Alleen die naam al: Common People. Dan vraag je natuurlijk om opmerkingen. Je noemt je band letterlijk naar een van de bekendste Britpop-termen ooit en vervolgens kom je uit Amerika. Dat is een beetje alsof je “Stroopwafel Brothers” heet en uit Texas komt. Maar goed — ze komen ermee weg, want Blue Eyes ademt zó veel Britpop dat je spontaan denkt dat iemand hier illegaal Blur-platen heeft zitten kopiëren.
En eerlijk? Dat klinkt verrassend lekker.
Vanaf de eerste seconden zit je meteen in die typische Britse indie-sfeer. Licht melancholische gitaren, een melodie die nonchalant blijft hangen en vocalen die klinken alsof de zanger tegelijkertijd verliefd én licht teleurgesteld is in het leven. Kortom: precies wat goede Britpop hoort te doen.
Alleen dan gemaakt door Amerikanen. En dat blijft ergens grappig.
Het nummer heeft die heerlijke combinatie van dromerigheid en beweging. Niet te zwaar, niet te luchtig. Je voelt invloeden van de jaren ’90 overal doorheen sijpelen zonder dat het compleet karaoke wordt. Dat is knap, want veel bands die “Britpop willen doen” eindigen ergens tussen slechte Oasis-coverband en vintage kledingwinkel soundtrack.
Hier blijft het overeind.
De productie helpt ook mee. Alles klinkt warm en ruimtelijk, zonder te glad te worden. Geen moderne overkill, gewoon gitaren, sfeer en een refrein dat langzaam onder je huid kruipt. Niet wereldschokkend groot, maar wel zo’n melodie die je later ineens weer neuriet terwijl je koffie zet.
Toch moet je eerlijk blijven: vernieuwend is het totaal niet. Dit nummer leeft volledig op vibe en herkenbaarheid. Maar soms is dat prima. Niet elke band hoeft de muziekgeschiedenis opnieuw uit te vinden. Soms wil je gewoon een lekker indiepopnummer met een Britse ziel en een Amerikaanse paspoortcontrole.
En dat leveren ze hier gewoon af.
Eindoordeel:
★★★★☆
Cijfer: 7,9
Hitpotentie: 7,4
Amerikaanse band, Britse ziel. En die combinatie blijkt stiekem best verslavend.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten