelijkbare muzikale wereld, maar kiest doorgaans voor een wat toegankelijkere vorm van indiepop.

En juist daarom vind ik deze samenwerking interessant.

1989 is oorspronkelijk een nummer van Nightly, afkomstig van hun album The Void uit 2025. In mei 2026 verscheen al een nieuwe versie met Fly By Midnight.

Nu is er een samenwerking met The Midnight.

En dat is bepaald geen verkeerde keuze.

De titel verwijst overigens niet uitsluitend naar het einde van de jaren tachtig.

In de tekst speelt ook het album 1989 van Taylor Swift een belangrijke rol.

Het lied gaat over een verloren liefde en de manier waarop muziek herinneringen kan oproepen.

Je hoort een bepaald nummer op de radio.

En ineens ben je weer ergens anders.

In een auto.

Naast iemand die inmiddels niet meer naast je zit.

Dat vind ik een prachtig uitgangspunt.

Want muziek heeft een geheugen dat soms beter werkt dan dat van onszelf.

Je kunt jarenlang niet aan iemand denken.

Totdat een bepaalde melodie voorbij komt.

En plotseling herinner je je alles.

Dat is de emotionele kracht van 1989.

Muzikaal past het nummer uitstekend bij de sfeer die ik van deze artiesten verwacht.

De elektronische popbenadering, de melancholische ondertoon en het toegankelijke karakter vormen een aantrekkelijke combinatie.

Het is muziek die niet uitsluitend op nostalgie leunt, maar daar ook een herkenbaar liedje omheen bouwt.

En dat is belangrijk.

Want retro klinkt tegenwoordig overal.

Je hoeft maar een synthesizer aan te zetten en iemand roept al dat de jaren tachtig terug zijn.

Maar een goede melodie kun je niet uit een oude synthesizer toveren.

Die moet je nog altijd zelf schrijven.

Wat me vooral aanspreekt, is het contrast tussen de opgewekte muzikale uitstraling en het verdrietige verhaal.

Dat was vroeger ook de kracht van veel goede synthpop.

Denk aan Pet Shop Boys.

Een prachtige elektronische productie, een aanstekelijke melodie en ondertussen een tekst over gemis, eenzaamheid of een liefde die voorbij is.

Je danst.

Maar ergens doet het toch een beetje pijn.

Dat is een combinatie waar ik bijzonder gevoelig voor ben.

Heb ik kritiek?

Een klein beetje.

Ik zou graag nog wat meer muzikale eigenzinnigheid horen.

Een onverwachte wending, een spannender instrumentaal gedeelte of een moment waarop de productie werkelijk uit zijn voegen barst.

De samenwerking blijft binnen een vertrouwd muzikaal kader.

Maar eerlijk gezegd stoort me dat hier nauwelijks.

Want niet ieder nummer hoeft de popmuziek opnieuw uit te vinden.

Soms is het voldoende wanneer een liedje precies het juiste gevoel oproept.

En 1989 doet dat.

Het herinnert me aan een periode waarin muziek niet alleen uit luidsprekers kwam, maar ook op cassettebandjes stond die je eindeloos terugspoelde.

Waarbij je soms met een potlood het bandje moest redden.

Probeer dat tegenwoordig maar eens uit te leggen aan iemand van twintig.

Die denkt waarschijnlijk dat je een technisch probleem hebt.

Nightly en The Midnight hebben met 1989 een bijzonder aantrekkelijke combinatie gevonden van moderne indiepop en nostalgische synthesizermuziek.

En voor iemand die de jaren tachtig muzikaal nooit helemaal heeft verlaten, voelt dat als thuiskomen.

1989 ligt inmiddels 37 jaar achter ons. Maar sommige melodieën hebben gelukkig geen houdbaarheidsdatum.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 9/10

Melodie: ★★★★½
Elektronische sfeer: ★★★★★
Zang: ★★★★½
Nostalgie: ★★★★★
Originaliteit: ★★★★☆
Herbeluisterbaarheid: ★★★★½

Plus: heerlijke jaren-tachtigsfeer, sterke melodische basis, melancholie en een aantrekkelijke samenwerking.

Min: iets meer muzikale verrassing had het nummer nog sterker gemaakt.

Voor liefhebbers van: The Midnight, Depeche Mode, Pet Shop Boys, New Order, OMD en CHVRCHES.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★ – Een serieuze kandidaat voor de top 5.

Eindoordeel: 1989 is een geslaagde combinatie van nostalgie en moderne elektronische pop. Een liedje over herinneringen, verloren liefde en de bijzondere kracht van muziek.

Sommige mensen willen terug naar 1989. Ik hoef alleen maar op play te drukken.

9/10 – VIERENHALVE STER.

https://youtu.be/OB8el6E_Pso?si=SHN6hZoEFWLtVecS

HOT CHIP – RANDOM VIOLENCE★★★★½ – 9/10





HOT CHIP – RANDOM VIOLENCE

De dansvloer wordt serieus. En verrassend genoeg bevalt me dat uitstekend!


Hot Chip is terug. En wie onmiddellijk een vrolijk elektronisch dansnummer verwacht, moet zijn verwachtingen een beetje bijstellen. Met Random Violence klinkt de Britse band opvallend serieuzer, donkerder en emotioneler. En weet je wat? Ik vind het een bijzonder aangename verrassing.

Hot Chip behoort al jaren tot die bands die elektronische muziek combineren met sterke melodieën en een flinke dosis eigenzinnigheid.

Nummers als Over and Over, Ready for the Floor en Boy from School bewezen dat synthesizers niet alleen geschikt zijn om op te dansen, maar ook om prachtige liedjes mee te maken.

Vooral dat laatste wordt nogal eens vergeten.

Een goede beat is leuk.

Maar zonder een interessante melodie blijft er uiteindelijk weinig over.

Gelukkig heeft Hot Chip dat altijd begrepen.

Met Random Violence kiest de groep echter voor een andere benadering.

De vertrouwde elektronische elementen zijn aanwezig, maar de sfeer is duidelijk ernstiger.

De muziek klinkt minder speels en heeft meer emotioneel gewicht.

Het nummer ontwikkelt zich als een elektronische ballad, waarbij de zang van Joe Goddard en Alexis Taylor elkaar aanvult.

En juist die combinatie vind ik sterk.

De stemmen hebben iets menselijks en kwetsbaars. Geen overdreven vocale krachtpatserij, maar een overtuigende voordracht.

De instrumentatie bouwt ondertussen de spanning op.

Ik hoor invloeden van LCD Soundsystem, met een vleugje New Order en de melancholische kant van Depeche Mode.

Voor mij bepaald geen verkeerde combinatie.

Maar achter deze single schuilt ook een persoonlijk verhaal.

Random Violence is een eerbetoon aan Keith McIvor, beter bekend als JD Twitch, de invloedrijke Schotse dj van Optimo.

Hij overleed in september 2025 aan de gevolgen van een hersentumor.

Joe Goddard kende hem al ongeveer twintig jaar. McIvor was niet alleen een muziekliefhebber, maar ook iemand die sterk geloofde in solidariteit en verbondenheid.

Dat gegeven geeft het nummer een bijzondere betekenis.

Want ineens gaat het niet meer uitsluitend over elektronische muziek.

Het gaat over vriendschap.

Over verlies.

En over de herinneringen die iemand achterlaat.

Dat Hot Chip zo'n persoonlijk onderwerp weet te verbinden met zijn elektronische geluid, vind ik bijzonder knap.

Ook de videoclip verdient aandacht.

Regisseur Jack Cole koos niet voor een traditioneel verhaal over afscheid en verdriet.

In plaats daarvan zien we een merkwaardige verzameling figuren, dansers en bijna sprookjesachtige wezens.

De Britse dansgroep Boss Morris speelt daarbij een opvallende rol.

Het resultaat is een kleurrijke, enigszins bizarre viering van het leven.

Een beetje vreemd?

Absoluut.

Maar Hot Chip is gelukkig nooit een band geweest die zich druk maakt over wat normaal gevonden wordt.

En juist daardoor werkt het.

De videoclip laat zien dat herinneren niet uitsluitend verdrietig hoeft te zijn.

Je kunt iemand ook eren door samen te dansen.

Door muziek te maken.

Door het leven te vieren.

Dat vind ik een prachtige gedachte.

Bovendien is deze single de voorbode van een nieuw album.

Op 8 januari 2027 verschijnt A Long Way From Kansas, het negende studioalbum van Hot Chip.

De band heeft aangegeven dat de nieuwe muziek mede is beïnvloed door de harde, onrustige wereld waarin we leven.

Meer vervorming, scherpere elektronische klanken en een donkerder geluid moeten daarbij een belangrijke rol spelen.

Dat maakt me nieuwsgierig.

Want ik hoor in Random Violence een groep die niet simpelweg probeert het succes van vroeger te herhalen.

Hot Chip durft zijn vertrouwde formule opnieuw te onderzoeken.

Heb ik kritiek?

Een klein beetje.

Het nummer heeft niet onmiddellijk zo'n onweerstaanbare melodie als Ready for the Floor.

Ook is de opbouw minder toegankelijk dan bij hun bekendste singles.

Maar misschien is dat juist de bedoeling.

Dit is geen nummer dat uitsluitend gemaakt lijkt om een volle dansvloer in beweging te krijgen.

Het vraagt ook om aandacht.

Om luisteren.

En om een beetje nadenken.

En daar heb ik helemaal geen bezwaar tegen.

Sterker nog, ik vind deze serieuzere richting verrassend aantrekkelijk.

Hot Chip laat horen dat elektronische muziek volwassen kan worden zonder haar eigenzinnigheid te verliezen.

Als Random Violence representatief is voor het nieuwe album, dan staat ons in januari iets bijzonders te wachten.

En dat zou een mooie manier zijn om het muzikale jaar 2027 te beginnen.

De dansvloer is nog steeds geopend. Alleen wordt er tegenwoordig ook nagedacht over het leven.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 9/10

Zang: ★★★★½
Melodie: ★★★★☆
Elektronische arrangementen: ★★★★★
Originaliteit: ★★★★½
Emotie: ★★★★★
Videoclip: ★★★★½

Plus: verrassend volwassen geluid, sterke elektronische opbouw, emotionele betekenis en een eigenzinnige videoclip.

Min: minder direct toegankelijk dan de klassieke Hot Chip-singles.

Voor liefhebbers van: LCD Soundsystem, New Order, Depeche Mode, Pet Shop Boys en Nation of Language.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★ – Een serieuze kandidaat voor de top 5.

Eindoordeel: Hot Chip verrast met een serieuzere en emotionelere sound. Random Violence bewijst dat elektronische muziek zowel het hoofd als het hart kan aanspreken.

De synthesizers dansen nog steeds. Maar ditmaal hebben ze ook iets te vertellen.

9/10 – VIERENHALVE STER.https://youtu.be/I4f5T7IyA20?si=jA56F7nPK95SHY0N

PHOEBE BRIDGERS – LIFE IN THE DARK★★★★½ – 9/10




PHOEBE BRIDGERS – LIFE IN THE DARK

Sommige stemmen maken zelfs de duisternis mooi

★★★★½ – 9/10

Gisteren hoorde ik Brandon Flowers met Days of the Years, afkomstig van het eerbetoon aan The Felice Brothers. Een mooie uitvoering, goed voor vier sterren. Maar vandaag is het de beurt aan Phoebe Bridgers. En dan gaan mijn muzikale verwachtingen automatisch een stukje omhoog. Want deze vrouw heeft een bijzonder talent: ze kan de verdrietigste liedjes zingen zonder dat ik er ook maar een seconde genoeg van krijg.

Sterker nog, ik zoek die melancholie soms bewust op.

Dat zal wel iets over mijn muzieksmaak zeggen.

Met Life in the Dark levert Bridgers haar bijdrage aan Felice County Fair, het verzamelalbum waarop maar liefst 26 artiesten de muziek van The Felice Brothers opnieuw interpreteren.

Een bijzonder eerbetoon aan een band die misschien nooit het grote publiek heeft veroverd, maar onder muzikanten een enorme waardering geniet.

En terecht.

Want goede liedjes hoeven niet altijd in de hitlijsten te staan.

Soms zijn ze jarenlang verborgen gebleven, totdat een andere artiest ze opnieuw onder de aandacht brengt.

Phoebe Bridgers lijkt me daarvoor de ideale zangeres.

Ik heb altijd een zwak gehad voor haar stem. Niet omdat ze voortdurend indrukwekkende vocale kunstjes uithaalt, maar juist omdat ze dat niet nodig heeft.

Ze kan met een kleine verandering in haar voordracht al een compleet gevoel oproepen.

Een beetje zoals Sufjan Stevens.

Of de verstilde momenten van The National.

Artiesten die begrijpen dat verdriet niet altijd luid hoeft te klinken.

Wat mij bij Life in the Dark vooral aanspreekt, is de combinatie van het oorspronkelijke lied en de muzikale persoonlijkheid van Bridgers.

The Felice Brothers schrijven liedjes die geworteld zijn in de Amerikaanse folk. Verhalen waarin gewone mensen, verloren dromen en het dagelijkse leven centraal staan.

Bridgers heeft juist een talent om zulke menselijke verhalen een bijna intieme lading te geven.

Alsof iemand een oud dagboek opent en er ineens een stem bij hoort.

En die stem blijft hangen.

De titel alleen al vind ik prachtig. Life in the Dark.

Leven in het donker.

Dat kan natuurlijk van alles betekenen.

Eenzaamheid.

Verdriet.

Het gevoel dat je even niet weet welke kant je op moet.

Maar donker betekent niet automatisch uitzichtloos.

Soms zie je juist in de duisternis de kleinste lichtpuntjes beter.

En dat is een gedachte die me aanspreekt.

Muziek hoeft voor mij niet voortdurend vrolijk te zijn. Ik luister niet voor niets graag naar The Slow Show, Sigur Rós en Nick Cave.

Maar melancholie moet wel ergens naartoe leiden.

Ze moet iets losmaken.

En dat is precies wat ik van Phoebe Bridgers verwacht.

Wat ik zo aantrekkelijk vind aan haar benadering, is dat ze nooit overdreven haar best hoeft te doen om emotioneel te klinken.

Geen dramatische gebaren.

Geen refrein waarin plotseling alle instrumenten tegelijk moeten bewijzen hoe verdrietig het leven is.

Haar grootste kracht ligt in de beheersing.

In de ruimte tussen de woorden.

In het vermogen om een liedje persoonlijk te laten voelen zonder het groter te maken dan nodig is.

Dat maakt haar voor mij een van de interessantste singer-songwriters van haar generatie.

Toch geef ik niet automatisch vijf sterren.

Ook niet aan Phoebe Bridgers.

Heb ik kritiek?

Een klein beetje.

Ik zou soms graag wat meer muzikale spanning horen. Een onverwachte melodische wending of een instrumentaal moment dat het lied een extra dimensie geeft.

Juist omdat haar stem zoveel kan dragen, mag de muzikale begeleiding best wat vaker buiten de veilige grenzen treden.

Dat is voor mij het verschil tussen een prachtig lied en een absoluut meesterwerk.

Maar die kanttekening doet weinig af aan mijn waardering.

Wat ik bovendien mooi vind aan dit project, is dat artiesten als Brandon Flowers en Phoebe Bridgers ieder vanuit hun eigen muzikale wereld hetzelfde eerbetoon brengen.

Flowers met zijn liefde voor Amerikaanse rootsmuziek.

Bridgers met haar herkenbare kwetsbaarheid.

Twee verschillende benaderingen.

En allebei laten ze horen hoe veelzijdig de liedjes van The Felice Brothers zijn.

Life in the Dark is voor mij een van de bijdragen waar ik het meest naar uitkeek.

En Phoebe Bridgers blijft een artiest die ik graag volg.

Niet omdat ze me altijd vrolijk maakt.

Maar omdat ze me eraan herinnert dat mooie muziek ook uit verdriet kan ontstaan.

Sommige artiesten proberen het donker te verdrijven. Phoebe Bridgers laat horen dat er ook in het donker iets moois te ontdekken valt.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 9/10

Zang: ★★★★★
Melodie: ★★★★½
Emotie: ★★★★★
Interpretatie: ★★★★½
Originaliteit: ★★★★☆
Herbeluisterbaarheid: ★★★★★

Plus: de bijzondere stem van Phoebe Bridgers, haar ingetogen benadering en de persoonlijke lading die ze aan een bestaand lied kan geven.

Min: iets meer muzikale spanning of een onverwachte wending had de uitvoering nog sterker kunnen maken.

Voor liefhebbers van: Sufjan Stevens, The National, Elliott Smith, The Slow Show en Julien Baker.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★ – Een serieuze kandidaat voor de hoogste regionen.

Eindoordeel: Met Life in the Dark brengt Phoebe Bridgers een prachtig eerbetoon aan The Felice Brothers. Een uitvoering waarin kwetsbaarheid en melancholie centraal staan.

Brandon Flowers kreeg gisteren vier sterren. Phoebe Bridgers krijgt er vandaag viereneenhalf. Soms wint de fluistering het van de grote gebaren.

9/10 – VIERENHALVE STER.

https://youtu.be/v22lzbEebE8?si=MEZIYh2NB7uDAXRw

BRANDON FLOWERS – DAYS OF THE YEARS★★★★ – 8/10



BRANDON FLOWERS – DAYS OF THE YEARS

De man van The Killers heeft zijn cowboylaarzen nog steeds aan

★★★★ – 8/10

Brandon Flowers. Bij die naam denk ik nog altijd onmiddellijk aan The Killers. Aan de opzwepende synthesizers van Mr. Brightside, de prachtige melancholie van Read My Mind en de grootse refreinen waarmee deze band jarenlang indruk op me maakte. Maar wie tegenwoordig nieuwe muziek van Flowers verwacht, kan zijn dansschoenen beter even opbergen. De cowboylaarzen mogen aan.

En eerlijk gezegd begin ik daar steeds meer aan te wennen.

Met zijn recente soloalbum Thrasher liet Flowers al horen dat zijn muzikale hart tegenwoordig nadrukkelijk richting de Amerikaanse country en folk trekt.

Dat was aanvankelijk even omschakelen.

Want ik heb hem natuurlijk leren kennen als de flamboyante frontman van een band die Britse alternatieve rock en Amerikaanse stadionmuziek prachtig wist te combineren.

Maar een artiest mag veranderen.

Sterker nog, ik vind het juist interessant wanneer iemand na jarenlang succes een andere muzikale richting durft te kiezen.

Nu is er Days of the Years, een bijdrage aan het eerbetoon Felice County Fair.

Een verzamelalbum waarop verschillende artiesten liedjes van The Felice Brothers opnieuw interpreteren.

En dat is een mooi initiatief.

Want The Felice Brothers behoren tot die Amerikaanse bands die nooit werkelijk een groot commercieel publiek hebben bereikt, maar onder muzikanten bijzonder veel waardering genieten.

Hun muziek heeft iets ongepolijsts.

Iets menselijks.

Alsof de liedjes niet in een dure studio zijn bedacht, maar aan een keukentafel waar de koffie inmiddels koud is geworden.

Dat past eigenlijk uitstekend bij de huidige Brandon Flowers.

Wat mij vooral aanspreekt, is dat hij niet voortdurend probeert de grote rockster uit te hangen.

Zijn stem heeft nog altijd die herkenbare dramatische kracht, maar binnen deze muzikale omgeving krijgt zijn voordracht een andere betekenis.

Minder Las Vegas.

Meer het Amerikaanse platteland.

En dat hoeft helemaal geen achteruitgang te zijn.

Ik heb altijd een zwak gehad voor de manier waarop Flowers een liedje kan dragen. Hij is geen zanger die zijn emoties achter een muur van technische perfectie verstopt.

Je hoort hem werken.

Je hoort hem zoeken naar de juiste gevoelswaarde.

En juist dat maakt hem interessant.

Bij Days of the Years draait het voor mij vooral om de sfeer en het karakter van de compositie.

Niet om een refrein dat onmiddellijk het stadion moet veroveren.

Niet om een spectaculaire productie die iedere stilte probeert op te vullen.

Maar om een liedje dat de tijd neemt.

Dat waardeer ik.

Al moet ik toegeven dat ik de vroegere Brandon Flowers soms nog steeds mis.

De man die met één refrein een complete concertzaal op zijn kop kon zetten.

De man van Human, When You Were Young en dat schitterende Read My Mind.

Maar misschien is dat een oneerlijke vergelijking.

Want Days of the Years is geen nieuwe Killers-single.

Het is een eerbetoon aan andere songschrijvers.

En daarvoor gelden andere muzikale verwachtingen.

Heb ik kritiek?

Jawel.

Ik vind de huidige Americana-richting van Flowers aantrekkelijk, maar niet iedere compositie binnen dat genre weet me even sterk te raken.

Soms verlang ik naar een wat uitgesprokener melodie of een onverwachte muzikale wending.

Naar dat ene moment waarop ik onmiddellijk denk: dit moet nog een keer op.

Bij zijn allerbeste werk gebeurde dat bijna vanzelf.

Nu moet ik soms wat langer zoeken naar die bijzondere vonk.

Toch vind ik het sympathiek dat hij zich aan dit project heeft verbonden.

Het laat zien dat muziek voor hem meer is dan zijn eigen carrière.

Dat hij ook aandacht wil geven aan artiesten die hem hebben geïnspireerd.

En in een industrie waarin sommige muzikanten vooral bezig zijn met hun eigen spiegelbeeld, is dat een prettige gedachte.

Days of the Years is voor mij dan ook een geslaagde kennismaking met een andere kant van Brandon Flowers.

Minder uitbundig.

Meer beschouwend.

Maar nog altijd met die herkenbare persoonlijkheid.

En wie weet brengt deze muzikale omweg hem uiteindelijk weer bij een nieuwe verrassing.

De cowboylaarzen mogen voorlopig blijven. Maar die synthesizers van vroeger hoeft hij van mij echt niet naar de kringloop te brengen.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★ – 8/10

Zang: ★★★★½
Melodie: ★★★★☆
Sfeer: ★★★★½
Originaliteit: ★★★½
Emotie: ★★★★☆
Herbeluisterbaarheid: ★★★★☆

Plus: de karakteristieke stem van Brandon Flowers, zijn overtuigende Americana-richting en een sympathiek eerbetoon aan The Felice Brothers.

Min: ik mis af en toe de uitgesproken melodische kracht en muzikale verrassingen van zijn beste werk.

Voor liefhebbers van: The Felice Brothers, Bruce Springsteen, The War on Drugs, The Lumineers en de rustigere kant van The Killers.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆ – Een serieuze kanshebber voor een mooie notering.

Eindoordeel: Brandon Flowers laat met Days of the Years horen dat zijn muzikale ontwikkeling niet stilstaat. Een ingetogen bijdrage aan een bijzonder eerbetoon, waarin zijn stem en liefde voor Amerikaanse rootsmuziek centraal staan.

De man van The Killers is nog altijd aanwezig. Alleen heeft hij tegenwoordig wat vaker een cowboyhoed op.

8/10 – VIER STERREN.


https://youtu.be/yODAiHqkYwc?si=fXeNF4cmPCNVCZE0

maandag 19 oktober 2026

ALFIE JUKES – LUCY, WHEN YOU WAKE UP★★½ – 5/10



ALFIE JUKES – LUCY, WHEN YOU WAKE UP

Lucy, ga maar lekker slapen. Morgen hopelijk betere muziek.

★★½ – 5/10

Sinds zaterdag heb ik twaalf nieuwe nummers beluisterd. Drie waren goed. De overige negen? Laten we zeggen dat de muzikale oogst behoorlijk tegenviel. En met Lucy, When You Wake Up van Alfie Jukes lijkt het dieptepunt van deze magere verzameling aardig te worden samengevat. Lucy, blijf nog maar even liggen. Misschien brengt morgen iets beters.

Pfff.

Soms vraag ik me af waarom ik mezelf dit iedere dag aandoe.

Natuurlijk weet ik het antwoord.

Omdat ik van muziek hou.

Omdat ik nieuwsgierig ben naar nieuwe artiesten. Omdat er tussen al die middelmatige releases soms ineens een nummer verschijnt dat me volledig weet te raken.

Zoals Beck afgelopen zondag.

Of die prachtige ontdekking van RY X.

Maar voor ieder muzikaal hoogtepunt moet je blijkbaar eerst een behoorlijke hoeveelheid middelmaat verwerken.

En vandaag heet die middelmaat Alfie Jukes.

Wie?

Dat vroeg ik me ook af.

Jukes is een jonge Britse singer-songwriter uit Brighton. Hij heeft inmiddels een flinke aanhang opgebouwd via sociale media en brengt in april 2027 zijn debuutalbum Funny Little Feeling uit.

Met Lucy, When You Wake Up krijgen we alvast een voorproefje.

Het verhaal achter het nummer is overigens bijzonder aardig.

De vader van Alfie werd ooit op slag verliefd op zijn toekomstige vrouw. Er was alleen één probleem: ze had al een vriend.

Dus schreef hij haar een liefdesbrief.

En blijkbaar werkte dat.

Jaren later vond Alfie die brief terug op zolder en besloot hij er een liedje over te schrijven.

Kijk, dat vind ik mooi.

Een persoonlijk verhaal over liefde, toeval en de kleine gebeurtenissen die uiteindelijk een compleet leven kunnen veranderen.

Daar kun je prachtige muziek van maken.

Maar een goed verhaal is nog geen goed liedje.

En precies daar gaat het voor mij mis.

Lucy, When You Wake Up klinkt opgewekt, toegankelijk en behoorlijk radiovriendelijk.

De productie is verzorgd. De zang is prima en het refrein probeert onmiddellijk je aandacht te trekken.

Allemaal keurig.

Maar waar is de verrassing?

De melodie volgt een vertrouwd patroon. De instrumenten doen precies wat je verwacht en de muzikale opbouw lijkt rechtstreeks afkomstig uit het handboek voor moderne Britse indiepop.

Er gebeurt weinig wat ik niet al tientallen keren eerder heb gehoord.

En dat vind ik jammer.

Want het verhaal achter het nummer verdient eigenlijk meer.

Ik hoor een persoonlijke geschiedenis verpakt in een nogal onpersoonlijk popliedje.

De stem van Jukes is aangenaam, maar mist voor mij een uitgesproken karakter.

Hij zingt goed genoeg om op de radio te komen, alleen niet bijzonder genoeg om me werkelijk nieuwsgierig te maken.

En het refrein?

Dat blijft misschien even hangen, maar verdwijnt net zo gemakkelijk weer.

Alsof iemand een aardig melodietje door mijn hoofd laat wandelen zonder dat het van plan is te blijven.

Ik moet denken aan de toegankelijkere kant van Sam Fender en George Ezra.

Maar waar Fender vaak maatschappelijke urgentie en emotionele scherpte toevoegt, blijft Jukes hier vooral aan de oppervlakte.

Alles klinkt vriendelijk.

Misschien wel iets te vriendelijk.

Heb ik dan helemaal niets positiefs te melden?

Jawel.

Het nummer heeft een prettig tempo, de productie is helder en het verhaal over zijn ouders geeft de tekst een sympathieke achtergrond.

Bovendien hoor ik een artiest die duidelijk plezier heeft in wat hij doet.

Daar is niets mis mee.

Maar ik mis een eigen muzikale identiteit.

Een onverwachte wending.

Of gewoon een melodie die me werkelijk weet te raken.

En na twaalf nieuwe nummers, waarvan er negen nauwelijks indruk maakten, begint mijn geduld eerlijk gezegd een beetje op te raken.

Misschien ben ik te kritisch.

Dat zou kunnen.

Maar ik heb inmiddels ook genoeg muziek gehoord om te weten wanneer een nummer werkelijk bijzonder is.

En dat is Lucy, When You Wake Up voor mij niet.

Het is een aardig verhaal met een middelmatig muzikaal resultaat.

Meer kan ik er helaas niet van maken.

Dus Lucy, luister vooral naar je wekker.

Maar blijf wat mij betreft nog even lekker slapen.

Misschien is de muzikale oogst morgen beter.

Want na drie goede nummers op twaalf nieuwe releases wordt het hoog tijd voor een beetje herstel.

De Alternatieve Muziekman gaat ondertussen maar eens zijn oren uitrusten. Die hebben de afgelopen dagen genoeg moeten doorstaan.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★½ – 5/10

Zang: ★★★☆☆
Melodie: ★★½
Productie: ★★★½
Originaliteit: ★★☆☆☆
Tekst en verhaal: ★★★★☆
Herbeluisterbaarheid: ★★☆☆☆

Plus: een sympathiek persoonlijk verhaal, verzorgde productie en een aangename uitstraling.

Min: voorspelbare melodie, weinig muzikale verrassingen en onvoldoende eigen karakter.

Voor liefhebbers van: George Ezra, Sam Fender en toegankelijke Britse indiepop.

INDIE TOP 20-potentie: ★★☆☆☆ – Voorlopig geen kandidaat.

Eindoordeel: Alfie Jukes heeft met Lucy, When You Wake Up een mooi familieverhaal omgezet in een vriendelijke, maar weinig verrassende single. Het verhaal is interessanter dan de muziek.

Twaalf nieuwe nummers sinds zaterdag. Drie goede. Negen tegenvallers.

Lucy, slaap maar lekker verder. Ik hoop dat we morgen wakker worden met betere muziek.

5/10 – EEN MAGER VIJFJE

https://youtu.be/jtPTrjUE4j8?si=J79deGnTPneYkTEA