dinsdag 22 september 2026

Labrinth – I Want to Know What Love Is★★★☆☆ – 3/5



Labrinth – I Want to Know What Love Is

Een perfect voorbeeld van een totaal niet noodzakelijke cover

Soms verschijnt er een cover en denk ik: ja, natuurlijk.

Een artiest pakt een bekend nummer, trekt het volledig uit elkaar en bouwt er iets nieuws van. Een andere sfeer, een onverwachte stem, vreemde elektronica, een compleet ander tempo.

Dan begrijp ik waarom je een klassieker opnieuw opneemt.

En soms verschijnt Labrinth met I Want to Know What Love Is.

Tja.

Het origineel van Foreigner uit 1984 is inmiddels zo bekend dat je bijna automatisch het grote refrein in je hoofd hoort zodra iemand alleen de titel noemt.

Dus Labrinth begint hier met een behoorlijke achterstand.

Niet omdat je van een klassieker moet afblijven. Integendeel. Van mij mag je alles coveren.

Maar dan moet je wel antwoord kunnen geven op één eenvoudige vraag:

Waarom?

En dat antwoord hoor ik hier onvoldoende.

Labrinth kan natuurlijk zingen. Daar ligt het probleem absoluut niet. Zijn stem heeft bereik, kracht en emotie. Hij probeert het nummer bovendien naar zijn eigen dramatische wereld te trekken.

De productie is groot en filmisch. De zang staat nadrukkelijk vooraan en er wordt langzaam naar dat onvermijdelijke refrein toegewerkt.

Maar juist daar begint het bij mij te wringen.

Of eigenlijk:

het wringt niet genoeg.

Dat is het probleem.

Het origineel had die enorme jaren-tachtig-powerballadopbouw: synthesizers, gitaren, Lou Gramms stem en uiteindelijk dat beroemde gospelkoor dat het refrein bijna de hemel in tilt.

Als je dat in 2026 opnieuw doet, wil ik iets horen waardoor ik Foreigner even vergeet.

Een kale pianoversie misschien.

Een elektronische nachtmerrie.

Een compleet vertraagde versie.

Desnoods Labrinth met één synthesizer die klinkt alsof hij uit Euphoria is ontsnapt.

Doe iets.

Maar deze uitvoering blijft voor mij te dicht bij het oorspronkelijke emotionele doel: beginnen met ingehouden drama en vervolgens steeds groter worden.

Labrinth zingt uitstekend, maar uitstekend zingen is nog geen reden om een klassieker opnieuw op te nemen.

Sterker nog: zijn eigen muziek bewijst juist hoe avontuurlijk hij kan zijn. Daarom vind ik deze keuze extra jammer.

Ik wil bij Labrinth het onverwachte.

Hier weet ik eigenlijk vanaf het begin al waar we over drie minuten naartoe gaan.

Naar dat refrein.

Natuurlijk.

De Alternatieve Muziekman zegt

Dit is voor mij bijna het perfecte voorbeeld van een totaal niet noodzakelijke cover.

Niet slecht.

Niet vals.

Niet goedkoop gemaakt.

Gewoon:

overbodig.

Het origineel bestaat nog. Het klinkt nog steeds geweldig. En Labrinth geeft mij te weinig reden om voortaan naar zijn versie te grijpen.

Dat is misschien wel de hardste conclusie die je over een cover kunt trekken.

Want na afloop wil ik eigenlijk maar één ding doen:

Foreigner opzetten.

★★★☆☆ – 3/5

Cijfer: 6,3/10

Stem: ⭐⭐⭐⭐½
Productie: ⭐⭐⭐½
Emotie: ⭐⭐⭐⭐
Eigen draai: ⭐⭐
Verrassing: ⭐⭐
Noodzaak van deze cover: ⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐½

Labrinth wilde weten wat liefde is. Ik wil na deze cover vooral weten waarom hij hem per se moest opnemen.

https://youtu.be/4t33F5R2Er0?si=-nN4tPCWdtGujQMD

The Coral – You And Me (And The Beautiful Sea)★★★★½ – 4,5/5




The Coral – You And Me (And The Beautiful Sea)

Gelukkig. Het vorige uitstapje was voor mij mislukt, maar hier staat The Coral weer precies waar ze goed in zijn

Soms wil een band na zoveel jaren iets anders proberen.

Dat mag.

Sterker nog: graag zelfs.

Maar het hoeft van mij niet automatisch goed gevonden te worden omdat het zo lekker avontuurlijk is.

Bij het vorige nummer van The Coral dacht ik vooral: jongens, leuk geprobeerd, maar zullen we weer naar huis?

En met You And Me (And The Beautiful Sea) zijn ze gelukkig weer thuis.

Dít is The Coral.

Het nummer staat op 388, het dertiende studioalbum van de band. De plaat werd opgenomen met een Tascam 388-bandrecorder en juist dat analoge karakter past uitstekend bij deze muziek. The Coral wilde de opnamen bewust minder perfect maken: slechts enkele takes, foutjes laten zitten en vooral het gevoel van een band die daadwerkelijk samen muziek maakt bewaren.

Dat hoor je hier.

Het begint met een akoestische gitaar die meteen warmte geeft. Geen ingewikkelde productie, geen elektronisch rookgordijn en geen twintig lagen die moeten bewijzen dat we inmiddels in 2026 zijn.

Daarna komen de stemmen.

En dát is voor mij het sterkste onderdeel.

James Skelly zingt de melodie, terwijl Ian Skelly en Paul Duffy met achtergrondvocalen dat typische warme groepsgevoel creëren. De samenzang heeft iets ouderwets Brits. Ik hoor een vleugje Beatles, een beetje folkpop en natuurlijk vooral die typische melodieuze Coral-sound.

Het nummer duurt maar 2 minuten en 32 seconden.

Normaal klaag ik tegenwoordig weleens dat liedjes zo kort zijn dat je halverwege nog bezig bent de volumeknop goed te zetten.

Hier werkt het.

Waarom?

Omdat er eigenlijk niets ontbreekt.

De akoestische gitaar legt de basis, de zang neemt je mee en de harmonieën zorgen voor kleur. Er wordt nergens naar een enorme climax toegewerkt. Geen drumroffel die aankondigt dat nu HET GROTE REFREIN komt.

Het nummer kabbelt, maar op de goede manier.

Dat is een belangrijk verschil.

Bij slechte muziek betekent kabbelen dat ik na twee minuten op mijn telefoon kijk. Hier betekent het dat ik bijna de zee kan zien.

En dat past natuurlijk perfect bij die titel.

You And Me (And The Beautiful Sea).

Zelfs die titel klinkt als een vergeten Britse single uit 1967 die iemand op zolder tussen drie stoffige platen heeft gevonden.

The Coral is sowieso op zijn best wanneer de band niet probeert modern te klinken. Ze hoeven helemaal niet achter 2026 aan te rennen.

Laat anderen dat maar doen.

Geef mij melodie.

Gitaar.

Samenzang.

Een beetje psychedelica.

Een vleugje melancholie.

En vooral dat typische Britse gevoel waarbij een liedje tegelijkertijd zonnig én een klein beetje weemoedig kan klinken.

De Alternatieve Muziekman zegt

Na het vorige uitstapje was ik even bang dat The Coral ergens een verkeerde afslag had genomen.

Onnodige zorgen.

You And Me (And The Beautiful Sea) brengt ze terug naar precies datgene waar ik ze goed in vind: melodie, warmte, akoestische gitaren en prachtige samenzang.

Niet vernieuwend.

Niet revolutionair.

Hoeft ook helemaal niet.

Soms wil je niet dat een band opnieuw het wiel uitvindt.

Je wilt gewoon dat ze er weer lekker mee gaan rijden.

★★★★½ – 4,5/5

Cijfer: 9,0/10

Melodie: ⭐⭐⭐⭐⭐
Samenzang: ⭐⭐⭐⭐⭐
Gitaar: ⭐⭐⭐⭐½
Britse factor: ⭐⭐⭐⭐⭐
Zeegevoel: ⭐⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐⭐⭐½

The Coral ging even op muzikaal uitstapje. Gelukkig stond de terugreis al geboekt. En aan het einde wachtte de zee.

https://youtu.be/lmF3Tns0OX8?si=xeXkVZd8MzRboQ_W

EP RECENSIE : Matt Berninger – Type It Up★★★½ –



Berninger – Type It Up

★★★½ – Een gezellig tussendoortje, maar voor het hoofdgerecht wacht ik toch weer op The National

Matt Berninger hoeft eigenlijk maar één zin te zingen en ik ben thuis.

Die donkere bariton. Dat licht vermoeide randje. Alsof hij net drie nachten wakker heeft gelegen om uiteindelijk te concluderen dat het leven ingewikkeld is, maar dat er gelukkig nog wijn en muziek bestaan.

Op zijn nieuwe EP Type It Up krijgen we vijf nummers in 21 minuten. Drie nieuwe composities — Martini Me FatsoType It Up en Ask For Water — plus covers van New Orders Blue Monday en The Velvet Undergrounds Who Loves The Sun, die hij samen met Rosanne Cash zingt.

En mijn conclusie?

Leuk. Aangenaam. Typisch Berninger. Maar geen essentieel hoofdstuk.

Martini Me Fatso is meteen de leukste titel van de EP en heeft ook muzikaal iets losjes. Berninger klinkt minder zwaar dan wanneer hij bij The National de complete menselijke eenzaamheid op zijn schouders neemt. De band erachter houdt het ritme soepel en er zit genoeg lucht tussen de instrumenten.

Het titelnummer Type It Up vind ik interessanter. Hier hoor je die typische Berninger-manier van schrijven: half serieus, half droogkomisch en altijd alsof er achter een gewone zin nog drie andere gedachten verstopt zitten.

De titel ontstond zelfs uit zo'n Berninger-achtig toeval. Tijdens optredens verstond het publiek een regel over een black letter font als iets heel anders. Berninger vond de verkeerde versie blijkbaar leuk genoeg om zijn refrein aan te passen.

Ask For Water is voor mij muzikaal het sterkste nieuwe nummer. Met ruim vijf minuten krijgt het eindelijk de ruimte waar Berningers stem van profiteert. De instrumentatie hoeft niet te haasten en de sfeer mag langzaam groeien.

En dan Blue Monday.

Gevaarlijk.

New Order moet je eigenlijk niet aanraken zonder beschermende kleding.

Berninger probeert gelukkig niet Bernard Sumner na te doen. Zijn donkere stem maakt van het nummer iets heel anders. De elektronische motor blijft herkenbaar, maar daaroverheen ligt ineens die diepe, bijna praatzingende Berninger-bariton.

Leuk experiment.

Maar geef mij uiteindelijk toch het origineel.

Afsluiter Who Loves The Sun met Rosanne Cash is vervolgens klein, warm en charmant. Geen grote finale, maar eerder het moment waarop iemand na een gezellige avond zegt: zullen we nog eentje doen voordat iedereen naar huis gaat?

En precies zo voelt de hele EP.

Type It Up ontstond uit de energie van de Get Sunk-tour, waarop Berninger deze nummers ontwikkelde en veranderde aan de hand van optredens en reacties van het publiek. Dat losse karakter hoor je terug.

De Alternatieve Muziekman zegt

Type It Up is geen EP waarbij ik na afloop denk: dit móést Matt Berninger maken.

Daarvoor voelt het geheel te veel als een verzameling aardige ideeën, covers en materiaal dat onderweg is ontstaan.

Maar saai?

Nee.

Daarvoor is die stem eenvoudigweg te mooi.

★★★½☆ – 3,5/5

Cijfer: 7,5/10

Stem: ⭐⭐⭐⭐⭐
Nieuwe nummers: ⭐⭐⭐½
Blue Monday-cover: ⭐⭐⭐½
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐
Verrassing: ⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐½
Tussendoortjesfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Type It Up is als Matt Berninger die onverwacht langskomt voor koffie. Heel gezellig. Ik zet graag nog een kop. Maar stiekem hoop ik ondertussen dat Aaron Dessner ook aanbelt.

https://youtu.be/s-GPzzG2w3k?si=FRU0nCPnWCv-jsbe

Cabaret Voltaire – Here To Go (Single Version, 2026 Remaster)★★★★½ – 4,5/5





Cabaret Voltaire – Here To Go (Single Version, 2026 Remaster)

1987 belt. Of wij onze elektronische muziek misschien terug willen geven. Nee dus.

Sommige remasters zijn vooral interessant voor mensen die thuis kunnen uitleggen waarom hun platenspeler duurder was dan hun eerste auto.

En dan heb je Here To Go van Cabaret Voltaire.

Bijna veertig jaar oud en nog steeds klinkt dit nummer alsof iemand vannacht in een donkere club in Sheffield de machines heeft aangezet.

De nieuwe 2026-remaster loopt vooruit op de heruitgave van CODE, het album uit 1987 waarop Here To Gooorspronkelijk stond. CODE verschijnt op 9 oktober opnieuw via Mute en was destijds Cabaret Voltaire op misschien wel hun toegankelijkste punt: elektronica, mechanische funk, dub en pop kwamen dichter bij elkaar zonder dat de band ineens gezellig werd.

Gelukkig maar.

Want Here To Go heeft nog altijd iets ongemakkelijks.

De ritmesectie is strak en bijna machinaal. De bas pompt voortdurend onder het nummer door, terwijl korte elektronische geluiden en synthesizers als kleine storingen door het stereobeeld schieten.

En daarboven die stem.

Niet zingen alsof er over drie minuten een jury met vier draaistoelen moet worden overtuigd.

Gewoon koel, afstandelijk en bijna gesproken.

Precies goed.

Wat mij vooral opvalt aan deze remaster is hoe modern het fundament nog steeds klinkt. Natuurlijk hoor je 1987. Maar je hoort óók hoeveel latere elektronische muziek schatplichtig is aan bands als Cabaret Voltaire.

Dit is new wave die langzaam richting de dansvloer kruipt.

Industrial dat ontdekt dat een baslijn ook gewoon lekker mag zijn.

Postpunk dat ergens onderweg een drumcomputer tegenkomt en besluit hem mee naar huis te nemen.

En juist die combinatie maakt Here To Go zo sterk.

Het nummer wil bewegen, maar wordt nooit vrolijk. Onder die dansbare buitenkant blijft iets onrustigs zitten.

Dat past perfect bij CODE. Het album hield zich bezig met technologie, programmering, surveillance en controle – onderwerpen die in 1987 behoorlijk futuristisch klonken en in 2026 bijna de gebruiksaanwijzing van een gemiddelde dinsdag zijn geworden.

De remaster probeert gelukkig ook niet van Cabaret Voltaire een moderne band te maken.

Dat zou onzin zijn.

Je wilt het karakter van 1987 behouden: die droge drums, de mechanische groove, de elektronica die soms bijna industrieel tegen je aan schuurt.

Alleen klinkt het nu alsof iemand na bijna veertig jaar het stof van de machines heeft geblazen.

En die machines blijken het nog uitstekend te doen.

De Alternatieve Muziekman zegt

Here To Go bewijst vooral hoe vooruitziend Cabaret Voltaire was.

New wave, synthpop, industrial, funk en dub staan hier niet netjes in aparte hokjes. Ze lopen door elkaar heen, botsen af en toe en vinden vervolgens samen de dansvloer.

En bijna veertig jaar later?

Nog steeds raak.


Cijfer: 9,2/10

Groove: ⭐⭐⭐⭐⭐
Elektronica: ⭐⭐⭐⭐⭐
Bas: ⭐⭐⭐⭐½
New-wavefactor: ⭐⭐⭐⭐⭐
Remaster: ⭐⭐⭐⭐½
Houdbaarheid na bijna 40 jaar: ⭐⭐⭐⭐⭐
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐⭐⭐½

1987 stuurde een bericht naar 2026: pas een beetje op met technologie en controle. We hebben het bericht blijkbaar gelezen en vervolgens precies het tegenovergestelde gedaan. Gelukkig klinkt de soundtrack nog uitstekend.

https://youtu.be/oln-4qcSklc?si=sauiikmIJDmzFxkp

maandag 21 september 2026

Rhye –Sometimes★★★☆☆ – 3/5

https://youtu.be/LYJngocpS2c?si=YGymNiLnjozp3KVU



Rhye – Sometimes

Mooi, zacht, smaakvol… en ondertussen kijk ik toch een beetje op de klok

Tja.

Soms is dat eigenlijk al een complete recensie.

Sometimes van Rhye is namelijk absoluut niet slecht. Integendeel. Alles klinkt verzorgd, warm en stijlvol. Maar na drie minuten blijft bij mij vooral de vraag hangen:

wanneer gaat er iets gebeuren?

Rhye is inmiddels het muzikale project rond Michael Milosh, die al jaren grossiert in zachte elektronica, soul, R&B en fluisterende vocalen. Sometimes past daar keurig tussen. De single verscheen op 17 september en volgt op eerder 2026-werk als Summer Song, de JOY-EP en Close Your Mouth.

En meteen bij de eerste seconden zit je weer in die typische Rhye-wereld.

Een zachte beat. Warme toetsen. Een bas die vooral niemand wil laten schrikken. Daarboven die hoge, bijna gewichtloze stem van Milosh.

Het klinkt allemaal prachtig.

Misschien wel té prachtig.

De productie is namelijk zo glad en beheerst dat ik nergens een rafelrand kan vinden. De drums houden zich keurig aan hun opdracht, de toetsen leggen een zacht tapijt neer en de zang zweeft daar probleemloos overheen.

Maar juist daardoor kabbelt het.

Ik wacht op een instrument dat ineens tegen de richting in gaat. Een onverwachte baslijn. Een synthesizer die de rust verstoort. Een akkoord dat even schuurt. Desnoods iemand die achter in de studio per ongeluk een stoel omgooit.

Iets.

Want goede rustige muziek hoeft helemaal niet saai te zijn. Kijk naar The xx, London Grammar, Cigarettes After Sex of zelfs Air op hun meest ingetogen momenten. Daar kan één basnoot, stilte of vreemd geluid ineens spanning veroorzaken.

Bij Sometimes mis ik dat.

Het nummer begint mooi, blijft mooi en eindigt mooi.

En daar zit precies mijn probleem.

De temperatuur verandert nauwelijks.

Geen moment waarop Milosh zijn stem echt anders inzet, geen instrument dat plotseling de voorgrond opeist en geen climax waardoor alles wat daarvoor gebeurde ineens betekenis krijgt.

Het is alsof je drie minuten over een kaarsrechte weg rijdt in een prachtige auto.

Comfortabele stoel.

Prima temperatuur.

Geen verkeer.

Maar ook geen enkele bocht.

Na twee minuten weet ik eigenlijk wel hoe minuut drie gaat klinken.

En voor De Alternatieve Muziekman is dat gevaarlijk terrein.

De Alternatieve Muziekman zegt

Sometimes is smaakvol, verzorgd en technisch nauwelijks iets te verwijten.

Maar muziek hoeft van mij niet altijd netjes te zijn.

Ik wil soms dat een nummer mij wakker schudt, verrast of desnoods een beetje irriteert.

Rhye doet hier geen van drieën.

Het kabbelt.

Aangenaam, dat zeker.

Maar een kabbelend beekje is prachtig wanneer je er tijdens een wandeling vijf minuten naast loopt. Ik hoef er niet noodzakelijk meteen nog een rondje langs.

★★★☆☆ – 3/5

Cijfer: 6,7/10

Stem: ⭐⭐⭐⭐
Productie: ⭐⭐⭐⭐
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐
Dynamiek: ⭐⭐½
Verrassing: ⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐½

Sometimes? Voor mij vooral Sometimes I Like It, Sometimes I’m Slightly Bored. Vandaag helaas vooral dat laatste.

Ductape – Figures★★★★½ – 4,5/5



Ductape – Figures

New wave, darkwave, postpunk: drie woorden waarmee je mij muzikaal al behoorlijk snel naar binnen lokt

Nou, dit is gevaarlijk terrein.

Een donkere baslijn. Synthesizers. Een elektronische beat. Een zangeres die niet klinkt alsof ze dringend gezellig wil doen.

Hallo, De Alternatieve Muziekman.

Figures van Ductape is de opener van het nieuwe album Faded Flowers en duurt met 4:17 gelukkig langer dan de gemiddelde moderne single.

En vanaf het begin hangt er die heerlijke new-wavekilte overheen.

De bas is belangrijk. Niet als versiering ergens achter in de mix, maar als motor onder het nummer. Daarboven liggen ijle synthesizers en scherpe gitaarlijnen, terwijl de elektronische drums bijna mechanisch blijven doortikken.

Je kunt de jaren tachtig ruiken.

Maar gelukkig niet de schoudervullingen.

Wat mij vooral bevalt, is dat Ductape niet probeert om van new wave een nostalgische verkleedpartij te maken. Natuurlijk hoor ik echo's van oude postpunk en darkwave. In mijn hoofd wandelen The Cure, Siouxsie and the Banshees en vroege Depeche Mode ergens door dezelfde donkere straat.

Maar Figures klinkt niet alsof iemand in 2026 een oude synthesizer uit de kelder heeft gehaald en heeft geroepen: jongens, we doen 1982 nog eens over.

Het geluid is te strak en te dreigend daarvoor.

Çağla Güleray maakt daarbij het verschil.

Haar stem ligt koel boven de muziek, maar wordt nergens emotieloos. Dat contrast werkt uitstekend: de instrumenten lijken afstand te creëren, terwijl haar zang juist iets menselijks probeert vast te houden.

Ook tekstueel past dat. Figures draait om tijd, loslaten en het verlangen ergens aan te ontsnappen. Figuren kijken naar de hemel en de sterren en vragen zich af of ze daar kunnen komen.

Geen vrolijk onderwerp dus.

Gelukkig maar.

Van Ductape hoef ik voorlopig geen nummer over een zonnige barbecue met vrienden.

Muzikaal blijft het nummer bovendien mooi onder spanning. Er komt geen enorm refrein waarbij plotseling twintig extra instrumenten binnenvallen. Ductape kiest voor herhaling. Bas, beat, gitaar, synth en die donkere stem blijven om elkaar heen bewegen.

Daardoor ontstaat iets hypnotiserends.

En precies daar zit voor mij goede new wave.

Niet noodzakelijk in een grote melodische explosie, maar in een ritme waaruit je na twee minuten merkt dat je eigenlijk niet meer wilt ontsnappen.

Figures is bovendien een uitstekende albumopener. Faded Flowers draait breder om vervreemding, isolatie, opgelegde identiteiten en mensen die langzaam worden uitgeput door de systemen waarin ze leven.

Gezellig wordt het zondag dus niet.

Maar mooi donker wel.

De Alternatieve Muziekman zegt

Dit zit behoorlijk dicht bij mijn muzikale zwakke plek.

Een pompende bas, kille elektronica, postpunkgitaar, een prachtige donkere vrouwenstem en genoeg melancholie om de zomer definitief naar huis te sturen.

Figures probeert new wave niet opnieuw uit te vinden.

Hoeft ook niet.

Als je de ingrediënten zó goed doseert, wil ik gewoon nog een bord.

★★★★½ – 4,5/5

Cijfer: 9,1/10

Baslijn: ⭐⭐⭐⭐⭐
Stem: ⭐⭐⭐⭐⭐
New-wavefactor: ⭐⭐⭐⭐⭐
Donkerte: ⭐⭐⭐⭐⭐
Originaliteit: ⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐⭐⭐⭐

Ductape heet plakband. Figures plakt inderdaad behoorlijk. Alleen gelukkig niet aan je vingers, maar ergens achter in je hoofd.

https://youtu.be/XqGrBMZ6zcc?si=L9r7A6LJbpaNKNgS

zondag 20 september 2026

ALBUM RECENSIE Echo & The Bunnymen – Apples For Isaac★★★★ – 4/5




Echo & The Bunnymen – Apples For Isaac

46 jaar later. De donkere regenjas hangt nog aan de kapstok, maar tegenwoordig mag het gordijn ook een stukje open

★★★★ – 4/5

Je hebt bands die na 46 jaar nog steeds proberen te klinken alsof het 1980 is.

Gelukkig doet Echo & The Bunnymen dat niet.

Want wat zou daar eigenlijk het nut van zijn? Ian McCulloch en Will Sergeant zijn geen jonge mannen meer die in een donkere kelder in Liverpool de postpunk opnieuw moeten uitvinden. Ze hebben die kelder zelf ongeveer helpen bouwen.

En nu is er Apples For Isaac.

Hun eerste album met volledig nieuw materiaal in twaalf jaar. Ian McCulloch en Will Sergeant zijn nog altijd de twee oorspronkelijke Bunnymen in de huidige bezetting, terwijl de inmiddels overleden Blondie-drummer Clem Burke op tien van de elf nummers meespeelt.

Wat mij vooral opvalt?

Het licht.

Wie teruggaat naar de vroege Echo & The Bunnymen hoort donkere postpunk, new wave, galmende gitaren en muziek waarin zelfs de zon waarschijnlijk eerst toestemming aan Ian McCulloch moest vragen voordat hij mocht opkomen.

Op Apples For Isaac staat het raam verder open.

Maar gelukkig: niet té ver.

Neem Take Me By The Hand. De opener heeft een verrassend funky ritme, terwijl Will Sergeants gitaar onmiddellijk dat typische Bunnymen-landschap neerzet. Ik schreef bij de single al dat ik bijna niet kon geloven dat Echo & The Bunnymen ineens een soort discostamper hadden gemaakt.

En toch werkt het.

Brussels Is Haunted staat dichter bij het klassieke geluid: rinkelende gitaren, een stevige baslijn en die onmiskenbare stem van McCulloch.

Maar luister vervolgens naar The Honey en An Unstoppable Force. Dan hoor je hoe mooi de band tegenwoordig met ruimte en melodie omgaat. Vooral bij An Unstoppable Force zorgen strijkers voor een lichtere, bijna breekbare laag boven de melancholie.

Dat vind ik de interessantste ontwikkeling.

De darkwave en postpunk zitten nog steeds in het DNA, maar ze bepalen niet meer iedere seconde.

Er mag melodie binnen.

Er mag zelfs zonlicht binnen.

Maar nergens wordt het zo licht dat ik me afvraag of ik per ongeluk naar Coldplay op een terras in Marbella luister.

Dank u.

En dan Ian McCulloch.

Zijn stem is ouder geworden en juist daardoor interessanter. Minder glad, meer leven. Hij hoeft niet meer te klinken als de Ian van The Cutter of The Killing Moon. Die platen bestaan al.

Will Sergeant doet ondertussen iets vergelijkbaars met zijn gitaar. Nog steeds herkenbaar atmosferisch, soms dreigend, soms bijna glinsterend, maar nergens klinkt het alsof iemand een oude plaat uit 1984 probeert na te bouwen.

Lab Rats Ran gooit er zelfs een opvallende saxofoonsolo tegenaan, terwijl We Prayed In The Dark het album afsluit met gitaren, strijkers en opnieuw wat van die oude Bunnymen-duisternis.

En precies daar valt voor mij alles samen.

De Alternatieve Muziekman zegt

Na 46 jaar hoef je je verleden niet weg te gooien.

Je moet er alleen niet in gaan wonen.

Apples For Isaac begrijpt dat.

Dit is Echo & The Bunnymen in 2026: ouder, melodieuzer en lichter dan vroeger, maar nog steeds met genoeg schaduw in de hoeken.

Niet meer volledig dark.

Gelukkig ook nergens light.

Gewoon:

Bunnymen.

★★★★ – 4/5

Cijfer: 8,7/10

Ian McCulloch: ⭐⭐⭐⭐½
Will Sergeants gitaar: ⭐⭐⭐⭐⭐
Melodie: ⭐⭐⭐⭐½
Donkerte: ⭐⭐⭐⭐
Licht: ⭐⭐⭐⭐
Nostalgiefactor: ⭐⭐⭐⭐
Vernieuwing: ⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½

46 jaar geleden liepen Echo & The Bunnymen de duisternis in. Op Apples For Isaac hebben ze eindelijk een zaklamp meegenomen. Gelukkig zijn de batterijen niet sterk genoeg om alle schaduwen te laten verdwijnen.

https://youtu.be/KgKfKIBnNOw?si=q4wF4cYfcyNLaDgK

Modern Cult – Connection★★★★☆ – 4/5




Modern Cult – Connection

Nieuwe band, nieuw nummer en binnen een paar seconden denk ik: hé, dit is leuk

Een van de leukste dingen aan iedere dag nieuwe muziek luisteren?

Dat er ineens een band voorbij kan komen waarvan je gisteren nog nooit had gehoord.

Vandaag heet die band voor mij Modern Cult.

Connection is hun nieuwe single en verscheen afgelopen vrijdag. Modern Cult bestaat uit Augie Pink en Rod Wendt, een duo uit Florida. Hun platenmaatschappij omschrijft hun muziek als synthpop waarin opgewekte muziek wordt gecombineerd met meer persoonlijke en emotionele teksten.

Maar goed.

Platenmaatschappijen vinden natuurlijk iedere nieuwe band fantastisch.

Wat hoor ík?

Vooral een heerlijk fris nummer.

Connection heeft precies dat soort elektronische fundament waar ik gemakkelijk voor val. De synthesizers staan meteen vooraan, maar klinken niet overdreven zwaar of donker. Ze geven het nummer juist iets lichts en beweeglijks.

Daaronder ligt een strakke beat die voortdurend vooruit wil.

Geen ingewikkelde ritmische capriolen.

Gewoon:

tik, tik, tik — door.

En dat werkt.

De zang blijft relatief koel en ontspannen boven die elektronische onderlaag hangen. Juist dat contrast vind ik aantrekkelijk. De muziek wil bewegen, terwijl de vocalen nergens hysterisch proberen aandacht op te eisen.

Er zit duidelijk iets van de jaren tachtig in.

Niet op de goedkope manier waarbij iemand een synthesizer uit 1984 aanzet en vervolgens denkt dat het werk gedaan is. Modern Cult gebruikt die invloed vooral in de combinatie van melodie, ritme en elektronica.

Ik hoor een beetje new wave, een beetje synthpop en hier en daar zelfs iets van de lichtere kant van postpunk.

En belangrijker:

ik hoor een melodie.

Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar bij nieuwe synthpop wordt sfeer nog weleens aangezien voor een liedje. Zet voldoende galm op een synthesizer, laat iemand drie minuten ernstig naar zijn schoenen kijken en klaar: alternatieve muziek.

Nee.

Ik wil uiteindelijk ook iets onthouden.

En Connection heeft dat.

Het refrein blijft hangen zonder zich na één luisterbeurt met secondelijm aan je hersenen vast te plakken. De bas en beat houden het nummer in beweging en de synths zorgen voor voldoende kleur.

Is dit meteen wereldschokkend?

Nee.

Modern Cult vindt hier de synthpop ook niet opnieuw uit.

Maar bij een nieuwe band zoek ik eigenlijk iets anders: wil ik na dit nummer weten wat ze hierna gaan doen?

Het antwoord is simpel.

Ja.

Modern Cult bracht eerder dit jaar ook Be My FriendTell Me en Work It Out uit; Connection is dus onderdeel van een behoorlijk gestage stroom nieuwe muziek.

Daar ga ik toch maar eens verder in graven.

De Alternatieve Muziekman zegt

Connection is precies waarom ik nieuwe muziek blijf zoeken.

Niet iedere ontdekking hoeft onmiddellijk een 10 te zijn. Soms is het al heerlijk wanneer je na drie minuten denkt:

Wie zijn dit eigenlijk?

Frisse synthpop, een lekker ritme, genoeg jaren-tachtiggevoel en vooral een melodie die uitnodigt tot nog een draaibeurt.

Modern Cult?

Nog iets te vroeg voor de cultstatus.

Maar leuk zijn ze al wel.

★★★★☆ – 4/5

Cijfer: 8,4/10

Synths: ⭐⭐⭐⭐½
Melodie: ⭐⭐⭐⭐
Jaren 80-factor: ⭐⭐⭐⭐½
Groove: ⭐⭐⭐⭐
Eigen smoel: ⭐⭐⭐½
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐⭐⭐

Connection heet het nummer. Die verbinding is in ieder geval gelegd. Nu maar eens kijken of Modern Cult de lijn open weet te houden.

https://youtu.be/xz2EjgoH5s8?si=OwSiqys_mzfZ4Wou

Manchester Orchestra – Colly Strings (Reimagined)★★★★½ – 4,5/5



Manchester Orchestra – Colly Strings (Reimagined)

Bijna twintig jaar later wordt een oud nummer niet afgestoft, maar opnieuw gevoeld

Manchester Orchestra duikt opnieuw het eigen verleden in en geeft met Colly Strings (Reimagined) een bijna twintig jaar oud nummer een prachtig tweede leven.

Sommige bands brengen een oude opname opnieuw uit, zetten er remastered achter en hopen dat we allemaal enthousiast onze portemonnee trekken.

Manchester Orchestra doet gelukkig iets anders.

Colly Strings (Reimagined) pakt een nummer uit de begintijd van de band en bekijkt het opnieuw vanuit het heden. Het origineel verscheen in de vroege jaren van Manchester Orchestra en belandde ook op debuutalbum I’m Like a Virgin Losing a Child.

Bijna twintig jaar later klinkt dezelfde compositie ineens alsof er een ander licht in de kamer brandt.

En precies dát vind ik interessant aan die Reimagined-reeks van Manchester Orchestra.

Want een goed liedje is geen museumstuk.

De basis van Colly Strings blijft herkenbaar, maar de nieuwe versie is ruimer, warmer en vooral bedachtzamer. Waar het jonge Manchester Orchestra nog regelmatig leek te denken dat emotie uiteindelijk vooral betekende dat de versterker harder moest, begrijpt de oudere band dat stilte minstens zoveel lawaai kan maken.

Andy Hull is daarbij natuurlijk het middelpunt.

Zijn stem draagt inmiddels bijna twintig jaar extra leven mee. Je hoort niet alleen de melodie, maar ook de afstand tot de jongen die het nummer ooit schreef. Dat maakt deze uitvoering voor mij interessanter dan wanneer Manchester Orchestra simpelweg had geprobeerd het oude geluid exact na te bouwen.

Muzikaal begint het klein.

De instrumenten krijgen lucht en Hull hoeft nergens onmiddellijk naar een climax toe. Gitaar, piano en atmosferische lagen worden niet als muur neergezet, maar voorzichtig over elkaar geschoven.

Daardoor hoor je beter hoe sterk de melodie eigenlijk is.

En vervolgens doet Manchester Orchestra iets waar de band bijzonder goed in is:

bouwen.

Niet met een hijskraan, maar laag voor laag.

De spanning groeit. Hull gaat meer geven. De instrumentatie wordt voller. Wat eerst bijna breekbaar klinkt, krijgt langzaam gewicht.

Maar het mooie is dat de band nergens vergeet waar het nummer vandaan kwam.

Dat vind ik ook zo aantrekkelijk aan deze nieuwe Reimagined-opnamen. Bij I Can Barely Breathe (Reimagined) hoorde je eerder al hetzelfde principe: niet proberen jonger te klinken, maar juist accepteren dat je inmiddels andere muzikanten en andere mensen bent.

Ouder worden als voordeel.

Wie had dat gedacht.

En bij Colly Strings werkt het misschien nog beter, omdat het oorspronkelijke nummer zelf al die typische Manchester Orchestra-eigenschap had: kwetsbaarheid die ieder moment kan omslaan in iets enorms.

De Alternatieve Muziekman zegt

Dit is hoe je oud werk opnieuw moet opnemen.

Niet omdat het origineel gerepareerd moet worden.

Het origineel mankeert niets.

Maar bijna twintig jaar later kun je hetzelfde lied anders begrijpen.

Colly Strings (Reimagined) klinkt ruimer, volwassener en emotioneler zonder sentimenteel te worden. Andy Hull zingt niet alsof hij terug wil naar zijn jongere zelf.

Hij kijkt hem even aan.

En speelt vervolgens verder.

★★★★½ – 4,5/5

Cijfer: 9,2/10

Stem Andy Hull: ⭐⭐⭐⭐⭐
Opbouw: ⭐⭐⭐⭐⭐
Dynamiek: ⭐⭐⭐⭐½
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Reimagined-factor: ⭐⭐⭐⭐⭐
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐⭐⭐⭐

Manchester Orchestra bewijst dat een oud liedje niet jonger hoeft te worden om opnieuw te leven. Soms moet je het gewoon bijna twintig jaar laten rijpen en Andy Hull opnieuw voor de microfoon zetten.


https://youtu.be/bkh1MtiIrDQ?si=J2qrBA4FEVm5P_XN

zaterdag 19 september 2026

Sivert Høyem – More Than This★★★☆☆ 3/5




Sivert Høyem – More Than This

Als je volgens mij het mooiste nummer van Roxy Music covert, maak je het jezelf wel héél moeilijk

Sommige nummers mag je best coveren.

Andere nummers moet je eerst even aankijken, diep ademhalen en jezelf vervolgens één belangrijke vraag stellen:

weet je dit heel zeker?

More Than This van Roxy Music behoort voor mij tot die tweede categorie.

Sterker nog: volgens mij is dit gewoon het mooiste nummer dat Roxy Music ooit heeft gemaakt.

Het verscheen in 1982 als eerste single van Avalon en werd geschreven door Bryan Ferry. Dat album is voor mij sowieso een van die platen waarop sfeer bijna belangrijker wordt dan afzonderlijke instrumenten.

En nu doet Sivert Høyem More Than This.

Dat klinkt op papier eigenlijk helemaal niet verkeerd.

Høyem heeft immers een geweldige donkere bariton. Bij Madrugada en in zijn solowerk kan hij met één zin een complete Noorse winter naar binnen zingen.

Maar hier ontstaat het probleem.

Sivert is geen Bryan.

En verdraaid, juist bij dit nummer mis ik Bryan Ferry verschrikkelijk.

Muzikaal wordt de versie van Høyem mooi opgebouwd. Zijn diepe stem maakt het nummer donkerder en zwaarder. Waar het origineel bijna gewichtloos door de ruimte zweeft, staat deze versie steviger met beide voeten op de grond.

Dat hoeft natuurlijk geen probleem te zijn. Een cover die het origineel exact probeert na te spelen heeft weinig bestaansrecht.

Maar bij More Than This zit de magie juist in die merkwaardige lichtheid.

De zachte synthesizers. De elegante gitaar. Het rustige ritme. En vooral die stem van Ferry, die nooit lijkt te duwen. Hij zingt bijna achteloos, alsof melancholie iets is waarvoor je vooral niet te hard je best moet doen.

Høyem doet precies het tegenovergestelde.

Zijn stem heeft gewicht. Korrel. Donkerte.

Normaal gesproken zijn dat precies de eigenschappen waarom ik hem goed vind.

Hier werken ze voor mij tegen hem.

Het is alsof iemand een prachtige zwartleren jas aantrekt op een nummer dat eigenlijk in een zijden overhemd naar buiten wilde.

Technisch is er weinig mis mee. De sfeer klopt, de zang is uitstekend en Høyem behandelt het origineel met respect.

Maar ondertussen zit mijn hoofd voortdurend te wachten op iets wat niet komt:

Bryan Ferry.

En dat is dodelijk voor een cover.

Het origineel heeft bovendien een bijzondere structuur: Ferry stopt al ruim vóór het einde met zingen, waarna de instrumentale outro het nummer langzaam laat wegzweven. Juist dat maakt More Than This zo onweerstaanbaar. Het nummer verdwijnt bijna voordat je beseft hoe mooi het was.

Bij Høyem hoor ik vooral een uitstekende zanger die een schitterend nummer zingt.

Bij Roxy Music hoor ik magie.

De Alternatieve Muziekman zegt

Ik waardeer de poging. Echt.

Maar als je aan mijn favoriete Roxy Music-nummer komt, moet je met iets bijzonders thuiskomen.

Sivert Høyem heeft een fantastische stem.

Alleen niet déze stem.

En soms blijkt bij een cover pas hoe essentieel de oorspronkelijke zanger voor een nummer was.

Bryan Ferry ís een deel van More Than This.

★★★☆☆ 3/5

Cijfer: 6,8/10

Stem Sivert: ⭐⭐⭐⭐½
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐
Arrangement: ⭐⭐⭐½
Respect voor origineel: ⭐⭐⭐⭐
Bryan-Ferry-gemis: ⭐⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐

More Than This? Voor mij deze keer helaas Less Than This. Jammer Sivert. Volgende plaat maar — en laat Bryan deze gewoon houden.

https://youtu.be/4ZoWSrxy5Pg?si=Hb8KlkdViwh18zau

Matt Berninger – Ask For Water★★★★½ – 4,5/




Matt Berninger – Ask For Water

Matt vraagt om water. Dat is misschien wel het minst geloofwaardige deel van het hele nummer. Volgens mij bedoelt hij gewoon: doe mij nog een borrel.

Matt is Matt.

Meer hoef ik bij Matt Berninger eigenlijk nauwelijks uit te leggen. Zodra die donkere, licht vermoeide bariton binnenkomt, ben ik verkocht. De frontman van The National kan ongeveer het telefoonboek voorlezen en dan vermoed ik na drie minuten alsnog dat er ergens een huwelijk is stukgelopen.

En nu komt hij met Ask For Water.

Water, Matt?

Weet je het zeker?

Bij Berninger verwacht ik toch eerder een halflege whisky, een barkruk en een gesprek dat rond half twee 's nachts begon met “gaat prima hoor” en twintig minuten later bij de complete zinloosheid van het bestaan is beland.

Maar Ask For Water komt voort uit een interessante periode. Berninger vertelt dat de nieuwe nummers ontstonden uit de energie van zijn Get Sunk-tour. Hij veranderde teksten en songstructuren van avond tot avond en kreeg daardoor onmiddellijk reacties van het publiek.

Dat past eigenlijk uitstekend bij hem: een nummer niet als iets definitiefs behandelen, maar eraan blijven rommelen totdat het goed voelt.

Dat hoor je ook in Ask For Water.

Muzikaal wordt nergens haast gemaakt. De instrumentatie geeft zijn stem vooral ruimte. De ritmesectie duwt het nummer rustig vooruit, terwijl gitaar en toetsen niet proberen iedere lege plek dicht te smeren.

En juist daar zit de kracht.

Berninger zingt zoals alleen Berninger kan zingen: laag, droog en een fractie achter de muziek hangend. Alsof de band al begonnen is en Matt nog even aan de bar stond.

Zijn stem hoeft niet omhoog om spanning te creëren. De spanning zit in zijn frasering. Sommige woorden worden bijna achteloos uitgesproken, andere blijven net iets langer hangen.

Daardoor krijgt zelfs een eenvoudige zin bij hem iets melancholisch.

Dat kennen we natuurlijk van The National, maar solo is er nóg meer ruimte rondom zijn stem. Geen muur van geluid die hem opvangt. Hij moet het hier vooral hebben van sfeer, timing en die onmiddellijk herkenbare bariton.

Ask For Water staat op de Type It Up EP, samen met drie nieuwe eigen nummers: Martini Me FatsoType It Up en Ask For Water. Daarnaast staat er Berningers versie van Blue Monday van New Order op.

En die kennen we inmiddels.

Die heb ik maanden geleden al gerecenseerd. Toen bleek al dat Berninger zo'n klassieker niet probeert na te spelen. Hij trekt hem gewoon zijn eigen wereld binnen.

Dat is eigenlijk precies wat hij ook met zijn eigen muziek doet.

Alles wordt uiteindelijk Matt.

De Alternatieve Muziekman zegt

Ask For Water probeert nergens een grote hit te zijn. Geen gigantisch refrein en geen productie die plotseling ontploft.

Het nummer drijft op sfeer, ruimte en vooral die fantastische stem.

Misschien is dat wel waarom ik zo'n zwak voor hem heb.

Je hoort één zin en weet:

Matt is Matt.

En dat bedoel ik als een groot compliment.

★★★★½ – 4,5/5

Cijfer: 9,1/10

Stem: ⭐⭐⭐⭐⭐
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Arrangement: ⭐⭐⭐⭐½
Melancholie: ⭐⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐⭐⭐½
Waterfactor: ⭐⭐
Borrelfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Ask For Water? Kom nou, Matt. Niemand gelooft dat. Zet dat glas water maar naast de whisky — voor morgenochtend.

https://youtu.be/9ypzBs3ndaE?si=J7OP8inJ1frFT4EW

ALBUM RECENSIE :Wasia Project – Nocturne★★★★☆ 4/5




Wasia Project – Nocturne

Een prachtige nachtelijke reis – en eentje waarvan je eigenlijk niet wilt dat hij eindigt

Sommige bands moeten nog bewijzen hoe goed ze zijn. Wasia Project heeft inmiddels het tegenovergestelde probleem: ik weet al hoe goed ze kúnnen zijn.

Vorig jaar legden Olivia Hardy en Will Gao de lat bij mij behoorlijk hoog. Ik verwacht dus die typische Wasia-momenten: een piano die ineens de hoofdrol opeist, elektronica die botst met strijkers, een ritme dat onverwacht verschuift of een nummer dat groter eindigt dan het begon.

Op Nocturne gebeurt dat gelukkig regelmatig.

Het debuut telt twaalf nummers en duurt bijna vijftig minuten. Dat alleen al bevalt me. In een tijd waarin sommige nummers afgelopen zijn voordat mijn koffie doorloopt, durft Wasia Project muziek weer ruimte te geven.

En die ruimte wordt benut.

2515 zet meteen de toon. Een constante elektronische puls en mineurakkoorden vormen de basis, maar daar worden stemmen en strijkers langzaam bovenop gestapeld. Het nummer groeit daardoor van nachtelijke elektronica naar iets bijna orkestrals.

Daarna trekt Vogue de deur van de nachtclub verder open. Synthesizers en strijkers bewegen tegen de strakke percussie in. Vervolgens doet Whale Call precies het tegenovergestelde: minder drukte, meer lucht en Olivia's stem vooraan. Dat contrast is belangrijk. Nocturne is geen album dat vijftig minuten dezelfde sfeervolle truc herhaalt.

En dan Bleeding Gold.

Ik noemde het eerder koper in plaats van goud. Daar blijf ik bij. Maar binnen het album werkt het beter. Na het kleinere Whale Call begrijp ik de gladdere productie en grotere beweging beter. Het nummer krijgt hier een functie.

Halverwege wordt Nocturne voor mij interessanter. Voices In My Head bouwt vanuit relatieve rust naar een veel grotere vocale uitbarsting, terwijl Strike Me Down From Heaven juist spanning creëert en bijna filmisch wordt.

En dan Moon Goddess.

Instrumentaal. Piano. Viool. Ruimte.

Precies hier hoor ik waarom Wasia Project bijzonder kan zijn. Ze durven een nummer niet vol te stoppen. Stilte wordt onderdeel van het arrangement en na alle elektronica voelt die ruimte ineens enorm.

Stay brengt daarna de menselijke kwetsbaarheid terug. De zang blijft centraal terwijl de productie er langzaam omheen groeit. Vervolgens neemt Nightingale bijna vijf minuten de tijd voordat Wildfire de plaat juist groot en ritmisch afsluit.

Daar zit voor mij de kracht van Nocturnede dynamiek tussen klein en groot.

Piano tegenover synthesizer.
Stilte tegenover beats.
Olivia's kwetsbare stem tegenover breed uitwaaierende arrangementen.
Slaapkamer tegenover dansvloer.

Toch geen vijf sterren.

Soms hoor ik namelijk iets té duidelijk hoe zorgvuldig alles is geproduceerd. Ik mis af en toe de rafelrand van hun beste werk: dat moment waarop piano, elektronica en stemmen elkaar niet netjes aanvullen maar een beetje in de weg zitten.

Maar toen Wildfire afgelopen was, dacht ik wel:

Hè? Zijn we er al? Ik wil verder.

En bij een album van bijna vijftig minuten is dat een behoorlijk compliment.

De Alternatieve Muziekman zegt

Nocturne is geen verzameling van twaalf sfeervolle liedjes. Het is een album dat beweegt: van elektronische nachtclub naar piano, van strijkers naar stilte en uiteindelijk weer naar een groot slot.

Niet alles is goud. Bleeding Gold blijft voor mij een beetje koper.

Maar de hele nacht?

Die is behoorlijk mooi.

★★★★☆ 4/5
Cijfer: 8,5/10

Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Dynamiek: ⭐⭐⭐⭐½
Stemmen: ⭐⭐⭐⭐⭐
Arrangementen: ⭐⭐⭐⭐½
Wrijving: ⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Nachtelijke koptelefoonfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Nocturne duurt bijna vijftig minuten. Het beste compliment kwam na minuut vijftig: waarom houdt-ie nou al op?


https://youtu.be/xjTereNXARg?si=Fyw2UpHLCKwj4SgI