donderdag 2 oktober 2025

Tom Smith – Leave (★★★★☆) I need you – en wij hem ook.

cijfer: 8,5
Hitpotentie: 7,8 – hoog in de afspeellijst van mensen die hun ex nooit hebben geblokkeerd.

Tom Smith doet het weer. Hij zingt niet, hij ademt spijt uit alle poriën van zijn longen. Leave is zo'n nummer dat langzaam onder je huid kruipt, je adem afknijpt en fluistert: zie je nou wel. Niet geschikt voor mensen die denken dat "tijd alle wonden heelt", wel voor mensen die weten dat tijd vooral dingen laat rotten onder het oppervlak.

De productie is kaal, op het nihilistische af. Alsof zelfs het geluid zelf depressief is geworden. Geen grote climax, geen bombast. Alleen Tom, zijn demonen en een piano die waarschijnlijk met tegenzin nog meespeelt.

En als hij dan zegt "I need you", dan slaat dat in als een onverwacht bericht van iemand die je dacht vergeten te zijn. De kracht zit in het ongemakkelijke: dit is geen break-up anthem, dit is een stille noodkreet in de kelder van de liefde.

Een lied voor mensen die blijven hangen in wat was. En eerlijk? Dat is precies waarom het zo goed werkt.


woensdag 1 oktober 2025

HighSchool – Sony Ericsson (★★★½☆) Alsof je je Nokia 3310 oplaadt in een Berlijnse kelder.

e hebt bands die teruggrijpen naar de jaren ’80 omdat het hip is. En je hebt HighSchool. Die lijken er gewoon nooit uit vertrokken. Op Sony Ericsson is het alsof The Cure, Interpol en je oude Sony Discman samen een kind hebben gekregen. En dat kind rookt sigaretten op de fiets, schrijft gedichten in de regen en kijkt je niet aan op feestjes.

De plaat ademt een zekere melancholie waar je bijna nostalgisch van wordt, ook al weet je niet precies waarnaar. Naar je eerste ringtone? Naar MSN Messenger? Naar een tijd waarin verdriet nog lekker ongrijpbaar mocht zijn?

Muzikaal klinkt het strak: post-punkritmes, galmende gitaren en een zanger die lijkt te fluisteren vanuit een betonnen flat. De titeltrack “Sony Ericsson” is meteen het hoogtepunt: een soort droevige dansvloerhit voor mensen die liever tegen de muur aan leunen. De rest van het album blijft in dezelfde sfeer hangen — mooi, maar soms ook wat voorspelbaar. Alsof ze één sfeervolle mistbank hebben gemaakt en daar dan acht keer doorheen lopen.

Maar eerlijk is eerlijk: het werkt. HighSchool weet precies wat ze doen. Ze maken muziek voor dromers met een zwart-witfilter. Je voelt de ernst, het verlangen, de stiltes tussen de zinnen. Ze klinken jong, maar niet naïef. Verdwaald, maar doelbewust.hun Freur-platen nog op het nachtkastje liggen, en iemand "Doot Doot" op repeat heeft gezet. Alleen dan in Melbourne, met regen tegen het raam en een sigaret die uitgaat in een halfvolle espresso.

De vocalen? Ver weg. De synths? Mistig en nostalgisch. De titel? Een eerbetoon aan een telefoon uit een tijd waarin je nog écht op berichten wachtte. Alles aan dit nummer schreeuwt verdwaalde generatie zoekt gevoel. En dat maakt het, raar maar waar, best aantrekkelijk.

ALBUM RECENSIE : Skies in Orange – Atlas (★★★★☆) Klinkt als een zonsondergang in slow motion. Alleen dan met gitaren, galm en heel veel gevoel.


Er zijn debuutalbums die binnenkomen als een wervelwind, vol bombast en bewijsdrang. Atlas, het eerste album van Skies in Orange – oftewel Marc en Jeffrey uit Nederland – doet precies het tegenovergestelde. Het glijdt binnen. Stil. Geduldig. Als ochtendmist over een verlaten weiland. En precies daar zit de kracht.

Want dit is geen plaat voor op een feestje. Dit is muziek voor als de wereld even uit mag. Ambient en post-rock worden hier niet gebruikt als genres, maar als een soort open veld waarin langzaam klankbloemen groeien. Elk nummer is een landschap waar je met je ogen dicht doorheen mag wandelen, struikelend over echo’s, delay-lussen en melancholische akkoorden die je een traan laten voelen zonder dat er een woord gezongen wordt.

“Atlas” klinkt als een reis zonder eindbestemming. En dat is geen kritiek, dat is een compliment. Want in een tijd waarin alles snel, luider en oppervlakkiger moet, kiezen Marc en Jeffrey voor traagheid en gelaagdheid. Elk nummer is een hoofdstuk. Niet met een plot, maar met een sfeer. Soms hoopvol, soms verloren. Alsof Sigur Rós op vakantie is in de Achterhoek.

Je hoort de liefde voor het experiment, voor textuur, voor het niet-weten. En precies dat maakt het debuut zo sterk: het klinkt niet alsof iemand iets wil bewijzen, maar alsof twee mensen aan het ontdekken zijn. En wij mogen meeluisteren.

Cijfer: 8,1
Hitpotentie: 6,2 – Tenzij Radiohead belt voor een voorprogramma of een Netflix-serie een post-apocalyptisch moment nodig heeft, dan ineens 9,7.
Quote: “Een album als een landschapsfoto in slow motion: stil, mooi, ongrijpbaar.”
Kleine verrassing: Hoeveel emotie er zit in een nummer zonder zang.
Genre: Ambient/Post-rock met een Nederlands hart en IJslandse ziel.

Skies in Orange bewijst met Atlas dat je geen woorden nodig hebt om iets te zeggen. Soms is klank meer dan genoeg. En soms zegt stilte alles.


Rauwkost ft. Pat Smith – Komen, Gaan en Genieten (★★★½) Het strand, het leven, en een Scheveningse bries vol ironie.


Je zou denken dat het een reclameslogan is van de ANWB: "Komen, gaan en genieten." Maar nee, het is de nieuwste single van Rauwkost – hun zevende dit jaar, alsof ze een abonnement hebben op hun eigen Spotify-feed. En dit keer nemen ze Pat Smith mee, de enige artiest die zowel zanger als Nachtburgemeester is zonder ooit echt op tijd te komen.

De tekst is bedrieglijk simpel. Zon, zee, zand, en nog wat rijmwoorden uit het woordenboek van een havo-eindexamen Nederlands. Maar achter de eenvoud zit een knipoog. Of misschien wel twee. Want als je goed luistert, gaat het ineens niet meer alleen over zonnebrand en schelpen zoeken, maar over… nou ja, het leven. Je komt. Je gaat. En als je mazzel hebt, geniet je ergens tussendoor van een softijsje en een zomerflirt met zand in je sokken.

De muziek is licht verteerbaar. Alsof Doe Maar en De Kift elkaar tegenkomen bij een strandtent en besluiten een liedje te schrijven vóór de bitterballen arriveren. Pat Smith zingt alsof hij het terras niet wil verlaten, maar zijn pils wel leeg is. En dat werkt. Op de een of andere manier.

Het refrein blijft hangen als een zandkorrel tussen je tenen. En dat bedoelen we als compliment.

Cijfer: 7,2
Hitpotentie: 8,1 – Lokale zenders, strandfestivals, en mensen die Pat Smith herkennen van vroeger.
Quote: “Een zomerlied met een zonnebril vol melancholie.”
Kleine verrassing: Dat een nummer met zo’n simpele boodschap toch even blijft nazingen in je hoofd.
Genre: Nederpop met een Haagse scheut ironie.

Rauwkost bewijst opnieuw dat luchtigheid en betekenis best vrienden kunnen zijn. Je hoeft niet diep te duiken om iets te vinden – het ligt gewoon op het strand.

Louis Tomlinson – Lemonade (★★★☆☆) Het smaakt naar frisdrank zonder prik. Zoet, maar futloos.

Louis Tomlinson blijft proberen. En ergens bewonder je dat. De ex-One Directioner met het voetbalhart en het indie-jasje. Op Lemonade probeert hij zomerse melancholie te mengen met Britpoplichtheid, alsof hij Blur en Arizona Iced Tea tegelijk op repeat heeft staan.

De titel belooft iets fris. Iets dat tintelt op je tong. Maar wat je krijgt is lauwe Fanta, open sinds gisteren. Er zit een groove in, ja. Een beetje gitaar hier, wat zonneschijnsynths daar. Maar het lijkt alsof Louis net naast de melodie grijpt die het écht had kunnen maken. Het klinkt als een festivalnummer om vier uur ‘s middags, als de zon net iets te fel is en je biertje lauw is geworden.

De tekst is ook typisch Tomlinson: semi-diepzinnig en net niet clichévrij. "You were my sugar rush, now I’m crashing down" – dat werk. Het is geen ramp, maar het is ook geen hoogvlieger. Eerder een snack die je halverwege vergeet.

Cijfer: 6,5
Hitpotentie: 7,3 – Radio gaat dit draaien, want Louis is Louis.
Quote: “Lemonade klinkt als iets dat lekker had kúnnen zijn.”
Kleine verrassing: Een verrassend prettig gitaartje in de bridge. Kort, maar aangenaam.

Niet slecht, niet goed. Gewoon… Lemonade zonder prik.