woensdag 30 september 2026

FONTAINES D.C. – TONGUE★★★★½ 9/10 – voorlopig




FONTAINES D.C. – TONGUE

Alsof Massive Attack en Depeche Mode samen een Ierse nachtmerrie krijgen

★★★★½ 9/10 – voorlopig

Ik begin een probleem te krijgen met Fontaines D.C.

Ze blijven maar interessante muziek maken.

En iedere keer wanneer ik denk dat ik inmiddels wel weet welke kant deze Ierse band opgaat, trekken Grian Chatten en zijn mannen ergens een nieuwe deur open.

Deze keer staat daarachter een bijzonder donkere kamer.

Tongue is afkomstig van het aankomende vijfde album Dopamine Chamber. En wie na het melodieuze Marianne dacht dat Fontaines D.C. definitief voor toegankelijke alternatieve pop had gekozen, krijgt hier een behoorlijke verrassing.

De romantiek is even verdwenen.

De versterkers staan aan.

En gezellig wordt het voorlopig niet.

Het nummer beweegt zich in een trage, zware muzikale wereld. Een dreigende groove, vervormde gitaren en die karakteristieke stem van Grian Chatten vormen samen een behoorlijk ongemakkelijk geheel.

Ik hoor hier minder van de oorspronkelijke postpunk van Dogrel en meer van de duistere elektronica en alternatieve rock die de band sinds Romance steeds nadrukkelijker opzoekt.

Massive Attack?

Jazeker.

Depeche Mode?

Ook.

En ergens in de verte hoor ik zelfs iets van de logge, industriële kant van Nine Inch Nails.

Dat laatste is opvallend.

Want Fontaines D.C. begon ooit als een band die met een paar gitaren en een flinke hoeveelheid Ierse frustratie de wereld tegemoet trad.

Inmiddels zijn ze muzikaal nauwelijks meer in één hokje te plaatsen.

En dat vind ik prachtig.

Vooral Grian Chatten blijft een fascinerende zanger. Hij hoeft niet technisch perfect te klinken. Zijn kracht zit in de voordracht. Er hangt voortdurend iets dreigends om zijn stem heen, alsof hij je iets wil vertellen waarvan je eigenlijk liever niet op de hoogte was geweest.

Bij Tongue past dat uitstekend.

De muziek heeft iets beklemmends. Geen vrolijke gitaarpartij die je onmiddellijk kunt meefluiten, maar een geluid dat zich langzaam aan je opdringt.

Dat vraagt wel iets van de luisteraar.

Wie op zoek is naar een nieuwe Favourite of Marianne, moet zijn verwachtingen behoorlijk bijstellen.

Tongue wil niet onmiddellijk aardig gevonden worden.

En misschien is dat wel zijn grootste kwaliteit.

Mijn kleine kritiek zit voorlopig in de toegankelijkheid. De zware, vervormde klank kan de melodische kant van de band wat naar de achtergrond drukken. Ik hoop dat de definitieve studioversie voldoende ruimte laat voor de details en niet uitsluitend op dreiging vertrouwt.

Maar muzikaal vind ik deze richting bijzonder interessant.

Fontaines D.C. lijkt niet van plan om het succes van Romance simpelweg nog eens te herhalen.

Gelukkig maar.

Er zijn al voldoende bands die na hun eerste grote succes besluiten de rest van hun carrière hetzelfde liedje in verschillende toonsoorten op te nemen.

De Ieren kiezen liever voor het onbekende.

En met Tongue wordt duidelijk dat Dopamine Chamber weleens een bijzonder donkere aangelegenheid kan worden.

De koffie is zwart.

De gordijnen zijn dicht.

En Grian Chatten heeft blijkbaar besloten dat we voorlopig niet naar buiten mogen.

Heerlijk.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – voorlopige 9/10

Genre: alternatieve rock / donkere postpunk / industrial
Sfeer: ★★★★★
Experiment: ★★★★½
Toegankelijkheid: ★★★☆☆

Plus: dreigende groove, zware gitaren en de karakteristieke stem van Grian Chatten.

Min: minder melodisch en direct dan Marianne.

Ik hoor: Massive Attack, Depeche Mode en een vleug Nine Inch Nails.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★

Eindoordeel: Tongue laat een donkerder Fontaines D.C. horen. Geen herhaling van Marianne, maar een nieuwe muzikale richting die nieuwsgierig maakt naar Dopamine Chamber. De Ieren blijven verrassen. En dat is precies waarom ik ze zo graag volg.

https://youtu.be/5OsIwKHppho?si=M8gfE5dMfQPzHLzE

TAYLOR SWIFT – PATIENT ZERO★★★★★ – 9,5/10 (videoclip)




TAYLOR SWIFT – PATIENT ZERO

Een videoclip of een psychologische thriller? Het scheelt weinig.

★★★★★ – 9,5/10 (videoclip)

Sommige artiesten maken een videoclip.

Taylor Swift huurt tegenwoordig ongeveer half Hollywood in en maakt er meteen een kleine speelfilm van.

En eerlijk?

Patient Zero is visueel gruwelijk indrukwekkend.

Vergeet voor deze recensie even het liedje. We gaan uitsluitend kijken. Want wat Swift hier als regisseur neerzet, verdient een afzonderlijke beoordeling.

De videoclip ging op 27 september 2026 tijdens de MTV Video Music Awards in première. Met Dakota Johnson, Colin Farrell en Taylor Swift zelf beschikt de productie over een bezetting waarvoor menig filmregisseur een behoorlijke begroting moet aanvragen.

En dan hebben we het nog niet eens over de cameraman gehad.

Emmanuel Lubezki.

Drievoudig Oscarwinnaar, bekend van onder andere Gravity, Birdman en The Revenant.

Dat zie je.

De videoclip speelt zich grotendeels af in een indrukwekkende, modernistische villa. Beton, glas, enorme ruimtes en een inrichting waarbij je onmiddellijk begrijpt dat hier wel geld aanwezig is, maar waarschijnlijk weinig gezelligheid.

Een huis waar zelfs de kamerplanten relatietherapie nodig hebben.

Colin Farrell speelt een man met een duister verleden. Dakota Johnson vertolkt zijn huidige partner, terwijl Swift als zijn overleden voormalige geliefde door het verhaal blijft rondspoken.

Letterlijk en figuurlijk.

Het uitgangspunt doet denken aan een gotisch spookverhaal, maar dan verplaatst naar de wereld van rijke, emotioneel beschadigde mensen.

Het huis is daarbij bijna een vierde hoofdrolspeler.

De enorme ruimtes maken de personages klein. Het koude licht benadrukt hun onderlinge afstand. Glas en spiegelingen creëren een wereld waarin niemand helemaal lijkt te zijn wie hij beweert.

En dat is precies waarom deze video zo goed werkt.

De beelden vertellen het verhaal zonder voortdurend alles uit te leggen.

Dakota Johnson is daarbij uitstekend gecast. Haar ingetogen uitstraling vormt een mooi contrast met de dreigende aanwezigheid van Farrell. Swift kiest voor zichzelf een rol die eerder mysterieus dan nadrukkelijk is.

Gelukkig maar.

Want sommige popsterren regisseren een videoclip waarin ze vervolgens zelf ongeveer 97 procent van de beschikbare schermtijd opeisen.

Swift durft hier ruimte te geven aan haar medespelers.

Ook de montage verdient complimenten. De verschillende perspectieven, herinneringen en symbolische beelden vormen geleidelijk één geheel. Je wordt als kijker uitgenodigd om zelf verbanden te leggen.

Natuurlijk zitten er ook verwijzingen naar eerder werk van Swift in.

Dat hoort inmiddels bij haar visuele universum.

Sommige fans zullen waarschijnlijk met een vergrootglas voor hun televisie zitten.

Ik kijk liever gewoon naar de film.

Mijn enige kritiek is dat Swift soms nét iets te veel symboliek wil toevoegen. Niet iedere spiegel, schaduw of verborgen verwijzing hoeft noodzakelijkerwijs nog een tweede betekenis te hebben.

Af en toe mag een prachtig beeld ook gewoon een prachtig beeld zijn.

Maar dat is een klein bezwaar.

Want Patient Zero laat zien hoe volwassen de videoclip als kunstvorm kan zijn.

Geen verzameling mooie plaatjes bij een popnummer, maar een zelfstandig verteld verhaal met spanning, sfeer en een sterke visuele identiteit.

En wanneer de laatste beelden verdwijnen, denk ik maar één ding:

Hier had ik best nog anderhalf uur naar willen kijken.

Taylor Swift als filmregisseur?

Na deze videoclip lijkt mij dat bepaald geen vreemde gedachte.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★★ – 9,5/10

Regie: ★★★★★
Camerawerk: ★★★★★
Acteerprestaties: ★★★★½
Sfeer: ★★★★★
Verhaal: ★★★★½

Plus: prachtige cinematografie, sterke acteurs en een beklemmende psychologische sfeer.

Min: soms iets te veel symboliek en verborgen verwijzingen.

Eindoordeel: Patient Zero is geen gewone videoclip, maar een stijlvolle, gotische psychologische thriller in miniatuur. Taylor Swift heeft niet alleen een video gemaakt. Ze heeft een film gemaakt die toevallig maar vijf minuten duurt.

https://youtu.be/mw3kSNIxjqo?si=58bB7eScMhtuffNV

KEO – BE HAPPY★★★★☆ – 8/10





Twee nieuwe Britse bands op één dag. Maar Saint Clair wint.

KEO – BE HAPPY

Soms zijn er dagen waarop ik denk: waarom luister ik eigenlijk nog steeds iedere dag naar nieuwe muziek?

En dan krijg je op één dag Saint Clair met Dreams én Keo met Be Happy voorgeschoteld.

Kijk.

Daarom dus.

Twee jonge Britse gitaarbands die bewijzen dat er na Oasis, Radiohead, Blur en al die andere muzikale grootheden nog altijd leven bestaat op dat eiland.

Al klinkt Keo behoorlijk anders dan Saint Clair.

Waar Saint Clair mij vooral weet te pakken met melodie en dat heerlijke Britpopgevoel, komt Keo binnen alsof iemand vergeten is de versterkers zachter te zetten.

Be Happy.

Wat een gezellige titel.

De muziek denkt daar duidelijk anders over.

Vanaf het begin krijgen we stevige drums, gruizige gitaren en de stem van Finn Keogh, die klinkt alsof hij een paar vervelende weken achter de rug heeft en besloten heeft die frustratie niet bij de huisarts, maar in een opnamestudio achter te laten.

Heerlijk.

Keo komt uit Londen en Be Happy opent het debuutalbum Put A Smile On For Me, dat op 25 september verscheen.

Muzikaal hoor ik hier niet zozeer de vrolijke Britpop van Blur of Supergrass, maar eerder de alternatieve Britse gitaarrock die in de jaren negentig naast Britpop bestond.

Een beetje Radiohead.

Een flinke scheut Wunderhorse.

En ergens in de verte hoor ik zelfs de Amerikaanse grunge van Nirvana en Soundgarden.

De gitaren mogen schuren.

De drums mogen rammen.

En Finn Keogh hoeft vooral niet iedere noot keurig binnen de lijntjes te zingen.

Dat laatste maakt het nummer interessant.

Er zit emotie in zijn stem. Geen ingestudeerde wanhoop, maar een bijna wanhopige behoefte om ergens grip op te krijgen.

Want Be Happy is bepaald geen vrolijk liedje.

Het draait juist om de vraag waarom sommige mensen ogenschijnlijk zo gemakkelijk gelukkig kunnen zijn, terwijl anderen voortdurend met zichzelf in de knoop zitten.

Een vrolijke titel met een behoorlijk donkere inhoud dus.

Britse humor.

De officiële videoclip maakt het nog vreemder: een band in een oude bioscoop, een overdreven kleurrijke droomwereld en een publiek waarbij geluk langzaam iets ongemakkelijks krijgt.

Dat vind ik leuk.

Keo heeft duidelijk meer in huis dan alleen vier jongens met gitaren.

Toch heb ik ook kritiek.

De muzikale invloeden liggen er soms behoorlijk dik bovenop. Vooral Wunderhorse komt regelmatig in gedachten. En hoewel ik die rauwe gitaarmuur waardeer, mis ik nog een melodisch moment dat zich onmiddellijk in mijn hoofd nestelt.

Daar wint Saint Clair vandaag.

Dreams heeft voor mij nét dat beetje extra. Die melodieuze Britse charme waardoor ik na afloop meteen opnieuw op play druk.

Be Happy is daarentegen een nummer dat vooral indruk maakt met energie, spanning en emotie.

Twee verschillende kwaliteiten.

En allebei bijzonder welkom.

Want mocht iemand nog beweren dat Britse gitaarmuziek dood is, dan heb ik vandaag twee nieuwe bands gevonden die graag even langskomen om dat misverstand recht te zetten.

Waarschijnlijk met de versterkers op tien.

En Keo?

Die mogen terugkomen.

Maar vandaag gaat de bloemenbos naar Saint Clair.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ – 8/10

Genre: Britse alternatieve rock / grunge / indie
Stem: ★★★★½
Gitaarfactor: ★★★★★
Melodie: ★★★★☆
Originaliteit: ★★★½☆

Plus: rauwe gitaren, sterke zang en heerlijke energie.
Min: de invloeden van Wunderhorse en de jaren negentig zijn soms nadrukkelijk aanwezig.

Voor liefhebbers van: Wunderhorse, Radiohead, Nirvana en Soundgarden.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆

Eindoordeel: Keo maakt met Be Happy een uitstekende indruk. Rauw, donker en heerlijk Brits. Maar vandaag is er één probleem: Saint Clair bracht ook een nummer uit.

En die heeft gewonnen.


https://youtu.be/gCOc-aWn158?si=_81I7UhM_TWFWYjH

SAINT CLAIR – DREAMS ★★★★½ – 9/10




Daarom hou ik dus zo verschrikkelijk veel van Britpop

★★★½ – 9/10

Er zijn dagen waarop ik me afvraag waarom ik nog steeds zoveel nieuwe muziek beluister.

En dan komt er een band als Saint Clair voorbij.

Dreams.

En binnen de kortste keren weet ik het weer.

Daarom hou ik dus zo verschrikkelijk veel van Britse gitaarmuziek.

Geen ingewikkelde elektronische constructies. Geen producer die na drie seconden een beat laat vallen omdat anders de TikTok-generatie alweer verdwenen is. Gewoon gitaren, een stem met karakter en dat typisch Britse gevoel voor melodie en melancholie.

Het hoeft niet moeilijker.

Saint Clair is een jonge vierkoppige band uit Londen, met Toby Bardsley als zanger. In juli 2026 verscheen hun debuut-EP Something To Be Said. Hun muzikale wereld beweegt zich tussen Britse indierock, de dynamiek van Radiohead en de directheid van gitaarbands als The Strokes. 



En dat is precies het muzikale landschap waarin ik graag verdwaal.

et mooie aan Saint Clair is dat de band zich niet uitsluitend op nostalgie lijkt te richten. Natuurlijk hoor ik de erfenis van de jaren negentig. Die tijd waarin Britse bands met een paar gitaren, een goede melodie en een zanger met een licht gekwelde blik de wereld konden veroveren.

Maar dit is geen verkleedpartij.

Wat mij aanspreekt in die Britpop-traditie is de combinatie van directheid en emotie. Een lied mag lekker stevig zijn, maar moet ook iets achterlaten. Niet alleen herrie maken omdat de gitarist toevallig een nieuw effectpedaal heeft gekocht.

En dan die Britse zang.

Dat licht ongepolijste. Dat gevoel dat iemand niet zozeer probeert perfect te zingen, maar vooral iets kwijt moet.

Bij Saint Clair denk ik aan de melodieuze kant van Oasis, de emotionele intensiteit van Radiohead en de jonge energie van Wunderhorse.

Drie behoorlijk verschillende namen, maar ergens tussen die drie ligt een muzikaal gebied waarin ik me uitstekend thuis voel.

Wat ik vooral waardeer, is dat deze generatie Britse gitaarbands weer ruimte maakt voor echte liedjes. Melodie is geen vies woord. Een refrein hoeft niet ironisch bedoeld te zijn. En een gitaar mag gewoon klinken als een gitaar.

Revolutionair, tegenwoordig.

Is alles daarmee automatisch fantastisch?

Nee.

Mijn voornaamste kritiek op deze stijl is dat jonge bands soms zo nadrukkelijk naar hun muzikale helden kijken dat hun eigen gezicht nog wat onderbelicht blijft. Ik wil de invloeden herkennen, maar uiteindelijk vooral Saint Clair horen.

Daar ligt ook hun uitdaging voor de toekomst.

Maar geef mij deze muzikale richting boven de zoveelste perfect gladgestreken popproductie waarbij alle menselijke oneffenheden zorgvuldig zijn verwijderd.

Ik wil karakter.

Ik wil melodie.

Ik wil een beetje melancholie.

En vooral wil ik na afloop denken: zet dat nog eens op.

Daarom blijf ik Britse gitaarmuziek volgen. Van de jaren zestig via de Britpop van de jaren negentig tot de nieuwe generatie van vandaag.

Het verveelt me eenvoudigweg niet.

Sommige dromen verdwijnen zodra je wakker wordt. Mijn muzikale dromen hebben meestal een Brits accent en een elektrische gitaar.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

Voorlopige waardering: ★★★★½ – 9/10

Genre: Britpop / alternatieve gitaarrock
Plus: de Britse melodieuze gitaartraditie
Aandachtspunt: een eigen geluid ontwikkelen naast de grote voorbeelden
Voor liefhebbers van: Oasis, Radiohead, Wunderhorse en The Verve
INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★

Eindoordeel: Britse gitaarmuziek blijft een onuitputtelijke bron van plezier. En Saint Clair is een naam om in de gaten te houden.

https://youtu.be/_A6skyNhFpA?si=w2ulSnrEOp3Ow8ur

dinsdag 29 september 2026

RACOON – DICHT BIJ HET VUUR★★★★☆ 8/10



RACOON – DICHT BIJ HET VUUR

Geen nieuwe Oceaan. Gelukkig maar.

★★★★☆ 8/10

Daar is Racoon weer in het Nederlands.

En dan weet je bijna automatisch wat er gebeurt. Iedereen gaat vergelijken met Oceaan.

Niet doen.

Dicht Bij Het Vuur is geen nieuwe Oceaan. Het probeert dat volgens mij ook helemaal niet te zijn. Waar Oceaan groot kon worden in zijn emotie, houdt Racoon het deze keer bewust klein.

En juist daardoor komt het binnen.

De nieuwe single verscheen op 25 september 2026 en duurt 3:44. Racoon noemt het zelf een ode aan familie. Zanger Bart van der Weide vertelde dat het nummer gaat over familieleden die er niet meer zijn en hoe dat gemis sterker voelbaar kan worden wanneer iedereen samenkomt. Racoon

Dat hoor je.

Geen grote woorden.

Geen orkest dat na twee minuten wordt binnengereden om ons duidelijk te maken dat we nu ontroerd moeten zijn.

Gewoon een liedje.

Een klein, mooi liedje.

En Bart van der Weide kan dat.

Zijn stem heeft iets waardoor een eenvoudige Nederlandse zin ineens meer gewicht krijgt. Hij hoeft niet te schreeuwen. Sterker nog: wanneer Racoon klein blijft, vind ik de band vaak op zijn sterkst.

De titel is eigenlijk al het hele nummer.

Dicht bij het vuur.

Mensen om je heen. Warmte. Familie. Herinneringen. En onvermijdelijk ook die lege stoel van iemand die vroeger wel aanschoof.

Dat laatste maakt het lied mooier dan een doorsnee gezellig familieliedje.

Warmte bestaat namelijk ook bij de gratie van gemis.

Hoe ouder je wordt, hoe meer mensen er in je herinneringen rond het vuur zitten die er in werkelijkheid niet meer bij kunnen zijn. Van der Weide vertelde dat juist feestdagen als kerst, oud en nieuw en zelfs Sinterklaas daardoor belangrijker voor hem zijn geworden. NPO Radio 2

En daar zit voor mij de kracht.

Racoon probeert het verdriet niet groter te maken.

Ze maken het herkenbaar.

Muzikaal gebeurt er eigenlijk weinig spectaculairs. De melodie is eenvoudig, het arrangement houdt zich keurig op de achtergrond en alles staat in dienst van tekst en stem.

Dat is tegelijkertijd mijn kleine kritiek.

Racoon speelt hier behoorlijk op veilig.

Ik had muzikaal misschien één onverwacht akkoord, een vreemde wending of een iets scherper randje willen horen. Nu weet je na een minuut ongeveer welke kant het nummer opgaat.

Maar soms moet een recensent ook niet moeilijk doen omdat hij toevallig vijfhonderd woorden moet vullen.

Een klein liedje mág klein blijven.

En Dicht Bij Het Vuur zou waarschijnlijk minder mooi worden als Racoon er halverwege alsnog een stadionnummer van probeerde te maken.

Geen Oceaan dus.

Geen poging om het succes uit 2012 nog eens na te bouwen.

Gewoon Bart van der Weide die zingt over familie, samenzijn en mensen die gemist worden.

En soms is dat genoeg.

Misschien zelfs meer dan genoeg.

Want uiteindelijk gaat het niet om hoe groot het vuur is.

Het gaat om wie eromheen zitten.

DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ 8/10

Stem: ★★★★½
Tekst: ★★★★½
Muziek: ★★★★☆
Originaliteit: ★★★½☆
Plus: klein, warm en oprecht
Min: muzikaal behoorlijk veilig
Voor liefhebbers van: de Nederlandstalige kant van Racoon
INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆
Eindoordeel: Dicht Bij Het Vuur is geen tweede Oceaan en probeert dat gelukkig ook niet te zijn. Geen enorme golven ditmaal, maar een klein vuurtje. Ga er maar even bij zitten.



https://youtu.be/50jnjDLVeBY?si=Q-oJ0Z-ea6SHZOl6

THE SNUTS – PTS★★★★☆ 7,5/10




THE SNUTS – PTS

Geen idee wie die Snuts zijn? Na vier minuten wil je ze toch nog een keer horen

★★★★☆ 7,5/10

Soms krijg ik een nummer binnen van een band waarbij ik onmiddellijk denk:

Geen idee.

The Snuts?

Nooit echt gevolgd.

En met zo'n bandnaam verwacht je eerlijk gezegd eerder vier jongens die op zaterdagmiddag ergens in Glasgow uit een pub worden gezet dan een band die een behoorlijk sterk popliedje aflevert.

Maar dan begint PTS.

En binnen een halve minuut denk ik:

ja hoor, lekker.

Gitaren.

Een fijne melodie.

Een zanger met precies genoeg Brits accent.

En vooral dat gevoel waardoor je ineens weer begrijpt waarom Britpop en Britse gitaarmuziek zo verslavend kunnen zijn.

Eén klein probleem.

The Snuts zijn Schots.

Ze komen uit West Lothian. Dus voordat er boze Schotten bij De Alternatieve Muziekman aan de deur staan: met Britpop bedoel ik hier de muzikale traditie, niet dat ik Schotland stiekem naar Engeland heb verplaatst.

The Snuts bestaat uit onder anderen zanger Jack Cochrane, gitarist Joe McGillveray, bassist Callum Wilson en drummer Jordan Mackay. Op PTS hoor je precies waarom deze band zo makkelijk tussen indie en grote Britse gitaarpop kan bewegen. Qobuz

Het nummer heeft iets vertrouwds.

Een beetje The Kooks.

Een vleug Catfish and the Bottlemen.

Misschien ergens nog wat Courteeners.

En als we toch bezig zijn, staat Oasis natuurlijk vanuit de verte mee te kijken met de armen over elkaar.

Maar PTS wordt gelukkig geen verkleedpartij uit 1995.

Daarvoor klinkt de productie te modern en te helder. De gitaren hebben ruimte, de drums duwen het nummer lekker vooruit en Cochrane heeft zo'n stem die gemaakt lijkt voor een festivalweide waar een paar duizend mensen na twee bier besluiten dat ze het refrein al jaren kennen.

Dat bedoel ik positief.

PTS is onmiddellijk.

Je hoeft het nummer niet zes keer te horen voordat er ergens een verborgen kunstzinnige bedoeling uit de kast komt.

Geen IJslandse gletsjers deze keer.

Geen negen minuten wachten tot Jónsi een belletje laat rinkelen.

Gewoon:

gitaar erin.

Drums erbij.

Zingen.

En gáán.

Maar precies daar zit ook mijn kritiek.

Want heel verrassend is het allemaal niet.

The Snuts kennen hun Britse gitaarmuziek duidelijk goed en PTS bevindt zich comfortabel binnen die traditie. Misschien zelfs iets té comfortabel. Ik mis dat ene detail waardoor ik na twintig seconden zou kunnen zeggen:

dit kunnen alleen The Snuts zijn.

Dat onderscheid hoor ik nog niet voldoende.

En daarom zou ik hier zeker geen 9 van maken.

Zelfs een 8 vind ik nét te royaal.

Maar een 7,5?

Absoluut.

Want originaliteit is niet de enige reden om muziek op te zetten.

Soms wil je helemaal niet naar een revolutionaire nieuwe muziekstroming luisteren.

Soms wil je gewoon een gitaar horen.

Een goede melodie.

Een lekker refrein.

En na vier minuten denken:

nog een keer.

Dat doet PTS.

En The Snuts?

Die naam ga ik vanaf nu toch maar onthouden.

DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ 7,5/10

Melodie: ★★★★☆
Gitaarfactor: ★★★★☆
Originaliteit: ★★★☆☆
Plus: heerlijk directe Britse gitaarpop
Min: klinkt soms wel erg vertrouwd
Voor liefhebbers van: The Kooks, Courteeners, Catfish and the Bottlemen en moderne Britpop
INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆
Eindoordeel: PTS vindt de Britpop niet opnieuw uit. Hoeft ook niet. The Snuts pakken een gitaar, zetten een lekkere melodie neer en vier minuten later wil ik weten wat ze nog meer gemaakt hebben. Missie geslaagd.

https://youtu.be/Lycc8loMue8?si=wNMVpq9B3o3v4ipF

Hamish Hawk – Intriguer/Tenderness★★★★½ 8,5/10




Hamish Hawk – Intriguer/Tenderness

Patrick Wolf! Dát was de naam die ik zocht

★★★★½ 8,5/10

Soms zit er tijdens het luisteren een artiest in je hoofd waarvan de naam maar niet wil komen.

Je hoort een stem.

Je kent dat gevoel.

Je weet ongeveer waar in je platenkast je moet zoeken.

Maar die naam?

Weg.

Bij Intriguer/Tenderness van Hamish Hawk had ik dat onmiddellijk.

Nick Cave?

Ja, een beetje.

David Bowie?

Zeker.

Maar er zat nóg iemand in.

En ineens viel het kwartje:

Patrick Wolf.

Dát is hem.

Niet omdat Hamish Hawk Patrick Wolf probeert na te doen. Maar die combinatie van artpop, chamberpop, theater en een stem die van ieder woord een kleine voorstelling maakt, brengt me onmiddellijk bij Wolf.

En daarmee wordt Intriguer/Tenderness ineens nog interessanter.

Hamish Hawk komt uit Edinburgh en zijn muziek wordt vaker omschreven als chamberpop en alternatieve/indierock. Op deze nieuwe titeltrack kiest hij bovendien voor een duidelijker synthgedreven geluid. Het nummer hoort bij zijn gelijknamige album, dat voor 2 april 2027 staat aangekondigd. enola.be

Maar genres vertellen maar de helft.

Want Hawk zingt niet gewoon.

Hij acteert.

Zijn stem is donker en nadrukkelijk aanwezig. Het ene moment hoor ik de plechtige dreiging van Nick Cave, vervolgens iets van de elegante vervreemding van David Bowie en dan ineens die excentrieke, romantische dramatiek van Patrick Wolf.

Vooral die laatste vergelijking blijft hangen.

Wolf kon een popnummer laten klinken alsof er achter de zanger tegelijkertijd een klein orkest én een toneelgezelschap stond te wachten.

Hawk heeft dat ook.

Alles lijkt nét iets groter dan noodzakelijk.

Een woord krijgt extra nadruk.

Een melodie neemt onverwacht een afslag.

Een synthesizer verschijnt waar een gewone gitaarband waarschijnlijk gewoon nog een gitaar had neergezet.

Heerlijk.

Daar komt het concept van Intriguer/Tenderness nog bij. Hawk beschrijft twee kanten van zichzelf: de grotere, dominante podiumpersoonlijkheid tegenover zijn zachtere en kwetsbaardere kant buiten het podium. Die tegenstelling vormt de basis van het komende album. Republic of Music

En precies die tweestrijd hoor ik in deze muziek.

Stoer en kwetsbaar.

Donker en speels.

Intellectueel en toch melodieus.

Dit is artpop die niet vergeten is dat het tweede deel van dat woord nog altijd ‘pop’ is.

Gelukkig maar.

Mijn kritiek blijft wel staan.

Hamish Hawk kan soms zó nadrukkelijk bezig zijn met Hamish Hawk zijn dat je bijna de neiging krijgt hem een stoel aan te bieden.

Ga even zitten, jongen.

Een gewone melodie mag ook.

De theatrale zang, bijzondere woorden en rijke arrangementen vragen behoorlijk wat aandacht. Het gevaar is dat je het nummer vooral interessant gaat vinden, terwijl ik uiteindelijk door muziek geraakt wil worden.

Daarom blijft mijn cijfer 8,5 en wordt het nog geen 9.

Maar saai?

Geen seconde.

Sterker nog: na drie luisterbeurten hoor ik nog steeds nieuwe details.

En die vergelijking waar ik eerst niet op kwam?

Die schrijf ik nu met dikke letters op:

PATRICK WOLF.

DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ 8,5/10

Stem: ★★★★★
Artpop: ★★★★½
Chamberpop: ★★★★★
Originaliteit: ★★★★½
Plus: theatraal, intelligent en muzikaal rijk
Min: soms iets te nadrukkelijk kunstzinnig
Ik hoor: Patrick Wolf, Nick Cave en David Bowie
INDIE TOP 20-potentie: ★★★★½

Eindoordeel: Intriguer/Tenderness klinkt alsof Patrick Wolf, Nick Cave en David Bowie ergens in een donker theater zijn achtergebleven. Hamish Hawk doet vervolgens het licht aan — en blijkt gelukkig vooral zichzelf te zijn.https://youtu.be/xfT2TwtZuIA?si=DZ0oqP_r2NgGqNnw

PLACEBO – HELEN KELLER★★★★½ 9/10




PLACEBO – HELEN KELLER

Dertig jaar later en nog steeds die heerlijke Placebo-sound

★★★★½ 9/10

Dertig jaar.

Laat dat even bezinken.

In 1996 kwam Placebo binnenvallen in een Britse muziekscene waarin Britpop ongeveer voorschreef hoe een band eruit moest zien. Jongens, gitaren, bravoure en vooral niet te ingewikkeld doen.

En toen kwam Brian Molko.

Eyeline.

Androgyn.

Een stem die je óf onmiddellijk fantastisch vond óf na twintig seconden het raam uit wilde gooien.

En teksten over seksualiteit, drugs, vervreemding en zelfdestructie.

Placebo paste nergens helemaal bij.

Precies daarom paste de band voor zoveel mensen juist wél.

Nu, dertig jaar later, verschijnt Helen Keller.

En verdorie.

Na een paar seconden weet je alweer genoeg.

Placebo.

Die gitaar.

Die donkere ondertoon.

En natuurlijk die stem van Molko. Nog altijd onmiddellijk herkenbaar. Er zijn duizenden rockzangers die technisch misschien mooier zingen, maar geef mij vijf seconden Brian Molko en ik weet wie er achter de microfoon staat.

Dat is uiteindelijk veel belangrijker.

Het mooie is dat Helen Keller daadwerkelijk teruggrijpt naar het begin. De basis komt uit de pianomelodie van H.K. Farewell, de verborgen track op het debuutalbum uit 1996.

Dat klinkt gevaarlijk.

Want bands die na dertig jaar hun eigen debuut beginnen te citeren, bevinden zich al snel op het terrein van jubileumtournees, luxe boxsets en de mededeling dat het vroeger allemaal beter was.

Placebo doet gelukkig iets anders.

Ze hebben geen oude opname opgepoetst.

Ze hebben er een nieuw nummer van gemaakt.

De pianomelodie vormt het skelet, maar daaromheen staat Placebo anno 2026. Gitaren komen stevig binnen, de productie van de band met Adam Noble klinkt groot en tegelijkertijd rauw genoeg en Molko zingt met die bekende combinatie van afstandelijkheid en emotie.

En vooral:

Helen Keller heeft spanning.

Dat mis ik soms bij bands die al dertig jaar bestaan.

Alles technisch goed.

Iedereen weet precies waar hij moet staan.

Om half elf klaar.

Bus in.

Volgende stad.

Placebo klinkt hier gelukkig niet alsof ze hun pensioenregeling muzikaal aan het voorbereiden zijn.

Er zit nog steeds iets ongemakkelijks in.

Iets donkers.

Iets waardoor die muziek nooit helemaal gezellig wordt.

En dat hoort zo.

Natuurlijk hoor je het verleden. Soms misschien zelfs iets te nadrukkelijk. Wie Placebo goed kent, zal nergens denken dat de band zichzelf opnieuw heeft uitgevonden.

Maar moet dat?

Na dertig jaar lijkt me jezelf nog steeds zijn zonder een karikatuur van jezelf te worden eigenlijk al moeilijk genoeg.

En daar slaagt Helen Keller in.

Het nummer heeft die heerlijke Placebo-sound, maar voelt niet als een museumstuk uit 1996.

Het verleden wordt gebruikt als bouwmateriaal.

Niet als bestemming.

Dat vind ik misschien wel het mooiste aan deze single.

Dertig jaar geleden maakte Placebo muziek voor mensen die zich niet helemaal thuis voelden tussen de rest.

In 2026 klinkt de band nog steeds alsof volledig aanpassen nooit op de agenda heeft gestaan.

Gelukkig maar.

Want normale rockbands hebben we al genoeg.

DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ 9/10

Stem: ★★★★½ – Molko blijft Molko
Gitaar: ★★★★★
Placebo-factor: ★★★★★
Vernieuwing: ★★★★☆
Plus: donker, rauw en onmiddellijk herkenbaar
Minpunt: de verwijzing naar het verleden is soms wel erg nadrukkelijk
Voor liefhebbers van: Placebo uit 1996 én Placebo anno 2026
INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★

Eindoordeel: dertig jaar na het debuut kijkt Placebo achterom zonder achteruit te lopen. Helen Keller heeft die heerlijke, donkere Placebo-sound waar niemand anders helemaal mee wegkomt. En ja, na dertig jaar werkt het nog steeds.

https://youtu.be/8kQbg4Pqa4Q?si=8XIQzxTL7lIa-Mqo

maandag 28 september 2026

THE SICK MAN OF EUROPE – APATHY★★★★☆ 8/10




THE SICK MAN OF EUROPE – APATHY

Welkom in 1985. Uw zwarte regenjas hangt al klaar.

★★★★☆ 8/10

Welkom in 1985.

De koffie is slecht, de lucht is grijs en iemand heeft zojuist besloten dat vrolijkheid voorlopig niet meer nodig is.

Op de achtergrond staat The Sick Man Of Europe – Apathy aan.

En verdomd, dat klinkt lekker.

The Sick Man Of Europe heeft zo'n bandnaam waarbij je ook niet direct een zomerse hit met een ukelele verwacht. Dit moet donker klinken. Een beetje ongemakkelijk. Alsof de repetitieruimte zich onder een verlaten fabriek bevindt en niemand sinds dinsdag het licht heeft aangedaan.

Apathy stelt daarin niet teleur.

Vanaf het begin is vooral die bas belangrijk. Donker, strak en repetitief. Daaroverheen komen gitaren die niet proberen mooi te zijn en een ritme dat maar blijft doorduwen.

Postpunk dus.

En behoorlijk nadrukkelijk ook.

Je hoort onmiddellijk echo's van de jaren tachtig. Joy Division ligt voor de hand, maar ook de vroege The Cure en hier en daar iets van Killing Joke.

Niet bepaald muziek waarbij je spontaan de barbecue aansteekt.

Gelukkig maar.

De zang klinkt afstandelijk en bijna onverschillig. En met een titel als Apathy lijkt me dat niet geheel toevallig. Hier staat geen zanger vooraan die na iedere zin wil laten horen dat hij auditie heeft gedaan voor The Voice.

Hij klinkt eerder alsof The Voice hem heeft gebeld en hij niet heeft opgenomen.

Dat past perfect.

Het knappe is dat Apathy ondanks die donkere sfeer behoorlijk verslavend wordt. De bas blijft in je hoofd rondlopen en de herhaling werkt hypnotiserend.

Na één minuut denk je: ja, ik snap het.

Na twee minuten zit je erin.

En daarna wil je eigenlijk niet meer dat het stopt.

Maar er is natuurlijk ook een probleem.

Dit klinkt wel héél erg 1985.

Als iemand mij had verteld dat Apathy veertig jaar geleden was opgenomen en onlangs achter een stapel oude platen van Factory Records was gevonden, had ik waarschijnlijk gevraagd wanneer de geremasterde vinylversie verschijnt.

Dat is tegelijkertijd compliment én kritiek.

Want waar is 2026?

The Sick Man Of Europe beheerst het postpunkidioom uitstekend, maar ik zou graag één element horen dat de deur naar het heden openzet. Een onverwacht elektronisch geluid. Een productiegrap. Een vreemde overgang.

Iets waardoor je niet alleen denkt: wat klinkt dit lekker ouderwets, maar ook: dit kan alleen nú gemaakt zijn.

Toch vergeef ik ze veel.

Waarom?

Omdat Apathy gewoon werkt.

Die bas.

Dat ritme.

Die donkere zang.

Dat grauwe Britse sfeertje.

Je kunt natuurlijk vernieuwend proberen te zijn en vervolgens een slecht nummer maken. Dan heb ik toch liever een band die veertig jaar terugkijkt en precies begrijpt waarom die muziek toen zo goed was.

Dus trek die zwarte jas maar aan.

Doe de gordijnen dicht.

De jaren tachtig zijn weer begonnen.

Alleen jammer dat niemand het 1985 heeft verteld.

DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ 8/10

Plus: fantastische bas, donkere sfeer en heerlijk hypnotiserend
Min: de kalender zegt 2026, de muziek nadrukkelijk 1985
Voor liefhebbers van: Joy Division, The Cure, Killing Joke en donkere Britse postpunk
INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆
Eindoordeel: The Sick Man Of Europe vindt de postpunk niet opnieuw uit. Ze halen hem uit 1985, poetsen hem nauwelijks af en zetten hem gewoon weer aan. En ja hoor: hij doet het nog.

https://youtu.be/MFmZM7AMEUE?si=7YVIJxztqdXxjM-e


DAVE STEWART – THE WAY IT WAS BACK THEN★★★★☆ 8/10



DAVE STEWART – THE WAY IT WAS BACK THEN

Wel de mondharmonica van Dylan. Gelukkig niet zijn stem.

★★★★☆ 8/10

Zet een nieuw nummer van Dave Stewart op en ergens in je hoofd verwacht je toch dat Annie Lennox ieder moment binnen kan komen.

Kan ik ook niets aan doen.

Veertig jaar Eurythmics wis je niet zomaar uit je muzikale geheugen. Een synthesizer, een elektronische beat, die typische productie van Stewart en vervolgens Annie Lennox die met één zin duidelijk maakt waarom zij Annie Lennox is.

Maar bij The Way It Was Back Then kunnen we dat allemaal vergeten.

Dit klinkt totaal niet als Eurythmics.

Sterker nog: als je niet wist dat Dave Stewart hierachter zat, zou je hem waarschijnlijk niet onmiddellijk herkennen.

En dat bedoel ik als compliment.

Dit is veel aardser.

Britser.

Een beetje folk, een beetje blues en vooral het gevoel van een muzikant die niet meer hoeft te bewijzen hoeveel knopjes hij in een studio kan bedienen.

En dan ineens:

mondharmonica.

Hallo Bob Dylan.

Die vergelijking is onvermijdelijk. Niet omdat Stewart hier een Dylan-imitatie neerzet, maar omdat die mondharmonica onmiddellijk dat oude singer-songwritergevoel oproept. Alsof iemand een deur naar 1965 openzet en zegt: kijk maar even rond.

Gelukkig heeft Stewart alleen de mondharmonica meegenomen.

Niet de stem.

Sorry Bob.

Een Nobelprijs voor Literatuur is prachtig, maar laten we niet doen alsof The Voice ooit speciaal voor jou is bedacht.

Stewart klinkt hier juist prettig doorleefd. Geen grote vocale acrobatiek en nergens de behoefte om zichzelf jonger voor te doen dan hij is.

Dat past perfect bij een titel als The Way It Was Back Then.

Het nummer kijkt achterom.

Maar belangrijker: het klinkt niet alsof Stewart wanhopig terug wil.

Dat verschil maakt het interessant.

Er zit nostalgie in, maar geen goedkoop sentiment. Niet dat gebruikelijke verhaal van vroeger-was-alles-beter, waarna iemand vervolgens zijn nieuwe single via TikTok probeert te verkopen.

De instrumentatie blijft relatief eenvoudig en organisch. Gitaar, stem, die mondharmonica en vooral veel ruimte.

En weet je wat?

Dat staat Dave Stewart verrassend goed.

Misschien zelfs beter dan wanneer hij geprobeerd had nog één keer Sweet Dreams uit de kast te trekken.

Natuurlijk is er ook iets aan te merken.

The Way It Was Back Then is geen nummer dat je bij de eerste luisterbeurt bij de strot grijpt. Het kabbelt soms iets te comfortabel voort. Ik mis één moment waarop Stewart muzikaal uit de bocht vliegt.

Een onverwachte versnelling.

Een gemene gitaar.

Iets.

Maar na een tweede luisterbeurt begint juist die ontspannen aanpak te werken.

En bij de derde denk je:

verrek, dit is eigenlijk gewoon heel goed.

Dave Stewart probeert hier niet Dave Stewart van Eurythmics te zijn.

Hij probeert al helemaal niet Bob Dylan te zijn.

Hij klinkt als een Britse muzikant die inmiddels genoeg heeft meegemaakt om zonder allerlei studiotrucs een verhaal te vertellen.

En juist daardoor werkt het.

Wie alleen voor de Eurythmics-sound komt, zal waarschijnlijk even moeten slikken.

Wie daarna blijft luisteren, krijgt iets veel leukers.

Dave Stewart zonder verwachtingspatroon.

Mondharmonica inbegrepen.

DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ 8/10

Plus: heerlijk organisch, Brits en verrassend ver verwijderd van Eurythmics
Min: kabbelt af en toe iets te gemakkelijk door
Opvallend: die heerlijke Bob Dylan-achtige mondharmonica
Voor liefhebbers van: Britse singer-songwriters, folkrock en een vleugje Dylan
INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆
Eindoordeel: geen Eurythmics, nauwelijks elektronica en ineens een mondharmonica. Dave Stewart slaat een onverwachte weg in. Gelukkig nam hij van Dylan alleen dat laatste mee — en niet zijn stem.

https://youtu.be/hegv0AUtX7E?si=-rXqgijwrHy3RCB6


ERASURE – WINGS OF LOVE★★★★☆ 8/10



ERASURE – WINGS OF LOVE

Heerlijk. Gewoon Erasure.

★★★★☆ 8/10

Soms hoor je drie seconden van een nummer en weet je genoeg.

Erasure.

Geen Shazam nodig. Geen persbericht. Geen buurman die toevallig al veertig jaar synthesizers verzamelt.

Dit zijn gewoon Vince Clarke en Andy Bell.

En eerlijk gezegd: wat is daar mis mee?

Wings Of Love is afkomstig van het nieuwe album Radio!! Radio!!, dat op 12 maart verschijnt. Het wordt alweer het twintigste studioalbum van Erasure. Twintig! Andere mensen krijgen na veertig jaar samenwerken ruzie over wie de vaatwasser verkeerd heeft ingeruimd. Clarke en Bell zetten gewoon weer een synthesizer aan.

En gelukkig maar.

Want Wings Of Love heeft precies dat geluid waarvoor ik Erasure wil horen.

Vince Clarke legt een elektronische basis neer die tegelijkertijd eenvoudig en ontzettend slim klinkt. Dat is altijd zijn grote kracht geweest. Hij hoeft geen 48 synthesizers tegelijk te laten horen om indruk te maken. Een paar goed gekozen geluiden, een baslijn, een melodie en klaar.

En dan Andy Bell.

Die stem herken je uit duizenden.

Warm, uitbundig en nog altijd met dat kleine beetje drama dat bij Erasure hoort. Bell zingt nooit alsof hij even een boodschappenlijstje doorneemt. Bij hem staat er altijd minstens ergens een denkbeeldige discobal aan.

Wings Of Love gaat over liefde, hoop en doorgaan wanneer de wereld daar niet bepaald aanleiding toe geeft. Dat past bij Radio!! Radio!!, waarop Erasure liefde, verlies en onrecht wil verbinden aan een tijd waarin empathie soms een schaars artikel lijkt te zijn.

Zwaar onderwerp.

Maar Erasure doet wat Erasure altijd goed heeft gedaan: er popmuziek van maken.

Geen preek.

Geen sombere piano waarbij iedereen ernstig naar de grond moet kijken.

Gewoon een melodie.

En wat voor eentje.

Het refrein zit na één luisterbeurt al in je hoofd. Na twee keer zing je mee en na drie keer begin je je af te vragen waarom je eigenlijk niet ergens een oude synthesizer hebt staan.

Toch is er ook kritiek.

Want Wings Of Love klinkt héél erg als Erasure.

Misschien zelfs iets te veel.

Wie hoopt dat Clarke en Bell op hun twintigste album plotseling freejazz, shoegaze of Noorse deathmetal gaan maken, kan de hoop onmiddellijk opgeven.

Maar zelfs binnen hun eigen geluid had ik graag één onverwachte afslag gehoord. Een vreemd elektronisch geluid, een donkere passage of een moment waarop Vince Clarke de boel ineens volledig ontregelt.

Dat gebeurt niet.

Wings Of Love speelt op veilig.

Alleen is veilig bij Erasure nog altijd beter dan avontuurlijk bij heel veel andere synthpopbands.

Daar zit het verschil.

Want na veertig jaar klinkt dit duo niet als een nostalgische act die probeert zijn oude hits na te maken. Je hoort twee mannen die nog altijd precies begrijpen waarom hun combinatie werkt.

Clarke bouwt.

Bell vliegt eroverheen.

En wij mogen mee.

Is dit de beste Erasure-single ooit?

Nee.

Is het vernieuwend?

Ook niet.

Zet ik hem straks nog een keer op?

Absoluut.

Soms hoeft een recensie helemaal niet ingewikkeld te zijn.

Heerlijke Erasure-sound. Gewoon goed.

DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ 8/10

Plus: onmiddellijk herkenbaar, sterk refrein en die heerlijke Clarke/Bell-combinatie
Min: had iets avontuurlijker gemogen
Voor liefhebbers van: Erasure. Ja, zo simpel is het deze keer.
INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆
Eindoordeel: veertig jaar verder en nog steeds klinkt één synth en één stem als Erasure. Wings Of Love vernieuwt weinig, maar soms wil je helemaal niet verbouwen als het huis nog zo lekker staat

https://youtu.be/rDEB9OuFhR4?si=6cP0TdvM0B8EiUb-

TORTURETWINN – DON'T GIVE UP★★★★☆ 8/10



TORTURETWINN – DON'T GIVE UP

Welkom terug in 1987. En eigenlijk is dat best lekker.

★★★★☆ 8/10

Soms zet je een nieuw nummer uit 2026 op en controleer je na een halve minuut toch even of Spotify niet per ongeluk naar 1987 is gesprongen.

Dat gebeurt bij TORTURETWINN – Don't Give Up.

Die drums.

Die gitaren.

Die grote melodie.

Je verwacht ieder moment een Amerikaanse cabriolet door het beeld, twee mensen met veel te veel haar en een videoclip waarin iemand vanaf een bergtop ernstig naar de horizon staat te kijken.

Heerlijk.

Don't Give Up heeft namelijk die typische Amerikaanse jaren-80-sound die we kennen van Richard Marx, Foreigner en Starship. AOR, melodieuze rock en een klein beetje stadiongevoel. Alles klinkt groot, glanzend en vooral schaamteloos melodieus.

En laat dat laatste nou net het sterke punt zijn.

TORTURETWINN doet niet moeilijk.

Geen elektronisch experiment van zeven minuten. Geen zanger die fluistert alsof de buren al naar bed zijn. Geen productie waarbij je eerst een handleiding moet lezen.

Nee.

Een refrein.

Weet je nog?

Zo'n ding dat na één luisterbeurt in je hoofd zit.

De gitaren zijn stevig zonder echt hard te worden en de productie heeft precies die gepolijste glans die bij dit soort muziek hoort. Vooral de zang maakt de vergelijking met Richard Marx voor mij logisch. Niet omdat TORTURETWINN hem letterlijk kopieert, maar vanwege datzelfde gevoel van melodieuze Amerikaanse rock waarin emotie belangrijker is dan stoerdoenerij.

En dan zit er ook nog wat Foreigner in.

Misschien zelfs een beetje Starship.

Niet het meest hippe rijtje artiesten om in 2026 op een verjaardagsfeestje te noemen, maar daar hebben we bij De Alternatieve Muziekman gelukkig maling aan.

Goed is goed.

En Don't Give Up is gewoon goed.

Toch zit daar meteen mijn kritiek.

Want TORTURETWINN leunt wel héél nadrukkelijk op die jaren tachtig.

Soms vraag ik me af: waar is 2026 gebleven?

Als je mij had verteld dat dit een vergeten Amerikaanse single uit 1988 was die na 38 jaar in een stoffige doos was teruggevonden, had ik je waarschijnlijk geloofd.

Een iets modernere draai had het nummer spannender gemaakt.

Een onverwachte break.

Een vreemd synthesizergeluid.

Een rafelrand.

Iets waardoor TORTURETWINN niet alleen laat horen waar de inspiratie vandaan komt, maar vooral wie TORTURETWINN zélf is.

Maar vervolgens komt dat refrein weer.

En ja hoor.

Daar ga ik opnieuw.

Want nostalgie is natuurlijk geen misdaad. Zeker niet wanneer je begrijpt waarom die muziek destijds werkte: grote melodieën, sterke refreinen en muzikanten die niet bang waren om een liedje ook daadwerkelijk als een liedje te laten klinken.

Don't Give Up heeft dat.

Dit nummer probeert de jaren tachtig niet opnieuw uit te vinden.

Het trekt gewoon de leren jas aan, start de cabriolet en rijdt ermee weg.

Waarschijnlijk richting zonsondergang.

Natuurlijk.

Het blijft tenslotte 1987.

DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★☆ 8/10

Plus: ijzersterke jaren-80-sfeer en een refrein dat onmiddellijk blijft hangen
Min: leunt soms iets te zwaar op zijn voorbeelden
Voor liefhebbers van: Richard Marx, Foreigner, Starship en melodieuze AOR
INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆
Eindoordeel: misschien geen vernieuwingsprijs, maar wel een heerlijk stuk Amerikaanse jaren-80-rock. Soms hoef je het wiel niet opnieuw uit te vinden. Je moet er alleen goede velgen onder zetten

https://youtu.be/3TcEBI_cEXE?si=D_7gX-ZrHzDixNBR