donderdag 22 oktober 2026

BLACK DOLDRUMS – ECHOES★★★★½ – 9/10



BLACK DOLDRUMS – ECHOES

Onbekend maakt onbemind? Niet als Black Doldrums langskomt!

★★★★½ – 9/10

O, wat leuk! Alweer een onbekende band. Tenminste, voor mij. Black Doldrums. Alleen die naam maakt me al nieuwsgierig. Klinkt niet bepaald als een gezelschap dat op zondagmiddag vrolijke liedjes speelt bij Omroep MAX. Gelukkig maar. En dan hoor ik Echoes. Mijn eerste kennismaking met deze Britse band voelt meteen goed. Heel goed zelfs!

Wat heerlijk om weer eens iets te ontdekken.

Want hoe vaak gebeurt het niet dat je door nieuwe muziek bladert en vooral artiesten tegenkomt die klinken alsof ze allemaal bij dezelfde producer zijn langsgegaan?

Dezelfde beats.

Dezelfde gladde zang.

Dezelfde voorspelbare refreintjes.

En dan ineens: Black Doldrums.

Een Londense band die zich beweegt tussen postpunk, darkwave en psychedelische rock.

De muzikale wereld van Kevin Gibbard en Sophie Landers is donker, intens en sfeervol.

En laat dat nu precies mijn straatje zijn.

Echoes staat op het derde studioalbum Repetition Compulsion, dat op 13 november verschijnt.

Een album waarop de band zich bezighoudt met herinneringen, identiteit en menselijke verbondenheid.

Geen lichte kost dus.

Maar ik verwacht van Black Doldrums ook geen liedjes over een gezellige middag in de Efteling.

Wat me vooral aanspreekt, is de muzikale sfeer.

Die donkere postpunkwereld waarin gitaren, synthesizers en ritmes samen een bijna hypnotiserend geheel vormen.

Ik moet denken aan The Cure uit hun donkere periode.

Aan de dreiging van Joy Division.

En aan de moderne, elektronische melancholie van The KVB.

Ook liefhebbers van Editors en Interpol zullen zich in deze muzikale omgeving waarschijnlijk uitstekend thuis voelen.

Toch is het geen simpele nostalgische oefening.

Black Doldrums laat horen dat postpunk niet uitsluitend in de jaren tachtig thuishoort.

Die muziek leeft nog steeds.

En gelukkig maar.

Wat ik bijzonder vind, is de combinatie van duisternis en schoonheid.

Want donkere muziek hoeft helemaal niet somber te zijn.

Sterker nog: juist in die melancholische klanken ontdek ik vaak de mooiste melodieën.

Dat is misschien ook waarom bands als The National, The Cure en Editors mij zo blijven aanspreken.

Ze proberen niet voortdurend vrolijk te klinken.

Ze durven een andere emotie op te zoeken.

En dat vind ik veel interessanter.

Bij Black Doldrums krijg ik datzelfde gevoel.

Een muzikale wereld waarin je langzaam wordt meegezogen.

Geen oppervlakkige gezelligheid, maar sfeer en karakter.

Heb ik ook kritiek?

Een beetje.

Dit soort muziek loopt altijd het risico dat de sfeer belangrijker wordt dan het liedje zelf.

Een donkere gitaar, een galmende stem en een stuwend ritme zijn op zichzelf nog geen garantie voor een goede compositie.

Ik wil uiteindelijk ook een melodie horen die blijft hangen.

Maar mijn eerste kennismaking maakt me vooral nieuwsgierig naar meer.

En dat is misschien wel het belangrijkste compliment.

Want een nieuwe artiest ontdekken is leuk.

Maar een nieuwe artiest ontdekken waarvan je onmiddellijk de rest van het album wilt horen?

Dat gebeurt niet iedere dag.

Black Doldrums heeft mijn aandacht.

En die geef ik niet zomaar weg.

Daarvoor komen er dagelijks veel te veel nieuwe nummers voorbij.

Sommige verdwijnen na één luisterbeurt alweer uit mijn geheugen.

Andere blijven hangen.

Echoes behoort voor mij tot die laatste categorie.

Onbekend maakt onbemind? Onzin. Soms moet je gewoon de juiste onbekende band tegenkomen.

En vandaag heet die Black Doldrums.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 9/10

Plus: donkere sfeer, eigenzinnige postpunk en een kennismaking die nieuwsgierig maakt.

Min: ik wil nog horen of de rest van het album even overtuigend is.

Voor liefhebbers van: The Cure, Editors, Interpol, Joy Division en The KVB.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★ – Een serieuze kandidaat voor de top 10, misschien zelfs hoger.

Eindoordeel: Een verrassend aangename kennismaking met een band die ik veel eerder had moeten ontdekken.

Black Doldrums? De naam klinkt als een depressie. De muziek voelt als een ontdekking.

9/10 – VIERENHALVE STER.

https://youtu.be/2lhr4GxHnb8?si=S4XkqahM8UnlXIdn

MIDGE URE – IF I WAS (BLANK & JONES SO80S RECONSTRUCTION)★★★★½ – 9/10



MIDGE URE – IF I WAS (BLANK & JONES SO80S RECONSTRUCTION)

Een monument uit 1985 verbouwen? Blank & Jones bewijzen dat het kan!

★★★★½ – 9/10

Sommige nummers moet je eigenlijk met rust laten. Zeker wanneer ze al ruim veertig jaar tot je muzikale favorieten behoren. If I Was van Midge Ure is zo'n nummer. Een prachtige melodie, een indrukwekkende stem en een productie die de jaren tachtig perfect samenvat. En dan komen Blank & Jones langs met hun gereedschapskist. Ze gaan het nummer verbouwen. Mijn eerste gedachte: jongens, weten jullie wel waar jullie aan beginnen? Mijn tweede gedachte, na het luisteren: jazeker, deze verbouwing is geslaagd!

Midge Ure behoort tot die muzikanten die een belangrijk deel van mijn muzikale jeugd hebben bepaald.

Met Ultravox maakte hij prachtige elektronische muziek. Denk aan Vienna, Dancing with Tears in My Eyes en Hymn.

Nummers waarin synthesizers, emotie en melodie op een bijna vanzelfsprekende manier samenkomen.

En natuurlijk was daar in 1985 zijn solosucces If I Was.

Een nummer dat in Groot-Brittannië de eerste plaats bereikte.

Niet zomaar een hit, maar een compositie waarin de stem van Ure werkelijk schittert.

Die krachtige, licht melancholische voordracht.

Dat grootse refrein.

En vooral die melodie die onmiddellijk blijft hangen.

Daar moet je dus behoorlijk voorzichtig mee omgaan.

Gelukkig weten Blank & Jones wat ze doen.

Het Duitse duo Piet Blank en Jaspa Jones heeft met de So80s-reeks al vaker bewezen dat ze de elektronische muziek uit de jaren tachtig begrijpen.

Niet alleen de bekende hits, maar ook de bijzondere producties, lange twaalfinchversies en vergeten muzikale pareltjes.

Hun liefde voor die periode is duidelijk hoorbaar.

En bij deze nieuwe reconstructie komt dat uitstekend van pas.

Want If I Was is geen nummer dat je zomaar van een moderne dancebeat moet voorzien.

Dan zou je juist verliezen wat het origineel zo bijzonder maakt.

Blank & Jones kiezen gelukkig voor een andere aanpak.

Ze geven het nummer meer ruimte.

Meer elektronische diepte.

En vooral een langere muzikale ontwikkeling.

De nieuwe versie duurt bijna zeven minuten.

Dat is tegenwoordig al bijna een daad van verzet.

In een tijd waarin veel popnummers na tweeënhalve minuut alweer voorbij zijn, krijgen we hier de gelegenheid om werkelijk in de muziek te verdwijnen.

En dat bevalt me uitstekend.

De synthesizers krijgen een belangrijkere rol, zonder de herkenbare melodie te verdringen.

De ritmische basis voelt moderner, maar behoudt de sfeer van de jaren tachtig.

En boven alles blijft die prachtige stem van Midge Ure overeind.

Dat vind ik misschien wel het grootste compliment.

Want de reconstructie probeert niet om het origineel te overtreffen.

Ze probeert het opnieuw tot leven te brengen.

En dat is een wezenlijk verschil.

Ik hoor iets van de elektronische elegantie van Ultravox, de ruimtelijke productie van New Order en de warme synthesizerklanken die ook Pet Shop Boys zo aantrekkelijk maken.

Maar uiteindelijk blijft het vooral Midge Ure.

En dat moet ook.

Een goede verbouwing herken je namelijk niet aan wat er verdwenen is, maar aan wat er beter tot zijn recht komt.

Dat geldt hier uitstekend.

De muzikale basis is vertrouwd, maar de nieuwe productie geeft het nummer een frisse uitstraling.

Alsof je na veertig jaar opnieuw een kamer binnenloopt die je door en door kent.

De meubels staan nog op hun plaats.

De schilderijen hangen aan dezelfde muur.

Maar iemand heeft de verlichting veranderd.

En ineens ontdek je details die je jarenlang over het hoofd hebt gezien.

Dat is precies wat Blank & Jones hier voor elkaar krijgen.

Bovendien past deze reconstructie uitstekend bij de nieuwe verzameluitgave van Midge Ure.

Op 13 november verschijnt The Best Of Midge Ure – One More Time, met nieuwe mixen, reconstructies en instrumentale versies.

Een mooie gelegenheid om zijn indrukwekkende muzikale carrière opnieuw onder de aandacht te brengen.

Want Ure verdient veel meer waardering dan hij tegenwoordig soms krijgt.

Hij was niet alleen de zanger van Ultravox.

Hij was ook een belangrijke architect van de elektronische popmuziek.

En met If I Was bewees hij dat hij als soloartiest minstens zo overtuigend kon zijn.

Heb ik kritiek op deze reconstructie?

Nauwelijks.

Misschien had ik graag nog één verrassende elektronische wending gehoord.

Een moment waarop Blank & Jones wat verder buiten de vertrouwde jaren-tachtigsfeer durven te stappen.

Maar tegelijkertijd begrijp ik waarom ze dat niet doen.

Dit nummer vraagt om respect.

Niet om een producer die koste wat kost zijn eigen naam op de voorgrond wil plaatsen.

En juist dat respect hoor ik terug.

De oorspronkelijke schoonheid is behouden, terwijl de productie opnieuw kan schitteren.

Daarom geef ik deze reconstructie een negen.

Geen tien, want het origineel blijft voor mij onaantastbaar.

Maar een bijzonder geslaagde nieuwe uitvoering is het absoluut.

Blank & Jones hebben een klassieker uit 1985 verbouwd. De muren staan nog overeind, de fundering is uitstekend en de nieuwe elektronische inrichting mag er wezen.

En het mooiste?

Midge Ure klinkt nog altijd als de rechtmatige eigenaar.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 9/10

Zang: ★★★★★
Melodie: ★★★★★
Elektronische productie: ★★★★½
Respect voor het origineel: ★★★★★
Originaliteit: ★★★★☆
Herbeluisterbaarheid: ★★★★★

Plus: prachtige elektronische reconstructie, behoud van de originele melodie, extra muzikale ruimte en de indrukwekkende stem van Midge Ure.

Min: een onverwachte elektronische wending had het geheel nog spannender gemaakt.

Voor liefhebbers van: Ultravox, Visage, New Order, Pet Shop Boys, OMD en de elektronische muziek van de jaren tachtig.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★ – Een serieuze kandidaat voor de top 5.

Eindoordeel: Blank & Jones bewijzen dat je een klassieker kunt vernieuwen zonder zijn oorspronkelijke schoonheid te beschadigen. If I Was klinkt opnieuw fris, ruimtelijk en overtuigend.

Is deze muzikale verbouwing geslaagd? Jazeker! En de bouwvergunning mogen Blank & Jones wat mij betreft onmiddellijk verlengen.

9/10 – VIERENHALVE STER.

https://youtu.be/09k4oZnftt8?si=_Sk7gSdMWdSdIP1n

SOFT CELL – WAVE TO AMERICA★★★★½ – 9/10




SOFT CELL – WAVE TO AMERICA

Frankie Goes to Hollywood ontmoet Erasure. En Marc Almond zwaait naar Amerika.

★★★★½ – 9/10

Soms hoor ik een nieuw nummer en moet ik onmiddellijk aan andere artiesten denken. Bij Wave To America van Soft Cell zijn dat er zelfs twee. De bombastische, bijna theatrale sfeer van Frankie Goes to Hollywood, vooral Welcome to the Pleasuredome, en de sprankelende synthesizers van Erasure. Een opmerkelijke combinatie. Maar wat mij betreft een bijzonder geslaagde. En ondertussen blijft het natuurlijk onmiskenbaar Soft Cell.

Wat een heerlijk elektronisch nummer!

Marc Almond en Dave Ball hebben me de afgelopen maanden al vaker verrast. The Space Inside vond ik bijzonder sterk en ook het album Danceteria laat horen dat Soft Cell veel meer is dan de groep van Tainted Love.

Want laten we eerlijk zijn: dat nummer blijft een klassieker, maar Soft Cell heeft muzikaal altijd veel meer te bieden gehad.

Hun muziek was donker, theatraal, soms behoorlijk ongemakkelijk en tegelijkertijd onweerstaanbaar dansbaar.

Precies die combinatie hoor ik terug in Wave To America.

Het nummer heeft een uitbundige elektronische uitstraling. De synthesizers geven het geheel een bijna feestelijk karakter, terwijl Marc Almond met zijn karakteristieke stem voor de nodige dramatiek zorgt.

En dan moet ik onmiddellijk aan Erasure denken.

Niet omdat Almond ineens klinkt als Andy Bell. Beide zangers hebben juist een heel eigen stemgeluid.

Maar de muzikale sfeer heeft iets van de opgewekte, melodieuze synthpop waarmee Vince Clarke en Andy Bell jarenlang indruk maakten.

Die warme elektronische klanken.

Dat gevoel van optimisme.

En vooral die onweerstaanbare liefde voor een goede popmelodie.

Maar ergens op de achtergrond hoor ik ook Frankie Goes to Hollywood.

Vooral Welcome to the Pleasuredome.

Die grootse muzikale uitstraling, waarin alles nét iets overdrevener mag.

Een beetje bombast.

Een beetje theater.

En vooral heel veel plezier.

Soft Cell maakt er gelukkig geen goedkope kopie van.

Dave Ball heeft altijd een eigen elektronische handtekening gehad. Zijn synthesizers klinken soms speels, maar kunnen ook plotseling iets duisters krijgen.

En juist daardoor blijft de muziek interessant.

Wave To America is bovendien meer dan een vrolijk elektronisch uitstapje.

Het nummer draait om de bijzondere relatie van Soft Cell met Amerika.

Vooral New York speelde een belangrijke rol in hun muzikale ontwikkeling.

Begin jaren tachtig was die stad een ontmoetingsplaats voor allerlei muzikale stromingen.

Disco, punk, new wave en experimentele elektronica liepen er voortdurend door elkaar.

Voor Marc Almond en Dave Ball was dat een wereld vol mogelijkheden.

En dat hoor je terug op Danceteria, hun zesde en laatste studioalbum.

Het album is een muzikale liefdesbrief aan het New York van de jaren tachtig.

Wave To America klinkt daarbij als een uitbundige groet aan een verdwenen tijdperk.

Marc Almond kijkt met nostalgie terug op zijn eerste ervaringen in Amerika.

Op de glamour.

De chaos.

De bijzondere mensen.

En natuurlijk de muziek.

Maar hij doet dat met een flinke knipoog.

Want Amerika was voor Soft Cell niet uitsluitend het land van de onbegrensde mogelijkheden.

Het was ook een land vol tegenstellingen.

En juist die dubbelzinnigheid past uitstekend bij hun muzikale karakter.

Wat mij vooral aanspreekt, is dat het nummer zo heerlijk uitbundig klinkt zonder zijn eigenzinnigheid te verliezen.

Dat is een kunst.

Want elektronische pop kan soms behoorlijk voorspelbaar worden.

Een simpele beat, een aardig refrein en klaar.

Bij Soft Cell gebeurt altijd iets meer.

Marc Almond heeft bovendien nog altijd een fantastische uitstraling als zanger.

Zijn stem is misschien niet technisch perfect.

Gelukkig maar.

Want juist die theatrale voordracht maakt hem zo herkenbaar.

Hij zingt alsof hij tegelijkertijd op een podium, in een nachtclub en midden in een persoonlijk drama staat.

En soms allemaal binnen dezelfde minuut.

Heb ik kritiek?

Een klein beetje.

De uitbundigheid maakt het nummer bijzonder aantrekkelijk, maar zorgt er ook voor dat de subtiliteit soms wat naar de achtergrond verdwijnt.

Ik had misschien graag één onverwachte muzikale wending gehoord.

Een moment waarop de elektronische productie ineens een donkerder richting kiest.

Maar eerlijk gezegd is dat nauwelijks een bezwaar.

Want Wave To America doet precies wat het moet doen.

Het maakt me vrolijk.

Het brengt me terug naar de jaren tachtig.

En het laat horen waarom ik al zo lang van elektronische popmuziek hou.

Toch krijgt het nummer ook een emotionele betekenis.

Dave Ball overleed op 22 oktober 2025, nadat hij het laatste Soft Cell-album had voltooid.

Daardoor klinkt Danceteria inmiddels als een muzikaal afscheid.

En dat maakt deze uitbundige single extra bijzonder.

Want achter al die feestelijke synthesizers schuilt ook een afscheid van een uitzonderlijke muzikale samenwerking.

Bijna een halve eeuw maakten Almond en Ball samen muziek.

En gelukkig hebben ze hun eigenzinnigheid nooit verloren.

Wave To America is daar een prachtig voorbeeld van.

Frankie Goes to Hollywood levert de bombast. Erasure zorgt voor de sprankeling. Maar Soft Cell maakt er uiteindelijk zijn eigen feestje van.

En ik dans graag nog één keer mee.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 9/10

Zang: ★★★★½
Melodie: ★★★★½
Synthesizers: ★★★★★
Originaliteit: ★★★★½
Jaren-tachtigsfeer: ★★★★★
Herbeluisterbaarheid: ★★★★★

Plus: heerlijke synthesizers, theatrale zang, sterke melodie en een prachtige combinatie van nostalgie en uitbundigheid.

Min: soms iets te bombastisch; een onverwachte muzikale wending had het nummer nog sterker gemaakt.

Voor liefhebbers van: Frankie Goes to Hollywood, Erasure, Pet Shop Boys, Depeche Mode, The Human League en natuurlijk Soft Cell.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★ – Een serieuze kandidaat voor de top 5.

Eindoordeel: Wave To America is een feestelijk, melodieus en eigenzinnig synthpopnummer. Een prachtige herinnering aan de elektronische muziek van de jaren tachtig en tegelijkertijd een waardig onderdeel van het afscheid van Soft Cell.

Frankie Goes to Hollywood opent de deuren van de Pleasuredome. Erasure verzorgt de verlichting. En Marc Almond staat bij de ingang met een enkele reis naar Amerika.

9/10 – VIERENHALVE STER.

https://youtu.be/8Qz1EDL2lXw?si=Fav0hUcuJplDjkDm

MG x CD + JL = – CROSS WHISPER★★★★ – 8/10




MG x CD + JL = – CROSS WHISPER

Martin Gore opent de deur naar een vreemde wereld. Durf je naar binnen?

★★★★ – 8/10

Wat heb ik nu weer gehoord? Martin Gore, de muzikale architect van Depeche Mode, heeft een nieuw nummer uitgebracht onder de merkwaardige naam MG x CD + JL =. Alleen die naam lijkt al op een wiskundesom waarvan de uitkomst ontbreekt. En de muziek? Die is minstens zo vreemd. Cross Whisper klinkt alsof iemand midden in de nacht een verlaten fabriek binnenloopt en ontdekt dat de machines nog steeds draaien.

En toch blijf ik luisteren.

Want als er één muzikant is van wie ik muzikale experimenten kan waarderen, dan is het Martin Gore.

Al ruim veertig jaar behoort hij tot mijn favoriete songschrijvers. Met Depeche Mode bewees hij dat elektronische muziek niet alleen dansbaar kan zijn, maar ook donker, melancholisch en emotioneel.

Denk aan Enjoy the Silence, Never Let Me Down Again en Walking in My Shoes.

Prachtige composities waarin de melodie minstens zo belangrijk is als de elektronische productie.

Maar Gore heeft ook een andere kant.

Een experimentele.

Een muzikant die graag met vreemde geluiden, vervormde stemmen en ongewone ritmes werkt.

En precies die Martin Gore horen we op Cross Whisper.

De mysterieuze projectnaam blijkt overigens minder ingewikkeld dan hij lijkt.

MG staat voor Martin Gore, CD voor kunstenaar en tekstschrijver Cliff Damavandi en JL verwijst naar Gores dochter Johnnie Lee, die aan de zang bijdraagt.

Geen nieuwe Depeche Mode dus.

Maar een bijzonder familie- en kunstproject.

En het verhaal achter het nummer is misschien nog vreemder dan de muziek.

Gore vertelde dat hij regelmatig merels zag verschijnen wanneer iemand uit zijn omgeving overleed.

Bij het overlijden van zijn moeder.

Bij het verlies van huisdieren.

En ooit tikte een vogel zo nadrukkelijk tegen het raam van zijn studio dat hij er niet omheen kon.

Twee dagen later hoorde hij dat een goede vriend was overleden.

Toeval?

Waarschijnlijk.

Maar Gore begon zich af te vragen of vogels misschien boodschappers konden zijn tussen de levenden en de doden.

Cliff Damavandi raakte gefascineerd door dit verhaal en schreef er een tekst over.

Martin Gore maakte de muziek.

En zo ontstond Cross Whisper.

Een nummer over verlies, herinneringen en de vreemde manieren waarop verdriet zich soms aandient.

Muzikaal is het bepaald geen gemakkelijke kost.

Het begint met fluisterende stemmen.

Alsof iemand vanuit een andere kamer iets probeert te vertellen.

Daarna verschijnen de synthesizers.

Donker.

Onheilspellend.

En vooral behoorlijk eigenzinnig.

Een harde, bijna mechanische percussie tikt voortdurend door de muziek heen.

Dat geluid verwijst naar de vogel die tegen Gores raam tikte.

Een prachtig detail.

Want ineens krijgt een vreemd elektronisch ritme een menselijke betekenis.

De synthesizers bewegen ondertussen tussen melodieuze passages en rauwe elektronische klanken.

Ik hoor iets van Kraftwerk, de experimentele kant van Depeche Mode en de industriële elektronica van Cabaret Voltaire.

Maar ook de donkere wereld van Nine Inch Nails komt af en toe in gedachten.

Niet omdat Gore ineens dezelfde agressieve muziek maakt.

Wel vanwege de beklemmende sfeer.

Cross Whisper is geen nummer dat je gezellig opzet tijdens een verjaardagsfeestje.

Tenzij je graag wilt dat de visite vroeg vertrekt.

De zang klinkt afstandelijk, bijna spookachtig.

En dat past uitstekend bij het onderwerp.

Alsof de stemmen niet helemaal bij onze wereld horen.

Ze komen voorbij.

Verdwijnen weer.

En laten je achter met meer vragen dan antwoorden.

Ook de videoclip, gemaakt door Luca Bailey, sluit aan bij die mysterieuze sfeer. De beelden werden opgenomen in Japan en Engeland.

Geen traditionele popvideo, maar een visuele begeleiding die het ongewone karakter van de muziek onderstreept.

Wat vind ik ervan?

Ik moet eerlijk bekennen dat ik aanvankelijk behoorlijk moest wennen.

Dit is geen Enjoy the Silence.

Geen Somebody.

En al helemaal geen nieuwe Personal Jesus.

Een onmiddellijk herkenbaar refrein ontbreekt.

De melodie krijgt niet altijd de hoofdrol.

En de elektronische experimenten vragen behoorlijk wat aandacht.

Maar naarmate het nummer vordert, begint de vreemde wereld van Gore steeds meer indruk te maken.

Vooral die combinatie van mechanische geluiden en een persoonlijk verhaal vind ik bijzonder.

Heb ik kritiek?

Zeker.

Ik mis soms de melodische klasse die Gore tot zo'n uitzonderlijke componist maakt.

Hij kan prachtige liedjes schrijven, maar hier lijkt hij bewust meer geïnteresseerd in geluid dan in melodie.

Dat respecteer ik.

Alleen raakt het me daardoor muzikaal minder direct.

En daarom geef ik geen negen of tien.

Maar een acht vind ik absoluut verdiend.

Want Cross Whisper is origineel, intrigerend en behoorlijk moedig.

Gore had gemakkelijk een toegankelijk elektronisch nummer kunnen maken.

In plaats daarvan kiest hij voor een merkwaardige compositie die je niet onmiddellijk begrijpt.

En misschien is dat juist de bedoeling.

Niet alles in het leven heeft een duidelijke verklaring.

Zeker niet wanneer het over verlies en herinneringen gaat.

Soms hoor je alleen een vogel tegen het raam tikken.

En vraag je je af of er iemand iets probeert te vertellen.

Martin Gore heeft een vreemde muzikale wereld geschapen. Ik begrijp er niet alles van, maar ik wil er voorlopig nog wel even rondlopen.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★ – 8/10

Elektronische productie: ★★★★★
Melodie: ★★★½
Originaliteit: ★★★★★
Sfeer: ★★★★★
Zang: ★★★★☆
Herbeluisterbaarheid: ★★★★☆

Plus: gedurfde elektronische experimenten, beklemmende sfeer en een bijzonder persoonlijk verhaal.

Min: weinig toegankelijke melodie en soms behoorlijk abstract.

Voor liefhebbers van: Depeche Mode, Kraftwerk, Cabaret Voltaire, Nine Inch Nails en de experimentele kant van Martin Gore.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★☆ – Een interessante kandidaat, al is het bepaald geen gemakkelijke hit.

Eindoordeel: Cross Whisper is een intrigerend elektronisch experiment waarin Martin Gore verlies, herinneringen en mysterieuze geluiden samenbrengt.

Een vogel tikt tegen het raam. Martin Gore maakt er muziek van. En ik vraag me af of ik voortaan mijn ramen wel open durf te zetten.

8/10 – VIER STERREN.

https://youtu.be/LUBy4uPIyTg?si=Ss4VHkafreidiZOb

woensdag 21 oktober 2026

BENJAMIN INGROSSO – CLICHÉ★★★½ – 7/10




BENJAMIN INGROSSO – CLICHÉ

Te veel suiker is ongezond. Maar soms smaakt het heerlijk!

★★★½ – 7/10

Cliché. Wat een perfecte titel voor dit nummer van Benjamin Ingrosso. Een beetje jaren zeventig, een flinke scheut romantiek en een productie die zo glad is dat je er bijna op uitglijdt. Ik hoor iets van Gilbert O'Sullivan. Niet zozeer in de stem, maar vooral in de sfeer. Dit is muziek die uitstekend past bij Omroep MAX of Sky Radio. Normaal gesproken niet mijn favoriete muzikale omgeving. Maar eerlijk is eerlijk: soms heb ik gewoon zin in iets zoets.

En Benjamin Ingrosso heeft de suikerpot gevonden.

De Zweedse zanger kennen we natuurlijk van het Eurovisie Songfestival van 2018, waar hij met Dance You Off de zevende plaats behaalde.

Sindsdien heeft hij zich ontwikkeld tot een veelzijdige popartiest met een duidelijke liefde voor klassieke popmuziek.

Met zijn album Pink Velvet Theatre uit 2024 liet hij al horen dat de jaren zeventig nog lang niet uit zijn muzikale systeem verdwenen zijn.

En gelukkig maar.

Want ik hou best van die periode.

Van prachtige melodieën, verzorgde arrangementen en liedjes die niet afhankelijk zijn van een elektronische beat om overeind te blijven.

Met Cliché krijgen we opnieuw een flinke dosis nostalgie.

Het nummer verscheen op 16 oktober, als onderdeel van de EP Mommy's Boy. Een voorproefje van zijn nieuwe album Baby Don't Say That, I'm Sensitive, dat in maart 2027 verschijnt.

En de titel is veelzeggend.

Want Cliché klinkt alsof iemand een doos met oude popplaten heeft geopend en daar een eigentijdse productie overheen heeft gelegd.

Ik hoor vooral de sfeer van Gilbert O'Sullivan.

Die warme, licht sentimentele popmuziek waarin melodie en romantiek belangrijker zijn dan muzikale vernieuwing.

Denk aan de periode van Clair en Alone Again (Naturally).

Niet omdat Ingrosso hetzelfde zingt.

Zijn stem is anders, moderner en wat gepolijster.

Maar de muzikale benadering roept bij mij een vergelijkbaar gevoel op.

Een beetje nostalgie.

Een beetje weemoed.

En behoorlijk veel suiker.

Het is muziek die je bijna met een gebaksvorkje zou moeten beluisteren.

Toch zit er achter de vriendelijke verpakking een minder vrolijk verhaal.

Ingrosso zingt over een relatie die voorbij is en de vraag of hij zelf iets anders had kunnen doen.

Had hij de afloop kunnen veranderen?

Had hij iets moeten zeggen?

Of juist iets niet moeten zeggen?

Dat zijn herkenbare gedachten.

Wie ooit een relatie heeft zien eindigen, weet hoe gemakkelijk je achteraf blijft zoeken naar antwoorden.

En misschien is dat wel het interessantste aan Cliché.

De muziek klinkt vriendelijk en toegankelijk, terwijl de tekst draait om spijt en twijfel.

Een tegenstelling die klassieke popmuziek vaak zo aantrekkelijk maakt.

Maar muzikaal blijft Benjamin wel erg keurig binnen de lijntjes.

De productie is verzorgd, de melodie aangenaam en de zang overtuigend.

Alleen mis ik wat eigenzinnigheid.

Een onverwachte wending.

Een moment waarop hij de luisteraar werkelijk verrast.

Het klinkt allemaal bijzonder professioneel.

Misschien zelfs iets té professioneel.

Alsof iedere muzikale oneffenheid zorgvuldig is weggepoetst.

En dat vind ik jammer.

Want juist die kleine imperfecties kunnen een liedje karakter geven.

Gilbert O'Sullivan had dat bijvoorbeeld wel.

Zijn muziek kon behoorlijk sentimenteel zijn, maar bevatte vaak ook iets eigenaardigs, iets onvoorspelbaars.

Bij Ingrosso blijft het allemaal wat veiliger.

En toch betrap ik mezelf erop dat ik het nummer best aardig vind.

Dat is het merkwaardige.

Ik kan allerlei muzikale bezwaren bedenken, maar ondertussen geniet ik gewoon van die warme melodie en de nostalgische sfeer.

Misschien hoeft niet ieder liedje ingewikkeld te zijn.

Misschien hoeft niet iedere artiest de popmuziek opnieuw uit te vinden.

Soms mag een nummer gewoon aangenaam klinken.

Zoals een kop koffie met een veel te groot stuk appeltaart.

Je weet dat je eigenlijk genoeg hebt gehad.

Maar dat laatste hapje neem je toch.

Heb ik kritiek?

Jazeker.

De productie is me te glad, de muzikale verrassingen zijn schaars en de sentimentele sfeer wordt soms wel erg nadrukkelijk aangezet.

Maar ik vind het ook een charmant nummer.

En dat mag best.

Want mijn muzikale smaak bestaat gelukkig niet uitsluitend uit donkere synthesizers, melancholische indierock en ingewikkelde arrangementen.

Af en toe mag er best een beetje commerciële pop tussendoor.

Zolang er maar een goede melodie in zit.

En die heeft Benjamin Ingrosso gelukkig wel.

Cliché is geen meesterwerk. Maar het is ook geen nummer dat ik onmiddellijk wil overslaan.

Daarvoor klinkt het te aangenaam.

Te verzorgd.

En misschien ook wel iets te vertrouwd.

Een zeven lijkt me daarom een passend cijfer.

Benjamin Ingrosso serveert een muzikale suikerbom. Niet iets voor iedere dag, maar af en toe smaakt zo'n zoetigheid verrassend lekker.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★½ – 7/10

Zang: ★★★★☆
Melodie: ★★★★☆
Productie: ★★★½
Originaliteit: ★★½
Nostalgische sfeer: ★★★★½
Herbeluisterbaarheid: ★★★½

Plus: aangename melodie, warme jarenzeventigsfeer en een sympathieke nostalgische uitstraling.

Min: te glad geproduceerd, weinig verrassingen en af en toe behoorlijk sentimenteel.

Voor liefhebbers van: Gilbert O'Sullivan, Leo Sayer, Billy Joel, Elton John en toegankelijke jarenzeventigpop.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★☆☆ – Misschien een bescheiden notering, maar geen grote kanshebber.

Eindoordeel: Cliché doet zijn titel alle eer aan. Benjamin Ingrosso levert verzorgde, nostalgische pop die soms wel erg zoet klinkt, maar dankzij de melodie toch weet te charmeren.

Omroep MAX mag de koffie inschenken. Sky Radio zet de muziek aan. En ik neem voor deze ene keer nog een extra suikerklontje.

7/10 – DRIEËNHALVE STER.

https://youtu.be/drn1mvPinUY?si=l7hy9TX42h8o4bZO

OH WONDER – MAD WORLD★★★★½ – 9/10



OH WONDER – MAD WORLD

Een beetje lief, een beetje donker. En juist daarom zo mooi.

★★★★½ – 9/10

Wat is dit toch voor een muzikale dag? Eerst verrast Warhaus me met een dreigende elektronische sound die aan Underworld en The Prodigy doet denken. En nu komt Oh Wonder met Mad World. Opnieuw een verandering van sfeer, maar ditmaal een heel andere. De wereld is donker, de muziek klinkt liefdevol en ergens tussen die twee uitersten ontstaat iets bijzonders. Wat een aangename verrassing!

Oh Wonder is terug.

Na vier jaar zonder volledig nieuwe muziek laten Josephine en Anthony Vander West weer van zich horen.

En dat werd tijd.

Het Britse duo heeft altijd een bijzonder talent gehad voor melodieuze indiepop waarin hun stemmen prachtig samenvloeien. Geen muzikale krachtpatserij, maar liedjes die je langzaam weten te veroveren.

Met Mad World klinkt die vertrouwde intimiteit nog altijd door.

Maar er is iets veranderd.

De muziek voelt serieuzer. Volwassener misschien.

Dat heeft alles te maken met de wereld waarin we tegenwoordig leven.

Oorlogen, klimaatverandering, kunstmatige intelligentie en een samenleving die soms volledig de weg kwijt lijkt.

Josephine en Anthony schreven het nummer als reactie op die onrust.

En dat hoor je terug.

Mad World is geen vrolijk liefdesliedje. Het is een liefdesliedje voor een wereld die behoorlijk in de war is.

De opening is prachtig ingetogen.

Een piano legt de basis, waarna de stemmen van Josephine en Anthony elkaar vinden.

Dat blijft voor mij de grootste kracht van Oh Wonder.

Twee stemmen die afzonderlijk mooi zijn, maar samen iets extra's krijgen.

De zang klinkt kwetsbaar en warm, alsof ze elkaar proberen gerust te stellen.

Daarna komen de drums en de bas erbij.

Niet opdringerig, maar precies genoeg om het nummer vooruit te helpen.

En dan die strijkers.

Die geven de muziek een prachtige emotionele verdieping.

De arrangementen groeien zonder dat de intimiteit verloren gaat.

Dat vind ik knap.

Want bij veel moderne popmuziek lijkt de producer voortdurend bang dat de luisteraar na twintig seconden zijn aandacht verliest.

Dus moet alles groter.

Harder.

Sneller.

Bij Oh Wonder gebeurt het tegenovergestelde.

Ze vertrouwen op hun melodie.

En op hun stemmen.

Gelukkig maar.

Ik hoor iets van de melancholische schoonheid van London Grammar, de warmte van The Paper Kites en de gevoelige kant van The Slow Show.

Maar het blijft vooral herkenbaar Oh Wonder.

Het bijzondere aan Mad World is de tegenstelling tussen de tekst en de muziek.

De woorden beschrijven een wereld vol onzekerheid.

De muziek biedt juist troost.

Alsof iemand tijdens een flinke storm een deur voor je opent en zegt dat je binnen mag komen.

Even opwarmen.

Even bijkomen.

De problemen verdwijnen natuurlijk niet.

Maar je staat er tenminste niet alleen voor.

En precies daarin zit de schoonheid van dit nummer.

Oh Wonder probeert de ellende niet weg te poetsen met een opgewekt refreintje.

Ze erkennen dat de wereld soms behoorlijk angstaanjagend kan zijn.

Maar weigeren om de hoop op te geven.

Dat vind ik een mooie gedachte.

Zeker in een tijd waarin cynisme bijna een nationale hobby lijkt te zijn geworden.

Iedereen heeft overal een mening over.

Bij voorkeur een boze.

En liefst voordat iemand anders is uitgesproken.

Oh Wonder kiest voor een andere benadering.

Niet schreeuwen.

Niet beschuldigen.

Maar proberen elkaar vast te houden.

Misschien klinkt dat eenvoudig.

Maar eenvoud is niet hetzelfde als oppervlakkigheid.

Heb ik kritiek?

Een klein beetje.

Ik had graag nog één verrassende muzikale wending gehoord. Een onverwacht instrumentaal moment dat het nummer nog wat meer spanning geeft.

De melodie blijft grotendeels binnen de vertrouwde Oh Wonder-formule.

Maar eerlijk gezegd stoort me dat nauwelijks.

Want de emotionele overtuigingskracht is groot.

En de combinatie van piano, strijkers en die twee prachtige stemmen maakt veel goed.

Bovendien vind ik het mooi dat het duo na vier jaar niet terugkomt met een geforceerde poging om modern of hip te klinken.

Ze hebben gewoon een liedje geschreven dat iets te vertellen heeft.

Dat is tegenwoordig al verrassend genoeg.

Na Warhaus is dit de tweede artiest die me vandaag laat horen dat muzikale verandering niet altijd betekent dat je jezelf volledig opnieuw moet uitvinden.

Bij Warhaus wordt de muziek donkerder en dreigender.

Bij Oh Wonder krijgt de vertrouwde zachtheid een serieuzere ondertoon.

Twee verschillende benaderingen.

Maar allebei overtuigend.

Mad World is een prachtig evenwicht tussen licht en donker, angst en hoop, verdriet en liefde.

En misschien hebben we juist zulke liedjes nodig.

Niet om de wereld te veranderen.

Maar om ons eraan te herinneren dat er nog altijd iets moois in bestaat.

Oh Wonder zingt over een gekke wereld. En maakt die wereld voor drie minuten een beetje mooier.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 9/10

Zang: ★★★★★
Melodie: ★★★★½
Arrangement: ★★★★½
Emotie: ★★★★★
Originaliteit: ★★★★☆
Herbeluisterbaarheid: ★★★★½

Plus: de prachtige samenzang, warme piano, sfeervolle strijkers en de sterke tegenstelling tussen een donkere wereld en een hoopvolle boodschap.

Min: muzikaal had één onverwachte wending het nummer nog interessanter gemaakt.

Voor liefhebbers van: London Grammar, The Paper Kites, The Slow Show, Daughter en de rustige kant van CHVRCHES.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★ – Een serieuze kandidaat voor de top 5.

Eindoordeel: Mad World is een indrukwekkende terugkeer van Oh Wonder. De muziek is liefdevol, de boodschap serieus en de uitvoering bijzonder stijlvol.

Warhaus liet vandaag de duisternis dansen. Oh Wonder doet er voorzichtig een lampje bij aan.

9/10 – VIERENHALVE STER.https://youtu.be/uWA__e3T5ig?si=5OL8-LjQ7kmNcAoa

WARHAUS – ONE DAY★★★★½ – 9/10





WARHAUS – ONE DAY

Warhaus 2.0: alsof Underworld en The Prodigy op bezoek komen bij Maarten Devoldere

★★★★½ – 9/10

Wat is er toch met Maarten Devoldere gebeurd? Heeft iemand zijn vertrouwde instrumenten verstopt en hem opgesloten in een donkere technoclub? Met One Day laat Warhaus opnieuw horen dat zijn muzikale wereld behoorlijk aan het veranderen is. De elegante melancholie heeft plaatsgemaakt voor dreigende elektronica, zware bassen en een bijna bezeten ritme. En eerlijk gezegd? Ik vind deze Warhaus 2.0 steeds interessanter worden.

Ik volg Warhaus al jaren met veel plezier.

Die prachtige, donkere stem van Devoldere. Zijn soms bijna achteloze manier van zingen. De elegante arrangementen, waarin je invloeden hoort van Leonard Cohen, Serge Gainsbourg en Nick Cave.

Een muzikale wereld waarin melancholie en verleiding elkaar voortdurend ontmoeten.

Maar kennelijk vond Devoldere het tijd voor iets anders.

Zijn vijfde studioalbum The Donkey, dat op 15 januari 2027 verschijnt, belooft een behoorlijk elektronische koerswijziging.

Dat hoorden we al op The Baby.

Een experimenteel nummer dat me aanvankelijk behoorlijk verraste.

Vervolgens kwam Simple Pleasures, waarmee Warhaus een prachtige plaats veroverde in mijn INDIE TOP 20.

En nu is er One Day.

Wat een verschil met de Warhaus van enkele jaren geleden!

Het nummer begint met een sobere piano. Daarboven hangen mysterieuze, bijna spookachtige stemmen.

Je verwacht nog even een vertrouwde melancholische ballad.

Maar dan begint de ritmesectie zich ermee te bemoeien.

Een zware bas.

Een opjagende drum.

En ineens bevinden we ons op een donkere dansvloer.

Ik hoor Underworld.

Vooral dat dreigende, hypnotiserende karakter van Born Slippy.

Maar ook The Prodigy komt bij me op. Niet omdat Warhaus ineens dezelfde agressieve muziek maakt, maar vanwege de rauwe energie en de manier waarop het ritme je steeds verder het nummer in trekt.

Dat had ik enkele jaren geleden niet verwacht van Maarten Devoldere.

En juist daarom vind ik het zo spannend.

Zijn stem klinkt bovendien anders.

Er zit een filter overheen, waardoor de vertrouwde warmte gedeeltelijk verdwijnt. Hij zingt niet zozeer een melodie, maar herhaalt zijn woorden bijna als een bezwering.

Een liefdesverklaring die langzaam verandert in een obsessie.

Dat is een interessante vondst.

Want wat aanvankelijk romantisch klinkt, krijgt door de voortdurende herhaling iets ongemakkelijks.

Alsof iemand niet meer weet of hij verliefd is of volledig de controle verliest.

En ondertussen blijft die bas maar doordenderen.

Halverwege gebeurt iets slims.

De muziek valt grotendeels stil.

De stemmen en piano keren terug, alsof Devoldere ons even laat bijkomen.

Maar lang duurt die rust niet.

Langzaam sluipen de elektronische klanken weer naar binnen.

De spanning wordt opnieuw opgebouwd.

En wanneer het ritme terugkeert, heeft het nummer nog meer overtuigingskracht.

Dat vind ik sterk.

Hier wordt niet zomaar een elektronische beat onder een bestaand Warhaus-liedje geplakt.

De elektronica bepaalt de structuur.

De sfeer.

En zelfs de manier waarop Devoldere zingt.

Dat is pas een muzikale koerswijziging.

Wat me bovendien aanspreekt, is dat Warhaus niet probeert een commerciële dancehit te maken.

Dit is geen vrolijke festivalmuziek waarbij iedereen met zijn handen in de lucht moet springen.

Nee, dit is muziek voor een donkere club, ergens diep in de nacht.

De lichten knipperen.

De bas dreunt.

En niemand weet precies hoe laat het inmiddels is.

Ik hou daarvan.

Het herinnert me aan de periode waarin alternatieve rock en elektronische muziek elkaar steeds vaker opzochten.

Denk aan Massive Attack, Depeche Mode en natuurlijk Underworld.

Artiesten die begrepen dat elektronische muziek ook dreigend, emotioneel en vervreemdend kon zijn.

Heb ik kritiek?

Een klein beetje.

De voortdurende herhaling maakt One Day hypnotiserend, maar kan voor sommige luisteraars ook wat eentonig worden.

En ik mis soms die prachtige melodische warmte van de vroegere Warhaus.

De Devoldere die met een paar woorden en een subtiel arrangement een complete wereld kon oproepen.

Maar misschien moet ik juist ophouden om die oude Warhaus voortdurend terug te verlangen.

Want een artiest die zichzelf blijft herhalen, wordt uiteindelijk ook voorspelbaar.

En voorspelbaarheid is wel het laatste wat ik van Warhaus wil.

Met One Day bewijst Devoldere dat hij nog lang niet is uitontwikkeld.

Sterker nog, ik krijg steeds meer het gevoel dat we aan het begin staan van een bijzonder interessante nieuwe periode.

Warhaus 2.0 is donkerder, elektronischer en dreigender.

Maar gelukkig nog altijd herkenbaar.

En als The Donkey deze muzikale richting vasthoudt, kan januari 2027 weleens heel interessant worden.

Maarten Devoldere heeft de dansvloer ontdekt. Alleen heeft hij voor de zekerheid het licht uitgedaan.

En wat mij betreft mag dat voorlopig zo blijven.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 9/10

Zang: ★★★★½
Elektronische productie: ★★★★★
Ritme en bas: ★★★★★
Originaliteit: ★★★★½
Dreiging en sfeer: ★★★★★
Herbeluisterbaarheid: ★★★★½

Plus: een verrassende elektronische koerswijziging, dreigende bassen, hypnotiserende ritmes en een spannende opbouw.

Min: de herhaling kan wat eentonig worden; de melodische warmte van vroeger ontbreekt gedeeltelijk.

Voor liefhebbers van: Underworld (Born Slippy), The Prodigy, Massive Attack, Depeche Mode, LCD Soundsystem en Balthazar.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★ – Een serieuze kandidaat voor de top 5.

Eindoordeel: Met One Day laat Warhaus horen dat verandering geen verlies hoeft te betekenen. Maarten Devoldere verruilt zijn vertrouwde elegante melancholie voor een donkerder elektronisch geluid. En die nieuwe muzikale jas zit hem verrassend goed.

Warhaus 2.0: Leonard Cohen heeft de nachtclub verlaten. Underworld heeft de sleutel gekregen.

9/10 – VIERENHALVE STER.https://youtu.be/iWsr-i1tPjU?si=QBKcd9oth3REvk8F

ANE BRUN FT. RÖYKSOPP – EAT THE FRUIT★★★★½ – 9/10




ANE BRUN FT. RÖYKSOPP – EAT THE FRUIT

Een verboden vrucht die naar meer smaakt


Soms komen twee muzikale werelden samen waarvan je onmiddellijk denkt: waarom is dit eigenlijk niet veel eerder gebeurd? Ane Brun en Röyksopp. De ene bekend om haar bijzondere, kwetsbare stem. De anderen meesters in elektronische muziek. Met Eat the Fruit blijkt die combinatie bijna vanzelfsprekend. En dan is er ook nog die intense videoclip, die naadloos aansluit bij de mysterieuze sfeer van het nummer.

Ik heb altijd een zwak gehad voor Scandinavische muziek.

Misschien komt het door de melancholie. Of door het vermogen om prachtige melodieën te combineren met een zekere kilte.

Denk aan A-ha, Sigur Rós, Robyn en natuurlijk Röyksopp.

Allemaal verschillend, maar met één belangrijke overeenkomst: ze weten hoe je sfeer kunt creëren zonder de melodie te vergeten.

En dat laatste vind ik essentieel.

Want een goede elektronische productie is prachtig, maar als er muzikaal niets gebeurt, blijft er weinig over.

Bij Eat the Fruit hoef ik me daar gelukkig geen zorgen over te maken.

De Noorse Ane Brun heeft een stem die je onmiddellijk herkent. Licht breekbaar, maar tegelijkertijd bijzonder krachtig.

Ze hoeft niet te schreeuwen om indruk te maken.

Sterker nog, juist haar beheersing maakt haar zo interessant.

Röyksopp, het duo Svein Berge en Torbjørn Brundtland, zorgt voor een compleet andere muzikale omgeving dan we doorgaans van haar gewend zijn.

Een stevige elektronische bas vormt het fundament.

Daaromheen ontstaat een donkere, hypnotiserende sfeer waarin de synthesizers voortdurend spanning opbouwen.

Het resultaat is elektronische muziek die niet alleen je voeten, maar vooral je gevoel in beweging brengt.

Dat vind ik knap.

Want Eat the Fruit is bepaald geen vrolijk niemendalletje.

De muziek heeft iets verleidelijks, maar tegelijkertijd hangt er voortdurend een zekere dreiging in de lucht.

Alsof je een donkere kamer binnenloopt waarvan je niet weet wat er achter de volgende deur gebeurt.

En toch wil je verder.

De titel is daarbij uitstekend gekozen.

Eat the Fruit.

Eet de vrucht.

Natuurlijk denk je onmiddellijk aan verleiding. Aan iets wat misschien verboden is, maar daardoor juist aantrekkelijk wordt.

Dat geeft het nummer een bijna bijbelse ondertoon.

Maar ik hoor er ook iets anders in.

Het verlangen om jezelf opnieuw open te stellen.

Om risico's te nemen.

Om niet voortdurend bang te zijn voor wat er mis kan gaan.

En dat sluit mooi aan bij de thematiek van Ane Bruns komende album.

I Thought We Were The Same, dat op 6 november verschijnt, draait onder meer om vertrouwen, teleurstelling en het opnieuw durven geloven in jezelf en anderen.

Daarmee krijgt deze elektronische single extra betekenis.

En dan de videoclip.

Die vind ik intens.

Niet omdat er voortdurend spectaculaire dingen moeten gebeuren, maar omdat de beelden dezelfde ongemakkelijke spanning oproepen als de muziek.

De visuele sfeer voelt donker, verleidelijk en soms bijna beklemmend.

Het is geen videoclip die je gedachteloos op de achtergrond laat draaien.

Je blijft kijken.

En ondertussen merk je hoe goed de muziek en de beelden elkaar versterken.

Dat is precies wat ik van een goede videoclip verwacht.

Niet zomaar een verzameling aantrekkelijke plaatjes.

Maar een visuele wereld die iets toevoegt aan de compositie.

Bij Eat the Fruit ontstaat daardoor een bijna filmische ervaring.

Ik moet denken aan de donkere elektronische wereld van Depeche Mode, de mysterieuze kant van Massive Attack en de emotionele intensiteit van Fever Ray.

Maar ook aan het beste werk van Röyksopp zelf.

Vooral What Else Is There? komt bij me op.

Dat nummer bewees destijds al hoe prachtig elektronische muziek en een eigenzinnige vrouwenstem kunnen samengaan.

Met Ane Brun gebeurt iets vergelijkbaars.

Alleen heeft zij een heel andere vocale persoonlijkheid.

Haar stem klinkt warmer, menselijker en misschien zelfs kwetsbaarder.

Heb ik kritiek?

Een klein beetje.

Ik had graag nog één onverwachte muzikale wending gehoord.

Een moment waarop de synthesizers volledig losbreken of de melodie plotseling een andere richting kiest.

Nu blijft de muziek vooral trouw aan haar hypnotiserende karakter.

Dat werkt uitstekend, maar houdt het nummer voor mij net onder de perfecte tien.

Toch is dit zonder twijfel een van de interessantste elektronische samenwerkingen die ik de afgelopen tijd heb gehoord.

En na een reeks nogal middelmatige nieuwe releases is dat bijzonder welkom.

Eindelijk weer een nummer dat niet na één luisterbeurt in de muzikale vergetelheid verdwijnt.

Ane Brun en Röyksopp laten horen dat elektronische muziek volwassen, spannend en emotioneel kan zijn.

En die videoclip maakt de ervaring compleet.

De verboden vrucht smaakt uitstekend. En ik neem graag nog een hap.


DE ALTERNATIEVE MUZIEKMAN

★★★★½ – 9/10

Zang: ★★★★★
Melodie: ★★★★½
Elektronische productie: ★★★★★
Sfeer: ★★★★★
Videoclip: ★★★★★
Originaliteit: ★★★★½

Plus: de bijzondere stem van Ane Brun, de donkere elektronische productie, de hypnotiserende sfeer en een intense videoclip die uitstekend bij het nummer past.

Min: een onverwachte muzikale wending had het nummer nog sterker gemaakt.

Voor liefhebbers van: Röyksopp, Depeche Mode, Massive Attack, Fever Ray, Robyn en London Grammar.

INDIE TOP 20-potentie: ★★★★★ – Een serieuze kandidaat voor de top 5.

Eindoordeel: Eat the Fruit is een prachtige ontmoeting tussen de emotionele wereld van Ane Brun en de elektronische klasse van Röyksopp. De intense videoclip maakt het geheel nog indrukwekkender.

Sommige verboden vruchten kun je beter laten hangen. Deze mag wat mij betreft onmiddellijk geplukt worden.

9/10 – VIERENHALVE STER.

https://youtu.be/uEP0VVz8HrE?si=63ymu0ykLEoLmp9k