Er zijn bands die een nieuw album aankondigen. En er zijn bands waarbij het internet verandert in een digitale archeologische opgraving. Bij Boards of Canada gebeurt dat laatste.
Na dertien jaar stilte, theorieën, obscure fora, verborgen boodschappen, mysterieuze geluiden en fans die waarschijnlijk zelfs hun broodrooster achterstevoren hebben afgespeeld op zoek naar nieuwe muziek, is daar eindelijk: Inferno.
En dan komt natuurlijk de gevaarlijkste vraag.
Kan een album ooit voldoen aan dertien jaar verwachting?
Het antwoord is verrassend simpel.
Ja.
Sterker nog: Inferno is niet alleen een terugkeer. Het voelt alsof Boards of Canada al die tijd ergens ondergronds heeft doorgewerkt en nu pas besluit om de deur weer open te zetten.
Vanaf de eerste minuten is duidelijk: dit wordt geen nostalgische rondleiding door hun eigen museum. Wie hoopte op simpelweg Music Has the Right to Children deel 2 of nog een keer de vervreemdende schoonheid van Geogaddi, krijgt iets anders.
Gelukkig maar.
Want laten we eerlijk zijn: niets is treuriger dan revolutionaire artiesten die twintig jaar later hun eigen trucje opnieuw uitvoeren. Dat is alsof Picasso op zijn zeventigste zei: "Weet je wat, ik schilder gewoon nog een keer hetzelfde."
Boards of Canada kiest de moeilijkere weg.
Inferno klinkt herkenbaar én vreemd.
Die typische analoge warmte is er nog. Die versleten tapesfeer. Die synthesizers die klinken alsof ze ergens op een vergeten VHS-band uit 1978 zijn gevonden. Maar er zit iets donkerders onder. Iets dreigenders.
Waar hun oude werk vaak voelde als jeugdherinneringen die langzaam vervagen, voelt Inferno alsof je ontdekt dat die herinneringen misschien nooit helemaal klopten.
Het briljante van dit album zit in de details.
Kleine melodieën verschijnen en verdwijnen. Geluiden komen voorbij waarvan je niet weet of ze bewust geplaatst zijn of dat je hersenen inmiddels zelf dingen beginnen te verzinnen. Typisch Boards of Canada dus.
Je luistert niet alleen naar deze muziek.
Je onderzoekt het.
En ja, dat klinkt ontzettend pretentieus. Alsof iemand in een zwarte coltrui in een museum zegt: "Je moet de stilte tussen de tonen begrijpen."
Maar vervelend genoeg klopt het hier wel.
Wat vooral indrukwekkend is: Inferno voelt actueel zonder modern te willen klinken.
In een tijd waarin elektronische muziek vaak perfect gepolijst is, klinkt Boards of Canada nog steeds beschadigd. Menselijk. Alsof de machines ook herinneringen hebben, maar inmiddels een beetje beginnen te vergeten.
Dat is altijd hun grootste kracht geweest.
Ze maken elektronische muziek die vreemd genoeg menselijker klinkt dan veel muziek gemaakt met gitaren en zang.
Halverwege het album merk je pas hoe diep je erin zit.
Er is geen duidelijke single.
Geen "hier moet de Spotify-playlist toeslaan"-moment.
Geen poging om een nieuwe generatie snel binnen te halen.
Boards of Canada doet iets bijna ouderwets: ze maken een album.
Een reis.
Een geheel.
Ja, kinderen, vroeger luisterden mensen zo naar muziek. Heel primitief allemaal. Je zette een plaat op en ging niet na 22 seconden naar een dansende hond op TikTok kijken.
Natuurlijk is Inferno niet voor iedereen.
Sommige mensen zullen zeggen: "Er gebeurt niks."
En ergens hebben ze gelijk.
Er gebeurt geen traditionele popactie.
Geen refrein.
Geen grote explosie.
Maar ondertussen gebeurt er alles.
Het zit alleen onder de oppervlakte.
Zoals een goede film waarin niemand praat maar je toch gespannen blijft kijken.
En dan komen we bij de grote conclusie.
Waar hoort Inferno thuis in de geschiedenis van Boards of Canada?
Te vroeg om definitief te zeggen misschien.
Maar één ding durf ik wel op te schrijven:
Inferno zal eind 2026 onvermijdelijk opduiken in talloze Album of the Year-lijsten.
Binnen én buiten elektronische muziek.
Niet omdat het een comeback is.
Niet omdat mensen nostalgisch zijn.
Maar omdat het uitzonderlijk goed is.
Boards of Canada heeft zichzelf niet herhaald.
Ze hebben hun eigen mythe groter gemaakt.
En dat is veel moeilijker.
Eindoordeel:
★★★★★
Cijfer:
9,7
Hitpotentie:
6,5
Album van het Jaar-potentie:
9,8
🔥 Geen makkelijke terugkeer. Geen nostalgisch cadeautje. Inferno is een donkere, hypnotiserende reis van een duo dat na dertien jaar stilte nog steeds klinkt alsof ze twintig jaar vooruit lopen. Een meesterwerk dat langzaam brandt
Geen opmerkingen:
Een reactie posten