maandag 21 september 2026

Rhye –Sometimes★★★☆☆ – 3/5

https://youtu.be/LYJngocpS2c?si=YGymNiLnjozp3KVU



Rhye – Sometimes

Mooi, zacht, smaakvol… en ondertussen kijk ik toch een beetje op de klok

Tja.

Soms is dat eigenlijk al een complete recensie.

Sometimes van Rhye is namelijk absoluut niet slecht. Integendeel. Alles klinkt verzorgd, warm en stijlvol. Maar na drie minuten blijft bij mij vooral de vraag hangen:

wanneer gaat er iets gebeuren?

Rhye is inmiddels het muzikale project rond Michael Milosh, die al jaren grossiert in zachte elektronica, soul, R&B en fluisterende vocalen. Sometimes past daar keurig tussen. De single verscheen op 17 september en volgt op eerder 2026-werk als Summer Song, de JOY-EP en Close Your Mouth.

En meteen bij de eerste seconden zit je weer in die typische Rhye-wereld.

Een zachte beat. Warme toetsen. Een bas die vooral niemand wil laten schrikken. Daarboven die hoge, bijna gewichtloze stem van Milosh.

Het klinkt allemaal prachtig.

Misschien wel té prachtig.

De productie is namelijk zo glad en beheerst dat ik nergens een rafelrand kan vinden. De drums houden zich keurig aan hun opdracht, de toetsen leggen een zacht tapijt neer en de zang zweeft daar probleemloos overheen.

Maar juist daardoor kabbelt het.

Ik wacht op een instrument dat ineens tegen de richting in gaat. Een onverwachte baslijn. Een synthesizer die de rust verstoort. Een akkoord dat even schuurt. Desnoods iemand die achter in de studio per ongeluk een stoel omgooit.

Iets.

Want goede rustige muziek hoeft helemaal niet saai te zijn. Kijk naar The xx, London Grammar, Cigarettes After Sex of zelfs Air op hun meest ingetogen momenten. Daar kan één basnoot, stilte of vreemd geluid ineens spanning veroorzaken.

Bij Sometimes mis ik dat.

Het nummer begint mooi, blijft mooi en eindigt mooi.

En daar zit precies mijn probleem.

De temperatuur verandert nauwelijks.

Geen moment waarop Milosh zijn stem echt anders inzet, geen instrument dat plotseling de voorgrond opeist en geen climax waardoor alles wat daarvoor gebeurde ineens betekenis krijgt.

Het is alsof je drie minuten over een kaarsrechte weg rijdt in een prachtige auto.

Comfortabele stoel.

Prima temperatuur.

Geen verkeer.

Maar ook geen enkele bocht.

Na twee minuten weet ik eigenlijk wel hoe minuut drie gaat klinken.

En voor De Alternatieve Muziekman is dat gevaarlijk terrein.

De Alternatieve Muziekman zegt

Sometimes is smaakvol, verzorgd en technisch nauwelijks iets te verwijten.

Maar muziek hoeft van mij niet altijd netjes te zijn.

Ik wil soms dat een nummer mij wakker schudt, verrast of desnoods een beetje irriteert.

Rhye doet hier geen van drieën.

Het kabbelt.

Aangenaam, dat zeker.

Maar een kabbelend beekje is prachtig wanneer je er tijdens een wandeling vijf minuten naast loopt. Ik hoef er niet noodzakelijk meteen nog een rondje langs.

★★★☆☆ – 3/5

Cijfer: 6,7/10

Stem: ⭐⭐⭐⭐
Productie: ⭐⭐⭐⭐
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐
Dynamiek: ⭐⭐½
Verrassing: ⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐½

Sometimes? Voor mij vooral Sometimes I Like It, Sometimes I’m Slightly Bored. Vandaag helaas vooral dat laatste.

Ductape – Figures★★★★½ – 4,5/5



Ductape – Figures

New wave, darkwave, postpunk: drie woorden waarmee je mij muzikaal al behoorlijk snel naar binnen lokt

Nou, dit is gevaarlijk terrein.

Een donkere baslijn. Synthesizers. Een elektronische beat. Een zangeres die niet klinkt alsof ze dringend gezellig wil doen.

Hallo, De Alternatieve Muziekman.

Figures van Ductape is de opener van het nieuwe album Faded Flowers en duurt met 4:17 gelukkig langer dan de gemiddelde moderne single.

En vanaf het begin hangt er die heerlijke new-wavekilte overheen.

De bas is belangrijk. Niet als versiering ergens achter in de mix, maar als motor onder het nummer. Daarboven liggen ijle synthesizers en scherpe gitaarlijnen, terwijl de elektronische drums bijna mechanisch blijven doortikken.

Je kunt de jaren tachtig ruiken.

Maar gelukkig niet de schoudervullingen.

Wat mij vooral bevalt, is dat Ductape niet probeert om van new wave een nostalgische verkleedpartij te maken. Natuurlijk hoor ik echo's van oude postpunk en darkwave. In mijn hoofd wandelen The Cure, Siouxsie and the Banshees en vroege Depeche Mode ergens door dezelfde donkere straat.

Maar Figures klinkt niet alsof iemand in 2026 een oude synthesizer uit de kelder heeft gehaald en heeft geroepen: jongens, we doen 1982 nog eens over.

Het geluid is te strak en te dreigend daarvoor.

Çağla Güleray maakt daarbij het verschil.

Haar stem ligt koel boven de muziek, maar wordt nergens emotieloos. Dat contrast werkt uitstekend: de instrumenten lijken afstand te creëren, terwijl haar zang juist iets menselijks probeert vast te houden.

Ook tekstueel past dat. Figures draait om tijd, loslaten en het verlangen ergens aan te ontsnappen. Figuren kijken naar de hemel en de sterren en vragen zich af of ze daar kunnen komen.

Geen vrolijk onderwerp dus.

Gelukkig maar.

Van Ductape hoef ik voorlopig geen nummer over een zonnige barbecue met vrienden.

Muzikaal blijft het nummer bovendien mooi onder spanning. Er komt geen enorm refrein waarbij plotseling twintig extra instrumenten binnenvallen. Ductape kiest voor herhaling. Bas, beat, gitaar, synth en die donkere stem blijven om elkaar heen bewegen.

Daardoor ontstaat iets hypnotiserends.

En precies daar zit voor mij goede new wave.

Niet noodzakelijk in een grote melodische explosie, maar in een ritme waaruit je na twee minuten merkt dat je eigenlijk niet meer wilt ontsnappen.

Figures is bovendien een uitstekende albumopener. Faded Flowers draait breder om vervreemding, isolatie, opgelegde identiteiten en mensen die langzaam worden uitgeput door de systemen waarin ze leven.

Gezellig wordt het zondag dus niet.

Maar mooi donker wel.

De Alternatieve Muziekman zegt

Dit zit behoorlijk dicht bij mijn muzikale zwakke plek.

Een pompende bas, kille elektronica, postpunkgitaar, een prachtige donkere vrouwenstem en genoeg melancholie om de zomer definitief naar huis te sturen.

Figures probeert new wave niet opnieuw uit te vinden.

Hoeft ook niet.

Als je de ingrediënten zó goed doseert, wil ik gewoon nog een bord.

★★★★½ – 4,5/5

Cijfer: 9,1/10

Baslijn: ⭐⭐⭐⭐⭐
Stem: ⭐⭐⭐⭐⭐
New-wavefactor: ⭐⭐⭐⭐⭐
Donkerte: ⭐⭐⭐⭐⭐
Originaliteit: ⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐⭐⭐⭐

Ductape heet plakband. Figures plakt inderdaad behoorlijk. Alleen gelukkig niet aan je vingers, maar ergens achter in je hoofd.

https://youtu.be/XqGrBMZ6zcc?si=L9r7A6LJbpaNKNgS

zondag 20 september 2026

ALBUM RECENSIE Echo & The Bunnymen – Apples For Isaac★★★★ – 4/5




Echo & The Bunnymen – Apples For Isaac

46 jaar later. De donkere regenjas hangt nog aan de kapstok, maar tegenwoordig mag het gordijn ook een stukje open

★★★★ – 4/5

Je hebt bands die na 46 jaar nog steeds proberen te klinken alsof het 1980 is.

Gelukkig doet Echo & The Bunnymen dat niet.

Want wat zou daar eigenlijk het nut van zijn? Ian McCulloch en Will Sergeant zijn geen jonge mannen meer die in een donkere kelder in Liverpool de postpunk opnieuw moeten uitvinden. Ze hebben die kelder zelf ongeveer helpen bouwen.

En nu is er Apples For Isaac.

Hun eerste album met volledig nieuw materiaal in twaalf jaar. Ian McCulloch en Will Sergeant zijn nog altijd de twee oorspronkelijke Bunnymen in de huidige bezetting, terwijl de inmiddels overleden Blondie-drummer Clem Burke op tien van de elf nummers meespeelt.

Wat mij vooral opvalt?

Het licht.

Wie teruggaat naar de vroege Echo & The Bunnymen hoort donkere postpunk, new wave, galmende gitaren en muziek waarin zelfs de zon waarschijnlijk eerst toestemming aan Ian McCulloch moest vragen voordat hij mocht opkomen.

Op Apples For Isaac staat het raam verder open.

Maar gelukkig: niet té ver.

Neem Take Me By The Hand. De opener heeft een verrassend funky ritme, terwijl Will Sergeants gitaar onmiddellijk dat typische Bunnymen-landschap neerzet. Ik schreef bij de single al dat ik bijna niet kon geloven dat Echo & The Bunnymen ineens een soort discostamper hadden gemaakt.

En toch werkt het.

Brussels Is Haunted staat dichter bij het klassieke geluid: rinkelende gitaren, een stevige baslijn en die onmiskenbare stem van McCulloch.

Maar luister vervolgens naar The Honey en An Unstoppable Force. Dan hoor je hoe mooi de band tegenwoordig met ruimte en melodie omgaat. Vooral bij An Unstoppable Force zorgen strijkers voor een lichtere, bijna breekbare laag boven de melancholie.

Dat vind ik de interessantste ontwikkeling.

De darkwave en postpunk zitten nog steeds in het DNA, maar ze bepalen niet meer iedere seconde.

Er mag melodie binnen.

Er mag zelfs zonlicht binnen.

Maar nergens wordt het zo licht dat ik me afvraag of ik per ongeluk naar Coldplay op een terras in Marbella luister.

Dank u.

En dan Ian McCulloch.

Zijn stem is ouder geworden en juist daardoor interessanter. Minder glad, meer leven. Hij hoeft niet meer te klinken als de Ian van The Cutter of The Killing Moon. Die platen bestaan al.

Will Sergeant doet ondertussen iets vergelijkbaars met zijn gitaar. Nog steeds herkenbaar atmosferisch, soms dreigend, soms bijna glinsterend, maar nergens klinkt het alsof iemand een oude plaat uit 1984 probeert na te bouwen.

Lab Rats Ran gooit er zelfs een opvallende saxofoonsolo tegenaan, terwijl We Prayed In The Dark het album afsluit met gitaren, strijkers en opnieuw wat van die oude Bunnymen-duisternis.

En precies daar valt voor mij alles samen.

De Alternatieve Muziekman zegt

Na 46 jaar hoef je je verleden niet weg te gooien.

Je moet er alleen niet in gaan wonen.

Apples For Isaac begrijpt dat.

Dit is Echo & The Bunnymen in 2026: ouder, melodieuzer en lichter dan vroeger, maar nog steeds met genoeg schaduw in de hoeken.

Niet meer volledig dark.

Gelukkig ook nergens light.

Gewoon:

Bunnymen.

★★★★ – 4/5

Cijfer: 8,7/10

Ian McCulloch: ⭐⭐⭐⭐½
Will Sergeants gitaar: ⭐⭐⭐⭐⭐
Melodie: ⭐⭐⭐⭐½
Donkerte: ⭐⭐⭐⭐
Licht: ⭐⭐⭐⭐
Nostalgiefactor: ⭐⭐⭐⭐
Vernieuwing: ⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½

46 jaar geleden liepen Echo & The Bunnymen de duisternis in. Op Apples For Isaac hebben ze eindelijk een zaklamp meegenomen. Gelukkig zijn de batterijen niet sterk genoeg om alle schaduwen te laten verdwijnen.

https://youtu.be/KgKfKIBnNOw?si=q4wF4cYfcyNLaDgK

Valley – Don't You Forget About Me?★★★½☆ – 3,5/5




Valley – Don't You Forget About Me?

Nee, geen Simple Minds. Wel aardig. Maar eerlijk gezegd ook niet veel meer dan dat

Met zo'n titel vraag je natuurlijk om problemen.

Don't You Forget About Me?

Mijn muzikale geheugen heeft dan ongeveer een halve seconde nodig:

Simple Minds!

Ik verwacht bijna dat Jim Kerr ergens uit de coulissen komt lopen om te vragen wie er met zijn titel vandoor is.

Maar nee.

Dit is Valley.

En laat ik maar meteen duidelijk zijn: slecht is het absoluut niet. Don't You Forget About Me? is een aardig indiepopnummer. Lekker geproduceerd, een prettige melodie en een refrein dat gemakkelijk in het gehoor ligt.

Maar echt heel goed?

Nee, dat vind ik ook weer niet.

Het probleem zit voor mij vooral in de voorspelbaarheid. De drums tikken keurig door, de bas geeft het nummer voldoende beweging en de elektronische laagjes liggen allemaal netjes op hun plaats.

Misschien wel iets té netjes.

Ik wacht tijdens het luisteren steeds op dat ene moment waarop Valley buiten de lijntjes gaat kleuren. Een gitaar die ineens dwars door de productie snijdt. Een vreemde synthesizer. Een onverwachte tempowisseling. Een refrein dat ineens twee keer zo groot wordt.

Maar dat moment komt niet echt.

Ook de zang van Rob Laska is prettig. Hij hoeft gelukkig niet bij iedere zin te bewijzen dat er emotie in het nummer zit. Dat ingetogen zingen past prima bij Valley.

Alleen mis ik ook daar een beetje wrijving.

En dan het refrein.

Dat is zonder twijfel het sterkste gedeelte. De melodie opent zich, het nummer wordt iets groter en de titel blijft hangen.

Alleen is er een klein probleem.

Een nummer dat Don't You Forget About Me? heet, moet eigenlijk voorkomen dat ik het na tien minuten alweer bijna vergeten ben.

En juist daar gaat het mis.

Niet dramatisch.

Ik heb nergens de behoefte om het nummer af te zetten. Integendeel, als dit op de radio voorbij komt, laat ik het met plezier aanstaan.

Maar daarna?

Dan ga ik gewoon verder.

En misschien is dat wel het verschil tussen aardig en echt goed.

Een goed nummer wil ik onmiddellijk opnieuw horen. Bij een geweldig nummer zoek ik na afloop meteen de artiest op.

Bij Valley denk ik vooral:

ja, was best leuk.

Dat klinkt bijna vernietigender dan bedoeld, want muzikaal zit het allemaal prima in elkaar. Alleen heb ik na al die jaren luisteren inmiddels ook geleerd dat vakmanschap alleen niet genoeg is.

Ik wil iets voelen.

De Alternatieve Muziekman zegt

Don't You Forget About Me? is frisse, verzorgde indiepop met een aardig refrein en voldoende melodie om drie minuten prettig door te komen.

Maar Valley speelt wel erg veilig.

Geen grote fout.

Geen grote verrassing.

En helaas ook geen groot nummer.

★★★½☆ – 3,5/5

Cijfer: 7,4/10

Melodie: ⭐⭐⭐⭐
Refrein: ⭐⭐⭐⭐
Productie: ⭐⭐⭐⭐
Originaliteit: ⭐⭐⭐
Wrijving: ⭐⭐½
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐½
Hitpotentie: ⭐⭐⭐½
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐⭐

Don't You Forget About Me? Geen zorgen Valley, ik vergeet jullie niet. Maar zet voor de zekerheid volgende keer toch maar iets opvallenders in het refrein.

https://youtu.be/qYDnmXbTa50?si=5f2cYHGVX_qkjUCR

Modern Cult – Connection★★★★☆ – 4/5




Modern Cult – Connection

Nieuwe band, nieuw nummer en binnen een paar seconden denk ik: hé, dit is leuk

Een van de leukste dingen aan iedere dag nieuwe muziek luisteren?

Dat er ineens een band voorbij kan komen waarvan je gisteren nog nooit had gehoord.

Vandaag heet die band voor mij Modern Cult.

Connection is hun nieuwe single en verscheen afgelopen vrijdag. Modern Cult bestaat uit Augie Pink en Rod Wendt, een duo uit Florida. Hun platenmaatschappij omschrijft hun muziek als synthpop waarin opgewekte muziek wordt gecombineerd met meer persoonlijke en emotionele teksten.

Maar goed.

Platenmaatschappijen vinden natuurlijk iedere nieuwe band fantastisch.

Wat hoor ík?

Vooral een heerlijk fris nummer.

Connection heeft precies dat soort elektronische fundament waar ik gemakkelijk voor val. De synthesizers staan meteen vooraan, maar klinken niet overdreven zwaar of donker. Ze geven het nummer juist iets lichts en beweeglijks.

Daaronder ligt een strakke beat die voortdurend vooruit wil.

Geen ingewikkelde ritmische capriolen.

Gewoon:

tik, tik, tik — door.

En dat werkt.

De zang blijft relatief koel en ontspannen boven die elektronische onderlaag hangen. Juist dat contrast vind ik aantrekkelijk. De muziek wil bewegen, terwijl de vocalen nergens hysterisch proberen aandacht op te eisen.

Er zit duidelijk iets van de jaren tachtig in.

Niet op de goedkope manier waarbij iemand een synthesizer uit 1984 aanzet en vervolgens denkt dat het werk gedaan is. Modern Cult gebruikt die invloed vooral in de combinatie van melodie, ritme en elektronica.

Ik hoor een beetje new wave, een beetje synthpop en hier en daar zelfs iets van de lichtere kant van postpunk.

En belangrijker:

ik hoor een melodie.

Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar bij nieuwe synthpop wordt sfeer nog weleens aangezien voor een liedje. Zet voldoende galm op een synthesizer, laat iemand drie minuten ernstig naar zijn schoenen kijken en klaar: alternatieve muziek.

Nee.

Ik wil uiteindelijk ook iets onthouden.

En Connection heeft dat.

Het refrein blijft hangen zonder zich na één luisterbeurt met secondelijm aan je hersenen vast te plakken. De bas en beat houden het nummer in beweging en de synths zorgen voor voldoende kleur.

Is dit meteen wereldschokkend?

Nee.

Modern Cult vindt hier de synthpop ook niet opnieuw uit.

Maar bij een nieuwe band zoek ik eigenlijk iets anders: wil ik na dit nummer weten wat ze hierna gaan doen?

Het antwoord is simpel.

Ja.

Modern Cult bracht eerder dit jaar ook Be My FriendTell Me en Work It Out uit; Connection is dus onderdeel van een behoorlijk gestage stroom nieuwe muziek.

Daar ga ik toch maar eens verder in graven.

De Alternatieve Muziekman zegt

Connection is precies waarom ik nieuwe muziek blijf zoeken.

Niet iedere ontdekking hoeft onmiddellijk een 10 te zijn. Soms is het al heerlijk wanneer je na drie minuten denkt:

Wie zijn dit eigenlijk?

Frisse synthpop, een lekker ritme, genoeg jaren-tachtiggevoel en vooral een melodie die uitnodigt tot nog een draaibeurt.

Modern Cult?

Nog iets te vroeg voor de cultstatus.

Maar leuk zijn ze al wel.

★★★★☆ – 4/5

Cijfer: 8,4/10

Synths: ⭐⭐⭐⭐½
Melodie: ⭐⭐⭐⭐
Jaren 80-factor: ⭐⭐⭐⭐½
Groove: ⭐⭐⭐⭐
Eigen smoel: ⭐⭐⭐½
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐⭐⭐

Connection heet het nummer. Die verbinding is in ieder geval gelegd. Nu maar eens kijken of Modern Cult de lijn open weet te houden.

https://youtu.be/xz2EjgoH5s8?si=OwSiqys_mzfZ4Wou

Manchester Orchestra – Colly Strings (Reimagined)★★★★½ – 4,5/5



Manchester Orchestra – Colly Strings (Reimagined)

Bijna twintig jaar later wordt een oud nummer niet afgestoft, maar opnieuw gevoeld

Manchester Orchestra duikt opnieuw het eigen verleden in en geeft met Colly Strings (Reimagined) een bijna twintig jaar oud nummer een prachtig tweede leven.

Sommige bands brengen een oude opname opnieuw uit, zetten er remastered achter en hopen dat we allemaal enthousiast onze portemonnee trekken.

Manchester Orchestra doet gelukkig iets anders.

Colly Strings (Reimagined) pakt een nummer uit de begintijd van de band en bekijkt het opnieuw vanuit het heden. Het origineel verscheen in de vroege jaren van Manchester Orchestra en belandde ook op debuutalbum I’m Like a Virgin Losing a Child.

Bijna twintig jaar later klinkt dezelfde compositie ineens alsof er een ander licht in de kamer brandt.

En precies dát vind ik interessant aan die Reimagined-reeks van Manchester Orchestra.

Want een goed liedje is geen museumstuk.

De basis van Colly Strings blijft herkenbaar, maar de nieuwe versie is ruimer, warmer en vooral bedachtzamer. Waar het jonge Manchester Orchestra nog regelmatig leek te denken dat emotie uiteindelijk vooral betekende dat de versterker harder moest, begrijpt de oudere band dat stilte minstens zoveel lawaai kan maken.

Andy Hull is daarbij natuurlijk het middelpunt.

Zijn stem draagt inmiddels bijna twintig jaar extra leven mee. Je hoort niet alleen de melodie, maar ook de afstand tot de jongen die het nummer ooit schreef. Dat maakt deze uitvoering voor mij interessanter dan wanneer Manchester Orchestra simpelweg had geprobeerd het oude geluid exact na te bouwen.

Muzikaal begint het klein.

De instrumenten krijgen lucht en Hull hoeft nergens onmiddellijk naar een climax toe. Gitaar, piano en atmosferische lagen worden niet als muur neergezet, maar voorzichtig over elkaar geschoven.

Daardoor hoor je beter hoe sterk de melodie eigenlijk is.

En vervolgens doet Manchester Orchestra iets waar de band bijzonder goed in is:

bouwen.

Niet met een hijskraan, maar laag voor laag.

De spanning groeit. Hull gaat meer geven. De instrumentatie wordt voller. Wat eerst bijna breekbaar klinkt, krijgt langzaam gewicht.

Maar het mooie is dat de band nergens vergeet waar het nummer vandaan kwam.

Dat vind ik ook zo aantrekkelijk aan deze nieuwe Reimagined-opnamen. Bij I Can Barely Breathe (Reimagined) hoorde je eerder al hetzelfde principe: niet proberen jonger te klinken, maar juist accepteren dat je inmiddels andere muzikanten en andere mensen bent.

Ouder worden als voordeel.

Wie had dat gedacht.

En bij Colly Strings werkt het misschien nog beter, omdat het oorspronkelijke nummer zelf al die typische Manchester Orchestra-eigenschap had: kwetsbaarheid die ieder moment kan omslaan in iets enorms.

De Alternatieve Muziekman zegt

Dit is hoe je oud werk opnieuw moet opnemen.

Niet omdat het origineel gerepareerd moet worden.

Het origineel mankeert niets.

Maar bijna twintig jaar later kun je hetzelfde lied anders begrijpen.

Colly Strings (Reimagined) klinkt ruimer, volwassener en emotioneler zonder sentimenteel te worden. Andy Hull zingt niet alsof hij terug wil naar zijn jongere zelf.

Hij kijkt hem even aan.

En speelt vervolgens verder.

★★★★½ – 4,5/5

Cijfer: 9,2/10

Stem Andy Hull: ⭐⭐⭐⭐⭐
Opbouw: ⭐⭐⭐⭐⭐
Dynamiek: ⭐⭐⭐⭐½
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Reimagined-factor: ⭐⭐⭐⭐⭐
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐⭐⭐⭐

Manchester Orchestra bewijst dat een oud liedje niet jonger hoeft te worden om opnieuw te leven. Soms moet je het gewoon bijna twintig jaar laten rijpen en Andy Hull opnieuw voor de microfoon zetten.


https://youtu.be/bkh1MtiIrDQ?si=J2qrBA4FEVm5P_XN

zaterdag 19 september 2026

Sivert Høyem – More Than This★★★☆☆ 3/5




Sivert Høyem – More Than This

Als je volgens mij het mooiste nummer van Roxy Music covert, maak je het jezelf wel héél moeilijk

Sommige nummers mag je best coveren.

Andere nummers moet je eerst even aankijken, diep ademhalen en jezelf vervolgens één belangrijke vraag stellen:

weet je dit heel zeker?

More Than This van Roxy Music behoort voor mij tot die tweede categorie.

Sterker nog: volgens mij is dit gewoon het mooiste nummer dat Roxy Music ooit heeft gemaakt.

Het verscheen in 1982 als eerste single van Avalon en werd geschreven door Bryan Ferry. Dat album is voor mij sowieso een van die platen waarop sfeer bijna belangrijker wordt dan afzonderlijke instrumenten.

En nu doet Sivert Høyem More Than This.

Dat klinkt op papier eigenlijk helemaal niet verkeerd.

Høyem heeft immers een geweldige donkere bariton. Bij Madrugada en in zijn solowerk kan hij met één zin een complete Noorse winter naar binnen zingen.

Maar hier ontstaat het probleem.

Sivert is geen Bryan.

En verdraaid, juist bij dit nummer mis ik Bryan Ferry verschrikkelijk.

Muzikaal wordt de versie van Høyem mooi opgebouwd. Zijn diepe stem maakt het nummer donkerder en zwaarder. Waar het origineel bijna gewichtloos door de ruimte zweeft, staat deze versie steviger met beide voeten op de grond.

Dat hoeft natuurlijk geen probleem te zijn. Een cover die het origineel exact probeert na te spelen heeft weinig bestaansrecht.

Maar bij More Than This zit de magie juist in die merkwaardige lichtheid.

De zachte synthesizers. De elegante gitaar. Het rustige ritme. En vooral die stem van Ferry, die nooit lijkt te duwen. Hij zingt bijna achteloos, alsof melancholie iets is waarvoor je vooral niet te hard je best moet doen.

Høyem doet precies het tegenovergestelde.

Zijn stem heeft gewicht. Korrel. Donkerte.

Normaal gesproken zijn dat precies de eigenschappen waarom ik hem goed vind.

Hier werken ze voor mij tegen hem.

Het is alsof iemand een prachtige zwartleren jas aantrekt op een nummer dat eigenlijk in een zijden overhemd naar buiten wilde.

Technisch is er weinig mis mee. De sfeer klopt, de zang is uitstekend en Høyem behandelt het origineel met respect.

Maar ondertussen zit mijn hoofd voortdurend te wachten op iets wat niet komt:

Bryan Ferry.

En dat is dodelijk voor een cover.

Het origineel heeft bovendien een bijzondere structuur: Ferry stopt al ruim vóór het einde met zingen, waarna de instrumentale outro het nummer langzaam laat wegzweven. Juist dat maakt More Than This zo onweerstaanbaar. Het nummer verdwijnt bijna voordat je beseft hoe mooi het was.

Bij Høyem hoor ik vooral een uitstekende zanger die een schitterend nummer zingt.

Bij Roxy Music hoor ik magie.

De Alternatieve Muziekman zegt

Ik waardeer de poging. Echt.

Maar als je aan mijn favoriete Roxy Music-nummer komt, moet je met iets bijzonders thuiskomen.

Sivert Høyem heeft een fantastische stem.

Alleen niet déze stem.

En soms blijkt bij een cover pas hoe essentieel de oorspronkelijke zanger voor een nummer was.

Bryan Ferry ís een deel van More Than This.

★★★☆☆ 3/5

Cijfer: 6,8/10

Stem Sivert: ⭐⭐⭐⭐½
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐
Arrangement: ⭐⭐⭐½
Respect voor origineel: ⭐⭐⭐⭐
Bryan-Ferry-gemis: ⭐⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐

More Than This? Voor mij deze keer helaas Less Than This. Jammer Sivert. Volgende plaat maar — en laat Bryan deze gewoon houden.

https://youtu.be/4ZoWSrxy5Pg?si=Hb8KlkdViwh18zau

Matt Berninger – Ask For Water★★★★½ – 4,5/




Matt Berninger – Ask For Water

Matt vraagt om water. Dat is misschien wel het minst geloofwaardige deel van het hele nummer. Volgens mij bedoelt hij gewoon: doe mij nog een borrel.

Matt is Matt.

Meer hoef ik bij Matt Berninger eigenlijk nauwelijks uit te leggen. Zodra die donkere, licht vermoeide bariton binnenkomt, ben ik verkocht. De frontman van The National kan ongeveer het telefoonboek voorlezen en dan vermoed ik na drie minuten alsnog dat er ergens een huwelijk is stukgelopen.

En nu komt hij met Ask For Water.

Water, Matt?

Weet je het zeker?

Bij Berninger verwacht ik toch eerder een halflege whisky, een barkruk en een gesprek dat rond half twee 's nachts begon met “gaat prima hoor” en twintig minuten later bij de complete zinloosheid van het bestaan is beland.

Maar Ask For Water komt voort uit een interessante periode. Berninger vertelt dat de nieuwe nummers ontstonden uit de energie van zijn Get Sunk-tour. Hij veranderde teksten en songstructuren van avond tot avond en kreeg daardoor onmiddellijk reacties van het publiek.

Dat past eigenlijk uitstekend bij hem: een nummer niet als iets definitiefs behandelen, maar eraan blijven rommelen totdat het goed voelt.

Dat hoor je ook in Ask For Water.

Muzikaal wordt nergens haast gemaakt. De instrumentatie geeft zijn stem vooral ruimte. De ritmesectie duwt het nummer rustig vooruit, terwijl gitaar en toetsen niet proberen iedere lege plek dicht te smeren.

En juist daar zit de kracht.

Berninger zingt zoals alleen Berninger kan zingen: laag, droog en een fractie achter de muziek hangend. Alsof de band al begonnen is en Matt nog even aan de bar stond.

Zijn stem hoeft niet omhoog om spanning te creëren. De spanning zit in zijn frasering. Sommige woorden worden bijna achteloos uitgesproken, andere blijven net iets langer hangen.

Daardoor krijgt zelfs een eenvoudige zin bij hem iets melancholisch.

Dat kennen we natuurlijk van The National, maar solo is er nóg meer ruimte rondom zijn stem. Geen muur van geluid die hem opvangt. Hij moet het hier vooral hebben van sfeer, timing en die onmiddellijk herkenbare bariton.

Ask For Water staat op de Type It Up EP, samen met drie nieuwe eigen nummers: Martini Me FatsoType It Up en Ask For Water. Daarnaast staat er Berningers versie van Blue Monday van New Order op.

En die kennen we inmiddels.

Die heb ik maanden geleden al gerecenseerd. Toen bleek al dat Berninger zo'n klassieker niet probeert na te spelen. Hij trekt hem gewoon zijn eigen wereld binnen.

Dat is eigenlijk precies wat hij ook met zijn eigen muziek doet.

Alles wordt uiteindelijk Matt.

De Alternatieve Muziekman zegt

Ask For Water probeert nergens een grote hit te zijn. Geen gigantisch refrein en geen productie die plotseling ontploft.

Het nummer drijft op sfeer, ruimte en vooral die fantastische stem.

Misschien is dat wel waarom ik zo'n zwak voor hem heb.

Je hoort één zin en weet:

Matt is Matt.

En dat bedoel ik als een groot compliment.

★★★★½ – 4,5/5

Cijfer: 9,1/10

Stem: ⭐⭐⭐⭐⭐
Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Arrangement: ⭐⭐⭐⭐½
Melancholie: ⭐⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐½
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐⭐⭐½
Waterfactor: ⭐⭐
Borrelfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Ask For Water? Kom nou, Matt. Niemand gelooft dat. Zet dat glas water maar naast de whisky — voor morgenochtend.

https://youtu.be/9ypzBs3ndaE?si=J7OP8inJ1frFT4EW

ALBUM RECENSIE :Wasia Project – Nocturne★★★★☆ 4/5




Wasia Project – Nocturne

Een prachtige nachtelijke reis – en eentje waarvan je eigenlijk niet wilt dat hij eindigt

Sommige bands moeten nog bewijzen hoe goed ze zijn. Wasia Project heeft inmiddels het tegenovergestelde probleem: ik weet al hoe goed ze kúnnen zijn.

Vorig jaar legden Olivia Hardy en Will Gao de lat bij mij behoorlijk hoog. Ik verwacht dus die typische Wasia-momenten: een piano die ineens de hoofdrol opeist, elektronica die botst met strijkers, een ritme dat onverwacht verschuift of een nummer dat groter eindigt dan het begon.

Op Nocturne gebeurt dat gelukkig regelmatig.

Het debuut telt twaalf nummers en duurt bijna vijftig minuten. Dat alleen al bevalt me. In een tijd waarin sommige nummers afgelopen zijn voordat mijn koffie doorloopt, durft Wasia Project muziek weer ruimte te geven.

En die ruimte wordt benut.

2515 zet meteen de toon. Een constante elektronische puls en mineurakkoorden vormen de basis, maar daar worden stemmen en strijkers langzaam bovenop gestapeld. Het nummer groeit daardoor van nachtelijke elektronica naar iets bijna orkestrals.

Daarna trekt Vogue de deur van de nachtclub verder open. Synthesizers en strijkers bewegen tegen de strakke percussie in. Vervolgens doet Whale Call precies het tegenovergestelde: minder drukte, meer lucht en Olivia's stem vooraan. Dat contrast is belangrijk. Nocturne is geen album dat vijftig minuten dezelfde sfeervolle truc herhaalt.

En dan Bleeding Gold.

Ik noemde het eerder koper in plaats van goud. Daar blijf ik bij. Maar binnen het album werkt het beter. Na het kleinere Whale Call begrijp ik de gladdere productie en grotere beweging beter. Het nummer krijgt hier een functie.

Halverwege wordt Nocturne voor mij interessanter. Voices In My Head bouwt vanuit relatieve rust naar een veel grotere vocale uitbarsting, terwijl Strike Me Down From Heaven juist spanning creëert en bijna filmisch wordt.

En dan Moon Goddess.

Instrumentaal. Piano. Viool. Ruimte.

Precies hier hoor ik waarom Wasia Project bijzonder kan zijn. Ze durven een nummer niet vol te stoppen. Stilte wordt onderdeel van het arrangement en na alle elektronica voelt die ruimte ineens enorm.

Stay brengt daarna de menselijke kwetsbaarheid terug. De zang blijft centraal terwijl de productie er langzaam omheen groeit. Vervolgens neemt Nightingale bijna vijf minuten de tijd voordat Wildfire de plaat juist groot en ritmisch afsluit.

Daar zit voor mij de kracht van Nocturnede dynamiek tussen klein en groot.

Piano tegenover synthesizer.
Stilte tegenover beats.
Olivia's kwetsbare stem tegenover breed uitwaaierende arrangementen.
Slaapkamer tegenover dansvloer.

Toch geen vijf sterren.

Soms hoor ik namelijk iets té duidelijk hoe zorgvuldig alles is geproduceerd. Ik mis af en toe de rafelrand van hun beste werk: dat moment waarop piano, elektronica en stemmen elkaar niet netjes aanvullen maar een beetje in de weg zitten.

Maar toen Wildfire afgelopen was, dacht ik wel:

Hè? Zijn we er al? Ik wil verder.

En bij een album van bijna vijftig minuten is dat een behoorlijk compliment.

De Alternatieve Muziekman zegt

Nocturne is geen verzameling van twaalf sfeervolle liedjes. Het is een album dat beweegt: van elektronische nachtclub naar piano, van strijkers naar stilte en uiteindelijk weer naar een groot slot.

Niet alles is goud. Bleeding Gold blijft voor mij een beetje koper.

Maar de hele nacht?

Die is behoorlijk mooi.

★★★★☆ 4/5
Cijfer: 8,5/10

Sfeer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Dynamiek: ⭐⭐⭐⭐½
Stemmen: ⭐⭐⭐⭐⭐
Arrangementen: ⭐⭐⭐⭐½
Wrijving: ⭐⭐⭐⭐
Herluisterwaarde: ⭐⭐⭐⭐⭐
Nachtelijke koptelefoonfactor: ⭐⭐⭐⭐⭐

Nocturne duurt bijna vijftig minuten. Het beste compliment kwam na minuut vijftig: waarom houdt-ie nou al op?


https://youtu.be/xjTereNXARg?si=Fyw2UpHLCKwj4SgI

Troye Sivan – Party★★★★½ – 4,5/5



Troye Sivan – Party

Madonna uit de speakers, de middeleeuwen op het scherm en een videoclip die zó over-the-top gay is dat zelfs de ridders hun harnas maar uitdoen

Nou, Troye.

Subtiel is anders.

Party begint en binnen de kortste keren denk ik: wacht eens even… Madonna!

En inderdaad. Troye Sivan heeft voor zijn nieuwe single niet ergens voorzichtig een obscure Madonna-b-kant verstopt. Hij grijpt rechtstreeks naar Music uit 2000. Madonna en producer Mirwais staan dan ook in de credits.

Dat is gevaarlijk terrein.

Want Music is zo'n nummer waarbij één herkenbaar stukje onmiddellijk een complete periode terugbrengt. Die droge elektronische productie van Mirwais, de repetitie, die vreemde combinatie van koel en onweerstaanbaar dansbaar.

Troye gebruikt die herkenning slim.

Hij maakt namelijk niet de fout om de sample vervolgens onder een enorme moderne popproductie te begraven. Partyblijft juist opvallend kaal en strak.

De beat tikt bijna mechanisch door. Daaronder zit een donkere, elastische elektronische bas die het nummer voortdurend vooruit duwt. Kleine synthesizergeluiden verschijnen en verdwijnen weer, zonder dat de productie ooit helemaal wordt dichtgesmeerd.

En daarboven hangt de stem van Troye.

Hij zingt niet groot.

Sterker nog: regelmatig lijkt hij meer tegen de beat aan te praten dan echt uit te halen. Zijn lichte stem contrasteert mooi met die zwaardere onderkant. Dat geeft Party iets koels en sensueels tegelijk.

En dan die Madonna-sample.

Die werkt vooral omdat hij niet als een bord met KIJK EENS WAT IK GESAMPLED HEB boven het nummer hangt. Het herkenbare DNA van Music wordt onderdeel van de groove. Je hoort het, je brein maakt onmiddellijk de verbinding, maar Party blijft wel een Troye Sivan-plaat.

Dat vind ik knap.

Ook muzikaal gebeurt er eigenlijk minder dan je in eerste instantie denkt. Geen gigantische tempowisselingen, geen Coldplay-refrein waarbij plotseling alle ramen uit het huis vliegen en ook geen climax met 48 violen.

De truc zit juist in de herhaling.

Bas.

Beat.

Stem.

Synth.

En opnieuw.

Steeds komen er kleine laagjes bij of verdwijnen ze weer. Daardoor verandert het nummer nauwelijks van richting, maar wel voortdurend van spanning.

Dit is muziek die op een koptelefoon aardig werkt, maar waarvan ik onmiddellijk begrijp dat hij uit enorme speakers veel logischer wordt.

Dit wil een club.

Maar dan de videoclip.

Mijn hemel.

Troye dacht blijkbaar: Madonna samplen is leuk, maar kunnen we ondertussen ook Game of Thrones veranderen in Gay of Thrones?

Het begint als een peperduur middeleeuws kostuumdrama. Troye als ridder, een kasteel, paarden, zwaarden en Sir Ian McKellen die met zijn geweldige stem de boel opent.

En daarna ontspoort het feest heerlijk.

Wat begint als middeleeuws spektakel verandert in een extravagante, sensuele en bewust provocerende queer bacchanaal.

Über-gay. Over-the-top. En volledig bewust.

En gek genoeg past die visuele overdaad uitstekend bij de relatief sobere muziek. Het nummer zelf houdt zich strak aan zijn groove, terwijl de videoclip werkelijk iedere rem uit het kasteelraam gooit.

Dat contrast maakt het juist leuk.

Muzikaal is Party misschien niet Troye Sivans meest emotionele of melodisch mooiste nummer.

Maar het heeft iets minstens zo belangrijks:

een groove waar je moeilijk vanaf komt.

De Alternatieve Muziekman zegt

Een slimme Madonna-sample, een droge beat, een heerlijke elektronische baslijn en Troye die begrijpt dat je voor dansmuziek niet altijd méér geluid nodig hebt.

En ondertussen een videoclip waarbij de term over-the-top halverwege zelf vermoeid op de bank gaat liggen.

Party doet precies wat de titel belooft.

★★★★½ – 4,5/5

Cijfer: 9,1/10

Productie: ⭐⭐⭐⭐½
Groove: ⭐⭐⭐⭐⭐
Madonna-factor: ⭐⭐⭐⭐⭐
Dansvloer: ⭐⭐⭐⭐⭐
Subtiliteit muziek: ⭐⭐⭐⭐
Subtiliteit videoclip: ⭐
Videoclip: ⭐⭐⭐⭐⭐
Über-gay-factor: ⭐⭐⭐⭐⭐⭐⭐⭐⭐⭐
Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐½

Madonna zei ooit dat muziek mensen samenbrengt. Troye Sivan dacht blijkbaar: prima, dan nodig ik iedereen uit in een kasteel en kijken we wel waar de harnassen terechtkomen.

watch


vrijdag 18 september 2026

INDIE TOP 20 18 SEPTEMBER 2026

 


RECORD OF THE WEEK Bente - parachute



RECORD OF THE WEEK

En ineens hoor ik tijdens het refrein, héél ver in de verte, iets van Coldplay – Yellow. En dat bedoel ik als een groot compliment.

Soms weet je na één luisterbeurt genoeg. Niet omdat een nummer onmiddellijk alles prijsgeeft, maar omdat er ergens een moment zit waarop je denkt: ja, daar is-ie.

Dat heb ik met Parachute van Bente.

Het nummer begint rustig. Bente zingt dichtbij en de productie geeft haar stem voldoende ruimte. Geen batterij aan effecten en gelukkig ook geen producer die na twintig seconden denkt dat er dringend twaalf extra lagen overheen moeten.

Gewoon rustig beginnen.

En dan komt dat refrein.

Daar gebeurde bij mij iets.

Heel, heel, héél ver in de verte hoor ik ineens Yellow van Coldplay.

Niet meteen Chris Martin bellen, want Parachute klinkt absoluut niet als een kopie van Yellow. De melodie is anders en Bente heeft duidelijk haar eigen nummer gemaakt.

Het gaat mij om het gevoel.

Dat moment waarop een lied ineens openbreekt. De melodie wordt groter en warmer en er komt licht in het nummer. Alsof je de gordijnen opendoet na een hele dag grijs weer.

Dat gevoel gaf Yellow mij ooit ook.

En dat vind ik een behoorlijk groot compliment.

Wat Bente bovendien goed doet, is dat ze nergens probeert te bewijzen hoe goed ze kan zingen. Haar stem blijft kwetsbaar en menselijk. Ze houdt juist iets in. Daardoor komt dat refrein nóg beter binnen.

Ook de titel werkt uitstekend. Een parachute heb je immers pas nodig nadat je besloten hebt te springen.

Muzikaal gebeurt eigenlijk hetzelfde.

Het nummer staat eerst nog even aan de rand.

Dan springt Bente.

En bij het refrein:

parachute open.

Daar is het.

Het knappe is dat Parachute vervolgens nergens overdreven groot of glad wordt. De melodie mag het zware werk doen. Precies zoals ik het graag hoor: emotie hoeft niet met een gele markeerstift aangegeven te worden.

En ja, mijn muzikale wereld bestaat meestal uit Britse alternatieve bands, donkere synthesizers, shoegaze en zangers die klinken alsof november persoonlijk iets tegen ze heeft.

Maar een goed liedje blijft een goed liedje.

En Parachute is gewoon een verdomd goed liedje.

De Alternatieve Muziekman zegt

Prachtige opbouw, sterke stem en vooral een refrein dat me iedere keer opnieuw pakt.

Heel even hoor ik daar, kilometers verderop, Yellow voorbij zweven.

Niet als kopie.

Als gevoel.

★★★★★ 5/5
Cijfer: 9,5/10
Hitpotentie: ⭐⭐⭐⭐⭐
INDIE TOP 20-potentie: ⭐⭐⭐⭐⭐

🏆 RECORD OF THE WEEK

Bente springt. De parachute gaat open. En De Alternatieve Muziekman zweeft deze week gewoon mee.

https://youtu.be/Yk925931WJ4?si=oSkCsiKB8RV4Ompo

INDIE TOP 20 VRIJDAG 18 SEPTEMBER 2026


1.1 FONTAINES D.C. - Marianne

 2.2 SOFT CELL- The Space Inside 

 3.3 BECK- Disappearing Act

4.6 SIMPLE MINDS - Beginner Boys

5.7  MYLENE FRAMER - Des Lols Et Des Quoi

6.8  WARHAUS - Simple Pleasures 

7.9 M83 - Blister Sunrise 

.10 EELS -Congratulations To Me

9.5 THE SLOW COUNTRY - Firing Line 

10.4BECK - In The Night 

11.12 DJANGO DJANGO - Dirty Hotel Blues

12.14  AGNES OBEL -Laymelli

13.-- EDITORS - Seriously 

14.16 BLOC  PARTY - Pigwig

15.--THE  WAR ON DRUGS- Who's That 

16.18 LADYTRON - Free Free

17.13 TEENAGE FANCLUB-There Was You

18.11MANCHESTER ORCHESTRA - I Can Barely Breath (Reimagined)

19.-- BEACH HOUSE - April Suzanne

20.-- BLEACH LAB - Falling